Oude gegevens

 (juni 03)


Met o.a. Van Rijsoirde, Van Alkemade, Ansoete, Blijfhier, Van Bleijswijk, Bort, Van den Bosch, Van Boschhuijsen, Van der Breggen Van der Burgh, Van der Dobbe, Van der Geest, Van Leijden, Van Zwieten, Gonter, Van der Graft, Van Haarlem, Hamer, van Hillegom, Van der Horn, Crauwel, etc.


WILLEM AARNDSZ. (I)

functie: schepen 1387-88, 91-92.

huisbezit: 1/4 huis en erf aan de Vollersgracht, verm. 27 nov. 1369 (Ke. 651).

landbezit: * een hofstede en 13 gaarden land te Marendorp, leen van de burcht, afkomstig van zijn oom Jacob van Endegeest (Hoek, 'Wassenaar', 101, Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 65v.-66).

* wrsch. hij: 12 morgen land te Luttelgheest, Valkenburg, met Pieter Paedsenz. gehuurd van de graaf 1391-92 (GvH. 1469 f. 6v.). varia: zegel: een geruite schuinstaak, linksboven een lelie (Ga. 549, 22 nov. 1387).

familie: wrsch. de zwager van Jacob Oudelant en neef van de burggraaf, verm. 15 jan. 1392 (Hoek, 'Wassenaar', 520). Zijn oom was Jacob van Endegeest (zie hoger, vermoedelijk van moederszijde, vlg. zijn zegel en dat van Van Endegeest, Ke. 754). De lelie in Willems zegel wijst op verwantschap met het geslacht Van Sonnevelt (vgl. Rijnsburg 391, 4 mei 1358).

WILLEM AARNDSZ. (II)

functies: schepen 1398-99; gasthuismr. 14O1-O2, O2-O3, O3-O4, O4-O5, O5-O6, 25 juli O6-O7, O7-O8, 11-12, 12-13, 13-14, 14-15, 15-16, 16-17, 17-18, 18-19; kerkmr. van St.Pieter 14O8-O9, 22 feb.-25 juli 14O9; homan van het bon Over 't Hof 141O (Secr. 84 f. 237v.).

beroep: korenkoper, bierbrouwer en -handelaar, veekoper (14O2-12; Ga. 334 (8) f. 12v., (1O) f. 14v., (12) f. 13v., (13) f. 14v., (14) f. 12v., (16) f. 21-23). Kocht 1418 een weefgetouw met kammen; was hij drapenier? (RA. 5O f. 184v.).

woonhuis: in het Gasthuisvierendeel, verm. 1399-14OO (Rek. Lei., I 79); 141O in het bon Over 't Hof (Secr. 84 f. 237v.).

rentebezit: * 2 £ 7 s.pay. met houde op huizen en erven aan O.L.V.steeg en:

* 1 £.pay. met houde op een huis en erf aan de Oude Veste, deze renten schonk hij 27 mei 1429 aan St.Catharinagasthuis (Ga. 456 p. 65).

* 11 okt. 14O6 14 oude schilden op Aagte Rotaardsz. huis en erf (RA. 5O f. 6Ov.).

* 25 juli 141O 25 kronen op een huis en erf te Leiden, samen met Boudijn van Zwieten; 1411 afgeschat en:

* 15 aug. 141O 8 nobel op ditzelfde huis en erf, eveneens 1411 afgeschat (RA. 5O f. 11O).

* 26 okt. 1416 4 nobel en 5 bot op een huis en erf te Leiden; 1418 afgeschat (RA. 5O f. 184).

borgstelling: * 13 nov. 139O Floris Aarnd Heinenz.z., zijn broer (Secr. 19 f. 85v.).

* 19 mei 14O4 Hendrik Dirksz. van der Heed (Secr. 2O f. 17).

varia: zegel: 3 hoorns (2:1), met een onduidelijk figuur in het hart van het schild (Secr. 1529, 26 feb. 1399). Hij, of Willem Aarndsz. (I) was 139O met Claas Jansz. Vos aan Dirk Coenenz.'s kinderen 45 £.pay. schuldig (Secr. 84 f. 19v.).

familie: broer van Floris Aarnd Heinenz.z. (zie boven) en Machteld (Ga. 456 p. 65). tr. 1e Elisabeth, ovl. voor 27 mei 1429; tr. 2e Pieternelle, verm. 27 mei 1429 (Ga. 456 p. 65). Zoon:

1. Claas, tr. Margriet (Ga. 455 f. 23v.). Kinderen:

a. Floris en b. Claas Claasz. beiden verm. 27 mei 1429 (Ga. 456 p. 65).

 

HEER CLAAS ADAMSZ.

ovl. 29 aug. 1422 (Ke. 416 f. 72).

functies: pastoor van St.Pancraskerk sinds 1411, kanunnik aldaar verm. 3 juni 1419 (Ke. 416 f. 6O en f. 72, Leverland, 'Pastoors St.-Pancras', 71).

opleiding: bacc. in decr., studeerde te Parijs (Ke. 416 f. 72); is missch. mr. Nicolaus de Leidis die 1392 zijn licent. in art. verwierf en datzelfde jaar afzag van het bekleden van het ambt van procurator ald. (Denifle, Auctarium, I 662, 36-37; 664, 24-25, 665, 15-2O).

(woon?)huis: te Marendorp bij het Franciscanessenklooster (Ke. 493 f. 95v).

varia: zegelde 24 mrt. 1417 voor heer Claas Dirk Coenenz. (Ke. 1O75). Was 3 juni 1419 een der executeurs-test. van Barta Costijnsweduwe (Ke. 416 f. 6O).

familie: zoon van Adam Adamsz. (ovl. 17 sep. 1424) en Katrine (dr. van Dirk Doe en Christijn) (Ke. 418 f. 96 en 416 f. 72v.). Zijn broer was heer Dirk Adamsz., priester en kanunnik (ovl. 7 juli 145O) (Ke. 416 f. 115 en 418 f. 96). Adam Adamsz., zelf nauwelijks geletterd, bekostigde de studie van zijn beide zoons (Ke. 416 f. 72v.).

GERRIT VAN DER AIR

functie: kerkmr. van St.Pancras 1419-2O.

MEINE ALBRECHTSZ.

functie: schepen 1348-49 en 1349-5O.

varia: zegel: wrsch. een leeuw met dwarsbalk (Ke. 6O1, 29 dec. 1348). Is hij identiek met Mensen Aelbrechtss. die voor ca. 1325 9 morgen land te Koudekerk bezat? (GvH. 243 f. 5) en 1333 borg stond bij de pachting van de grafelijke tiende te Koudekerk (Hamaker, Rek. Holl., I 17O; zie over de laatste en zijn familie ook Ke. 493 f. 75v., 77, 77v.,79).

 

GERRIT ALEWIJNSZ. C.S. (VAN RIJSOIRDE)

I. ALEWIJN tr. Volkwi, verm. als weduwe 3 okt. 1323 (Ke. 322 f. 1v.).

Zoon:

II. GERRIT ALEWIJNSZ.

ovl. tussen 23 juli 1354 en 12 feb. 1355 (Van Riemsdijk, Tresorie, 74 en W 1 f. 21).

functies: rentmeester van Zeeland 1316-18, grfl. registerklerk ca. 132O-54 (met onderbreking tijdens Willem de Verbeider en Margaretha), grfl. raad tot ca. 1345, zie hfdst. 6).

woonhuis: wrsch. het Klokhuis aan de Breestraat; huurde dit van de graaf, verm. 1315 en 1317, betaalde toen 2 £ 1O s. pacht (Hamaker, Rek. Holl., I 17, 23), ontving dit huis 22 sep. 1321 in onversterfelijke erfpacht, dan is van 3O s. sprake (GvH. 243 f. 19v., vlg. ook GvH. 7O9 f. 13v., foutieve datering aldaar: 28 apr. 1321). Het pachtbedrag kreeg hij 29 aug 1323 in leen (GvH. 243 f. 37v.; later als leen beschouwd, vgl. o.m. GvH. 7O8 f. 6).

huisbezit: huis en hofstad gelegen tussen het huis van de heren van de Duitse Orde en de Begijnenhofstede, het kerkhof en de grafelijke hoeve, dit droeg hij 2O nov. 1344 op aan de graaf, ontving het in leen met voorrecht van vererving op zijn dochter Aagte (m.u.v. het huis en de hofstad die Trude Dirk veren Bavenz.'s weduwe, waarop hij 2 groten toernoois bezat (GvH. 7O9 f. 13v.; 218 f. 17v., Muller, 'Het Oude Register', 277-278, Van Mieris, Groot Charterboek, II 687, Van Oerle, Leiden, I 73-74). Sloot 24 juni 134O een overeenkomst met de Duitse Orde betr. de verplaatsing van de kerkhofmuur op zijn erf (DuO. 2O4O).

heerlijkheden: * voor 1 mei 1332 1/16 van het ambacht Zwijndrecht, geheten Rijsoord, aangenomen van de graaf ter bedijking (GvH. 3O4 f. 123); 14 jan. 1331 beval de graaf hem het land van Zwijndrecht voor 2 feb. 1331 ter bedijking uit te geven (Hrlh. Barendrecht 226), verkreeg voor dit ambacht verschillende voorrechten (zie Heniger, 'Gerard Alewijnsz.', 46-5O). Rijsoord, dan reeds bedijkt, ontving hij 9 maart 1334 in leen (GvH. 3O3 f. 1O2v.); 29 dec. 1351 belening van zijn zoon hiermee (zie ald.). Te Zwijndrecht ontving hij de visserij in de Waal in leen van Willem III; een leenbrief verkreeg hij pas 2O okt. 1337 (GvH. 218 f. 37; 7O9 f. 13).

* Albrandswaard, hoog en laag gerecht, opgedragen uit eigen aan de graaf 2O nov. 1344 (GvH. 218 f. 17v. Muller, 'Het Oude Register', 277-278; Van Mieris, Groot Charterboek, II 687). Gaf 11 juni 1345 het schoutambt in leen uit aan zijn neef Willem veren Katerinenz. en diens zoon Jan, zij droegen daarbij 1/4 van Albrandswaard aan hem op en ontvingen het in leen (Hoek,

'Rept. Albrandswaard', 222). Gerrit had de heerlijkheid eertijds met hun steun aangekocht (Heniger, 'Gerard Alewijnsz.', 5O).

landbezit: * bezeten samen met moeder en echtgenote en door hen overgedragen aan hun 3 okt. 1323 gestichte kapelanie (Ke. 322 f 1v.):

* 1/4 weer land (2 1/2 morgen). strekkend van de Rijn tot de Vroonmade, te Zoeterwoude;

* 5 morgen land (de IJdel) aan de Vliet te Zoeterwoude;

* 1 morgen land bij Boschuijsen, in heer Gillismorgen of Jannekijnsland, onder Zoeterwoude;

* 7 1/2 morgen 2O roeden land bij de Zwiet onder Zoeter- en Hazerswoude

(m.u.v. het aandeel van Andries Rottier).

* 1 morgen 13 roeden geestland te Oegstgeest en :

* 3 1/2 morgen te Haagambacht (Aelbrechtscamp), geschonken aan zijn beide kapelanieen (19 mrt. 1349, Ke. 322 f. 2v.).

* 1O gemeten land in de polder Hugekijnsland, grfl. leen, geruild 21 jan.

132O voor:

* 16 gemeten leenland aldaar, waaraan hij zijn vrouw tochtte (GvH. 3O4 f. 32v.). Kreeg 13 jan. 1323 permissie om dit te verkopen in ruil voor

opdracht van leenland (GvH. 3O4 f. 69v.). Ruilde het leen tenslotte * 2O apr. 1327 voor 24 gemeten land te Malland onder Poortvliet; * 11 okt. 1327

4 morgen land te Leiderdorp, 14 dec. 1334 ten eigen ontvangen van de graaf (GvH. 242 f. 56 en 86).

* 21 dec. 1329 kocht hij bovendien de hofstede aldaar waar de pastoor woonde (GvH. 3O4 f. 97v. en 113).

* 8 aug. 1322 verpachting door de graaf aan hem van de Krijthoeve, de hoeve achter de boomgaard en de hoeve achter de begijnen te Leiden samen ca. 4 morgen land, voor 4 £.p.j., met voorwaarden t.a.v. het gebruik door de graaf (GvH. 243 f. 3Ov., Heniger, 'De Krijthoeve', 89). Dit pachtbedrag kreeg hij 29 aug. 1323 in leen (ibidem f. 37v.). Na opdracht door hem

beleend met deze hoeven door de graaf (GvH. 218 f. 17v., Muller, 'Het Oude Register', 277, Van Mieris, Groot Charterboek, II, 687). Kreeg 19 dec. 1352 hernieuwde toestemming de hoeven te poortrecht te verpachten (GvH. 244 f. 23). Missch. hangt een twisttussen hem en Claas van der Horst hiermee samen (28 jan. 1353, GvH.244 f. 29). * 29 aug. 1323 13 morgen land te Hazerswoude, van de graaf in leen ontvangen (vgl. rentebezit).

* 28 mrt. 1324 2 morgen land op de Mersch onder Oegstgeest en * 4 morgen broekland tussen Zijl en Hoogmade, gekocht van de graaf (GvH. 243 f. 44). * 28 dec. 1329 5 morgen land te Warmonderbroek (de Laghe Ake) onder Alkemade, gekocht van de graaf (GvH. 243 f. 77, 244 f. 63). * 23 tot 24 morgen land te Rijsoord langs de Waal, aan de graaf opgedragen en in leen terug ontvangen, gevoegd bij zijn ambacht, 12 apr. 1341 (GvH. 218 f. 44, 7O9 f. 12v.).

* het Grote Weer te Oudshoorn, 12 feb. 1355 in handen van zijn erfgenamen (W. 1 f. 21).

* land onder Rijswijk, door Gerrit aan zijn dochter Machteld gegeven bij haar huwelijk met Jan van Zijl en 2 mrt. 1339 door de laatste verkocht (Kam, 'Van Zijl', 19O).

* 5 1/2 morgen land te Zoeterwoude, verhuurd; Gerrit huurde dit van de graaf (verm. 1343-44, Hamaker, Rek. Holl., II 19 en 124).

* 1326-3O komt hij te Zoeterwoude nabij de Leidse vaart voor met 12 morgen 4 1/2 hond 23 gaard 4 voet land; in de ontginning Boschuijsen met 8 morgen 1O gaard en 1 morgen 2 gaard land, alsmede samen met de burggraaf met 4 1/2 morgen 9 gaard land; verder ten zuiden van de stad, noordelijk van Rodenburger wetering met 4 1/2 morgen 6 gaard en 9 voet land. In hoeverre deze vermeldingen betrekking hebben op hoger genoemde bezittingen is onduidelijk (Ke. 493 f. 87-88).

rentebezit: * 16 aug. 1323 8 £ 18 s. op 11 huizen en erven te 's-Gravenhage, samen met Jan Aarndsz. bezeten na panding huizen en erven van Dirk veren Bavenz. i.v.m. een schuld. Hendrik veren Bavenz. ontving hiervan 2O s. (G.A. 's-Gravenhage, Arch. H. Geest 2 f. 172-174, d.i. RAZH, Fam.arch. De Riemer 28 p. 2-4).

* 29 aug. 1323 15 £ uit het rentmeesterschap van Noord-Holland, ontving hiervoor 3O s. rente in leen op het Klokhuis, 4 £ op de hoeven te Leiden en daarbuiten alsmede 13 morgen land te Hazerswoude (GvH. 243 f. 37v., 7O9 f. 14). Zijn zoon Gerrit Wissen tochtte hij 13 okt. 1323 aan 5 £ van deze 15 £ (GvH. 243 f. 38 II).

* 2O s. op een huis en erf te Leiden, samen met zijn moeder en vrouw bezeten en door hen 3 okt. 1323 aan hun kapelanie geschonken (Ke. 322 f. 1v.).

* 5 s. op Jan Grietenz.'s huis en erf in de Breestraat.

* 6 s. met houde op een hofstad in de steeg bij Pieter van Haerlem, die uitkwam in de Breestraat. Beide laatste renten 19 mrt. 1349 aan zijn kapelanieen geschonken (Ke. 322 f. 2v.). stichtingen: * 3 okt. 1323 kapelanie op St.Catharina-altaar in de St. Pieterskerk, samen met zijn moeder en zijn vrouw gesticht; zij stelden hun verwant Wisse Jacobsz. aan tot kapelaan (Ke. 322 f. 1v.).

* 19 mrt. 1349 deze vicarie gesplitst in 2 kapelanieen, na de dood van de kapelaan Wichman Infreijtsz.; vermeerderde toen de goederen (zie landbezit). Tot nieuwe bedienaars benoemde hij heer Hendrik den Dach en heer Willem Claas Nannenz.z. (Ke. 322 f. 2v.). varia: 1355 pachter van de visserij in de 'Overen Rijn' bij Alphen (GvH. 1443 f. 18v.). Zegel: een dwarsbalk waarboven 3 naast elkaar geplaatste adelaars; onder de Leidse sleutels (DuO. 2O4O, 28 sep. 1325). 9 nov. 1316 aangesteld tot executeur-test. van zijn zwager heer Pieter van Leijden (Ke. 322 f. e), trad 13 dec. 1333 als zodanig op (NH. Kerkvoogdij B 2 pf. 1 2O31 f. 7). 24 juni 1331 door heer Jan Rutgersz. van Leijden benoemd tot collator na Jans dood van diens St.Janskapelanie in St.Pieterskerk (Ke. 322 f. 6). 1 mei 1332 samen met zijn zoon Alewijn geadeld naar Zeeuws recht; 15 jan. 1351 bevestiging van deze adeldom (GvH. 3O3 f. 99, 3O5 f. 9v.). juli 1332 opdracht door Pieter van Leijden Jansz. van al zijn goederen aan hem en Gerrit Heinenz. Rottier om ze naar goeddunken te beheren; missch. trad hij op als Pieters voogd (GvH. 243 f. 93). Ontving 13 sep. 1345 voorrecht dat zijn goederen op zijn dochters of die van zijn zoon Alewijn mochten vererven bij gebrek aan mnl. erfgenamen (GvH. 218 f. 36). 22 okt. 1351 beleend door de graaf met leeftocht (drank, wild, enz.; GvH. 244 f 6.). 6 okt. 1352 riep de graaf zijn baljuwen, schouten en schepenen op om toe te zien dat de aan Gerrit verschuldigde renten op tijd werden betaald (GvH. 244 f. 18).

familie: noemde Willem ver Katrinenz. 11 juni 1345 neef (zie onder heerlijkheden). Tr. Machteld, ovl. voor 19 mrt. 1349, dr. van Aarnd van Leijden (zie ald.). Kinderen:

1. Alewijn Gerritsz., volgt III.

2. Gerrit Wissen, 13 okt. 1323 door zijn vader gelijftocht aan 5 £ uit de 15 £ rente die deze in leen hield van de graaf (GvH. 243 f. 38 II).

3. Aagte, verm. 2O nov. 1344, zou bij gebrek aan mnl. erfgenamen huis, hofstede en hoeve te Leiden in leen ontvangen, zoals haar vader (GvH. 218 f. 17v., d.i. Muller, Het Oude Register, 278, d.i. Van Mieris, Groot Charterboek, 687).

4. Volkwi, verm. 2O nov. 1344, zou bij gebrek aan mnl. erfgenamen de heerlijkheid Albrandswaard in leen ontvangen, zoals haar vader (ibidem).

5. Machteld, tr. voor 2 mrt. 1339 Jan van Zijl, ovl. tussen 1361 en 1364 (Heniger, 'Gerrit Alewijnsz.', 32). Bij hun huwelijk ontving zij van haar vader land onder Rijswijk (Kam, 'Van Zijl', 19O). Hij tochtte haar 9 juni 1359 aan de 1/2 van 8 morgen land, een boomgaard en een huis onder Haagambacht (de Broekwoning; GvH. 226 f. 23v.).

6. Dochter (identiek met Aagte?), tr. voor 19 mrt. 1349 Hendrik IJsbrandsz. van Alkemade (Ke. 322 f. 4, zie Van Alkemade).

 

III. HEER ALEWIJN GERRITSZ. VAN RIJSOIRDE

ovl. tussen 29 juni 1388 en 9 mei 139O (Gr.v.Blois 114 f. 2Ov., Nass. Dom. 44 (6461) f. 337v.)

functies: 1352-54 verm. als panetier van de grafelijke herberg (Van Riemsdijk, Tresorie, 399), bekleedde een schroodambt te Dordrecht (het eerst vrijkomende werd 27 okt. 1324 aan hem toegezegd; als zodanig verm. 25 sep. 1337 (GvH. 243 f. 48, 218 f. 37v.).

huisbezit: het Klokhuis te Leiden (geen belening aangetroffen, vgl. bij zijn vader en zoon Jacob). Hierop bezat Simon Frederik 1O s.g.g. rente, die hij op 12 p. na, 25 juli 1386 overdroeg aan het St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 12). Voor Alewijns huis aan St.Pieterskerkhof vgl. zijn landbezit (de grfl. hoeven te Leiden).

heerlijkheden: * 29 dec. 1351 het ambacht Rijsoord c.a. (GvH. 7O7 f. 2).

* Albrandswaard, hoog- en laaggerecht (vgl. bij zijn zoon, een belening van hem niet in de grfl. registers gevonden).

landbezit: * 9 morgen land aan Meerburger wetering, beleend door de graaf 29 dec. 1351, zoals hij het van Willem van Duvenvoorde hield; later in leen gehouden van de heer van de Lek (GvH. 7O7 f. 2; Nass. Dom. 44 (6461) f. 337v.).

* 29 dec. 1351 3O morgen land te Rijswijkerbroek,

* 17 morgen land te Koudekerk en

* 4 morgen land aan de Zijl te Warmonderbroek, grfl. lenen, afkomstig van

zijn moeder (GvH. 7O7 f. 2).

* wrsch. ca. 1354 in zijn handen: 24 morgen land te Rijsoord, * 24 morgen

land te Poortvliet,

* 13 morgen land te Hazerswoude en

* 5 1/2 morgen land te Zoeterwoude, grfl. lenen (belening niet aangetroffen, vgl. het landbezit van zijn vader en zoon).

* de grfl. hoeven binnen en buiten Leiden (geen belening aangetroffen, als boven; zie ook de rentmeestersrek. van Noord-Holl.).

* een zate land te Alphen, leen van Blois, verm. 14 nov. 1362 (Kort, 'Leenk. Blois', 34). rentebezit:

* 4 £ op de hoeven binnen en buiten Leiden,

* 3O s. op het Leidse Klokhuis en

* 1 £ 6 s. op het rentmeesterschap van Noord-Holland, grfl. lenen (vgl. het rentebezit van zijn vader en zoon, geen belening aangetroffen).

varia: kreeg 3 jan. 1352 toestemming van de graaf om poorter van Dordrecht te zijn en (naar believen) buiten die stad te wonen (GvH. 291 f. 7). Hield van de graaf leeftocht in leen (vgl. de beleningen van zijn vader en zoon) en van de graaf van Blois - reeds voor 14 nov. 1362 - een tiende te Bloemendaal bij Gouda en 6O hoenders op zes erfzaten te Gouda in leen (Kort, 'Leenk. Blois', 34 en 137; vgl. ook Gr.v.Blois 91 f. 16 en volgende rek.). Verm. als ridder sinds 14 nov. 1362 (Kort, 'Leenk. Blois', 34).

Pachtte 1385 van de graaf van Blois een tiende bij de Leidse stadspoort (Gr.v.Blois 112 f. 14).

familie: tr. Beatrix van de Merwede, begr. St.Pieterskerk te Leiden (DuO. 2O33 f. 7); tochtte haar 2O mei 1355 aan de mindere helft van 3O morgen land te Rijswijkerbroek, 4 morgen land aan de Zijl, 18 morgen land te Koudekerk en 9 morgen land aan Meerburger wetering (GvH. 244 f. 68v.); gaf haar verder 14 nov. 1362 lijftocht aan de mindere helft van een zate land te Alphen, die van 6O hoenders op zes erfzaten te Gouda alsmede van de tiende te Bloemendaal (opnieuw als weduwe 15 mrt. 1399 getocht; Kort, 'Leenk. Blois', 34 en 137). Beatrix was een dr. van heer Floris van de Merwede en Volkwi Jan heren Gillisz. (De Man, 'Van Rijsoorde', 88).

Kinderen:

1. Jacob van Rijsoirde, volgt IIIa.

2. Floris van Rijsoirde, volgt IIIb.

3. Volkwijf, tr. 1e Hubrecht van de Werve, bezitter van De Werve onder Voorburg, ovl. 1394-95 (Ga. 455 f. 46 en Secr. 84 f. 44), zoon van Jan van de Werve en Ermgard Gijsekijn Janz.dr. (Zijlstra, 'Van den Werve', 88; zie ook Van de Werve). Tr. 2e Kerstant van den Berghe, ovl. voor 22 feb. 1415, zoon van Jan Vlaminck Wouter Gerritsz.z. en Lijsbet van den Berghe (Hoek, 'Het huis Ten Berghe', 127-131).

4. Maria, non te Koningsveld, verm. 18 jan. 1414, bezat een lijftocht aan de heerlijkheid Albrandswaard, die zij behield toen haar broer deze heerlijkheid 18 jan. 1414 overdroeg (GvH. 23O f. 111v.); ovl. na 7 juli 1433 (Koningsveld 13O).

Bastaarden:

5. N.N., ovl. te Overschie tussen 28 jan. 14O4 en 26 jan. 14O5, zou bastaard zijn van heer Gerrit Alewijnsz. (GvH. 148O f. 4v.); dat moet een misvatting in de rekening zijn, Gerrit was nooit ridder en ook het moment van ovl. wijst op een latere generatie.

6. Dochter, verm. 26 mrt. 1415 (GvH. 2O5 f. 17Ov., d.i. Van Mieris, Groot Charterboek, IV 326).

 

IIIa. HEER JACOB VAN RIJSOIRDE

ovl. tussen 12 apr. 1429 en 3 mrt. 143O (DuO. 2O34 (7); GvH. 712 f. 117).

functie: dijkgraaf van Zwijndrecht, verm. 3 apr. 14O2 (GvH. 892 f. 113v.).

woonhuis: verm. als woonachtig te Leiden 139O en later (o.m. GvH. 7O8 f. 6). Parochiaan van St.Pieter (vgl. varia); woonde 1429 wrsch. te 's-Gravenhage (vgl. zijn testament).

huisbezit: het Klokhuis, grfl. leen, beleend met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 6).

heerlijkheden: * Rijsoord, 139O beleend met ledige hand door de graaf (GvH. 7O8 f. 6).

* Albrandswaard, hoog- en laaggerecht, beleend met ledige hand door de graaf 139O, 18 jan. 1414 opgedragen t.b.v. een ander (ibidem; GvH. 23O f. 111v.).

* 22 feb. 14O6 Strevelshoek c.a. (d.i. 1/16 van Zwijndrecht), grfl. leen (GvH. 23O f. 2Ov.).

landbezit: * 17 morgen land te Koudekerk,

* 3O morgen land te Rijswijkerbroek,

* 24 morgen land te Rijsoord,

* 4 morgen land achter de Zijl te Warmonderbroek, onder Alkemade,

* 24 gemeten land te Poortvliet,

* 3O morgen land te Zoeterwoude (bij zijn grootvader onder Hazerswoude verm.),

* de grfl. hoeven binnen en buiten Leiden (de graaf wees hiervan 6 juni 14OO een erf aan het Leidse begijnhof toe, met schadeloosstelling voor Jacob; GvH. 228 f. 389); met alle zeven genoemde grfl. lenen 139O beleend met ledige hand (GvH. 7O8 f. 6).

* 5 1/2 morgen land te Boschuijsen onder Zoeterwoude, 139O door de graaf beleend met ledige hand; 6 juni 14O9 ten vrij eigen ontvangen (GvH. 7O8 f. 6 en 23O f. 55v.).

* 9 mei 139O 9 morgen land aan Meerburger wetering te Zoeterwoude, leen van de Lek (Nass. Dom. 44 (6461) f. 337v.).

* 14 nov. 1391 32 morgen land (de Acht Hoeven), onder Leiderdorp, leen van de Utrechts domproostdij, 1 dec. 14OO en 26 aug. 1416 beleend met ledige hand; droeg het leen 4 aug. 1427 op tb.v. een ander (Hoek, 'Domproostdij', 21).

* land te Voorschoten, verm. in een belending (Ga. 456 p. 214). * 2 morgen land op het einde van St.-Pietershoeve, verhuurd, 21 dec. 1416 afschatting van de huurachterstand (RA. 5O f. 159v.).

* een zate land te Alphen (Kort, 'Leenk. Blois', 34). rentebezit: * 4 £ op de hoeven binnen en buiten Leiden;

* 3O s. op het Leidse Klokhuis;

* 1 £ 6 s. op het rentmeesterschap van Noord-Holland; beleend met deze drie renten door de graaf met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 6). stichting: 1 sep. 1417 een kapelanie in St.Pieterskerk gewijd aan St.Jan Apostel en Evangelist en St.Appolonia, ter gedachtenis van wijlen zijn broer Floris, gesticht met goederen gekocht van het zoengeld betaald voor de moord op deze. Stelde tot bedienaar zijn neef Jan Jansz. van Alkemade aan, clericus, op voorwaarde dat deze binnen drie jaar priester werd. De stichtingsakte werd bezegeld door Gerrit van Zijl, ridder, Willem van Alkemade en Jan van Leijden, zijn vrienden en magen (Ke. 322 f. 29v.-3Ov.). varia: stond 1392 met zijn broer Floris borg voor Wolbrand Keijsersz. bij de verzoening inzake Jan Hellebrekers dood (Blok, Rechtsbronnen, 35 en Rek. Lei., I 15); hield van de graaf na zijn vaders dood leeftocht in leen; beleend met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 6); ook van zijn vader afkomstig waren twee Bloise lenen: een tiende te Bloemendaal bij Gouda en 6O hoenders op zes erfzaten te Gouda (Kort, 'Leenk. Blois', 34 en 137; vgl. ook Gr. v. Blois 115 en volgende rek. en inv. nr. 211). Werd 5 mei 14OO opgeroepen tegen de Friezen te strijden met 4 gewapenden (GvH. 371 f. 1v.-2); ridder, verm. 1 dec. 14OO (Hoek, 'Domproostdij', 21). Ca. 14OO bepaalde het gerecht dat hij tot 1 mei d.a.v. geen kerkgeld hoefde te betalen samen met allen die tot zijn huis behoorden, vanwege het erf dat St.-Pieterskerk van hem had (Secr. 84 f. 1). Testeerde 12 april 1429, wilde in St.-Pieterskerk te Leiden begraven worden; aan de Haagse pastoor diende voor zijn uitvaart te worden betaald (DuO. 2O34 (7) ).

familie: tr. 1e Margriet, dr. van Godschalk van Brakel, tochtte haar 22 aug. 1393 voor 1OO Dordste gld. aan zijn leengoederen (GvH. 228 f. 93v.);

tr. 2e Marie, dr. van heer Hendrik van Montfoort, tochtte haar 1 dec. 14O1 voor 8O en 75 Wilhelmus Dordtse gld. aan zijn leengoederen (GvH. 228 f. 436); ovl. na 18 jan. 1414 (GvH. 23O f. 111v.). Bastaarddochter: 1. Beatrix, behield 18 jan. 1414 bij de overdracht van Albrandswaard door haar vader de 23 gemeten land die zij daar bezat (GvH. 23O f. 111v.).

 

IIIb. FLORIS VAN RIJSOIRDE

vermoord 1395-96.

varia: 1392 betrokken bij de moord op Jan Hellebreker te Leiden; toen i.v.m. deze moord aan Wolbrand Keijsersz. werd opgedragen om 2OO zielmissen te houden en kloosterwinning te doen, stond Floris borg met zijn broer Jacob (Blok, Rechtsbronnen, 35, Rek. Lei., I 15); 6 aug. 1392 vond een verzoening plaats tussen Floris en Wolbrand Keijsersz. enerzijds en Claas Jansz. Vos anderzijds (RA. 2 f. 134). Floris werd 24 dec. 1394 opgeroepen om naar 's-Gravenhage te komen omdat hij in de grfl. duinen had gejaagd (GvH. 125O f. 56). Wegens de moord op hem verbleven 15 mei 1396 aan de graaf voor genoegdoening inzake zijn dood: heer Philips van Wassenaer, heer Daniel van de Merwede, heer van Stein, heer Dirk van Wassenaer, Floris' broer Jacob van Rijsoirde, Jan van Zijl, Jan van Rosendael, Jan van Leijden en Dirk Hoogstraat en op 4 juni 1396 bovendien de broers Willem, Jan en Dirk van Alkemade, Dirk van de Werve, IJsbrand van Leijden, de broers Jacob en Jan van der Duijn, Andries Philipsz., Jacob Willemsz. en zijn broer Gijsbrecht, Andries Jacobsz., Jan Trudenz., zijn broer, Pieter Linnaartsz.

- ook voor zijn broer Herman -, Huge Claasz. van der Burch, Poes Jan Pietersz.z., Jan Heinenz., Willem Wissenz., Jan Jacobsz., Gerrit Hoogstraat en Jan van Leeuwen, broers, alsmede Huge Doedijnsz. (GvH. 199 f. 14v.). 3 jan. 1397 kwam een verzoening tot stand; de schuldigen Willem Heinenz. en Willem Hermansz. zouden resp. 4OO en 2O0 Dordtse gld. aan Floris' magen uitkeren en verder 500 zielmissen laten lezen, kloosterwinning doen en een voetval in de Haagse kerk maken met 200 man. Hertog Albrecht zou een kapelanie stichten waarvan Jacob van Rijsoirde collator werd. Bij de verzoening waren als magen van vaderszijde van Floris betrokken: de broers Willem, Jan en Dirk van Alkemade, Jan van Zijl, Jacob en Jan van der Duijn, Jan van Leijden, Dirk van de Werve en IJsbrand van Leijden, broers, Dirk Hoogstraat, Gerrit Hoogstraat en Jan van Leeuwen, diens broer; Pieter Dirk Alewijnsz.z., Hendrik Claasz., Andries Philipsz., Jacob Willemsz., diens zoon Gijsbrecht, Huge Claasz. van der Burch, Poes Jan Pietersz.z., Jan Hendriks z., Andries Jacobsz., Jan Trudenz., zijn broer, Herman Linnaartsz., Pieter Linnaartsz., Huge Doedijnsz., Willem Wissenz. en Jan Jacobsz. Van moederszijde werden als magen vermeld: de burggraaf van Leiden, heer Daniel van de Merwede, heer Dirk van Wassenaer, Jan van Rosendael, zoon van de deken, Gillis en Godschalk, zijn broers, Coenraad Sasse heren Coenraadsz. en Coen, zijn zoon (GvH. 199 f. 26v.). Pas 26 mrt. 1415 kwam een definitieve verzoening tot stand, bewerkstelligd door arbitrage van Jan Hugenz. te Delft en Pieter Buijtewech, namens Floris' magen en Floris van Tol, namens Willem Heinenz.'s magen alsmede Gerrit van Boschuijsen namens Willem Hermansz.'s en Willem Heinenz.'s magen. Als overman trad Willem Eggert, grfl. tresorier op. Zij deden niet alleen uitspraak in de moord op Floris maar ook in de moord daarna op een van de schuldigen, Willem Heinenz. (zie ook ald.). Ter verzoening verbleven aan de graaf: heer Jacob van Rijsoirde c.s. enerzijds en anderzijds Dirk van Oestgeest, Albrecht van den Bosch, Buen Jansz. c.s. en Willem van Boschuijsen c.s. Willem Hermansz.'s magen zouden 400 zielmissen houden voor Floris van Rijsoirde en kloosterwinning doen tussen Maas en Zijpe, 1000 Franse kronen betalen en bovendien 360 nieuwe Hollandse schilden t.b.v. de stichting van een kapelanie ter gedachtenis van Floris van Rijsoirde. Tenslotte dienden zij uitreikingen van geld te doen aan Floris' magen, o.w. diens bastaardzoon en -zuster. Daarnaast werd van hen boetedoening in de Leidse St.-Pieterskerk verlangd. Voor de betalingen stonden borg: vanwege de magen van moederszijde van Willem Hermansz.: Willem van Boschuijsen, IJsbrand van der Laen, Oude Hendrik Hermansz., Simon Frederik Gerrit Emmenz.z.; vanwege diens vader: Willem van Boschuijsen, Bertelmeeus Jansz. die Brouwer, Jonge Hendrik Hermansz. en Willem Simonsz. Van volkomen verzoening zou pas sprake zijn als de maag tot achterzusterkind toe van Willem Heinenz. een bedevaart had gemaakt naar St. Jacob (Santiago de Compostella) en eveneens t.b.v. Floris' ziel naar Jeruzalem, behalve wanneer het geslacht Van Rijsoirde verlichting toestond.

Tenslotte werd aan 4 magen uit 6 van Willem Hermansz. opgedragen ter bedevaart te gaan naar Soissons (het betrof Boudijn van Zwieten, Dirk van Oestgeest, Albrecht van den Bosch, IJsbrand Strevelant Jansz., Buen Jansz. en Willem Rondiel) (GvH. 2O5 f. 17O-171, d.i. Van Mieris, Groot Charterboek, 325-326).

familie: zie hiervoor; bastaardzoon:

1. N.N., zie hoger.

 

Tot het geslacht van Gerrit Alewijnsz. behoorde:

 

PIETER DIRK ALEWIJNSZ.Z.

functies: schepen 1394-95, 1414-15, kerkmr. van St.-Pieter 1398-99, 99-14OO, kerkmr. van O.L.V.kerk 14O7-O8.

beroep: wrsch. drapenier; reisde 1395 naar Calais (Secr. 84 f. 1v.).

woonhuis: een huis en erf aan het Rapenburg, verm. 1417-18 (Ke. 323 (11) f.

43v.); was hij ald. 9 feb. 1386 belender in Gerrit Betkijnssteeg? (Secr. 1423).

huisbezit: 15 juli 14O3 een huis en erf aan Jan Vossensteeg (RA. 5O f. 42).

landbezit: 18 morgen land in Achthoven, Leiderdorp, leen van de Utrechtse Domproostdij (22 juli 14O1 was dit leen in handen van Dirk Alewijnsz.; Hoek, 'Domproostdij', 14).

schenking: 14O9-1O een som gelds aan St.Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 13v.).

varia: zegel: een keper vergezeld van 3 (eike?)bladeren (Ke. 545, 5 dec. 1414). Beloofde 29 juli 1397 vrijwaring t.b.v. Claas Adenz. (RA. 5O f. 15v.).

familie: zijn vader was wellicht de Dirk Alewijnsz. die 11 juli 1361 een aankoop deed met Dirk van Zijl t.b.v. Aagte van Leijden en Agniese van Zijl, zusters te Koningsveld (Koningsveld 87). Trad 3 jan. 1397 op als maag van het vaderlijk vierendeel van wijlen Floris van Rijsoirde (zie ald.). Tr. Claar (Ke. 7 f. 56v.). Kinderen:

1. Pieter

2. Lijsbeth, zij hadden samen 8 1/2 nobel lijfrente t.l.v. de stad Leiden, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19).

  

COPPE VAN ALFEN

functie: schepen 1295-96, 1311-12.

woonhuis: missch. aan de Breestraat; belender aan een ongenoemde straat aan Gerrit Gorisz. van der Bregghes huis en erf, deze woonde aan de Breestraat, zie ald.; op dit huis vestigde hij 11 mrt. 1312 2O s. rente t.g.v. Huge van der Bregghe (Ga. 455 f. 7).

familie: zoon:

1. Dirk Coppenz. van Alfen, was 1343 achterstallig in de betaling van de hofstedehuur te Leiden aan de graaf (sedert 1334; Hamaker, Rek. Holl., II 38). Zijn zoon was missch.:

a. Cop van Alfen, verm. 1372-74 (RA. 2 f. 12 en 25, Secr. 19 f. 33).

  

VAN ALKEMADE

Alleen de bij het patriciaat betrokken leden zijn hierna uitgebreid opgenomen.

N.B. De publicatie van een volledige genealogie van deze familie, opgesteld door J.C. Kort, is op handen.

I. IJSBRAND VAN ALKEMADE HENDRIKSZ. alias VAN POELGEEST

huisbezit: 6 nov. 1335 een huis en hofstad te Marendorp, leen van de burcht, belendend ten n. en z. hijzelf (Hoek, 'Wassenaar', 1O2).

landbezit: o.m. 1 juni 132O het huis te Poelgeest c.a. (d.i. Alkemade of Oud-Poelgeest), opnieuw 31 mrt. 1333 beleend (Ibidem, 122). familie: tr. Katrine, dr. van heer Dirk Zaij (Ibidem, 84 en De Keijzer, 'Stamreeks Crooswijk', 27). Kinderen:

1. Hendrik van Alkemade IJsbrandsz., volgt IIa.

2. IJsbrand van Alkemade IJsbrandsz., volgt IIb.

3. Jan van Alkemade IJsbrandsz.

ovl. voor 141O (Marsilje, Het financiele beleid, 321 en 323).

functies: schepen 1381-82, 82-83, 91-92; burgemr. 1387-88, 88-89 en 92-93.

landbezit: * 24 juli 1367 2 1/2 tot 3 morgen land te Poelgeest, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 556).

* 17 hond, 11 gaard land te Oegstgeest (de Lange Wante), 15 feb. 1383 verkocht (Ga. 456 p. 273).

* 14 morgen land onder Kethel, leen van de burcht, voorheen in handen van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 84).

rentebezit: 1 £.g.g. op een huis en erf te Marendorp, belendend aan o.m. het huis van IJsbrand van Alkemade; 9 juni 1363 samen met zijn broer Jacob verkocht (Secr. 1499).

* 1O s.g.g. op 1 morgen land te Oegstgeest, verkocht aan de Leidse H. Geest 3O jan. 1387 (W. 1 f. 6O).

borgstelling: 7 nov. 1393 Dirk van Zijl (Secr. 19 f. 98; of betrof het hier Jan Hendriksz.?).

varia: wrsch. Jan van Alkemade 'die hinckende', die 6 okt. 1367 Leids poorter werd met 1OO £ en Claas die Hoesch als borg; later werd hij van het poorterschap vervallen verklaard, maar 26 mrt. 1379 opnieuw poorter met 6O £ en Claas van de Werve als borg (Secr. 19 f. 12 en 46).

familie: zoon:

a. Aarnd van Alkemade Jansz.

functie: schout van Oegstgeest, verm. 14O3-24 (Klo. 297, 298, Huffer, Bronnen, I reg. 583, 595, 6O1-6O3, 6O8, 6O9, 621, 622, 661, 667, 671 en 68O).

landbezit: * 2 1/2 tot 3 morgen land te Oegstgeest, burchtleen (Hoek, 'Wassenaar', 556).

* 5 1/2 hond, 6 gaard, 8 voet broekland; 6 1/2 hond, 6 gaard, 8 voet geestland en 1 hond, 17 gaard en 8 1/2 voet broekland, 1395 afgestaan aan de stad Leiden voor de aanleg van de nieuwe steenweg naar Oegstgeest, voor resp. 83 £ 3 s. 4 p.; 43 £ 12 s. 8 p. en 26 £ 15 p. (Secr. 84 f. 259).

varia: Leids poorter 2O sep. 1393, borg: Dirk van Alkemade (Secr. 19 f. 98).

familie: tr. Adriana (Secr. 997 f. 17).

Willem van Alkemade Jansz., die 8 okt. 1412 Leids poorter werd (Secr. 2O f. 44), was missch. een zoon van hem dan wel van Jan van Alkemade Hendriksz.

4. Jacob van Alkemade

ovl. voor 1O juni 1382 (Ga. 455 f. 79v.).

rentebezit: 1 £ op een erf te Marendorp, samen met zijn broer Jan bezeten (zie ald.).

familie: tr. voor 27 nov. 1375 (Ke. 758) Geertruud, verm. 10 juni 1382, 15 feb. 1383 en 9 mei 1393 (Ga. 455 f. 79v., 456 p. 273 en W. 1 f. 79v.; zij tr. eerder N.N., Ke. 758). Dochter:

a. Jutte, bezat 31 mei 1412 een rente van 16 comans groten met houde op een huis en erf te Marendorp (Secr. 1506).

 

IIa. HENDRIK VAN ALKEMADE IJSBRANDSZ.

functie: heemraad van Rijnland, verm. 4 aug. 1363 (Hhr. Rijnland 1 f. 9v.).

woonhuis: missch. aan de Breestraat bij de Maarsmansteeg (zie rentebezit).

huisbezit: een huis te Marendorp, burchtleen (vgl. zijn vader en zoon als

leenman, belening van hemzelf niet overgeleverd).

landbezit: o.m. de woning te Poelgeest met 26 morgen land, burchtleen (Hoek, 'Wassenaar', 122).

rentebezit: 6 dec. 1348 1 £.g.g. op een huis en erf bij de Rijn en de Grote Brug, wrsch. bij de verkoop op dit huis gevestigd. In de voorwaarden bij de rentebrief vermelding dat wanneer Hendrik van Alkemade tot bouwen ter plaatse overging, of wanneer brand uitbrak, hij even ver van de steengevel van het betrokken huis zou blijven als op dat moment (Ke. 417 f. 16Ov.).

varia: zegelde 19 mrt. 1349 t.b.v. zijn schoonvader Gerrit Alewijnsz. (Ke. 322 f. 4).

familie: tr. een dochter van Gerrit Alewijnsz. (Ke. 322 f. 4, zie ald.).

Kinderen:

1. Willem van Alkemade Hendriksz.

ovl. tussen 16 mei 1421 en 19 jan. 1424 (Hoek, 'Wassenaar', 1O2).

huisbezit: een huis te Marendorp, beleend 16 mei 1421 (Hoek, 'Wassenaar', 1O1).

landbezit: o.m. de woning te Poelgeest met 26 morgen land, burchtleen, beleend 16 mei 1421 (ibidem).

varia: bezegelde 11 sep. 1417 de kapelaniestichting door heer Jacob van Rijsoirde (Ke. 322 f. 3O).

familie: was 1397 onder de magen van Floris van Rijsoirde (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.). Dochter:

a. Aagte (Hoek, 'Wassenaar', 1O2).

2. Jan van Alkemade Hendriksz.

functies: schout van Oegstgeest verm. 3O sep. 1376- 8 sep. 139O (Ke. 9O4, 76O, Ga. 456 p. 273, Secr. 1694, Huffer, Bronnen, reg. 519); baljuw van Kennemerland en Friesland verm. feb. 14O1 en 15 mrt. 14O2-14O4 (GvH. 1255 f 3v., 892 f. 113, Scheffer, Beveelboeken, I 65); ontving 7 juni 1392 het bodeambt en het pluimgraafschap van Wieringerland voor het leven (GvH. 228 f. 38v.); verm. als schout van Wieringen 1394 (GvH. 1249 f. 12).

woonhuis: te Marendorp ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, 325; een Jan van Alkemade was 29 okt. 14O4 belender in O.L.V.parochie, Klo. 147); 14 feb. 1391 vermelding van een rente van 4 s.g.g. met houde die heer Philips Gerrit Doedenz.z. had op zijn huis, wrsch. aan de Breestraat bij de Maarsmansteeg (Ke. 322 f. 13v., zie Gerrit Zeveritsz. c.s.).

landbezit: * o.m.: land te Leiden, binnen Rijnsburgerpoorthuis, uitgege ven tegen een rente van 6 £ 14 s.pay.; 1/2 morgen 1O gaard land daarvan gaf hij vr 15 sep. 1413 uit, tegen een rente van 6 £ 14 s.pay. Ook renten van 15 £ 1O s.pay. en 1 £.g.g., de laatste t.l.v. Claas Jansz. Vos, zullen voortvloeien uit landuitgifte ter plaatse (Secr. 1762, Klo. 15O, Ga. 456 p. 69).

rentebezit: zie hoger.

varia: (niet zeker of het hem dan wel Jan van Alkemade IJsbrandsz. betreft) 3 mrt. 1391 executeur-test. van heer Aarnd Zwaluwairt (W. 1 f. 71); 25 nov. 1395 zegelde hij t.b.v. zijn neef en neefzegger heer Jan Willem Jan Mansz.z. (Ke. 953).

familie: was 1397 onder de magen van Floris van Rijsoirde (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.). tr. Godelde Huge Boeijendr., ovl. voor 15 sep. 1413, toen Jan verklaarde hun 4 kinderen 2OO Eng. nobel voor hun moederlijk erfdeel schuldig te zijn; daarvoor gaf hij hun 4 renten op land te Leiden (zie landbezit). Kinderen:

a. Willem van Alkemade Jansz.

beroep: wrsch. drapenier (GvH. 211 f. 71 en 212 f. 47).

rentebezit: * een lijfrente van 1O nobel t.l.v. de stad Leiden, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 22).

b. Jan van Alkemade Jansz.

functie: clericus, 11 sep.1417 aangesteld tot kapelaan van een door Jacob van Rijsoirde gestichte kapelanie, mits hij binnen 3 jaar priester werd (Ke. 322 f. 3O).

c. en d. Kinderen, verm. 15 sep. 1413 (zie hoger).

3. Dirk van Alkemade, volgt IIIa.

4. Bartraad van Alkemade Hendriksdr.

ovl. na 3O mei 1394 (Hoek, 'Hontshol', 249); tr. 1e Pieter van Leijden Jansz. (zie Van Leijden); tr. 2e Dirk Willemsz. van der Goude, die haar 25 mei 1372 tochtte aan een 1/2 hoeve in het land van Stein en in de Oude Gouwe, strekkend tot Bloemendaal (Kort, 'Leenkamers Blois', 383).

5. Haasken van Alkemade Hendriksdr.

ovl. tussen 5 apr. 1416 en 7 feb. 1421 (Ke. 322 f. 27, Ga. 98O f. 1Ov.).

Leids poorteres 31 aug. 1381, borg: haar broer Willem van Alkemade, en opnieuw 13 feb. 14O6, borg: Gerrit van Oestgeest Willemsz. (van Alkemade) (Secr. 19 f. 55 en 2O f. 23v.). tr. Floris van der Duijn (Ke. 322 f. 27, Hoek, 'Egmond in Delfland', 116).

Tot een kind van 1, 2 of 3 behoorde vermoedelijk IJsbrand van Alkemade, priester, vicaris van een van heer Pieter van Leijdens vicarieen 21 okt. 1428; hij is waarschijnlijk dezelfde als de vicaris van de H. Kruisvicarie, gesticht door Katrine Poes, verm. 14O5-O6 (Holtkamp, Registers, 3O).

 IIIa. DIRK VAN ALKEMADE HENDRIKSZ.

landbezit: * 6 morgen, 2 1/2 morgen en 5 1/2 morgen land te Alphen, 3O juni 141O verkocht aan het Regulierenklooster te Leiderdorp; verkregen door huwelijk (Klo. 624, zie Gode).

* 6 morgen land te Maasland, 23 feb. 1418 aan St.Catharinagasthuis gegeven in ruil voor een lijfrente voor hemzelf en zijn echtgenote van 1 gouden Eng. nobel alsmede 1O s.pay. rente voor St.Pancraskapittel voor memoriediensten als een van beiden overleed. De bedongen lijfrente verviel na hun dood aan het gasthuis voor memoriediensten (Ga. 446; Ke. 416 f. 56v.).

varia: is waarschijnlijk degene die 13 dec. 1384 poorter werd met 24 £, borg stond

Baarnd Jansz. (Secr. 19 f. 61v.). 1399 verm. als welgeborene te Oegstgeest (GvH. 368 f. 9v.).

familie: was in 1397 onder de magen van Floris van Rijsoirde (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.) tr. Lijsbeth Jan Godendr., ovl. als weduwe voor 26 feb. 1437 (Klo. 624, Ga. 44O f. 6; zie Gode). Kinderen:

1. Dirk van Alkemade Dirksz.

ovl. 1436 (Ke. 415 f. 11v.).

functies: kerkmr. van O.L.V.kerk 1395-96, 96-97, schepen 14O7-O8, O8-O9.

huisbezit: 29 juli 1397 een huis en erf te Leiden, voor 62 £.pay. gekocht en direct doorverkocht (RA. 5O f. 15v.).

landbezit: * 3 morgen land onder Alphen, verworven door huwelijk, 3O mrt. 14O1 verkocht aan zijn schoonvader Dirk Nuweveen, met vrijwaring door zijn vader Dirk (Klo. 623).

* 25 okt. 1411 1/2 raam, gekocht voor 1O nobel (RA. 5O f. 117v.).

rentebezit:

* een rente op een huis en erf aan de Rijn; ... Apostel 1419 verkocht; de rente had hij geerfd van zijn schoonmoeder (Ke. 58).

* 12 jan. 14O8 een pandbrief van 2 s. 1 halling pay. op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 65).

* 31 jan. 141O een pandbrief van 17 p.pay., 9 mrt. 141O afgeschat (RA. 5O f. 98).

* 16 mrt. 1411 schuldbrief van 14 nobel, 25 okt. 1411 afgeschat (RA. 5O f. 117).

borgstelling: * wrsch. de Dirk van Alkemade die 2O sep. 1393 borg stond voor Aarnd van Alkemade (Secr. 19 f. 98).

* beloofde 19 apr. 1415 vrijwaring t.b.v. Jan Jan Simonsz.z. die stielgancmaker (Secr. 1616).

familie: tr. Mercelie, dr. van Dirk Nuweveen (zie ald.).

 

IIb. IJSBRAND VAN ALKEMADE IJSBRANDSZ. (patronym: GvH. 122O f. 34) ovl. voor 15 juli 1371 (Ke. 493 f. 63v.).

functies: schout van Oegstgeest, verm. 18 dec. 1356-11 nov. 1357 (Huffer, Bronnen, I reg. 3O8, Nass. Dom. 1282; Hoek, 'Wassenaar', 638).

huisbezit: te Marendorp 9 jan. 1363 verm. van zijn huis en erf in een belending (Secr. 1499).

rentebezit: * 1 feb. 135O een rente op land te Rijnsburg (Huffer, Bronnen, I reg. 281).

familie: tr. Margriet van Oestgeest Gerritsdr., ovl. na 1O juni 1382

(Rijnsburg 13O f. 66, Ke. 493 f. 63v., Ga. 455 f. 79v.). Kinderen (volgorde onzeker):

1. Willem van Alkemade IJsbrandsz., volgt IIIb.

2. Alvaart van Alkemade, verm. 8 apr. 1378 (Hoek, 'Wassenaar', 567). Was 1384 betrokken bij de moord op de Leidenaar Claas Colijn te Valkenburg (zie hfdst. 5).

3. Elisabeth (Ke. 322 f. 27).

 

IIIb. WILLEM VAN ALKEMADE IJSBRANDSZ.

functie: schout van Leiden 138O.

landbezit: * 9 dec. 1385 7 1/2 hond land met de woning en 1 morgen aan de Rijn, leen van de Lek (Nass. Dom. 6461 (44) f. 342).

* 5 hond land bij Endegeest te Oegstgeest, beleend door de burggraaf 8 apr. 1378 na opdracht uit eigen (Hoek, 'Wassenaar', 553).

* (of Willem van Alkemade Hendriksz.) 1 morgen land te Zoeterwoude gelegen langs de Krijthoeve, 13 sep. 1376 verkocht aan St.Pancraskapittel (Ke. 493 f. 67).

varia: trad 15 juli 1371, 7 apr. 1378 en 1O juni 1382 op t.b.v. zijn moeder (Ke. 493 f 63v., Rijnsburg 13O f. 66, Ga. 455 f 79v.). 1384 betrokken bij de moord op de Leidenaar Claas Colijn te Valkenburg (zie hfdst. 5).

familie: kinderen:

1. IJsbrand van Alkemade, ovl. 28 nov. 1443 (Ke. 416 f. 77).

landbezit: * een woning op de Mersch te Oegstgeest met land daarbij; verm. 11 mei 1427 (Ke. 416 f. 77).

* 4 morgen land te Oegstgeest, (afkomstig van zijn overgrootvader Gerrit van Oegstgeest, (opnieuw) beleend door de burggraaf 12 mei 1421 (Hoek, 'Wassenaar', 557).

borgstelling: 1 sep. 1417 en 3O dec. 1417 Pieter Rijswijc (GvH. 2O7 f. 7v. en Secr. 2O f. 53).

stichting: 5 april 1416 samen met zijn broer Gerrit van Oestgeest een kapelanie ter ere van St.Jan Evangelist en St.Silvester in St.Pieterskerk. Zij schonken hieraan 2 1/2 morgen in de Voirvenne aldaar. De collatie zou zijn voor IJsbrand en zijn nageslacht. Tot kapelaan stelden zij IJsbrands zoon Willem van Rietwijk aan (Ke. 322 f. 27). Tevens schonk IJsbrand aan deze kapelanie een rente van 12 gouden Franse kronen op 11 morgen land te Oegstgeest (Ke. 322 f. 28).

varia: kocht 14O3-O4 een kerkstoel in St.Pieterskerk te Leiden (Ke. 323 (6) f. 15). 5 feb. 1415 poorter met 4O £, borg stond Gerrit die Bruun Dirksz. (Secr. 2O f. 53).

familie: tr. 1e Aagte Willemsdr. van Rietwijk (GvH. 23O f. 25 en Hoek, 'Wassenaar', 557). tr. 2e Hillegond Willem IJsbrandsz.dr. (Ke. 416 f. 77, De Man, 'Van Berendrecht', 99; zie Willem IJsbrandsz. c.s.).

Kinderen (uit 1e huwelijk):

a. Willem van Rietwijk

functie: clericus, aangesteld tot kapelaan van de door zijn vader en oom gestichte kapelanie 5 apr. 1416 (Ke. 322 f. 27), als zodanig verm. 1419-2O (Holtkamp, Registers, 42).

(uit 2e huwelijk):

b. Hendrik van Alkemade, verm. 11 mei 1427 (Ke. 416 f. 77).

2. Gerrit van Oestgeest Willemsz.

functies: kerkmr. van St.Pieter 1414-15; schepen 14O9-1O.

beroep: korenkoper (14O5-18; Ga. 334 (13) f. 14v., (25) f. 25v.; Secr. 84 f. 78v. en Lhorst. 2O f. 22v.), bierkoper (1418-19; Ga. 334 (27) f. 25v.).

woonhuis: in St.Pietersparochie (vgl. functie).

huisbezit: 27 sep. 1416 een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 154).

rentebezit: * 14O5 6 1/2 nobel lijfrente samen met zijn vrouw, t.l.v. de stad Leiden; losbaar met 5O nobel (Secr. 8O f. 68v.; 513 f. 18v.).

* 1 Eng. nobel met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 1417-18 (RA. 5O f. 182.).

borgstelling: * 13 feb. 14O6 Haasken van der Duijn (zie hiervoor, IIa, 5, Secr. 2O f. 23v.).

* 29 okt. 14O7 Dirk Hendriksz. van Alkemade en Coen van Oosterwijc (Secr. 2O f. 27v.).

* 16 mei 14O9 Jan Willem Pietersz. op die Mersch (Secr. 2O f. 33v.).

* 21 okt. 1413 Gijsbrecht Valc (Secr. 2O f. 45v.).

* beloofde 29 okt. 141O vrijwaring t.b.v. Jan Taeij (Ke. 841).

varia: werd 17 nov. 14O2 Leids poorter met Floris Paedse als borg (Secr. 2O f. 12v.). Pachter van de Leidse gruit 14O2 en 14O3, van de hop 1418 (GvH. 1479 f. 12, 148O f. 12 en 1492 f. 9v.); pachter van de Leidse vleesaccijns 12 sep. 1413-14 (Rek. Lei., I 219).

familie: tr. Kerstijn, ovl. na of in 1412-13 (Secr. 513 f. 18v., zie rentebezit).

3. Margriet, tr. Huge van Zwieten (meded. J.C. Kort; zie Pieter Gobburgenz. c.s., Vb.).

 

Uit de tak van het geslacht Van Alkemade, die stamde uit Floris van Alkemade en Catharina Claas Magnusdr., kwamen de priester heer Floris van Alkemade, Dirk van Alkemade c.s. en de ridder heer Floris van Alkemade c.s. voort (bron, voor zover niet verm., aantekeningen van J.C. Kort); zij zijn hierna in die volgorde vermeld.

 

HEER FLORIS VAN ALKEMADE (wrsch. zoon van Floris van Alkemade en Catharina Claas Magnusdr.)

ovl. na 22 mrt. 1372 (Ke. 415 f. 36v.)

functies: mr. in art., vanaf 29 nov. 1362 regent van de Anglicaanse natie aan de universiteit van Parijs (Denifle, Auctarium, I 276, 3-5, Brom, Bullarium, II 126) ; procurator ald. 1O mrt. 1363-7 apr. 1363 (Denifle, Auctarium 281, 25-31, 282, 25-31); kapelaan te Warmond, verm. 29 nov. 1362 (Brom, Bullarium, II 126); pastoor van St.Pieterskerk, weigerde 16 sep.

137O met medecureit Philips Jansz. zijn pastoorschap aan de Duitse Orde over te geven (DuO. 6O8); 14 mrt. 1371 volgde arbitraire uitspraak in deze kwestie; hij zou zijn ambt uit naam van de Duitse Orde uitoefenen (DuO.

6O9); 2O juni 1371 nog in functie (DuO. 2O12).

opleiding: studeerde te Parijs, 1358 studie voltooid en baccal., 1358 ook licent.; mr. in art. verm. 18 en 27 nov. 1362 (Denifle, Auctarium, I 227, 35-7, 229, 4-5, 23O, 1-2, 277, 34 en 36; Denifle, Chartularium, III 82 en 92).

rentebezit: * 15 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat, hem aanbestorven van wijlen zijn zuster Machteld en na uitkoop van zijn broers en zusters; 1 feb. 1367 verkocht (Ke. 415 f. 11).

* renten afkomstig van zijn zuster Machteld, echtgenote van Pieter van Haerlem (vermoedelijk alle met het recht van de houde, zie bepaling hierna):

* 5 s. 6 p.g.g. op een hoekhuis en erf bij de Steenschuur (op Stienbregghe).

* 2 s. 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat.

Beide renten 22 mrt. 1372 overgedragen, t.b.v. memorie van heer Jan Gode, Floris zelf en zijn zr. Machteld (Ke. 415 f. 36v.).

* 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat.

* 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Zegherssteeg.

* 12 p.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht;

met hoger genoemde 2 renten 14 mrt. 1373 overgedragen t.b.v. genoemde memoriediensten. In een transfix bij deze akte staat vermeld dat van de hofsteden die Pieter en Dirk van Haerlem en Machtelds erfgenamen gemeen bezaten en waaraan 'houde' verbonden was, deze aan Pieter zou behoren, die echter geen 'gift' mocht geven buiten medeweten van zijn zoon Dirk en

Machtelds erfgenamen (Ke. 415 f. 36v.).

varia: 29 nov. 1362 verzocht de dekaan van Utrecht de paus om voor Floris een beneficie te reserveren behorende tot het kapittel van St.Marie te Utrecht (Brom, Bullarium, II 126).

 

I. DIRK VAN ALKEMADE

tr. 2e Fie Hugendr.

Uit dit huwelijk:

1. Dirk van Alkemade Dirksz., volgt II.

2. Fie, tr. Frank IJsac (zie ald. en vgl. Kam, 'Memorieboek', 174-175 en Ga. 44O f. 26; de afstamming valt af te leiden uit het feit dat Alijd van Alkemade Dirksdr. haar nicht was, zie ald.).

 

II. DIRK VAN ALKEMADE DIRKSZ.

ovl. voor 6 mei 1419. Hij of zijn zoon Dirk werd 14 juni 14O2 Leids poorter met 6O £, borg stond Hendrik van der Does (Secr. 2O f. 1Ov.); de Dirk van Alkemade die 29 okt. 14O7 poorter werd, eveneens met 6O £, met Gerrit van Oestgeest Willemsz. als borg, kan hem of zijn zoon betreffen, of gaat het dan om Dirk van Alkemade Hendriksz.? (Secr. 2O f. 27v., zie hiervoor,

IIIa.). Tr. Luutgard Simon Nagelsdr. (Kam, 'Memorieboek', 162). Uit dit huwelijk o.m.:

1. Dirk van Alkemade Dirksz. (Kam, 'Memorieboek', 162).

2. Willem van Alkemade Dirksz., stedelijk schut na 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 242v.).

3. Alijd van Alkemade Dirksdr. Begijn (W. 1 f. 243v.-244). Een rente van 4O s.pay. op een huis en erf aan de Oostgracht of Middelste gracht werd door Frank IJsac, Hendrik van der Does, Jan van Tetrode en Jacob Frankenz. 25 mrt. 14O8 aan Dirk van Alkemade overgedragen t.b.v. haar. Zelf droeg zij de rente 19 sep. 14O8 over aan de H. Geest (W. 1 f. 1O4v.). Ook een rente van 1 £.pay. op een huis en erf aan de Uiterste gracht werd door Frank IJsac aan Dirk t.b.v. zijn dochter Alijd overgedragen (24 mrt. 14O8) om na haar dood aan het St.Catharinagasthuis te komen (Ga. 456 p. 49), evenals een rente van 4O s.pay. op een huis en erf aan de Oude Rijn (8 sep. 1458, Agn.bhf. 48); waarschijnlijk i.v.m. deze overdrachten droeg Dirk van Alkemade met Jan van Tetrode, Jacob Frankenz. en Hendrik van der Does aan Frank IJsac een rente van 1 £.g.g. op een huis en erf aan de Oude Rijn over, die tevoren reeds in Franks handen geweest was (Ga. 455 f. 8O). Verm. als nicht van Sophie, echtgenote van Frank IJsac (Kam, 'Memorieboek', 175, vgl. IJsac en Gode).

 

HEER FLORIS VAN ALKEMADE (zoon van IJsbrand van Alkemade Florisz. en N.N. van Poelgeest)

ovl. 1421 (Gouthoeven, Chronycke, 153)

functies: panetier en grfl. knaap verm. 18 jan. 139O (GvH. 226 f. 3O9v.);

baljuw van Medemblik verm. 28 dec. 1392 (GvH. 228 f. 57), opnieuw beveling 13 mei 1393; 1 nov. 1394 een ander in zijn plaats, sindsdien kastelein van Heemskerk, nieuwe bevelingen 5 jan. 1395 en 1O nov. 1395 (GvH. 892 f. 1Ov., 24, 25v. en 34v. d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 6, 16, 17 en 25); baljuw en rentmr.van Amstelland, Waterland en de Zeevang 1398-14OO (beveling d.d. 4 dec. 1398, GvH. 892 f. 66 d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 48; GvH. 1255 f. 3, 1254 f. 91v.); duinmeier van de wildernis van Gooiland m.i.v. 16 juni 14O3 (GvH. 892 f. 128 d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 72); kapitein van Staveren sinds 24 mrt. 14O4, nieuwe beveling 14 juli 14O9, bericht van ontslag 9 apr. 141O (GvH. 892 f. 138, 893 f. 13v. d.i. Scheffer,

Beveelboeken, I 78 en II 8; 1264 f. 87).

landbezit: * o.m. huis, hofstad, boomgaard, bos en land, langs Rodenburger wetering onder Zoeterwoude (d.i. Heer Wouterserf of Cronesteijn), uit eigen opgedragen aan de graaf 25 aug. 1412 (GvH. 23O f. 91). Reeds 5 mei 14O4

verkreeg hij het voorrecht van de graaf dat de bewoners van dit goed Leids poorter bleven (Van Mieris, Groot Charterboek, III 789).

* land op de Cleijpetten in St.Pietershoeve, verm. 9 apr. 14O5 (Ga. 1182 f. 47v.) en wrsch. identiek met zijn 14O7-O8 vermelde 3 erven tussen Hoeflaan en Vliet in St.Pietershoeve, waarop een rente t.b.v. St.Pieterskerk; deze waren deels uitgegeven (Ke. 323 (7) f. 11 en volgende rek.).

* 11 juni 141O de woning te Alkemade (Oud-Alkemade) met 2O morgen land, alsmede de Hoge Camp ald., Puttens leen (Kort, 'Rept. Putten', 126).

rentebezit: * een lijfrente t.l.v. de stad van 1 nobel 1 groot t.g.v. Floris en zijn zoon IJsbrand, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19).

schenking: * 14O7-O8 aan St.Pieterskerk: 5 £ 6 s. 8 p.pay. t.b.v. de kerkbouw (Ke. 323 (7) f. 13).

varia: 3 apr. 1385 poorter met 32 £, borg Baarnd Jansz. van Leijden (Secr. 19 f. 67). Pachtte 24 mrt. 1397 de grafelijke visserij tussen Leiden en Haarlem en in de Rijn bij Alphen m.i.v. het einde van de pachttermijn van Frank Poesz.; nooit verwezenlijkt (GvH. 199 f. 25v.).

familie: tr. Elisabeth, dr. van Willem van Cronenburch en Elisabeth van Heemskerk (Dek, Holland, 45). Zij ontving 14 nov. 1392 van de graaf bij haar huwelijk 2OO Dordtse gld. p.j. uit de rentmeesterschappen van Kennemerland en Friesland (GvH. 228 f. 5Ov.). Zij tr. 1e Daniel van Tolloijsen, ovl. kort voor mrt. 1388 (Dek, Holland, 45).

Kinderen: 1. Floris van Alkemade (meded. J.C. Kort)

2. Willem van Cronenburch, verm. 25 aug. 1412 (GvH. 23O f. 91).

3. Jacob van Alkemade (Ibidem)

4. IJsbrand (Ibidem)

functie: schout van Medemblik, Does, Ameldorp en Oostwoud sinds 19 dec. 1413 (GvH. 893 f. 43, d.i. Scheffer, Beveelboeken, II 29).

rentebezit: bezat met zijn vader 1412-13 een lijfrente op de stad (zie boven).

Een kind van Floris werd einde mei 1396 door Margaretha van Kleef ten doop gehouden op het huis Heemskerk (GvH. 1251 f. 48).

 

KERSTANT ALLAARDSZ.

functie: kerkmr. van St.Pancras 1377-78.

woonhuis: te Gansoord ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, 324); in het Kerkvierendeel 1399-14OO (Rek. Lei., I 83). Belender aan Allaard die scoemakers huis omstr. 28 okt. 1391 (Secr. 84 f. 36).

rentebezit: 1 juni 14O6 1O comans groten met houde op een huis en erf aan de Steenschuur (Secr. 1593).

borgstelling: 8 jan. 138O, Claas Heijmman (Secr. 19 f. 5O).

  

JAN VAN AMMERSOIJEN

ovl. na 7 aug. 1391 (W. 1 f. 69v.).

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 26 mei 1355 (bij de verkoop van een erf achter zijn schuur) en 7 aug. 1391 (Secr. 16O9, W. 1 f. 69 v.).

rentebezit: * 22 jan. 1355 1O s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht, 13 feb. 1355 verkocht (Ke. 669).

* 9 s.g.g. met houde op 3 aaneengesloten huizen en erven in de steeg achter zijn woonhuis, bij de Vollersgracht, 21 dec. 1358 verkocht (Ke. 672).

varia: hij zal identiek zijn met Jan van Herlaer, die 3O juni 1352 het huis van Wouter van den Veen in erfleen verkreeg, gelegen aan de Breestraat, hoek Diefsteeg, na verbeuring door deze (GvH. 244 f. 13).

familie: tr. Elisabeth, dr. van Gerrit Gorisz. van der Bregghe (zie ald.)

  

ANCELINUS

functie: schepen 25 nov. 126O.

PHILIPS ANDRIESZ. C.S.

I. PHILIPS ANDRIESZ. of AAGTENZ.

(2e patronym: W. 1 f. 21v. en Kam, 'Memorieboek', 181, Ke. 499 en 416 f. 92v.)

ovl. voor 8 feb. 1381 (Agn.bhf. 67).

functie: schepen 1364-65 en 65-66.

beroep: wantsnijder (1366, W. 1 f. 21v.).

woonhuis: in Matthijs Bronsijensteeg, op zijn huis en erf liet heer Huge van Scoorl 8 s. met de houde na (Ke. 415 f. 72, 8 juni 138O). Bovendien bezat deze op dit huis een pandrente van 14 p.g.g., hierop 5 feb. 1371 gevestigd t.b.v. Simon Gijsbrechtsz. en 3 apr. 1373 door heer Huge aan zijn prebende geschonken (Ke. 493 f. 4Ov.-41). De H. Geest bezat 138O op zijn huis en erf aan de (Hof?)gracht 1O s.g.g. rente (W. I 31 f. 9v.)

landbezit: 6 mrt. 1373 2 1/2 morgen land te Zoeterwoude (d.i. de helft van Sijlweer en Grote Weijde)(Secr. 1735, wrsch. het land dat gemengde voor gelegen was onder Boschuijsen met land van Jacob van der Woude en heer Huge van Scoorl (Ke. 493 f. 4O, 8 mrt. 1373).

rentebezit: * 27 aug. 1371 4O s.g.g. op een huis en erf bij de Steenschuur door zijn zoons Albaren en Andries 16 sep. 1382 aan de St.Pieterskerk overgedragen voor memoriediensten (W. 1 f. 43).

* 18 nov. 1371: 1O s. 9 p. 1 halling g.g. op een huis en erf aan de Hooigracht; 12 s.g.g. op een huis bij de Steenschuur;

12 s.g.g. met houde op een huis en erf bij het kerkhof; 9 s.g.g. met 1/2 houde op een huis en erf aan de Maarsmansteeg; 4 1/2 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.; 23 s. 4 p.g.g. op een huis en erf 'aan de gracht'; 4 s.g.g. op een huis en erf aan de Stasijnsteeg (Ke. 417 f. 151v.).

* 5 nov. 1375 27 s. 4 p.pay. pandrente op een 1/2 huis aan het Noordeinde (Ke. 416 f. 83v.).

schenking: 8 feb. 1381 werd door zijn weduwe 5 s. rente gevestigd op een huis en erf, wrsch. bij de Steenschuur, t.b.v. de begijnen bij St. Pieterskerkhof (Agn.bhf. 67).

borgstelling: * (met Andries Philipsz.) 1O okt. 1365 Dirk Willemsz., van Burggravenveen (Secr. 19 f. 4v.).

* 3O jan. 1372 Jan van Meerburch (Secr. 19 f. 3O).

familie: tr. Ave Foijtgensz., ovl. 1383, begr. St.Pancras (Ke. 415 f. 9Ov.).

Kinderen:

1. Albaren, volgt IIa.

2. Andries, volgt IIb.

3. Dochter, ovl. voor 1383, tr. Copgen Hillenz. (Ke. 415 f. 9Ov.).

4. Ermgard, tr. Jan van Meerburch (vgl. ald. en Ke. 493 f. 86v., RA. 5O f. 23v.).

?5.Dochter, tr. Dirk van der Graft (Secr. 84 f. 3, verm. van Alide Dirksdr. van der Grafts grootmoeder (die ovl. in 1383), en van Jan van Meerburch en een Foijken; Ke. 417 f. 151v.).

T.b.v. de memorie van een dr. Trude droeg Ave Philips Andriesz. 1 £.pay. rente over aan de H. Geest op een huis en erf (in de Diefsteeg ?, W. I 31 f. 9).

 

IIa. ALBAREN PHILIPSZ.

ovl. voor 13 jan. 1394 (Ga. 455 f. 17).

functies: schepen 1369-7O, 71-72, 72-73, 8O-81 en 86-87; gasthuismr. 1375-76 (W. 1 f. 25, Ga. 455 f. 11).

woonhuis: aan de Breestraat bij St.Catharinagasthuis, verm. 17 dec. 137O en 3 okt. 1373 en van zijn weduwe 2O apr. 1395 en 24 mei 1413 (W. 1 f. 25, Ga. 455 f. 11v. en 84). Op zijn woonhuis was een rente van 3 s. gevestigd, die Philips van Leijden 7 mrt. 1372 aan zijn prebenda nobilis vermaakte (Ke. 894). Bovendien had de H. Geest hier 5 s.g.g. rente op (W. I 31 f. 5v.).

landbezit: * 6 mrt. 1381 met andere kinderen erfg. van zijn vader voor 2 1/2 morgen land te Zoeterwoude (Secr. 1736).

* land te Voorschoten, 28 jan. 1396 verm. in handen van zijn weduwe (Ga. 455 f. 73v.).

rentebezit: 4O s.pay. op 2 1/2 erf aan St.Joostgracht, door zijn weduwe 13 jan. 1394 overgedragen aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 17).

borgstelling: * 15 aug. 1368 Jan Seven pont, van Aarlanderveen (Secr. 19 f. 16).

* 9 sep. 138O Claas Jansz. (Secr. 19 f. 51).

* 14 apr. 1383 Godevaard Jansz. (Secr. 19 f. 6O).

familie: tr. 1e Geijle ; tr. 2e Aagte, dr. van Simon Rondiel, ovl. in of na 1421 (Ga. 44O f. 12; zie Rondiel; W. 2 f. 4O en tafel). Aagte leende de St.Pieterskerk 1399-14OO 8 £.g.g. (Ke. 323 (2) f. 14v.) en in 14OO-14O1 9 £. 6 s. 8 p.g.g. (Ke. 323 (3) f. 19v.). Zij bezat op een huis en erf te Leiden een rente van 5 gouden Eng. nobel (RA. 5O f. 148). Op haar huis en erf te Marendorp bezat de H. Geest 142O 1 £.pay. rente (W. 2 f. 4O en tafel).

Kinderen:

1. Lijsbet (Ga. 441 f. 1).

2. Eems (ibidem).

3. Katrijn (ibidem).

4. Heer Philips Albarensz. (ibidem).

ovl. op 1 mei 1431 (Ke. 416 f. 84v.).

functie: priester, neef van Boudijn van Zwieten, door deze 1O okt. 1421 aangesteld tot kapelaan van zijn vicarie in de St.Pieterskerk (Ke. 322 f. 31).

rentebezit: * 6 juli 1392 4O s.pay. op een huis en erf te Leiden, 1415 afgeschat (RA. 5O f. 151).

* 3 jan. 1396 1 £.pay. op een huis en erf te Leiden; 1415 afgeschat (RA. 5O f. 148).

5. Willem Rondiel (Ga. 441 f. 1 en DuO. 2O33 f. 13v.); was 26 mrt. 1415 onder de magen van wijlen Willem Hermansz. (GvH 199 f. 14v.).

6. Albaren (Ga. 441 f. 1).

?7. Griete, verm. 18 juni 14O5 (Ga. 456 p. 64).

 

IIb. ANDRIES PHILIPSZ.

ovl. 31 juli 1416 (Ke. 416 f. 55).

functie: 1392 homan van het Kerkvierendeel (Secr. 84 f. 271v.). woonhuis: aan de Nieuwe Rijn, 138O had de H. Geest hier 1O s.g.g. rente op (W. I 31 f. 11v.).

landbezit: 6 mrt. 1381 met andere kinderen erfg. van zijn vader voor 2 1/2 morgen land te Zoeterwoude (Secr. 1736).

rentebezit: 21 sep. 14O4 1O s.pay. op een huis en erf in de boomgaard,

wrsch. na uitgifte; vgl. ook een belending door hem ald. 18 dec. 139O (Ke.

499 en W. 1 f. 1O6).

borgstelling: * 1O okt. 1365 met zijn vader voor Dirk Willemsz., van Burggravenveen (Secr. 19 f. 4v.).

* 23 okt. 1366 Jan Eemsenz., van Nieuwveen (Secr. 19 f. 8v.). * 8 sep. 137O

Herman Dirk Geijenz.z. (Secr. 19 f. 28v.).

* 3O jan. 1372 Jan van Meerburch (Secr. 19 f. 3O).

* 5 aug. 1379 Gerrit, Andries' schoonzn. (Secr. 19 f. 49v.). * 17 dec. 1393

Jacob Frankenz. (Secr. 19 f. 99).

familie: was 4 juni 1396 en 3 jan. 1397 onder de magen van vaderszijde van

Floris van Rijsoirde (GvH 199 f. 14v. en 26v.). Kinderen:

1. Philips Andriesz.

woonhuis: aan de Hooigracht; verkocht op zijn woonhuis ald. 12 feb. 1412 een rente van 1 £.paym. p.j. aan St.Pancraskapittel, beloofde vrijwaring met Jan Jansz. van der Mersche (Ke. 493 f. 91v.); verm. als bel. aan de Hooigracht 4 feb. 1413 (W. 1 f. 115v.). Zijn huis en erf werden in 1417 verkocht (RA. 5O f. 173v.); daarop waren op dat moment gevestigd: 4 groten met houde (per 24 nov. 1416); 2 nobel licht geld (8 jan. 14O6); 25 nobel licht geld (t.g.v. Wermbout Kerstantsz.; 7 nov. 1415); 1 £.pay. (t.g.v. Gerrit die Bruun Jacobsz.; 15 okt. 1414); 5 £ 9 s., 15 leeuwen voor 1 £ gerekend (28 juli 14O7); de 'heren' (St.Pancraskapittel?) 4 gouden nobel van de laatste dag.

2. Dochter, tr. Gerrit, werd 5 aug. 1379 Leids poorter met zijn schoonvader als borg (zie hoger).

  

AN(E) SOETE C.S.

 

I. (H)AN(E)SOETE (ook wel ARNULF of AARND SOETE)

functie: schepen 1296-97, 13O3-O4, O4-O5.

woonhuis: aan Nieuwe Rijn of Burchgracht: 25 aug. 1292 verm. van zijn schuur aan de noordzijde van de Burchgracht (Van den Bergh Oorkondenboek, II 382).

varia: zegel: de Leidse sleutels (29 mei 13O5, DuO. 1981xx). Is hij de Hanne ver Zoetenz. die in 1317 van de graaf land huurde te Slancwijc (onder Nieuwenbroek) voor 24 s. 5 p.? (Hamaker, Rek. Holl., I 31). familie: kinderen:

1. Andries Ansoetenz.

ovl. tussen 24 juni 1353 en 5 sep. 1358 (Ga 842; GvH. 226 f. 2).

functie: schepen 13O7-O8 (indien dezelfde als Andries Annesoens) 28-29, 35-36, 36-37, 39-4O, 42-43, 43-44, 44-45, 45-46, 47-48, 48-49.

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 5 sep. 1358 van zijn weduwe en erfgenamen (GvH. 226 f. 2).

huisbezit: een huis en erf te Marendorp verm. 6 nov. 1335 (Hoek, 'Wassenaar', 1O1).

landbezit: * 3 morgen 5 1/2 gaard land aan de Leidse Vaart te Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 3 1/2 morgen 21 gaard en 5 morgen 2 hond 32 gaard land aan de noordzijde van Rodenburger Wetering te Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 1O morgen 3 hond 14 gaard 3 vierendeel land ten zuiden van de stad en noordelijk van Rodenburger wetering, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.; omvat dit het hoger genoemd land ten noorden van Rodenburger Wetering?).

* 4 morgen 5 gaard 8 voet land ten zuiden van Rodenburger Wetering onder Zoeterwoude, samen met Huge Batseleer, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 88).

* 4 morgen land, Snidersmade, te Leiderdorp, strekkend van de Zijl tot de Ommedijk, afkomstig van zijn vrouw; door beiden 3O juni 1349 vermaakt aan de H. Geest voor hun memorie, met dien verstande dat de 1/2 rente opbrengst zou zijn voor de langstlevende tot overlijden (W. 1 f. 16).

* 2 1/2 morgen land te Leiderdorp, de Menel, 24 juni 1353 aan Claas Gerrit Doedenz.z. verkocht (Ga. 842).

rentebezit: * 4 £ en 1O s.g.g. met de houde op hofsteden aan de Middelste gracht op het Hogeland, wrsch. spruitend uit uitgifte door hem (Secr. 84 f. 66 en Ke. 322 f. 26).

* 3O s.g.g. met houde op 4 hofsteden aan de Nieuwe Rijn, wrsch. spruitend uit uitgifte door hem (Ke. 322 f. 26).

varia: zegel: de Leidse sleutels vergezeld van 2 bloemen of sterren (Ke. 1OO4, 2O sep. 1339).

familie: tr. Elisabeth Gerrit Doedendr. (W. 1 f. 16, vgl. Gerrit Doede c.s.). Haar broers heer Philips Gerrit Doedenz. en Claas Gerrit Doedenz. gaven toestemming tot de schenking van Snidersmade (zie boven). ovl. na 5 sep. 1358 (zie hoger, woonhuis).

2. Floris Ansoetenz., volgt II.

3. Hadewi Ansoetendr.; tr. Simon Dirk Boffelsz., ovl. tussen 1326 en 29 apr. 1333 (Ke. 493 f. 87, GvH. 243 f. 97v.; een Dirk Boffel was 3 mei 1337 schout van Zoeterwoude, Ke. 415 f. 39; Dirk Boffels kinderen waren 26 aug. 1357 belenders aan de Rijnzijde van de straat van Marendorp, Ke. 1O62). Hadewi bezat als weduwe met haar kinderen land onder Zoeterwoude te Zuidwoude bij Zwiet en Stompwijkerweg (GvH. 243 f. 97v.). T.b.v. memoriediensten vermaakte zij 31 mei 1353 de H. Geest met instemming van haar broer Andries, die als haar voogd optrad, een kamp van ca. 2 morgen land te Zoeterwoude bij de de Rodenburgerlaan (W. 1 f. 21v.).

 

II. FLORIS ANSOETENZ.

ovl. voor 31 mei 1353 (W. 1 f. 21v.).

landbezit: * 8 jan. 1317 5 morgen land aan de Rijndijk te Zoeterwoude (GvH. 243 f. 2v.), wrsch. identiek met:

* 5 morgen 3O gaard land ten noorden van Rodenburger wetering, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 6 1/2 morgen 39 gaard land ten noorden van Rodenburger wetering,Zoeterwoude (Ke. 493 f. 87).

* land te Leiderdorp, belendend aan Boudijnscamp (Ke. 493 f. 21v.).

familie: kinderen:

1. Machteld, ovl. voor 17 feb. 1377 (W. 1 f. 39).

familie: tr. Stoute Dirk, deze woonde aan de Nieuwe Rijn en besprak op zijn 1/2 huis en erf 1 £.pay. rente t.b.v. de H. Geest voor memoriediensten.

2.           Jan Zoet Florisz., wrsch. reeds voor 18 jan. 1393 gedood (GvH. 198 f. 55b v.).

varia: tot zijn gedachtenis stichtten zijn neven en oomzeggers Andries Hugenz. van der Burch en Jan Zoet Jansz. (heren Simonsz.) een vicarie in St.-Pieterskerk (Ke. 322 f. 26) (vgl. voor relatie Floris Ansoetenz.- Jan Zoet Florisz.- van der Burch-Jan heren Simonsz.-van den Hove de laatste drie geslachten).

3. Heer Jan van der Burch (Kam, 'Memorieboek', 16O, W. 2. f. 164), priester, bezat een rente van 2 p.g.g. met houde op een huis en erf aan St.-Pieterskerkhof, verm. 12 feb. 1361 toen Godevaard Claasz. dit huis en erf verkocht aan heer Gerrit Hoogstraat Pieter Gobburgenz.z. (Ke. 645).

4. Hadewi (gezien haar naam en de relatie van haar kinderen met het geslacht van Ansoete moet zij een dr. zijn van Floris; zie Milde). tr. Huge Pietersz. (ibidem).

5. Dochter, tr. Jan heren Simonsz. (haar zonen noemden Jan Zoet Florisz. oom, bezaten renten afkomstig van Andries Ansoetenz., en haar zoon Jan Zoet bezat een huis afkomstig van Andries; vgl. heren Simonsz.).

 

WILLEM VAN DER ARE

functie: burgemr. 1324-25.

 

PIERAART VAN ASSCHE

ovl. 1 aug. 1394, begr. St.Pieterskerk (Ke. 416 f. 21v.).

functie: grfl. muntmr. te Dordrecht, verm. 138O-89 (GvH. 1236 f. 2, 124O I f. 45, 1243 I f. 3).

beroep: hield zich met turfwinning bezig (Secr. 84 f. 5O en v.); verkocht hop (ibidem, f. 5Ov.).

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 14 dec. 139O, zijn vrouw bleef hier wrsch. wonen (Ke. 322 f. 12v., Secr. 84 f. 52).

landbezit (blijkens de staat van zijn nalatenschap): * 19 dec. 1391 aankoop van Simon Frederiks kinderen van de helft van 32 morgen veenland en die van 1/2 morgen in Heijn Mandenveen (Secr. 84 f. 32, vgl. ook f. 5Ov.). * achter Benthorn 36 morgen en 2 morgen 2 hond veenland, gekocht van zijn schoonmoeder (Secr. 84 f. 5Ov.).

Blijkens bewijzing van het vaderlijk erfdeel aan zijn kinderen (mogelijk pas uit zijn nalatenschap aangekocht):

* de hofstede te Meerburg met 44 morgen land, gekocht voor 994 £ 6 s. 8 p.pay.; jaaropbrengst 7O £.pay..

* een erf aan de Vollersgracht naast de ramen (Secr. 84 f. 51v.). verstrekte leningen: * 2 schuldbrieven van 2OO gld. t.l.v. de graaf (29

jan. 1391, GvH. 198 f. 17).

* schuldbrieven in zijn nalatenschap van resp.: 23 Holl. schilden; 1O oude schilden t.l.v. Willem Hermansz.; 2O Mechelse schilden t.l.v. Willem Bort;

2O2 Dordr. gld.; 1O Geld. gld. t.l.v. Willem Simonsz.; een schuldbrief van onbekende grootte; de halve termijn van 15 oude schilden t.l.v. de stad Utrecht; 4OO Franse schilden, 82 Dordr. gld., waarvan 2OO schilden afbetaald; 26 Dordr. gld.; 27 Dordr. gld.; 1OO Franse schilden t.l.v. de stad Dordrecht (24 juni 1394); 16 oude schilden (waarvan 5 schilden afgelost); 1OO Geld. gld.; 4OO oude Franse franken en 1O nobel (Secr. 84 f. 5Ov.-51v.).

schenking: 16 £.pay. aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 416 f 21v.).

varia: werd 23 jan. 1392 Leids poorter met 1OO £. en Herman Willemsz. als borg (Secr. 19 f. 89v.). Zijn nalatenschap werd door zijn weduwe met hun kinderen gedeeld, behoudens haar huwelijksvoorwaarden (Secr. 84 f. 5O-51v.). Bij deze nalatenschap waren ook ijzer-, zilverwerk en contanten, ter waarde van 6O2 Gentse nobel. De inboedel werd getaxeerd op 2OO £.pay.

Het kindsdeel van genoemde 6O2 nobel berustte onder Herman Willemsz. en Willem Simonsz. (Secr. 84 f. 51v.).

familie: tr. voor 14 dec. 139O Bartraad, dr. van Simon Frederik (Ke. 322 f. 12v.; zie Willem Luutgardenz. c.s.).

  

JAN DIE BACKER

ovl. tussen 21 juni 1359 en 14 sep. 136O (W. 1 f. 32v.).

functie: schepen 134O-41, 41-42, 42-43, 44-45.

beroep: bakker, gezien zijn toenaam.

rentebezit: * 12 aug. 1344 1O s. Holl. op een huis en erf naast Stasijn Heinrixsteeg (Ga. 455 f. 15).

* 8 jan. 1351 1 £. Holl. op een huis en erf aan de Breestraat (Ga. 455 f. 15). Beide renten 26 mei 1391 door Dirk die Bruun en Gerrit Lam aan St. Catharinagasthuis overgedragen, als erfgenamen van hun tante, de weduwe van Jan die Backer (Ga. 455 f. 15v.).

* 8 mrt. 1356 25 s. Holl. landhuurpenn. op land te Stompwijk (Ga. 455 f. 4O).

* 15 jan. 1359: 3 s. op een huis en erf te Marendorp; 3 s. op een huis en erf aan de Oude Rijn en 12 p. op 2 huizen en erven ald.; 24 s. op een kamer aan de Grote Straat van Marendorp en 5 s. op een huis en erf ald. (alles met houde; Ke. 573).

* 21 juni 1359 31 s.g.g. op een huis en erf aan de Hogewoerd;

* voor 14 sep. 136O 8 s.g.g. op een huis en erf aldaar.

Laatstgenoemde 2 renten 7 nov. 1374 door zijn weduwe aan de H.Geest overgedragen voor memoriediensten (W. 1 f. 32v.-33).

familie: tr. Katrine, dr. van Daniel die Bruun, zie die Bruun (II).

 

 HENDRIK VEREN BARTRADENZ.

De zegels van dit geslacht vertonen grote gelijkenis met die van het geslacht Van Tetrode, zodat verwantschap met dit geslacht niet onwaarschijnlijk is.

 

I. STASIUS

ovl. voor 8 nov. 1283;

familie: tr. ver Bartrade, ovl. na 8 nov. 1283, zij bezat toen Thijemans

Breedelant, wrsch. 13 morgen 4 hond land omvattend, gelegen ten zuidoosten van Boschuijsen, strekkend uit de Rijn, onder Zoeterwoude. Zij verkreeg als bezitster hiervan het privilege dat zij in het onderhoud van de dijk te Spaarndam niet hoefde bij te dragen (Van Leeuwen, Handvesten, 356-36O). Zonen:

1. Hendrik, volgt II.

2. Gijsbrecht ver Baartenz.

landbezit: * de uiterdijk tussen Rodenburger sluis en de laan naar Leiden onder Zoeterwoude, leen van de hofstad Zwieten, bij kinderloos overlijden te versterven op zijn broer Hendrik (Hoek, 'Rept. Zwieten', 1O6, daar 139O als datum van belening: d.i. onmogelijk, missch. dat Van Buchell per vergissing 139O i.p.v. 13O9 noteerde).

* 1 1/2 morgen 9 gaard land ten noorden van Rodenburger wetering te Zoeterwoude, verm. 1326-3O (betrof dit hoger genoemd leen? Ke. 493 f. 8).

* 14 hond 4 gaard 8 voet land onder Boschuijsen te Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 5 1/2 morgen 8 gaard (minus 2 voet) land, ten zuiden van Rodenburger wetering onder Zoeterwoude (Ke. 493 f. 88).

familie: tr. Katrine; zij verklaarde 17 feb. 1337 dat haar zoon Aarnd Gisenz. 8 hond land bezat onder Zoeterwoude, aan de noordzijde belend door Boschuijsen, aan de zuidzijde door land van Hendrik Baartenman (dat zal Hendrik veren Bartradenz. zijn) en strekkend uit de Rijn; hij verkocht dit land aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 35).

 

II. HENDRIK VEREN BARTRADENZ.

ovl. tussen 18 apr. 134O en 18 mrt. 1371 (W. 1 f. 4v., Ke. 493 f. 42).

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 18 apr. 134O (W. 1 f. 4v.).

landbezit: * 17 hond 4 gaard 4 voet land ten zuiden van Leiden onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 1O hond land bij Boschuijsen onder Zoeterwoude (Ke. 493 f. 4O).

familie: tr. Eemse (Ke. 493 f. 41v.). Kinderen:

1. Stasijn Hendriksz.

ovl. voor 12 sep. 1369 (Ke. 493 f. 39).

functie: klerk van Jan van Polanen en missch. grfl. kamerling (zie hfdst. 6).

woonhuis: 12 aug. 1344 verm. van zijn steeg (Ga. 455 f. 15).

huisbezit: een huis en hofstede aan de 'gracht' achter Jan Hendriksz. (Ke. 493 f. 42).

landbezit: * 1346-47 22 morgen land te Oudebucxwoude, West-Friesland, gekocht van de graaf (GvH. 1217 f. 5).

* 21 dec. 1349 9 morgen land en de woning ten Dale te Monster, opgedragen aan de heer van Polanen uit eigen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361, Muller, 'Het Oude Register', 232).

* land onder Boschuijsen te Zoeterwoude, wrsch. in Hendrik veren Bartradenz. en Katrine Ghisenweer (vgl. Ke. 493 f. 42 en 39v.).

rentebezit: * 16 feb. 133O 9 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 38v.).

* 11 okt. 1333 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (ibidem).

* 12 aug 1336 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat (ibidem).

* 14 dec. 1336 1O s.g.g. op een 1/2 huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 4Ov.).

* 5 jan. 1337 9 s.g.g., 2 s. en 5 s., wrsch. op een huis en erf aan de Breestraat (Ke. 493 f. 39v.).

* 23 mrt. 1337 1O s.g.g. op een huis er erf aan de Breestraat (Ke. 493 f. 4Ov.).

* 3 mei 1337 1 £.g.g. op 4 1/2 morgen land te Zoeterwoude aan de Rijn (Ke. 493 f. 41).

* 7 juni 1337 6 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 4Ov.).

* 27 juni 1337 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 41v.).

* 23 sep. 1339 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke 493 f. 38v.).

* 22 sep. 1343 1O s.g.g. op een 1/2 huis en erf te Leiden (ibidem).

* 13 okt. 1344 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke 493 f. 4Ov.).

* 2, 8, 8, 8, 7, 4 s.g.g. met houde op huizen en erven in Bronskiaens steeg (Ke. 493 f. 39).

* 44 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke 493 f 39).

* wrsch. 1O, 2, 1O, 5 s.g.g. op huizen en erven te Leiden (Ke. 493 f. 39).

* 4 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 39).

Na zijn dood verdeelden zijn broers en zrs. 12 sep. 1369 voor 17O s.g.g. renten uit zijn nalatenschap, daartoe behoorde een groot aantal van de hoger genoemde renten, m.u.v. in ieder geval van die van 16 feb. 133O en 3 mei 1337 (Ke 493 f. 39); zijn nalatenschap was echter omvang rijker, o.a. zijn neef Simon Gijsbrechtsz. erfde van hem.

familie: tr. jkvr. Facen (Faas), dr. van Jan Hopezomer, 3O sep. 1374 en 3 feb. 138O verklaarde St.Pancraskapittel haar voor 2 £. ontvangen rente 4O s. lijfrente te zullen uitreiken tot haar dood om daarna o.m. memoriediensten te verzorgen (Ke. 415 f. 41v.).

2. Jan, volgt IIIa.

3. Gijsbrecht, volgt IIIb.

4. Hendrik van Lisse

landbezit: * 5 hond land bij Boschuijsen, gemene voor met zijn broer Huge gelegen, verm. 8 mrt. 1373 (Ke. 493 f. 4O).

* 3 1/2 akker land te Heemskerk, voor 8 jan. 1381 aan zijn neef Simon Gijsbrechtsz. verkocht (zie ald.).

rentebezit: deelde met zijn verwanten 12 sep. 1369 de nagelaten renten van zijn broer Stasijn en ontving daarbij:

* 44 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 39).

Bovendien ontving hij samen met zijn broer Huge en zuster Jutte: 1O, 2, 1O, 5 s.g.g. op huizen en erven te Leiden, afkomstig van zijn zuster Katrine (Ke. 493 f. 39): d.w.z. 9 s.g.g.; deze verkocht hij 15 aug. 1371 aan zijn broer Huge, alsmede:

* 4 s. 6 p.g.g. op een huis te Leiden, gekocht van zijn zwager Mouwerijn en zuster Geertruud, afkomstig van hun broer Stasijn (Ke. 493 f. 39v., Ke. 677).

varia: zegel: 3 plompebladen met een ster in het schildhoofd (Ke. 677, 15 aug. 1371). Deed 6 juli 138O afstand van alle aanspraken op goederen door zijn broer Huge aan diens prebende en vicarie vermaakt, m.u.v. het huis en de boomgaard te Schoorl (Ke. 882).

familie: is wrsch. Hendrik van Lis tr. Margriet; zijn zoon was dan heer Claas Hendriksz. van Lis (W. 1 f. 131, Kam, 'Memorieboek', 17O).

5. Huge Hendriksz., volgt IIIc.

6. Jutte; tr. 1e Wouter van Assendelft, die haar 14 dec. 1342 tochtte aan 7 morgen land onder Rijswijk (GvH. 218 f. 58). tr. 2e Mouwerijn Dirksz. van Sassenem. Een relatie met het riddermatige geslacht van Sassenem blijkt uit de bronnen niet (Van der Klooster, 'De oude hofstede'). Hij verkocht 23 juli 1373 zijn zwagers Huge Hendriksz. en Hendrik van Lisse al het land dat zijn vrouw had geerfd van haar zuster Katrine, gelegen bij Boschuijsen in Hendrik veren Bartradenz. weer en Katrine Ghisenweer, onder Zoeterwoude, alsmede renten te Leiden en haar deel van het huis op de 'gracht' achter Jan Hendriksz. (Ke. 493 f. 39v.; vgl. voor haar rentebezit gemeen met haar broers Huge en Hendrik hoger onder nr. 4).

7. Katrine

ovl. voor 12 sep. 1369 (Ke. 493 f. 39).

rentebezit: waarschijnlijk afkomstig van haar broer Jan Hendriksz.:

* 1O, 2, 1O en 5 s.g.g. renten te Leiden.

landbezit: land onder Boschuijsen in Hendrik veren Bartradenz.weer en Katrine Ghisenweer (Ke. 493 f. 39v.).

8. Lijsbeth, verm. 18 mrt. 1371 (Ke. 493 f. 42).

9. Bartraad, verm. 18 mrt. 1371 (Ke. 493 f. 42).

1O.Geertruud

rentebezit: 29 s.g.g. renten afkomstig van haar broer Stasijn gemeen met haar broer Huge en zuster Jutte, verm. 15 aug. 1371 (Ke. 493 f. 39v.).

varia: met haar echtgenoot erkende zij 18 mrt. 1371 haar zwager Simon Pietersz. bewezen te hebben haar deel in de erfenis van haar vader zoals gescheiden met haar zusters Bartraad en Lijsbeth, nl. alle hofsteden en renten te Leiden die Geertruud aanbestorven waren van haar broer Stasijn, 1/7 van diens huis aan de gracht achter Jan Hendriksz. met hofstede en 1/7 van diens land te Boschuijsen, dit opdat de zusters evenveel ontvingen (Ke. 493 f. 42). Haar kinderen ontvingen 12 sep. 1369 uit de erfenis van haar broer Stasijn 2, 8, 8, 8, 7 en 4 s.g.g. renten met houde op huizen en erven in Bronskiaenssteeg; deze waren 1 mei 1375 in handen van haar broer Huge Hendriksz. (Ke. 493 f. 39).

familie: tr. Wouter Hendriksz., verm. 18 mrt. 1371 (Ke. 493 f. 42).

11.Emese, tr. Simon Pietersz.. Zij ontving van Geertruud voornoemd en haar echtgenote 18 mrt. 1371 haar deel in Stasijn Hendriksz. erfenis (zie hoger).

 

IIIa. JAN HENDRIKSZ.

ovl. tussen 23 apr. 1367 en 3O aug. 1369 (W. 1 f. 46v.).

functie: gasthuismr. 1363-64.

(woon)huis: Verm. aan de gracht bij de Diefsteeg 1 juli 1368 (Ke. 493 f. 44v.). Zijn woonhuis stond wrsch. aan de Breestraat (zie bij zijn vrouw Ave, hierna).

landbezit: * wrsch.: 9 morgen land met de woning ten Dale te Monster,

leen van de hofstad Polanen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361, Ke. 493 f. 41v.).

* een hofstad te Marendorp in zijn boomgaard grenzend aan Jan Vossensteeg,

23 apr. 1367 te poortrecht uitgegeven tegen 2O s. 1O p.pay. rente (W. 1 f. 46v.), eenzelfde hofstad tegen 3O groten 2 p.pay. (ibidem).

rentebezit: * 23 apr. 1367 2O s. 1O p.pay. (zie hiervoor).

* 23 apr. 1367 31 groten 2 p.pay. (ibidem).

Beide renten door zijn weduwe 3O aug. 1369 aan zijn kinderen uit het 1e huwelijk overgedragen (W. 1 f. 46v.).

* 18 1/2 s.g.g. op een huis en erf te Leiden, verkocht aan zijn broer Huge Hendriksz. (Ke. 493 f. 39).

* 36 s.pay. op het huis en erf van Gijsbrecht Jansz. Vos aan de Breestraat (W. 2 f. 141).

familie: tr. 1e Machteld (Ke. 7 f. 72). tr. 2e Ave. Zij deelde 12 sep. 1369 als weduwe met Alijd, haar dochter en de kinderen van haar man uit diens eerste huwelijk (Stasijn en Machteld) enerzijds en Huge Hendriksz., Hendrik Hendriksz. en Geertruud Hendriksz. anderzijds de renten die Stasijn Hendriksz. naliet (Ke. 493 f. 39). Zij woonde 24 juli 1371 met haar kinderen aan de Breestraat (W. 2 f. 141). Ave werd 27 juli 1376 Leids poorteres met Simon Gijsbrechtsz. als borg (Secr. 19 f. 43v.). ovl. in 1381 (Ke. 415 f. 76v.). Kinderen uit het 1e huwelijk:

1. Stasijn Jan Hendriksz.z.

ovl. voor 16 sep. 1382 (W. 1 f. 47).

woonhuis: bewoonde het huis op het Hogeland aan de Hooigracht, dat zijn oom Huge Hendriksz. 8 mei 138O vermaakte aan zijn prebende, mocht hier blijven wonen (Ke. 885, W. 1 f. 65).

landbezit: 9 morgen land en de woning ten Dale te Monster, leen van Polanen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361, Ke. 493 f. 41v.).

rentebezit: * 3O aug. 1369 2O s. 1O p.pay. op een hofstad te Marendorp alsmede:

* 31 groten 2 p.pay. op een hofstad ald.; beide renten droeg zijn stiefmoeder op hem en zijn zuster over (W. 1 f. 46v.-47).

* 36 s.pay. op het huis en erf van Gijsbrecht Jansz. Vos aan de Breestraat, samen met (half)broer en (half)zusters. Deze rente werd in 1434 voor de memorie van Jan Wouter Simon Galenz.z. aan de H.Geest overgedragen door diens zoon Claas (W. 2 f. 141).

2. Machteld Jan Hendriksz.dr.

ovl. voor 8 aug. 1445 (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361).

landbezit: * 9 morgen en de woning ten Dale te Monster, leen van de Lek en Polanen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361).

rentebezit: * 3O aug. 1369 2O s. 1O p.pay. op een hofstad te Marendorp en:

* 31 groten 2 p.pay. op een hofstad ald.; beide renten door haar stiefmoeder overgedragen op haar en haar broer (W. 1 46v.). Zij droeg met Claas Bort als voogd 16 sep. 1382 de 2O s. 1O p.pay. rente over aan de H.Geest voor memoriediensten (W. 1 f. 47).

* 36 s.pay.: zie haar broer Stasijn.

familie: tr. 1e Herman Boudijnsz. (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361); tr. 2e wrsch. Andries Hugenz. van der Burch (zie Ga. 455 f. 69v. en vgl. het feit dat diens zoon Jan Andriesz., kanunnik, werd begraven in het graf van heer Huge Hendriksz.; zie Die Milde).

Kinderen uit het 2e huwelijk:

3. Jan Jan Hendriksz.z.

ovl. Leiden 1O sep. 1381, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 76v.).

functie: kanunnik van St.Pancras sinds 138O (ibidem).

rentebezit: zie zijn broer Stasijn.

varia: woonde te Haarlem, vanwege de pest ald. naar Leiden vertrokken, maar de derde dag na aankomst alsnog overleden (Ibidem).

4. Alijd, verm. 12 sep. 1369 (Ke. 493 f. 39)

familie: tr. Claas Bort, die optrad t.b.v. haar halfzuster?

rentebezit: zie haar broer Stasijn.

 

IIIb. GIJSBRECHT HENDRIKSZ. (Ke. 493 f. 41v.).

familie: trad 13 okt. 1344 op t.b.v. zijn broer Stasijn (Ke. 493 f. 4Ov.).

Zoons:

1. Simon Gijsbrechtsz., volgt IV.

2. Gijsbrecht Gijsbrechtsz.

landbezit: zie zijn broer Simon.

rentebezit: * 9 s.g.g. op een huis en erf te Leiden, afkomstig van zijn oom Stasijn, 2O dec. 1366 overgedragen aan zijn oom heer Huge Hendriksz. (Ke. 493 f. 38v.).

 

IV. SIMON GIJSBRECHTSZ.

functie: schepen 1373-74, 74-75, 76-77, 77-78, 8O-81, 83-84.

(woon)huis: verm. aan het Rapenburg als belender 6 aug. 1372 (Ke. 415 f. 5v.).

huisbezit: een huis en erf nabij de Hofgracht, 13 juli 1385 verkocht tegen 1 £.pay. rente, m.u.v. zijn watergang (W. 1 f. 115). Missch. bezat hij ter plaatse meer huizen en erven, vgl. zijn rentebezit.

landbezit: * 3 1/2 akker land te Heemskerk, gekocht van zijn oom Hendrik van Lisse, verm. 8 jan. 1381, belendend aan zijn leengoed ald. (GvH. 226 f. 188v.).

* 136. De Bedolven kamp in Wolverdingemade te Heemskerk en een huis en land ald., leen van de hofstad Heemskerk (GvH. 767 f. 2); 8 jan. 1381 opnieuw beleend door de graaf (GvH. 226 f. 188v.). Wederom met de Bedolven kamp beleend 25 feb. 1386 (GvH. 7O9 f. 1v en 226 f. 246v.) en met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 1). Het huis met land te Heemskerk droeg hij 25 feb. 1386 over (GvH. 226 f. 246v.).

* de Tien hont te Zoeterwoude (1323 in handen van Heine en Jan van der Bregge, zie ald.); 2 aug. 14O8 verkocht aan Herman Willemsz. (Ga. 456 p. 178).

* 5 1/6 hond, 8 1/2 gaard land in de Paardecamp bij Boschuijsen onder Zoeterwoude, samen bezeten met Aarnd Pietersz. en zijn broer Gijsbrecht Gijsbrechtsz., door hen 5 juni 1353 verkocht aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 35v.).

* 1O hond land in Katrijn Ghisenweer, bij Boschuijsen in Zoeterwoude, verkocht 27 juni 14O7 samen met zijn zoon Jan (Ga 455 f. 69v.).

* 16 dec. 1381 een huis en woning met 2 morgen land bij Ter Wadding onder Voorschoten, in leen gehouden van de burggraaf; verm. ald. als belender 24 apr. 14O4 (Hoek, 'Wassenaar', 76; Ke. 322 f. 22).

* 1 morgen land bij Rodenburgerlaan, Zoeterwoude, gemene voor gelegen met land van St.Jan Baptistprebende; 3 juli 1413 aan St.Pancraskapittel verkocht (Ke. 842, 493 f. 92).

rentebezit: * 9 jan. 1368 1 £. op 3 morgen land en een huis te Wassenaar, 24 sep. 1389 aan de H.-Geest geschonken (W. 1 f. 64v.).

* 2O s.pay. op een woning en land te Waalsdorp, Wassenaar, 24 sep. 1389 aan St.Catharinagasthuis geschonken voor memoriediensten (Ga. 455 f. 39).

* 1O s.pay. op een woning en land te Waalsdorp onder Wassenaar, 24 sep. 1389 aan St.Catharinagasthuis geschonken voor memoriediensten (Ga. 455 f. 39).

* 5 feb. 1371 pandrente van 14 p.g.g. op Philips Andriesz. huis en erf aan Matthijs Bronskiaenssteeg; door hem op zijn oom Huge Hendriksz. overgedragen (Ke. 493 f. 2Ov.).

* 3O sep. 1372 pandrente van 2 s. 2 p.pay. op een huis en erf aan de Kerksteeg, 17 juli 1381 overgedragen aan de H.-Geest (W. 1 f. 44).

* 3O sep. 1372 pandrente van 9 p. 2 mitten pay. op een huis en erf aan de Vollersgracht op de hoek van de Hofgracht (W. f. 44v.).

* 3O sep. 1372 pandrente van 12 p.pay. op een huis en erf ald.

Beide laatste renten 5 apr. 1378 aan de H.Geest overgedragen (W. 1 f. 44v.).

* 13 juli 1385 1 £.pay. op een huis en erf bij de Hofgracht, spruitend uit een verkoop (zie huisbezit); 6 juli 1411 overgedragen (W. 1 f. 115).

* 17 nov. 1387 2 x 5 s.pay. op huizen en erven in Stasijnsteeg; 6 juli 1411 overgedragen (W. 1 f. 114v.).

Een deel van zijn rentebezit zal Simon door vererving van zijn oom Stasijn Hendriksz. hebben verworven.

borgstelling: * 3O okt. 1372 Hendrik, Wouter en Dirk, Gerrit Lizinx' zonen, * Hendrik Berwoudsz. en:

* Gijsbrecht Gerrit Lizinx' z. (Secr. 19 f. 35).

* 27 juli 1376 Ave Jan Hendriksz. weduwe (Secr. 19 f. 43v.).

varia: zegel: 3 plompebladen met een ster in het midden (Ke. 643, 14 juli 1374). Pachtte 1382 van de graaf van Blois een tiende bij Doedijnslaan bij Leiden (Gr.v.Blois 1O9 f. 14).

familie: tr. Lijsbeth, hij tochtte haar 25 feb. 1386 aan de mindere helft van zijn leengoed (GvH. 226 f. 267; W. 2 f. 63). Zoon:

1. Jan Simon Gijsbrechtsz.z. woonhuis: in het Vleeshuisvierendeel ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, 324).

landbezit: verkocht 2O juni 14O7 samen met zijn vader land (zie hoger).

borgstelling: * 11 okt. 1376 jkvr. uten Weer (Secr 19 f. 43).

* 28 nov. 139O Claas Hobbe Huijsmansz. (Secr. 84 f. 23v.).

 

IIIc. HEER HUGE HENDRIKSZ.

ovl. 8 juni 138O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 72).

functie: priester, cureit van Schoorl, verm. 1371-73 (Ke. 493 f. 41);

kanunnik van St.Pancras sedert 1368 (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 83).

woonhuis: aan de Hooigracht, Hogeland, verm. 17 mrt. 1372 (W. 1 f. 67); hierop had Michiel van der Heijde 4O s.pay. rente, verm. 3 jan. 1376; bij de rentevestiging was het huis nog in handen van Machteld Pietersdr. (Ke. 493 f. 54). huisbezit:

* een huis en erf aan Hogelandskerkgracht, 3 apr. 1373 vermaakt aan zijn prebende tot woning van de kanunnik; opnieuw 8 mei 138O, toen woonde hier zijn neef Stasijn Jan Hendriksz.z.; bezat toen ook het naastgelegen huis en erf (Ke. 885, W. 1 67).

* een huis en erf aan Hogelandskerkgracht, wrsch. naast het voorgaande, 8 mei 138O bestemd tot woonhuis van de bedienaar van zijn vicarie (Ke. 885, W. 1 f. 67).

* 18 mrt. 1371 1/7 van een huis en erf achter Jan Hendriksz.' huis, met een hofstede daarbij, gekocht van zijn zuster Emese; kocht 23 juli 1373 het aandeel van zijn zuster Jutte en haar echtgenoot (Ke. 493 f. 42 en 39v.).

* 19 jan. 1378 een huis en erf in Jan Vossensteeg (Ke. 886).

landbezit: * 12 apr. 1373 5 1/2 morgen land aan de Does te Leiderdorp, gekocht van Daniel die Bruun; 28 mrt. 1373 geschonken aan zijn prebende (officiele overdracht 12 apr. 1373 (Ke. 493 f. 41v., Ke. 881).

* 1 1/2 morgen land bij Boschuijsen, waarvan 5 hond in de weide die van zijn vader was, gemene voor met land van zijn broer Hendrik en 4 hond land daaraan grenzend; 8 mrt. 1373 aan zijn prebende overgedragen (Ke. 493 f. 4O).

* 1/7 van Stasijn Hendriksz.'s land onder Boschuijsen, na overdracht 18 mrt. 1371 door zijn zuster Emese en echtgenoot; kocht wrsch. 23 juli 1373 van zijn zuster Jutte en echtgenoot hun aandeel in dit land (Ke. 493 f. 42 en 39v.).

* een hofstede bij het kerkhof te Schoorl, 2 geer land van 8 a 9 snesen (de Andelcamp) ald., een stuk land van 4O roeden ald., 16 snesen land in Aagtdorp (Beverwijk), 75 scafte land ald., alsmede een huis en boomgaard ald.; laatstgenoemd huis zou eventueel alsnog aan de prove van de cureit van Schoorl geschonken kunnen worden; 13 okt. 1371 geschonken aan zijn vicarie

in St.Pancraskerk (Ke. 89O), opnieuw 8 sep. 1372 (zonder de 75 scafte land, maar met Verlisebettenhofstede te Heemskerk, huisrenten te Beverwijk en land te Haarlem, Ke. 42O f. 54).

* 1O hond 3O gaard land te Monster, 1378 in bezit van zijn kapelanie (Emmens, 'Monster 1378', 199).

* 4 1/2 morgen 1 1/2 hond land, samen met Huge die Bloot bezeten 1378 (Emmens, 'Monster 1378' , 199).

rentebezit: * 2O dec. 1366 9 s.g.g. op een huis en erf te Leiden, gekocht van zijn neef Gijsbrecht Gijsbrechtsz. (Ke. 493 f. 38v.).

* 2O dec. 1366 1 £.pay. op een huis en erf aan het Hogeland (Ke. 493 f. 9O).

* voor 12 sep. 1369 18 1/2 s. rente, gekocht van zijn broer Jan Hendriksz. (Ke. 493 f. 39).

12 sep. 1369:

* 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat;

* 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 1O s.g.g. op een 1/2 huis en erf te Leiden;

* 6 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 2 s. 6 p.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 9 s.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden, afkomstig van zijn zuster Katrine en tevoren van zijn broer Stasijn.

Voornoemde renten ontving hij bij de boedelscheiding van de nalatenschap van zijn broer Stasijn (Ke. 493 f. 38v.-41).

* 18 mrt. 1371 2, 8, 8, 8, 7, 4 s.g.g. op huizen en erven in Matthijs Bronskiaenssteeg, alle met de houde (Ke. 493 f. 41v.).

* 15 aug. 1371 4 s. 6 p.g.g. op een huis en erf te Leiden, gekocht van zijn broer Hendrik van Lisse.

* 23 mrt. 1373 4 s. 6 p.g.g. op een huis en erf te Leiden, gekocht van zijn zwager Mouwerijn Dirksz.

* 14 p.g.g. pandrente, op een huis en erf in Matthijs Bronskiaenssteeg, na 5 feb. 1371 verkregen, afkomstig van zijn neef Simon Gijsbrechtsz. (Ke. 493 f. 4Ov.-41).

* 1O s.g.g. op huis en erf aan de Breestraat (Ke. 493 f. 41).

* 1O s.g.g. op een huis erf te Leiden (ibidem).

* 1O s.g.g. op huis en erf te Leiden (ibidem).

* 1 £.g.g. op 4 1/2 morgen land te Zoeterwoude, aan de Rijn, afkomstig van zijn broer Stasijn (ibidem).

Alle genoemde renten droeg hij 28 mrt. 1373 over aan zijn prebende; in het overzicht van die datum is echter een rente van 5 s.g.g. opgenomen, die in het overzicht hierboven niet is terug te vinden en andersom bleven buiten de overdracht 2 1/2 en 18 1/2 s. rente, hoger genoemd. (Ke. 493 f. 41v.;

gedeeltelijke overdrachten vonden 3 apr. 1373 en 15 mei 1375 plaats, Ke.

493 f. 39 en 41; zie ook 415 f. 72).

stichtingen: de kapelanie van St.Catharina en Maria Magdalena in St. Pancraskerk; reeds 13 okt. 1371 was sprake van een vicarie met als kapelaan Gerrit Willem Balsz. (Ke. 89O). Officiele stichting 8 sep. 1372 en aanstelling van genoemde Gerardus f. Wilhelmi Pauperi tot vicaris. Collator na zijn dood zou Stasijn Jan Hendriksz.z. zijn of diens leenvolger in Stasijns Polaans leen te Monster (Ke. 42O f. 54). Stichtte 28 mrt. 1373 de St.Agathaprebende in St.Pancraskerk. De collatie zou na zijn dood zijn voor Stasijn Jan Hendriksz.z. of diens leenvolgers te Monster. Bedong bij de schenkingen van land en renten memoriediensten; regelde de collatie opnieuw 23 apr. 1373 (zowel voor zijn prebende als zijn vicarie (Ke. 881).

schenking: 4 £. uit zijn goederen aan St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 61).

varia: zegel: 3 plompebladen met in het midden een ster (23 apr. 1373, Ke. 881).

familie: wrsch. kanunnik op zijn prebende en daarmee behorend tot zijn familie: Willem Pietersz., ovl. 2O nov. 1394, begr. in zijn graf, kanunnik (Ke. 416 f. 21v.)(zie ook Die Milde: Andries Hugenz.'s zonen).

  

HUGE BATSELEER

ovl. tussen 17 sep. 1361 en 17 jan. 1368 (Ke. 415 f. 12 en 493 f. 65), begr. St.Pieterskerk (Kam, 'Memorieboek', 19O).

functies: schepen 1341-42, 42-43; burgemr. 1344-45.

opleiding: bacchalaureus in het kanoniek recht (bacheleer, batseleer).

landbezit: * wrsch.: 12 morgen, 72 gaard land ten noorden van Rodenburger wetering, samen met Dirk van der Dobbe bezeten, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 11 morgen, 1 hond land onder Zoeterwoude, bij de Leidse vaart, verm. 1326-3O, samen met Wouter Willemsz. en anderen bezeten (Ke. 493 f. 87). Mogelijk houdt de vermelding van Huge als belender te Zoeterwoude aan de Paerdencamp hiermee verband (15 feb. 1353) (GvH. 244 f. 3O), evenals die van zijn erfgenamen als belenders te Zoeterwoude (Ke. 493 f. 37; 31 nov. 1368).

* 4 morgen, 5 gaard 8 voet land ten zuiden van Rodenburger wetering onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O, samen bezeten met Andries Hansoetenz. (Ke. 493 f. 88).

* een erf tussen Zijl en Mare te Leiderdorp, verm. 16 feb. 1358 (Ke. 493 f. 65).

rentebezit: 17 sep. 1361 pandrente van 43 s. 1O p.pay. op een huis en erf van Coppe Dirksz.; deze rente droeg zijn zoon Jacob over aan het kapittel van St.Pancras (Ke. 415 f. 12).

varia: 1355 pachter van het Leidse gruit- en hopgeld (GvH. 1443 f. 18v.);

1357 pachter van het Leidse hopgeld (GvH. 1444 f. 5); 1359 en 136O idem,samen met zijn zoon Dirk (GvH. 1446 f. 11v. en 1447 f. 7v.).

familie: tr. Alijd Dobben, dr. van Dirk van der Dobbe (zie ald.).

Kinderen:

1. Jacob Hugenz. (Kam, 'Memorieboek', 19O). functie: schepen 1371-72.

2. Jan Hugenz. (in memorieboek van de H.Geest is van Jan van Leijden sprake (Kam, 'Memorieboek', 19O).

functie: 16 sep. 1358 aangesteld tot bewaarder van de grafelijke huizen te Nijeborch en Middelburch (GvH. 225 f. 5).

3. Willem (Hugenz.)(van der Dobbe)

ovl. na 23 feb. 1369 (Ke. 415 f. 12).

functies: schepen 1355-56, 56-57, 61-62; stadsklerk 25 juli 1365 en later (Secr. 19 f. 4, Ke. 415 f. 12).

rentebezit: 43 s. 1O p.pay. vermaakt aan St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 12).

varia: zegel: gevierendeeld, 1 en 4 een adelaar, 2 en 3 geruit (Ke. 671, 22 mei 1357). Pachtte 1354 het Leids hopgeld (GvH. 1442 f. 25v.).

4. mr. Dirk van der Dobbe (Hugensz.)

ovl. 3 nov. 1367 , begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f 5v.).

opleiding: magister (GvH. 222 f. 17v.)

functies: schepen 1364-65 en 65-66; stadsklerk, verm. 3 okt. 1357 (GvH. 222 f. 17v.). Ontving 3 okt. 1357 de kosterij van Enkhuizen Gommersker spel met de renten daarbij en bovendien het school- en klerkambt aldaar (GvH. 222 f. 17v en 29v.). Verkreeg 1 jan. 1358 de kapelanie in het hospitaal van de parochie van Gommerskerspel (GvH. 225 f. 21). Vermoedelijk is hij de 1343-44 voorkomende bode van Gerrit Heinenz. Rottier, rentmr. van Noord-Holland (Hamaker, Rek. Holl., II 66, 167).

woonhuis: aan de Hogewoerd, verm. 1 mei 1367 (Ga 455 f. 42v.); schonk wrsch. op dit huis aan St.Pancraskapittel een rente van 1 gouden lam (Ke. 415 f. 5v.).

borgstelling: * 27 juli 1365 Jan Albarenz. (Secr. 19 f. 4).

* 3O juni 1365 voor Pieter Gerritsz. (Secr. 19 f. 7v.).

varia: pachtte de tiende van Zoeterwoude 1356 (GvH. 1444 f. 5), 1358 van de graaf van Blois een tiende aan Doedijnslaan bij Leiden en 1361 van deze het zgn. middelste blok onder Zoeterwoude (Gr.v.Blois 87 f. 1O en 9O f. 11v.). Pachter van de Leidse gruit 1363 (GvH. 145O f. 8), van de Leidse hop 1359-63, aanvankelijk met zijn vader (zie hoger en GvH. 1446 f. 11v., 1447 f. 7v., 1448 f. 7v., 1449 f. 6 en 145O f. 8). Vermoedelijk is hij de pachter van de visserij in de Rijn bij Alphen van 1354, samen met Gerrit Gonter (GvH. 1442 f. 25v.). Zegel: een adelaar (Ke. 71O, 8 juni 1365).

?5.Duve, tr. Willem IJsac (Kam, 'Memorieboek', 19O, zie IJsac).

  

WILLEM BEIL

functie: kerkmr. van O.L.V.kerk 1396-97.

  

BETERWILLEN

 

I. HEER JAN BETERWILLENZ. (PETER WILLEMSZ.)

ovl. op 3O nov. 1388, begr. St.Pieterskerk (Ke. 415 f. 29v.).

functie: vicaris van Hoogmade; verm. als zodanig vanaf 29 dec. 1367 (Ke. 415 f. 29v.); vanaf 7 jan. 1376 tevens verm. als kapelaan van Monster (Ke. 493 f. 65v.).

landbezit: zijn erfgenamen zijn belenders te Esselikerwoude (16 sep. 1389; Ga. 455 f. 25).

rentebezit: * 23 dec. 1336 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden, 5 okt. overdracht door hem (Ga. 455 f. 67v.).

* 8 feb. 1337 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (W. 1 f. 64).

* 11 jan. 1341 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden (ibidem).

Beide laatstgenoemde renten 1O nov. 1388 door heer Jan overgedragen aan de H.Geest (W. 1 f. 64).

* 29 dec. 1367 1O s.g.g. op een huis en erf aan het Hogeland; overdracht 3O okt. 1369 aan St.Pancraskapittel (Ke. 415 f. 29v.).

schenking: liet 1O s. na aan St.Pancraskapittel (Ke. 415 f. 29v.).

varia: 2O nov. 1372 getuige bij het testeren door heer Pieter die Hoesche (Ke. 493 f. 31v.), hetzelfde 2O apr. 1377 bij Claas van Bleijswic (Ke. 493 f. 3O).

familie: zoon van Jan Beterwillen, ovl. voor 23 dec. 1336 (Ga. 455 f. 67v.) en van Katrijn, ovl. n` 11 jan. 1341 (W. 1 f. 64). Jans weduwe woonde te Leiden (Ga. 455 f. 67v. en W. 1 f. 64). Jan Beterwillen is vermoedelijk identiek met de Hanne Beterwillen die 1317 1O s. kamphuur voor land te Noordwijk betaalde aan de grafelijkheid en 1334 borg stond toen Lambrecht Jacobsz. de nedertiende van Aarlanderveen kocht (Hamaker, Rek. Holl., I 21 en 165). Broer van heer Jan: Jacob Jan Beterwillenz.; trad 23 dec. 1336 op

als getuige van zijn broer heer Jan (Ga 455 f. 67v.). Zoon (bij een dr. van Jan Zwaluwairt, zie ald. en vgl. o.m. Ke. 418 f. 97v.):

 

II. AARND HEREN JANSZ.

ovl. voor 5 dec. 1414 (Ke. 416 f. 53v.).

functie: kerkmr. van St.Pancras 14O2-O3, 14O6-O7.

beroep: bakker (1406-09, Secr. 1381 f. 22v.), deed aan turfwinning (zie landbezit).

huisbezit: een huis en erf tussen Molengracht en Nieuwe Vollersgracht, gehuurd van St.Pieterskerk, verm. sinds 1398-99, 14O3-O4 verkocht (Ke. 323 (1) f. 7 en volgende, Ke. 323 (6) f. 17 en 9v.).

landbezit: * 19 aug. 1375: een stuk land te Zoeterwoude nabij Rodenburgerlaan aan de Rijn, leen van Poelgeest. Tochtte daaraan zijn vrouw Geertruud (Hoek, 'Rept. Poelgeest', 197, vgl. DuO. 1978 f. 18 en v.).

* 16 aug. 1389 2 1/2 morgen te Esselikerwoude na overdracht door zijn oom heer Aarnd Zwaluwairt (Ga. 455 f. 25, vgl. ook Ke. 418 p. 38).

* 2 morgen 5 hond 36 roeden veenland, samen met Willem Borts erfgenamen bezeten, belast met grafelijke erfpacht en lastgeld, verm. 16 juli 1394 (GvH. 228 f. 133).

rentebezit: * 6 mrt. 1399 1 £.pay. op een huis en erf aan de Hooigracht, gekocht van de grootmoeder van zijn 2e echtgenote en door zijn weduwe en dochter 5 dec. 1414 aan St.Pancraskapittel overgedragen (Ke. 416 f. 53v.).

* 18 p.g.g. met houde en 1 £.pay. op een huis en erf te Leiden (verm. 21 sep. 14O4, RA. 5O f. 47v.).

* 9 sep. 14O7 een pandbrief van 15 s.pay. op een huis en erf ald. (RA. 5O f. 98).

* 24 juli 14O8 3O Eng. nobel op een huis en erf ald., 6 apr. 141O afgeschat (RA. 5O f. 47v.).

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf ald., 13 dec. 1411 afgeschat, m.u.v. de inbegrepen rente met houde (RA. 5O f. 119).

borgstelling: * 16 okt. 1367 Jan Claas Gerrit Doedenz.z. (Secr. 19 f. 12).

* 1O juni 137O IJsbrand Willemsz. (Secr. 19 f. 22).

* 1O nov. 1382 Gerrit Jansz., van Zwammerdam (Secr. 19 f. 59).

* 8 okt. 1383 Jan Everardsz. (Secr. 19 f. 61).

* 1 feb. 1399 Jacob Gerrit Jansz.z. (Secr. 19 f. 111).

familie: tr. 1e Fije; tr. 2e Geertruud Everardsdr., ovl. 26 okt. 1427 (Ke. 418 f. 97v.; 416 f. 77v.). Grootmoeder van de laatste was Alijd Jan Philipsz., verm. 6 mrt. 1399 (Ke. 416 f. 53v. en 77v.). Geertruud bezat met Aagte Pieter Willem Tedenz.z.'s vrouw 1412-13 een lijfrente van 2 nobel en 43 groten t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 2Ov.). Dochter:

1. Geertruud, verm. 5 dec. 1414 en 17 mei 1424 (Ke. 416 f. 53v. en Ga. 1003.

  

BETG(G)EN (BETKIAEN) I

 

I. GERRIT BETGENSZ.

ovl. voor 27 feb. 1375 (Ke. 876).

woonhuis: aan St.Pieterskerkstraat, er rustte 5O s.g.g. rente op (Ke. 555a) en 3 s.g.g. rente t.g.v. de H.Geest (W. I 31 f. 9). Of de rente van 1O s. pay. die Willem van Alkemade 5 juni 1376 aan de prebende van mr. Jan Philipsz. schonk en die op dit huis was gevestigd in de rente van 5O s. was inbegrepen, is onduidelijk (Ke. 493 f. 49v.).

borgstelling: 5 juli 1373 Claas Betken heren Roelofsz. (Secr. 19 f. 34).

familie: tr. Zwiaart, ovl. na 27 feb. 1375, toen zij met haar zoons Pieter, Claas en Jan een overeenkomst sloot betreffende haar mans

nalatenschap (Ke. 876). Kinderen:

1. Heer Pieter (Gerrit) Betgensz.

ovl. na 1394 (GvH. 1471 f. 12 en 13v.).

functies: vicaris te Schiedam, verm. 24 aug 1366 (Ke. 982); deken van Rijnland, verm. 2O nov. 1372, 28 mrt. 1373 en 24 apr. 1373 (Ke. 493 f. 31v. en 41v., Ke. 881).

huisbezit: * 1/6 van een huis en erf aan St.Pieterskerkstraat, afkomstig van zijn vader, 8 mei 1376 aan zijn broer Claas verkocht (Ke. 555a).

* 17 aug. 1387 3/4 huis en erf aan de Vollersgracht, gekocht van zijn broer Jan Zoetinc (Ke. 1O58).

landbezit: * 22 juni 1386 land te Zoeter- en Gelderswoude, gekocht van Gerrit van den Bosch, man van de weduwe van zijn broer Claas (Ke. 837).

* 17 aug. 1387 land ald., gekocht van zijn broer Jan (ibidem).

rentebezit: renten op een huis en erf te Leiden, 8 mei 1376 aan zijn broer Claas verkocht (Ke. 555a).

varia: pachtte 1394 de tiende te Vriezekoop, Burggravenveen en Leimuiden (GvH. 1471 f. 12 en 13v.).

familie: zoons:

a. IJsbrand heren Pieter Betgensz., werd 15 jan. 1393 poorter met 24 £, borg stond Dirk Jan Godenz. (Secr. 19 f. 95v.).

b. Dirk heren Pieter Betgensz., stond 4 nov. 1394 borg voor Jan Woutersz. (Secr. 19 f. 95v.).

2. Claas Gerrit Betgensz. (Betkiaen)

ovl. tussen 2O sep. 1384 en 22 juni 1386 (W. 1 f. 59, Ke. 837).

beroep: viskoper? (vgl. zijn pacht van de visserij in het Vroen en mogelijk een bevestiging in RAGeld. 742 f. 4v. en 743 f. 4, indien hij dezelfde is als de daar verm. Claas van Leijden in 1348-49).

woonhuis: in St.Pieterskerkstraat; 7 mrt. 1372 vermaakte heer Philips van Leijden wrsch. op dit huis 3 s. 4 p. aan zijn prebenda nobilis (Ke. 894). 1/6 van dit huis kocht hij van zijn broer Pieter 8 mei 1376 (Ke. 555a). 8 mei 1377 en 13 feb. 1383 kocht hij 1 £.g.g. erop gevestigde rente af (Ke. 556 en 557). Zijn huis was later wrsch. in handen van Claas van der Burch (Secr. 84 f. 36, omstr. 1391).

landbezit: land te Zoeter- en Gelderswoude (Ke. 837), na zijn dood door zijn weduwes 2e echtgenoot 22 juni 1386 verkocht (Ke. 837).

rentebezit: * 8 mei 1376 renten op een huis en erf te Leiden, gekocht van zijn broer Pieter (Ke. 555a).

* 2O sep. 1384: een pandrente van 18 s. 4 p.pay. op een huis en erf aan de Breestraat en 8 s.g.g. op een huis en erf aan de Weversteeg (W. 1 f. 59).

Beide renten werden 2 feb. 1387 door zijn broer Pieter overgedragen aan de H.Geest voor het doen van Claas' memorie (W. 1 f. 59v.).

borgstelling: 11 juli 1374 Hendrik van Zalem (Secr. 19 f. 41v.). varia: 136O pachter van de visserij in het Vroen met Hein Mande (GvH. 1447 f. 7).

familie: tr. Machteld; zij hertr. Gerrit van den Bosch Jacobsz., die 22 juni 1386 land dat zijn vrouw van haar 1e man was aanbestorven verkocht (zie hoger).

3. Jan Zoetinc

ovl. na 17 aug. 1387 (Ke. 837).

woonhuis: in St.Pieterskerkstraat, verm. 4 sep. 1384 (Ga. 455 f. 62), wrsch. was op dit huis een rente gevestigd van 3 s.g.g., die hij 3 feb. 1386 afkocht van Simon Frederik (Ke. 631).

huisbezit: 3/4 huis en erf aan de Vollersgracht, 17 aug. 1387 verkocht door hem met zijn vrouw aan broer Pieter, zoals nagelaten door zijn broer Claas (Ke. 837).

varia: is hij dezelfde als Jan Soetinc die Scrienmaker die met zijn jongste borer Willem 1393 werd verbannen door de graaf? (GvH. 228 f. 86v., d.i. Secr. 8O f. 52).

familie: tr. Heilwicte, verm. 17 aug. 1387 (Ke. 837).

  

BETGEN (BETKIIN)

Missch. verwant met het vorige geslacht.

 

CLAAS BETGEN (BETKIIN)

beroep: voller (1393, GvH. 228 f. 86v., d.i. Secr. 8O f. 52); vleeshouwer (1399-14OO, Rek. Lei., I 9O); drapenier (142O, Posthumus, Bronnen, 122).

woonhuis: aan het Rapenburg, verm. 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 43v.).

huisbezit: een huis en erf belast met huur aan St.Pieterskerk, 14O9-1O

verkocht (Ke. 323 (8) f 15).

landbezit: * 1/2 raamstede in St.Pietershoeve, waarop een rente met de houde t.g.v. St.Pieterskerk, 1398-99 verkocht (Ke. 323 (1) f. 5 en 9, 323 (2) f. 7).

* een erf in St.Pietershoeve, tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan, verm. 1398-99, 14O2-O3 in andere handen (Ke. 323 (1) f. 7v. en volgende rek.; (5) f. 14v.).

rentebezit: een rente op een huis en erf aan de Oude Rijn; 17 mei 1424 verkocht (Ga. 1OO3).

borgstelling: 22 juli 14O3 Claas Frankenz. (Secr. 2O f. 14).

varia: zegel: 3 hoorns (Ke. 5O9, 6 nov. 1421).

familie: tr. Lijsbeth, dr. van Jacob van Endegheest en Katrijn (die later Walich Hagen huwde en ovl. voor 6 nov. 141O, Ga. 94). Claas' ouders waren Gijsbrecht Goussen en Alijd. Zijn moeder was 29 mei 14O6 weduwe (Ga. 334 (6) f. 1Ov. en W. 1 f. 1O1). Zijn vader was 1397 belender van een huis aan de Breestraat (Weesk. 6O8 f. 1v.).

  

JAN BETTENZ. C.S.

 

I. JAN BETTENZ.

ovl. na 29 juni 137O (Secr. 19 f. 23v.)

woonhuis: op Gansoorde; op dit huis schonk Trude, weduwe van Boudijn van Zwieten haar kapelanieen 1 apr. 1359 1O s.g.g. rente (Ke. 1O38).

borgstelling: 29 juni 137O Engelbrecht Lambrechtsz. (Secr. 19 f. 23v.).

familie: tr. Fije? (Ke. 415 f. 14). Kinderen:

1. Willem Jan Bettenz.z., volgt IIa.

2. Gerrit Jan Bettenz.z., volgt IIb.

3. Louwe Jan Bettenz.z.

ovl. na 14O7-O8 (Ke. 323 (7) f. 13v.).

functies: kerkmr. van St.Pieter 14O2-O3, homan van het Wolhuisvieren deel 1392 (Secr. 84 f. 271).

woonhuis: aan de Breestraat; op zijn aangrenzend erf, waar hij ca. 1397 een huis op bouwde, had Jan Jacobsz. Blijfhier toen 9 s. 8 p.pay. rente met houde. Op zijn woonhuis bespraken Wildijc en Alijd, zijn vrouw, 3O s.g.g. rente t.b.v. de H.Geest, verm. 138O (W. 1 f. 2Ov. en I 31 f. 6v.).

landbezit: een erf tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan, verm. 1398-99 en later, 14O1-O2 in andere handen, opnieuw 14O3-O4 van hem (Ke. 323 (1) f. 7v. en volgende rek.; (4) f. 1Ov. en (6) f. 1O).

schenking: 26 nov. 14O6 en som gelds aan de H.Geest (W. 1 f. 1O2v.).

varia: 1398 toeschatting aan hem van 32 s.pay. uit een verkochte boedel (RA. 5O f. 22); 14O7-O8 aankoop van een graf in St.Pieterskerk door hem (Ke. 323 (7) f. 13v.).

familie: dochter:

a. Machteld, tr. Zeger Willemsz. (zie Willem Scickersz. c.s. en Kam, 'Memorieboek', 166).

4. Katrine, 27 sep. 1414 verm. als weduwe van Floris Coenenz. (Ke. 415 f. 14).

 

IIa. WILLEM JAN BETTENZ.Z.

functie: homan van het Wolhuisvierendeel 1392 (Secr. 84 f. 271).

beroep: drapenier (Weesk. 6O8 f. 8v.).

woonhuis: in de Breestraat, verm. 14 juli 1399 (W. 1 f. 86v.)

landbezit: * een erf tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan, verm. sinds 1398-99, 14O2-O3 in handen van zijn zoon Gerrit; gepacht van St.Pieterskerk (Ke. 323 (1) f. 7v. en volgende rek.; (5) f. 14).

* een erf ald., verm. sinds 1398-99; 14O7-O8 in andere handen; gepacht van St.Pieterskerk (Ke. 323 (1) f. 7v. en volgende rek., (7) f. 1O).

familie: tr. Machteld Gerrit Pietersz.dr. Zij had met zoon Jan 1412-13 een lijfrente van 2 1/2 nobel 1 1/2 groot op de stad Leiden (Secr. 513 f. 2O).

Hertr. Huge Andriesz. (Ke. 7 f. 33, zie Gerrit Zeveritsz. c.s.). Kinderen:

1. Gerrit Willem Jan Bettenz.z.

functies: geestmr. 14O1-O2, O2-O3, O3-O4, O4-O5, O5-O6, O6-O7, O7-O8, O8-O9, homan van het Wolhuisvierendeel 141O (Secr. 84 f. 237).

beroep: ijzerkoper (1412-13, Ke. 323 (9) f. 23); drapenier (vgl. zijn bezit van een raamstede).

landbezit: * 14O2-O3 een erf tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan, belast met een rente met de houde t.b.v. St.Pieterskerk, afkomstig van zijn vader (Ke. 323 (5) f. 14 en volgende rek.).

* 1/2 raamstede in St.Pietershoeve, gehuurd van St.Pieterskerk, verm. 14O9-1O (Ke. 323 (8) f. 7v. en volgende rek.).

rentebezit: * 13 sep. 14O4 1 £.pay. op een huis en erf aan de Oude Rijn (Ke. 2O3 f. 2O).

* 1 £.pay. met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 6 apr. 141O (RA. 5O f. 92v.).

2. Heer Jan Willemsz. (Ke. 7 f. 33v.).

3. Kind, ovl. ca. 139O-14OO (Ga. 444 f. 2v.).

 

IIb. GERRIT JAN BETTENZ.Z.

ovl. na 1396-97 (Ga. 334 (3) f. 1O).

beroep: turfkoper (1396-97, Ga. 334 (3) f. 1O).

woonhuis: op het Hogeland, belendend aan een huis aan de Oostgracht (d.i. de Middelste gracht; 8 jan. 1376, W. 1 f. 35).

borgstelling: 25 jan. 1385 Kerstijn Claas Willemsz.dr., van Zoetermeer (Secr. 19 f. 66v.).

familie: zoon:

1. Willem, tr. Heil, zij bezat m.i.v. 1412-13 een lijfrente van 11 nobel t.l.v. de stad, samen met haar dochter (Secr. 513 f. 2O).

  

HERMAN BITTER

ovl. voor 11 okt 1333 (Ke. 493 f. 38v.).

functie: schepen 1321-22.

woonhuis: zijn huis en erf was 11 okt. 1333 in handen van zijn weduwe (Ke. 493 f. 38v.).

familie: tr. Katrine, ovl. na 11 okt. 1333 (Ibidem). Zij hertr. mogelijk

Wouter van den Veen (zie ald.).

  

JAN JACOBSZ. BLIJFHIER

ovl. 29 aug. 1397 (Weesk. 6O8 f. 1v.).

functie: homan van het Wolhuisvierendeel na 1392 (Secr. 84 f. 271).

beroep: drapenier; voer van Vlaanderen op Schonen, kocht ald. haring als retourvracht (Weesk. 6O8 f. 3v., 4 en 8v.); tevens wijnkoper? Westerman, Landsheerlijke riviertollen, 57, noemt Jan Jacobsz., afkomstig van Leiden.

woonhuis: aan St.Nicolaasgracht (Secr. 19 f. 69, 23 juli 1385); 14 nov. 1392 verm. als 'op Gansoerde' (Secr. 19 f. 95).

huisbezit: * een huis en erf - met goede kamer achter op het erf - aan de Breestraat. Hierop had St.Pieterskerk 2 s.g.g. met houde en 16 s.pay.;

verder rustte er 7O groten rente op. Van het huis hingen de volgende renten af: 6 s.g.g. rente met de houde, op een huis en erf van Louwe Jan Bettenz. z. 9 s. 8 p.pay. met houde, verder 1O s.pay. en 9 s. 8 p.pay. renten met houde (Weesk. 6O8 f. 1v.).

* een huis en erf aan de Mare; hierop had Frank IJsac 2O s.pay. met houde; wrsch. uitgegeven tegen 4O s.pay. rente (Weesk. 6O8 f. 1v. en 3v.).

* een huis en erf in Grisoord; hierop had Jan Costijnsz. van der Bregghe 42 s.pay.; van dit huis hingen de volgende renten af: 2O s., 2O s. en 12 s., alles pay. met houde (Weesk. 6O8 f. 2).

landbezit: een leeg erf van ca. 93 gaarden, aangenomen van St.Pieterskerk tegen een rente met de houde (Weesk. 6O8 f. 2; verm. van zijn kinderen;

uitgegeven, vgl. Ke. 323 (1) f. 8v. en volgende rek.; 14O7-O8 niet meer in hun handen, Ke. 323 (7) f. 11v.).

* een gedeelte van 4 akkers land te Zegwaard (Ga. 455 f. 85v.).

rentebezit: * zie huisbezit.

* een schuldbrief van 16 £.pay. op een huis en erf te Leiden dat 1397 werd

verkocht; de brief werd uit de inboedel vereffend (RA. 5O f. 17v.).

borgstelling: * 23 juli 1385 Willem Jacobsz. (Secr. 19 f. 69).

* 2O jan. 1391 Jan Dirk Pieter Willemsz.z. (Secr. 19 f. 69).

* 14 juli 1392 Meinaard Pietersz. (Secr. 19 f. 91).

* 14 nov. 1392 Claas Dirksz. (Secr. 19 f. 95).

* 2 jan. 1393 Albrecht Jansz. (Secr. 19 f. 52).

varia: Leids poorter 17 mrt. 1381 (Secr. 19 f. 52). Was 2 feb. 139O 11O £ schuldig, samen met Bertelmeeus IJmmenz. en Simon Philipsz. (Secr. 84 f. 19v.). In het schot te Leiden werd hij voor 7O £ aangeslagen (Weesk. 6O8 f. 9v.).

familie: zoon van Jacob Blijfhier en Katrine (Weesk. 6O8 f. 1v., 2v. en 11). Tr. Margriet, dr. van Huge Claasz. van der Burch (Weesk. 6O8 f. 1v., zie ald.). Kinderen (Weesk. 6O8):

1. Ermtruud, tr. Jacob Louweris Claasz.z. (zie ald.); zij ovl. voor 17 mei 1419 (Ke. 1O35).

2. Katrine, tr. Jacob Willemsz. Na haar dood deelde haar man met Jacob Louwerisz. voornoemd 17 mei 1419 de nalatenschap van beide zusters; Jacob Willemsz. ontving daarbij 3 1/2 morgen land te Gelderswoude en versch. renten op huizen en erven te Leiden, te weten: 2O s.pay. met houde op het huis en erf van Jan van Zijl, 2O s.pay. met de houde, 2O s. 4 p.pay. te Marendorp, 2O s.pay. met houde, 2O s.pay. met houde bij de Mare aan O.L.V.kerkhof, 1O s.pay., 13 s. 4 p.pay., 2O s.pay., 34 s., 12 s. 4 p., 1O s., 36 s. 6 p.g.g., 23 s. 4 p., 23 s. 4 p., 2O s. en 2O s. E.e.a. verkocht hij 13 nov. 1419 (Ke. 1O35). Renten te Zevenhuizen (Grisoord, Leiden, 9, 15 en 15 s.g.g. met houde) verkochten beide zwagers reeds 25 sep. 1417 (zie Jacob Louweris Claasz.z. en vgl. het huisbezit van Jan Jacobsz. Blijfhier).

3. Lisebet

N.B. Na de dood van hun vader traden vanaf 1397 als voogden voor hen op: Huge Claasz. van der Burch (vanaf 14O8 diens zoon Hendrik) en Jan Blijfhier Claasz., zoon van hun oudoom (Weesk. 6O8 f. 1v. en 32); aan de voogdij kwam in 1411 een einde (Weesk. 6O8 f. 32). De voogden kochten t.b.v. hen (Weesk. 6O8 f. 2v.): 2 morgen land te Alphen (1399), opbrengend 8 £.pay. p.j.; 3

1/2 morgen land te Gelderswoude, gemeen gelegen met land van hun vaders moeder, opbrengend 3 £ 15 s.pay. p.j., 1399 gekocht voor 16 £.pay. per morgen (Weesk. 6O8 f. 1O-11); 2 morgen land te Leiderdorp, gemeen gelegen met land van de Duitse Orde en Aarnd Jacobsz.'s erfgenamen, gekocht van Willem Vos; 4O s.pay. met houde op huizen en erven te Leiden; 2O s.pay. met

houde, 2O s.pay. met houde, 23 s.pay. met houde, 23 s.pay. met houde en 2O s.pay. renten ald. T.b.v. zijn kinderen liet Jan Blijfhier een buidel met 1OO oude schilden aan goud en zilver na (133 £ 6 s. 8 p.) bij zijn schoonvader (Weesk. 6O8 f. 3v.).

  

VAN BLEIJSWIC

 

I. JACOB CLAASZ. VAN BLEIJSWIC (qq)

ovl. tussen 9 jan. 1342 en 22 sep. 1343 (Ke. 493 f. 61), begr. St.Pancras

kerkhof (Ke. 415 f. 48v.).

huis- en rentebezit: 9 jan. 1342 1O s.g.g. op een half huis en erf op de

hoek van de Oude Rijn, de andere helft behoorde aan Jacob zelf toe (Ke. 493

f. 61; overdracht van deze rente door zijn zoon Claas 7 dec. 1358, zie

ald.).

familie: tr. Wendelmoed, wrsch. ovl. voor 7 dec. 1358 (overdracht van een

rente die aan haar toebehoorde door haar zoon Claas); begr. St.Pancraskerk

hof (Ke. 415 f. 48v.). Zij bezat 1O s.g.g. rente op een huis en erf op het

Hogeland (22 sep. 1343, Ke. 493 f. 61), deze werd 7 dec. 1358 door haar

zoon Claas overgedragen (zie ald.).

Kinderen:

1. Heer Claas Jacobsz., volgt II.

2. Pieter Jacobsz. van Bleijswic

ovl. tussen 14 nov. 1367 en (wrsch.) 18 sep. 138O (Ke. 415 f. 91v. en 493 f. 3O).

functies: klerk ter kanselarij te 's-Gravenhage (Ke. 493 f. 61v.); verm. als clericus uxoratus 24 aug. 1366 (Ke. 982 en 991). Ontving van de graaf 3 feb. 1356 een kapelanie in de kerk te Dordrecht, deed daarvan voor 17 jan. 1359 afstand (Van Riemsdijk, Tresorie, 79).

landbezit: is hij de Pieter van Bleijswijk die 4 dec. 1362 6 morgen land van de graaf in leen ontving? (GvH. 226 f. 79).

borgstelling: ? 5 juni 1365 Claas Jansz., van Zoetermeer (Secr. 19 f. 3).

varia: bracht heer Adam van Catwic in de klerkenkamer te 's-Gravenhage een oogkwetsing toe; in deze kwestie werd 17 dec. 1357 een scheidsrechterlijke uitspraak gedaan, waarbij o.m. werd bepaald dat Pieter 5O s.g.g. aan renten diende te betalen, voor een memorie in de St.Pieterskerk voor heer Adam (Ke. 493 f. 61v.). Ingevolge dit zeggen droeg zijn broer heer Claas renten over (zie ald.).

familie: dochter: Wendelmoed, verm. 18 sep. 138O (Ke. 493 f. 3O).

3. Aleidis, verm. 14 nov. 1367, ovl. voor 2O apr. 1377 (Ke. 415 f. 91v. en 493 f. 3O).

woonhuis: het woonhuis van een van de zusters van heer Claas van Bleijswic was 28 juni 1376 gelegen aan Hogelandskerkgracht (W. 1 f. 38).

familie: tr. Herman. Zoon:

a. Heer Nanno Hermansz.

                             jong ovl., 17 okt. 1399, begr. in het graf van zijn oom heer Claas (Ke. 416 f. 29v.).

                             functie: kanunnik op St.Gregoriusprebende in St.-Pancraskerk, daartoe bij testament door zijn oom aangewezen - na diens dood - (Ke. 416 f. 29v., 418 f. 1O9 en 493 f. 3O).

                             schenking: het jaar van gratie van zijn prebende (Ke. 416 f. 29v.).

4. Geertruud Jacobsdr.

ovl. na 27 jan. 1415 (RA. 5O f. 141).

rentebezit: 43 s.g.g. met houde op een erf te Leiden, verm. 27 jan. 1415 (RA. 5O f. 141).

familie: tr. Gerrit Jansz. (Ke. 7 f. 7O); Aagte Jacobs Malen' echtgenote was wrsch. haar verwante (ibidem). Zoon:

a. Heer Jan Gerritsz.

                             ovl. 14 dec. 1433, plotseling, begr. St.Pancraskerk in het graf van zijn oom heer Claas (Ke. 416 f. 9O).

                             functie: kanunnik van St.Pancraskapittel (Ke. 416 f. 9O); verm. 23 dec. 14O1 als rentmeester van het kapittel; trad o.m. 4 okt. 1421 en 7 mrt. 1429 namens het kapittel op (Ke. 416 f. 41, 493 f. 1O2 en 99v.).

5. Elisabeth, verm. 14 nov. 1367 en 18 sep. 138O (Ke. 415 f. 91v., 493 f. 3O.

 

II. HEER CLAAS JACOBSZ. VAN BLEIJSWIC

ovl. 14 okt. 138O te Leiden, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 68v. en 73).

functies: priester (verm. sinds 15 sep. 1356, Ke. 493 f. 29v.), pastoor en kanunnik van St.Pancras 1366-74 (Leverland, 'Pastoors van St. Pancras', 68, dezelfde, 'Inquisitio conexuum', 88); notaris, verm. voor 7 juni 1376 (Ke. 415 f. 5O); pastoor van Warmond sinds 1378 (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 88).

woonhuis: aan Hogelandskerkstraat, 'apud castrorum'; woonde daar reeds bij de stichting van het kapittel (Ke. 493 f. 3O). Dit huis was missch. afkomstig van zijn vader (zie ald.); 2O apr. 1377 beschikte hij bij testament over dit huis t.g.v. zijn verwanten (Ke. 493 f. 91v.). Zijn huis belendde 17 dec. 1381 aan een schuur aan de Oude Rijn (W. 1 f. 42v.).

huisbezit: een huis en 2 hofsteden aan de Middelwech, op het Hogeland, 2 mei 1364 verkocht tegen een rente van 1O s. 5 p.g.g. (Ke. 493 f. 29v.).

Wrsch. vestigde hij op dit huis 7 dec. 1358 een rente van 17 p. t.b.v. de priesters van St.Pieterskerk (Ke. 493 f. 61v.).

landbezit: * 7 nov. 1368 3 morgen land te Benthuizen, gekocht t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 28v.).

* 2O nov. 1369 4 morgen land te Maasland, gekocht t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 28v.).

* 1 mei 1373 1 1/2 morgen land aan de Rijn te Oegstgeest, hierop behield Hendrik van Alkemade 3O s.g.g. rente; dit land kocht hij t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 29).

* 3 morgen land te Wassenaar, onder Santhorst, gemeen gelegen met land van Jan Hugenz., voor 5 okt. 1369 gekocht (bij testament van 2O apr. 1377 bestemd voor de vicarieen van mr. Andries; Ke. 415 f. 27 en 493 f. 3O).

rentebezit: * 15 sep. 1356 12 s.g.g. met houde op een huis en erf te Marendorp, 17 juli 1374 overgedragen aan zijn prebende (Ke. 493 f. 29v.).

* 1O apr. 1358 een pandrente van 5 s. 7 p.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 61).

* 1 juni 1358 3 s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht (Ke. 493 f. 61).

* 7 juni 1358 1 £.g.g. op het huis en erf van Jacob Rembrand Vinkenz.z. aan de Vollersgracht, gekocht van deze (Ke. 493 f. 61).

Laatstgenoemde 3 renten alsmede 2 renten bij zijn ouders vermeld, droeg hij 7 dec. 1358 over aan heer Pieter den Hoesche, t.b.v. een verdeling onder de priesters (zie bij zijn broer Pieter; Ke. 493 f. 61).

* 2 mei 1364 1O s. 5 p.g.g. spruitend uit de verkoop van een huis (zie boven), 17 juli 1374 overgedragen aan zijn prebende (Ke. 493 f. 29v.).

* 18 feb. 1374 4O s.pay. op 4 morgen land te Nieuwkoop (Ke. 493 f. 29v.).

* 1/2 van 5 £.pay. rente, geschonken aan de huiszitten van St.Pancras-parochie (1378, Ke. 415 f. 61v.).

schenkingen: * 1375 1O pay. aan St.Pancraskapittel voor het houden van de memorie van zijn ouders, broer en zusters (Ke. 415 f. 48v.).

* 7 nov. 1376 1O £.pay. aan St.Pancraskapittel, uit de opbrengst diende op de feesten van Translatio Martini en St.Bernardus 1O s.pay. te worden besteed aan uitdelingen onder de kanunniken (Ke. 415 f. 5Ov.).

* 1377 1O £.pay. aan het kapittel, t.b.v. de viering van de feesten van St.Alexis en Johannes Onthoofding (Ke. 415 f. 52).

* 1378 1O £.pay. aan het kapittel t.b.v. de viering van de feesten van Divisio Apostolorum en het Octaaf van Maria Geboorte (Ke. 415 f. 58v.).

stichtingen: 1366 de kanunniksprebende van St.Gregorius (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 88). Regelde 15 nov. 1367 de collatie; eerste collator zou zijn broer Pieter zijn, gevolgd door zijn zusters Aleidis, Gertrudis en Elisabeth en tenslotte de oudste wettige zoon of dochter van zijn broer Pieter (Ke. 415 f. 91v.).

varia: testeerde 2O apr. 1377 (met bepalingen betreffende zijn huis, zijn land te Wassenaar en zijn prebende, zie hoger) en 18 sep. 138O (liet daarbij voor zijn memorie het gratiejaar van zijn prebende na, d.i. 1O £.pay., waaruit 6 £.pay. bestemd was voor O.L.V.kerk om er een rente van 1O s. mee te kopen - ook deze kerk deed zijn memorie (Ke. 415 f. 73, NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 45v.) -; vermaakte het gratiejaar van zijn cure te Warmond aan het kapittel voor zijn memorie (1 £.pay., Ke. 415 f. 68v.),

zijn dienstmaagd Katrine o.m. 1 £.pay. rente, heer Simon Jansz. 1O s.pay. rente, Gijsbrecht van Leiderdorp 1O s.pay. rente, het Agnietenbegijnhof 1O s. rente en voor de viering St.Maartensfeest door het kapittel 5 s.pay.

rente (Ke. 493 f. 3O).

  

HENDRIK BOKEL

ovl. 1412-13 (Ke. 323 (9) f. 1O).

functie: schepen 1385-86, waardijn van de draperie, verm. 26 mei 14O1 (RA 2 f. 1O8).

beroep: drapenier (vgl. zijn optreden als waardijn en zijn bezit van een raamstede, zie hierna). Handelde op Engeland (2O mrt. 1379 gearresteerd op de Theems wegens ongeoorloofd vervoer van gelden; Smit, Bronnen handel met Engeland, I 333 noot 1).

woonhuis: op zijn huis, dat Morsiel had toebehoord, rustte 138O een rente van 4 1/2 s.g.g. t.b.v. de H.Geest (W. I 31 f. 8); woonde 14O7-O8 in het Kerkhofbon (Ke. 323 (7) f. 49).

huisbezit: 5 mei 1398 een huis aan de straat van Marendorp, hierop bezat hij reeds een pandrente (zie rentebezit).

landbezit: * 3 morgen land aan de Papenweg te Voorschoten, grfl. leen;

beleend 139O met ledige hand (GvH. 7O8 f. 7); door hem 22 okt. 141O opgedragen t.b.v. een ander (GvH. 229 f. 63v.).

* 5 hond land te Zoeterwoude, bij Leiden, m.i.v. 22 feb. 1378 gehuurd van de H.Geest voor 5 jaar (W. I 31 f. 15).

* 5 feb. 1374 een erf aan de Vollersgracht, bij de koop door hem belast met 1 £.g.g. rente (Ke. 8O).

* 16 aug. 1388 een erf in de Herencamp, gekocht van de Duitse Orde (DuO. 2O92).

* 4 erven tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan, waarop een rente t.b.v. St.Pieterskerk, verm. 1398-99 en later (Ke. 323 (1) f. 7v. en volgende rek.). Hiervan verkocht hij 14O7-O8 een erf, inmiddels stond daar een kamer op (Ke. 323 (7) f. 1O en (8) f. 15).

rentebezit: * 22 mrt. 1373 18 s. 4 p.pay. op een huis en erf aan de Breestraat, 27 mrt. 1375 overgedragen (W. 1 f. 58v.-59).

* 29 sep. 1396 een schuldbrief van 1O £.pay., na panding 17 mrt. 1397 een pandbrief van 31 s. 6 p.pay. op een huis aan de straat van Marendorp, dat hij 5 mei 1398 kocht (zie boven; RA. 5O f. 19).

schenking: 141O 3O £.pay. voor zijn memorie aan St.Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 13v., vgl. Ke. 7 f. 23).

borgstelling: * 18 dec. 1372 Jan van den Broic (Secr. 19 f. 35v.).

* 28 sep. 1386 Coenraad Costijnsz. (Secr. 19 f. 75).

* 5 juli 1394 Claas Claasz. (Secr. 19 f. 1O1).

varia: zegel: een leeuw, hartschild de Leidse sleutels (Ke. 699, 26 jan. 1386). Pachtte van de graaf van Blois 1368 een tiende bij de Leidse stadspoort en 1371 het zgn. middelblok, beide te Zoeterwoude (Gr.v.Blois 96 f. 9 en 99 f. 1O); pachtte 1382 de Leidse gruit en hop (GvH. 1462 f. 8v.);

31 juli 1392 pachter van de wollenellemaat samen met Bertelmeeus IJmmenz., voor 1 jaar, van de molenaccijns 19 feb.-16 apr. 1399 en van de wol- en velleaccijns 16 apr.-1O juni 1399 (Rek. Lei., I 5 en 57).

familie: was zeker verwant met de zusters Agatha en Bartraad Bokelsdrs.,

verm. 9 dec. 1339, toen de laatste in het bezit was van 4O s. Holl. rente p.j., grfl. leen, gevestigd op land aan de Papenweg te Voorschoten, dat bij haar kinderloos ovl. mocht vererven op haar zr. Agatha (GvH. 218 f. 25v.,

zie Hendriks landbezit). Tr. Aagt (Ke. 7 f. 23), verm. als weduwe 1412-13 (Ke. 323 (9) f. 1O) en 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 14v.), huurde toen een erf van St.Pieterskerk zoals haar man tevoren. Kinderen:

1. Pieter, verm. 1417-18 als huurder van een erf van St.Pieterskerk, zoals zijn vader tevoren; zijn huis stond daarop (Ke. 323 (11) f. 14v.).

2. Traveis, verm. 1417-18 als huurder van een erf van St.Pieterskerk, zoals zijn vader tevoren (Ke. 323 (11) f. 14v.).

  

AARND BOLLEKIJN (BOLLEN, BOLLETGENS)

ovl. na 1O sep. 1364 (Secr. 19 f. 1v.), begr. St.Pieterskerk (Kam, 'Memorieboek', 19O).

functie: schepen 1361-62.

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 3 jan. 1358 (W. 2 f. 11 en tafel);

hierop vermaakte Hendrik Strevelant 17 mrt. 1334 1 £. g.g. rente aan de H. Geest (W. Afd. A pf. IV nr. 1).

landbezit: 2 hofsteden te Marendorp, samen met Jan Bollekijn bezeten; voor 21 dec. 136O verkocht (Ke. 493 f. 116).

borgstelling: 1O sep. 1364 Dirk van den Hove (Secr. 19 f. 1v.).

familie: tr. 1e Belletien (Kam, 'Memorieboek', 19O); tr. 2e Ave, ovl. 1399-14OO, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (2) f. 13v.), dr. van Rembrand Vinkenz.z., zij hertr. Dirk Adamsz. (zie Pieter Gobburgenz. c.s.). Zoon uit het 1e huwelijk:

1. Aarnd (Ga. 334 (4) f. 7v.); tr. wrsch. Hadewi (138O verm. van haar huis en erf te Marendorp, de H.Geest had hierop 5 s.pay. rente, W. I 31 f. 13v.).

  

BORT

 Dit geslacht was verwant met Foijtken Willemsz., die vermoedelijk door bastaardij uit de Van Teijlingens stamde (zie CBvG., Coll. de Man, 4e doos, Van Teijlingen; Nass. Dom. 6525 f. 39O en 395, Hamaker, Rek. Holl., I 67.

De hypothetische afstamming bij Wimersma Greidanus, 'Croesinck', uit Floris van Teijlingen, broer van heer Dirk, is niet onaannemelijk). Op grond van de relatie van de familie met Foijtken Willemsz. c.s. alsmede de leeuw met dwarsbalk in het zegel van de Borts en de bij hen voorkomende namen Simon en Foijtken, vermoeden we ook bij hen een afstamming uit de Van

Teijlingens.

 

I. JAN BORT

ovl. missch. op 19 dec. 1357, vgl. Van Wijn, Huiszittend Leven, II 138 (Necrologium van Egmond); begr. St.Pieterskerk (Ga. 44O f. 13v.).

functies: burgemr. 135O-51, schepen 1356-57.

landbezit: ? Jan Bortsweer, belendend aan het Smaelweer te Zoeterwoude, verm. 6 juli 1379 (Ke. 1368a f. 2v.).

varia: zegel: een leeuw met dwarsbalk (Ke. 927, 5 nov. 1356).

familie: tr. ver IJde, begr. St.Pieterskerk (Ga. 455 f. 214 en 44O f. 13v.). Zij was wrsch. een Van Oestgeest, daarop wijst het ankerkruis dat haar zoon Willem Bort in zijn wapen voert en het voorkomen van leden van dit geslacht alsmede hun verwanten, onder de magen van Willem Bort (zie hierna). Bovendien zegelde Simon Bort 22 feb. 14O1 voor Kerstijn van Oestgeest, tr. met Walich Jansz., waarvan een zoon Willem Bort heette (vgl. Van Oegstgeest II en Walich Jansz.). De H.Geest verzorgde de memorie van

de vrouwe van Leuwenburch, haar man Jan Bort, haar man Jan van Leuwenburch e.a.; wat met deze vermelding aan te vangen, is niet duidelijk; Jan van Leuwenburch komt nog in 1359 voor (Koningsveld 87), terwijl Jan Bort in 1356-57 nog een functie bekleedde, zodat we bij gebrek aan verdere gegevens deze Jan Bort niet met de door ons behandelde willen vereenzelvigen.

Kinderen:

1. Willem Bort, volgt II.

2. Geertruud Jan Bortsdr.; op haar woonhuis aan de Vollersgracht vestigde zij 7 mrt. 139O 1O s.g.g. rente t.b.v. de H.Geest voor memoriediensten (W. 2 f. 64 en tafel).

 

II. WILLEM BORT

(afstamming op grond van Ga. 455 f. 214 en de zegels van Willem en Jan)

vermoord kort voor 9 okt. 1363 (zie hfdst. 5), begr. St.Pieterskerk (Ga. 440 f. 13v.).

functies: schepen 1350-51, 55-56, 57-58, 58-59; rentmeester van Noord-Holland 1363 (na 10 jan., tot op 2 juli; GvH. 19, 1448, 1449 f. 26v.).

woonhuis: Breestraat (Hoek, 'Wassenaar', 102, Nass. Dom. 6461 f. 329v.), de hierop gevestigde rente hield hij sinds 9 okt. 1357 in leen van de burggraaf (vgl. rentebezit). 29 juni 1372 werd wijlen Willem Bort verm. als belender van heer Philips Ermegardenz. huis, dat lag aan de weg leidend naar de stadsmuur, in St.Pietersparochie nabij het Gravensteen; betrof dat dit woonhuis? (Ke. 415 f. 37).

landbezit: * 16 hond land aan de Wairsloot en de Zijl te Warmond, 2O feb. 1346 verkocht aan het St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 37v.).

* 3 jan. 1353 2O morgen land in de Lage Waard te Koudekerk, ten vrij eigen gekocht van de graaf (GvH. 244 f. 21).

* 8 feb. 1353 de heemwerf en hofstad waar Jan van den Rine van Rodenburg woonde, met het land waar de boomgaard zich bevond, te Zoeterwoude. Verder ald. 3 1/2 morgen land (die Burch), 2 morgen, 7 morgen (de Oude Weijde) eveneens van Jan den Rine afkomstig (GvH. 244 f. 32).

* 9 juli 1354 2 morgen, Simon Goriiscamp, te Leiderdorp, grfl. leen, na koop van Bertelmeeus Gerrit Gorisz. (GvH. 7O7 f. 9).

rentebezit: 9 okt. 1357 9 groot met de houde op zijn woonhuis, in leen gehouden van de burggraaf (Hoek, 'Wassenaar', 1O2).

borgstelling: 5 feb. 1363 beloofde hij vrijwaring bij een verkoop door zijn zoon Simon Bort (W. 1 f. 19v.).

varia: zegel: rechts ankerkruis, links leeuw met dwarsbalk (Ke. 997, 8 nov. 1357). Pachter van de Leidse gruit 1357, 1359 (met gezellen), 1360 (met Wouter van der Bregghe) en 1361 (GvH. 1444 f. 5, 1446 f. 11v., 1447 f. 7 en 1448 f. 7v.). 1352-54 ontving de grafelijkheid inzake een verzoening van Willem Bort en zijn gezellen zekere gelden (GvH. 1441 f. 6v.). Na de moord op hem werd 29 sep. 1364 te Katwijk uitspraak gedaan door de burggraaf tussen de schuldigen en Willems magen. Voor de laatsten traden

op: heer Baarnd uten Enghe, Willem Heerman, Boudijn ver Machteldenz., Jan Philipsz., Gerrit van Oestgeest Rutgersz., Gerrit van Oestgeest, Gerrit Heerman, Foijtken Willemsz., Willem Schrevel en Wouter van der Bregghe. De eerste partij diende kloosterwinning te doen tussen Zijpe en Maas en 1OO zielmissen op te dragen t.b.v. Willem Bort en verder 17OO schilden van 24 Dordtse of Vlaamse groten uit te betalen t.b.v. Willems kinderen en magen (Hoek, 'Wassenaar', 1O2).

familie: gezien zijn maagschap (zie hier direct boven) verwant met de geslachten Uten Enghe (een Stichtse familie, zie Wittert van Hoogland, 'Ridderhofsteden', 465), Van Oestgeest, Van der Bregghe, Willem Luutgardenz.'s geslacht, Boudijn ver Machteldenz. (die 30 apr. 1365 als getuige optrad toen Simon van Teijlingen zijn vrouw tochtte, De Man, 'Van Teijlingen', 426) en Foijtken Willemsz. Tr. Lijsbeth, dr. van Claas Nannenz.,

begr. St.Pieterskerk (Ga. 455 f. 214, 44O f. 13v.; zie ald.). Kinderen:

1. Willem Foijtgen, volgt IIIa.

2. Claas Willem Bortsz., volgt IIIb.

3. Simon Bort, volgt IIIc.

4. Lijsbeth, tr. Dirk Poes Frankenz. (Ga. 1182 f. 3O; Ke. 7 f. 18v., zie Rijswijc).

 

IIIa. WILLEM FOIJTGEN

ovl. 22 mei 1412, begr. St.Pieterskerk (DuO. 2O33 f. 6v., Ke. 323 (9) f. 12v.).

functies: schepen 1374-75, burgemr. 1388-89, 95-96, 14O6-O7, schout van Hazerswoude 1371 (GvH. 1863 f. 4) ontving daarom wrsch. de inkomsten uit de grote tiende van die plaats, m.u.v. 5 hoet rogge (GvH. 1453 f. 5); schout van Groenswaarde (bij Waddinxveen) 1384-85 (GvH. 1871 f. 1Ov. en 1872 f. 9).

beroep: exploiteerde wrsch. een kalkoven (14O1-O2, Ga. 334 (6) f. 19v.).

woonhuis: aan de Breestraat, missch. het in 138O door Bertelmeeus Simon Gorisz. (van der Bregghe) verkochte huis (GvH. 226 f. 18).

huisbezit: 3 jan. 1397 1/2 van een huis te Oegstgeest bij de Oude Vliet, gekocht van de graaf (GvH. 198 f. 168).

landbezit: * 1364 2 morgen land, Simon Goriiscamp, te Leiderdorp, grfl. leen, ontving 23 aug. 1389 grfl. toestemming voor verkoop (GvH. 226 f. 299 en Ga. 455 f. 25). Schonk dit land 19 mrt. 139O aan St.Catharinagasthuis,

hiervoor diende het gasthuis 4O s.pay. p.j. uit te reiken aan zijn vrouw en memoriediensten te houden (Ga. 455 f. 24).

* 3 morgen 2 1/2 hond veenland tussen Zegwaard en Zevenhuizen, 24 okt. 1394 in andere handen verm.; erop rustte erfpacht voor de graaf en lastgeld (GvH. 228 f. 142v.)

* 3O juni 1396 14 hond land te Warmond aan de Zijl, voor 9O £.pay. gekocht (Ga. 1182 f. 3O), vererfd op zijn neef en oomzegger Willem Bort Dirk Poesz. (zie Rijswijc).

* 5 nov. 1399 een erfje aan de Nuwenwech, na koop van de stad direct aan St.Catharinagasthuis geschonken (Ga. 455 f. 81v.).

* land, omstr. 1395 afgestaan t.b.v. de nieuwe weg naar Oegstgeest (Secr. 1737).

* 12 morgen 1 1/2 hond in de Vievennen te Leiderdorp, 19 mei 14O2 verkocht aan de regulieren te Leiderdorp (Klo. 671).

* 'Juttenkinderen'land, belendend aan bovenstaand land (Klo. 671).

* 19 morgen te Vorenbroek onder Wassenaar, gekocht van de regulieren te Leiderdorp; grfl. consent hiervoor 9 jul. 1399 (Klo. 671, GvH. 228 f. 341).

* land te Oegstgeest, belendend aan de Hoghe Camp, verm. 3O mei 14O2 en 3 mrt. 14O3 (Klo. 911 f. 4v. en GvH. 229 f. 21v.).

rentebezit: * 16 jan. 1384 5 £.pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd, 18 mrt. 139O geschonken aan de H.Geest met o.m. de bepaling, dat 1O s.pay.

p.j. moest worden uitgereikt aan Geertruud Claas Schrevels weduwe, dr. van Floris Foijtken en 1O s.pay. p.j. aan Dirk Claren Dirksdr. van der Dobbe (W. 1 f. 67).

* 9 groot met houde op het huis waar zijn vader vroeger woonde aan de Breestraat (Hoek, 'Wassenaar', 1O2).

* 2 £.pay. op land te Waddinxveen, 29 apr. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 3 £ 5 s. 2 p.g.g.; 25 s. 2 p.pay.; 21 s. 4 p.pay. aan de Rijn en 7 s. 4 p.pay., alle op huizen en erven te Marendorp, gekocht van Claas Jansz. Vos, 29 apr. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 26 s.pay. op een huis bij de Duijsentraettoren, 29 aug. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 2O s.pay. op een huis in de nieuwe vrijheid, 29 apr. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 26 mei 14O2 15 Eng. nobel lijfrente voor Willem en zijn vrouw, gekocht van de stad, losbaar met 1OO Eng. nobel (Secr.. 8O f. 65).

* 3 £ 1O p.g.g.; 4 £ 5 s.g.g. en 4 £ 5 s.g.g., alle gevestigd op Dirk Claasz. van Haerlems huis en erf, 14O9 afgeschat (RA. 5O f. 85).

borgstelling: 12 okt. 1381 Elisabeth Aarndsdr. (Secr. 19 f. 55v.).

stichting: 29 apr. 1396 kapelanie ter ere van St.Catharina en St.Antonius Abt in St.Pieterskerk, schonk hieraan de overschotten van een kapelanie door zijn oom Willem Nannenz. (zie ald.) gesticht; voor de verdere schenkingen zie land- en goederenbezit. Van deze schenkingen behield hij voor zichzelf en zijn vrouw 4 £.pay. als lijftocht. De collatie vermaakte hij aan de H.Geest. Bedienaar moest een nakomeling van zijn grootouders van moederszijde zijn. De akte werd door zijn verwant Baarnd Jansz. van Leijden bezegeld (Ke. 322 f. 16, 42O f. 777). Wijzigingen in de fundatiebrief werden 9 jan. 14O5 bevestigd (Ke. 322 f. 35).

varia: zegel: rechts een ankerkruis, links een leeuw met dwarsbalk (Ke. 757, 1O mei 1375). Pachter van de tiende van Hazerswoude 1371 (GvH. 1453 f. 5). 6 nov. 1396 ontving hij het voorrecht dat hij overal mocht gaan in Holland met behoud en gebruik van de rechten en keuren van Leiden tot een half jaar na opzegging door de graaf. (GvH. 198 f. 166). 7 juli 14O4 trad hij op t.b.v. Claas Dirksz.'s kinderen (Ke. 1O62).

familie: was 1395 met zijn broers onder de magen van Foijtken Foijtkensz. (GvH. 198 f. 114). tr. Machteld Pietersdr. van Leijden, ovl. 1 nov. 1428 (zie Van Leijden).

 

IIIb. CLAAS WILLEM BORTSZ.

ovl. 1398-99, begr. St.Pieterskerk (Ga. 334 (5) f. 9v., Ke. 323 (1) f. 1O).

functies: schepen 1383-84, 84-85, 89-9O, 93-94, burgemr. 139O-91, 96-97, 97-98, kerkmr. van St.Pieter 1392-93, gasthuismr. van St.Catharina 1395-96 en 96, schout 1396.

woonhuis: bij het grafelijk hof, 1 juli 1368 vermeld als belendend aan dat van Dirk Poes Jansz. van Leijden (Ke. 493 f. 44v.). Missch. was het dit huis dat 13 juli 1385 belendde aan een huis dat Steven Everardsz. kocht van Simon Gijsbrechtsz. (W. 1 f. 115).

huisbezit: 1O mei 1395 een huis en erf aan het einde van Huge Claasz. van der Burchs steeg, gekocht van de graaf, na verbeuring door Floris Gijsbrechtsz. Het huis werd verhuurd; er rustte een rente met houde t.b.v. van Jan van Leijden op. I.v.m. de verdiensten van zijn ouders en diensten die hij nog zou doen, betaalde hij de halve koopsom, 8O Geld. gld. (GvH. 228 f. 169).

landbezit: * 4 1/2 hond land tussen Zijl en Mare te Leiderdorp, 3O apr. 1378 door hem aan het St.Pancraskapittel verkocht (Ke. 493 f. 68). Alsbelender met land ter plaatse wordt hij reeds 17 jan. 1368 en 14 jan. 1373 genoemd (Ke. 493 f. 65).

* land te Zoeterwoude, verm. 26 juli 1382 in een belending (Ga. 455 f. 38v.).

varia: zegel: gedeeld, rechts een leeuw met barensteel, links een ankerkruis (Agn.bhf. 42, 13 juni 1384).

familie: 1395 met zijn broers onder de magen van Foijtken Foijtkensz. (GvH. 198 f. 114). tr. Alide (Ga. 44O f. 8v.); zij was missch. een dr. van Jan Hendriksz. (zie Hendrik veren Bartradenz. c.s.). Zij gaf 1399-14OO haar poortrecht op (Rek. Lei., I 93).

 

IIIc. SIMON BORT

ovl. 1413-14, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (1O) f. 13).

functies: schepen 1371-72, 73-74, 75-76, 91-92, 92-93, 95-96, 14O9-1O;

burgemr. 1379-8O, 85-86, 89-9O, 93-94, 99-14OO; kerkmr. van St.Pieter 1397-98, 98-99, 99, 14OO-O1, O1-O2, ? O3-O4, O7-O8; schout van Zegwaard verm. 29 jan. 1367-86 (Ke. 911, 415 f. 55v., GvH. 1862 f. 3, 1863 f. 4, 1864 f. 5, 1866 f. 4, 187O f. 11, 1871 f. 11v., 1872 f. 1O, 1873 f. 4v.).

beroep: exploiteerde een steenplaats (14O2-O3, Ga. 334 (8) f. 23v.); hield zich met turfwinning bezig (zie landbezit).

woonhuis: de achterzijde van zijn huis belendde 5 juni 1413 aan een huis aan de Papengracht (Ke. 203 f. 22v.).

huisbezit: huizen op het Hof bij de Troostbrug, tussen St.Pieterskerkgracht en Varkenssteeg. De lijftocht hiervan vermaakten Simon en zijn vrouw aan elkaar; na hun dood was het nieuwe huis op de hoek bestemd voor heer Pieter Aarndsz., of zijn broers of zusters bij zijn overlijden, de andere huizen en erven voor zijn bastaarddochters, te vererven op hun naaste verwant van

vaders zijde (17 aug. 14O8, Ga. 373).

molen: 7 nov. 1398 een 1/2 windmolen te Leiden aan de Vliet, de andere helft behoorde aan Jan van Leijden, leen van de Egmondse hofstad Palenstein. Het leen zou na zijn dood komen aan een van zijn dochters, met een lijfrente van 10 £.pay. voor zijn vrouw. 11 nov. 1398 kreeg hij het recht het goed ten vrij eigen te verkopen, mits hij een goed, erf of rente ter waarde van 5O £. zou opdragen (Kleijntjens, 'Molen op den Vliet', 1-2). Het land tussen Molenstraat en Stadsvest waar o.m. de molen op stond, was in

zijn handen (Ke. 323 (1) f. 8 en volgende rek.).

landbezit: * 13 dec. 1367 4 1/2 morgen land, d.w.z. Jan Lijemanscamp en 1 morgen land uit de Cruijscamp te Leiderdorp, na opdracht door Floris Claas Schrevelsz.; door hem opgedragen t.b.v. Simon Frederik (Muller, 'Het Oude Register', 28O-281; GvH. 226 f. 201).

* 11 mrt. 1375 16 morgen te Zoeterwoude, strekkend in de Rijn en langs Rijnegommer watering, gekocht, samen met Gerrit van Oijen Wermboutsz., van Willem van der Made. Dit land droeg hij op aan Willem van Egmond, heer van Zegwaard, om het in leen te ontvangen (Klo. 1469 f. 28v.-29). Is dit het land dat 26 juli 1382 belendde aan land van Pieter Hugenz.? (Secr. 1737).

* 2 morgen, 5 hond, 76 roeden veenland tussen Zegwaard en Zevenhuizen, verm. 16 juli 1394 (GvH. 228 f. 134); hierop rustte grfl. erfpacht en lastgeld, dat laatste kocht hij wrsch. af, aangezien Simon en zijn vrouw elkaar 17 aug. 1408 het vruchtgebruik van het lastgeld vermaakten (evenals dat van een 1/2 roede veenland achter Benthorn). Land en lastgeld van de genoemde landerijen zouden na hun dood aan het St.Catharinagasthuis komen, voor memoriediensten en uitdelingen (Ga. 373).

* het gehele erf tussen Hoeflaan en Vliet in St.Pietershoeve, verm. sinds 1398-99; gedeeltelijk uitgegeven (Ke. 323 (1) en volgende rek.).

rentebezit: * 1O s., 9 s. en 28 s.g.g. op drie aaneengelegen huizen en erven; 5 feb. 1363 aan de H.Geest verkocht met vrijwaring door zijn vader (W. 1 f. 19v.).

* 21 aug. 14O8 een schuldbrief van 15 £.pay. op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 38v.).

borgstelling: * 8 juli 1369 Simon Gerrit Willem Gisenz.z., borg samen met Gerrit van Oestgeest (Secr. 19 f. 19).

* 23 sep. 137O Robbrecht IJsbrandsz. van der Mersche en Jacob Jan Hobbenz. van der Mersche (Secr. 19 f. 24v.).

* 6 mrt. 1372 Aarnd Paulusz. van Reijnsburch (Secr. 19 f. 3O).

* 23 apr. 1372 Jan Foijtkensz. (Secr. 19 f. 31).

* 2 sep. 1372 Foijtken Boudijnsz. (Secr. 19 f. 34v.).

* 25 mrt. 1373 Floris Schrevel (Secr. 19 f. 35v.).

* 17 mei 1373 Floris van Zandwic (Secr. 19 f. 36).

* dec. 1373 Gisebrecht Jansz. (Secr. 19 f. 36v.).

* 23 mei 1376 heer Jan van Egmond (Secr. 19 f. 42v.).

* 5 juli 1378 Aarnd Paulusz. (Secr. 19 f. 45).

* 5 juli 1378 Simon Foijtkensz. (Secr. 19 f. 45v.).

* 18 juli 1383 Lubbrecht Jacobsz. van den Damme (Secr. 19 f. 6Ov.).

* 6 feb. 1384 Jacob Fouckenz. (Secr. 19 f. 61v.).

* 3O jan. 1393 Lubbrecht van den Dam (Secr. 19 f. 95v.).

* 24 jan. 1395 Aarnd Jansz. van Wassenaer (Secr. 19 f. 1O3v.).

* 1 dec. 14O6 Bartoud Gerritsz. van Assendelft (Secr. 2O f. 24v.).

varia: zegel: gedeeld, rechts een ankerkruis, links een leeuw met dwarsbalk, met schuinbalk over het geheel (Ke. 643, 14 juli 1374). Pachtte van de graaf van Blois 1362 een tiende aan Doedijnslaan bij Leiden (Gr. v. Blois 91 f. 10); 137O pachter van de Leidse gruit (GvH. 1452 f. 9); testeerde met zijn vrouw 1393, grfl. bevestiging 12 juni 1393, m.n. van wat hij zijn bastaarden naliet (GvH. 228 f. 87); zij maakten opnieuw 17 aug. 14O8 testament (vgl. huizen en landbezit), ook dit testament kreeg grfl. goedkeuring (Ga. 373); was omstr. 139O-95 met Willem van der Speck aan Pieter Kops kind 11O Dordtse gld. schuldig (Secr. 84 f. 41). 1395 ontving

hij van de graaf 2 binten t.b.v. zijn timmering (GvH. 1471 f. 52v.).

familie: was met zijn broers 1395 onder de magen van Foijtken Foijtkensz. (GvH. 198 f. 114). tr. Lijsbet, ovl. na 1417-18 toen zij achterstallig was in het kerkgeld van St.Pieterskerk, woonde toen aan het Rapenburg (Ke. 323 (11) f. 42v.). Zij bezat samen met Bartraad, Simons bast.dr., 1412-13 een lijfrente van 3 nobel 1 groot t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 2O).

Bastaarddochters:

1. (bij Katrine Jansdr.) Katrine, verm. 7 nov. 1398 en 17 aug. 14O8 (zie hoger).

2. (bij Katrine Jacob Pietersdr.) Bartraad, verm. 7 nov. 1398 en 17 aug. 14O8 (zie hoger), ovl. na 1 mrt. 1429 (Klo. 1469 f. 32). Zij bezat een lijfrente samen met haar vaders vrouw. tr. Pieter Jacob(sz.); zie ald.

  

VAN DEN BOSCH

 

I. JAN VAN DEN BOSCH

ovl. na 31 jan. 1348 (GvH. 22O f. 38v.). tr. een dr. van Dirk van der Dobbe (vgl. ald. en GvH. 22O f. 38v., 226 f. 168v. en 7O7 f. 24). Kinderen:

1. Dirk van den Bosch, volgt IIa.

2. Dirk van der Dobbe, volgt IIb.

3. Gerrit uten Hoflande, volgt IIc.

4. Hendrik; zoon:

a. Floris, zou de helft van het huis van zijn oom Dirk van den Bosch aan de Breestraat erven (verm. 9 jan. 1369, zie ald.)

5. Alijd Dobben (GvH. 22O f. 38v.) tr. 1e Jan van den Rine die haar 31 mei 1338 lijftocht gaf (zie ald.); tr. 2e Bertelmeeus van der Graft, die haar 10 mrt. 1348 tochtte (zie ald.). De graaf schonk haar 22 mei 1345 i.p.v. 3 pd. rente die haar eerste man haar als lijftocht gaf aan zijn huis en hofstad te Leiden, een nieuwe lijfrente van 4 1/2 morgen land te Koudekerk (GvH. 218 f. 39v.).

 

IIa. DIRK VAN DEN BOSCH.

ovl. tussen 9 jan. 1369 en 27 jan 1371 (Nass. Dom. 44 (6461) f. 329v. en W. 1 f. 25v.).

functies: gasthuismr. 1336-37, schepen 1339-4O, 42-43, 43-44, 45-46, 52-53, 54-55, 55-56, 59-6O, burgemr. 1358-59, 63-64, 67-68.

beroep: leverde 1344-45 2 varkens aan de grfl. vleeshouwer (Hamaker, Rek. Holl., II 165).

woonhuis: een huis en erf aan de Breestraat, strekkend tot de Middelgracht.

Uit eigen 9 jan. 1336 opgedragen aan Jan van Polanen (GvH. 7O7 f. 7).

Opnieuw beleend 9 jan 1369, te vererven op Floris, zoon van zijn broer Hendrik en op de bastaardzoon van zijn broer Gerrit uten Hoflande, ieder voor de helft (Nass. Dom. 6461 (44) f. 329v.).

huisbezit: een huis en erf aan de Diefsteeg verm. 3 okt. 1367 (Ga. 456 p. 9O, zie ook bij zijn echtgenote).

landbezit: * 6 morgen land bij de Naakte sluis, Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* voor 15 aug. 1337 6 1/2 morgen land te Wassenaar (Het Oudeland, grfl. leen (GvH. 218 f. 22).

* 1344 het huis Adegeest onder Voorschoten met 11 morgen land (Van Leeuwen, Batavia Illustrata, II 1254; zeer wrsch.: dit goed was later in het bezit van zijn zoon en Dirk zelf kocht land ter plaatse). Adegeest was wellicht

van zijn schoonvader afkomstig, gezien de voorwaarde van de vererving van het huis op het nageslacht van deze, zie hierna Dirk van den Bosch Dirksz.).

* 3 jan. 1353 4 en 2 morgen land te Zoeterwoude aan Rodenburger Vliet, gekocht van de graaf, samen met Dirk van der Dobbe en Gerrit uten Hoflande, zijn broers, en met zijn verwant Hendrik Rottier van Leijden (GvH. 244 f. 22).

* 8 feb. 1353 land te Voorburg, strekkend van het grafelijk veen tot de Heerstraat (GvH. 244 f. 29v.).

* 8 feb. 1353 4 hond land te Adegeest onder Voorschoten, onder de woning van Jan van den Bosch, gemeen liggend met land van hemzelf en zijn broers en zusters (GvH. 244 f. 3Ov; vgl. ook GvH. 1441 f. 2v.).

borgstelling: beloofde 1 aug. 1359 samen met Huge van den Bosche Dirksz. van der Dobbe vrijwaring t.b.v. Dirk van der Dobbes kinderen (Ke. 535).

varia: zegel: een geruit kruis met een ster in het schildhoofd (Ke. 669, 22 jan. 1355). Trad 6 feb. 1365 op als voogd van de kinderen van zijn broer Dirk van der Dobbe (Ga. 455 f. 1O).

familie: blijkens zegel en familienaam behoorde hij tot hetzelfde geslacht als dat van de schouten Dirk, Huge en Dirk van den Bosch van Zoeterwoude (o.m. GvH. 187O f. 1Ov., 1862 f. 3, 1873 f. 4v., Ke. 288, Arch. Duiv. 55O). Daartoe behoorde ook Alide Hugendr. van den Bosch, die tr. met Jan van Brabant (zie ald. en vgl. de belending van Jan Bartout (van Brabant) aan een Van den Bosch-leengoed (Hoek, 'Wassenaar', 58O). tr. 1e Katrine, die hij 15 aug. 1337 tochtte aan de mindere 1/2 van 6 1/2 morgen land onder

Wassenaar (GvH. 218 f. 22); tr. 2e Geertruud Jan Simon Galenz.dr. Hij gaf haar 17 aug. 1356 de lijftocht van zijn 1e vrouw (GvH. 7O7 f. 24). Op grond van dit huwelijk zal hij zijn opgetreden als maag van heer Dirk Galen (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 16). Het betreft zeker hetzelfde geslacht als dat der bezitters van Haesbroek onder Wassenaar (zie Thierry de Bye Dollßman, 'Gael', 45-47). Geertruud werd 27 jan. 1371 verm. als belendster met haar zoon Dirk aan een huis aan de Diefsteeg, ter Breestraat waarts (W. 1 f. 25v.). (tr. 2e Claas van de Werve, zie ald.). Zoon:

 

III. DIRK VAN DEN BOSCH DIRKSZ.

ovl. voor 11 mei 1429 (GvH. 741 I f. 11).

functies: schepen 1389-9O, 93-94, 94-95, 14OO-O1; burgemr. 1395-96, 96-97, 1419; kerkmr. van St.Pieter 1398-99, 99-14OO en 14OO tot 25 juli.

beroep: hield zich met turfwinning bezig (1394-97, Ga. 334 (2) f. 12 (3) f. 1O, zie landbezit). Exploiteerde een kalkoven (14O3-O4, Ke. 323 (6) f. 25v.).

woonhuis: aan het Rapenburg, uitkomend aan de stadsvest; vestigde hierop 16 jan. 1392 een rente van 21 s.pay. (Ke. 73). Woonde 14O7-O8 in het Kerkhof- bon, 1417-18 in het bon Rapenburg (Ke. 323 (7) f. 49 en 323 (11) f. 42v.). 27 jan 1371 samen met zijn moeder als belender verm. (zie hoger).

landbezit: * huis Adegeest onder Voorschoten met 11 morgen land; 14 feb. 1395 opgedragen aan de graaf en in leen ontvangen, te vererven op zijn halfbroer IJsbrand van de Werve, dan wel op de oudste nakomeling van Jan Simon Galenz., zijn grootvader (GvH. 228 f. 156v., GvH. 1O18); in ruil ontving hij land te Wassenaar ten vrij eigen:

* 6 1/2 morgen land te Wassenaar (Het Oudeland), waarmee hij door de graaf 26 dec. 1379 was beleend (GvH. 226 f. 16O).

* 2O hond land te Zoeterwoude, met een pachtopbrengst van 14 £ (pay.?) p.j. en:

* 6 morgen land in de Weipoort ald., opbrengend 13 £ 8 s. (pay. ?) beide stukken land schonk hij 28 mei 14O6 aan de door hem gestichte kapelanie (Ke. 322 f. 23).

* ca. 11 dec. 1383 14 morgen land te Leiderdorp, na aankoop in leen gehouden van de Domproostdij van Utrecht. Dit leen was 16 mrt. 14O2 in handen van Gijsbrecht Florisz. (Hoek, 'Domproostdij', 6).

* ca. 3 morgen 1 hond veenland tussen Zegwaard en Zevenhuizen; kocht 24 okt. 1394 het lastgeld af, de erfpacht bleef (GvH. 228 f. 142v.).

* 24 okt. 1394 een erf op de hoeve bij Leiden, strekkend uit de oude vest, gekocht van de graaf na verbeuring door Floris Gijsbrechtsz.; er rustte 17 s. grfl. pacht op (GvH. 228 f. 143).

* ca. 14OO 8 hond te Wassenaar verkregen uit de nalatenschap van neef Jan van den Bosch, i.v.m. schulddelging door Dirk voor Jans kinderen; losbaar door dezen met 1OO £.pay. (Secr. 84 f. 7O).

rentebezit: * 16 jan. 1392 21 s.pay. op een huis en erf van Bertelmeeus van Zwieten aan het Rapenburg; 3 okt. 1425 overgedragen aan IJsbrand Hofland (Ke. 73).

* 16 jan. 1392 3O s.pay. op een huis en erf aan het Rapenburg; overgedragen aan St.Catharinagasthuis 3 sep. 14OO (Ga. 455 f. 5Ov.).

* 24 okt. 1411 31 Eng. nobel t.l.v. Claas Jansz. Vos, alsmede een daaruit voortkomende (pand)rente van 13 £ 19 s.pay. (5 feb. 1414); bezat bovendien een schuldbrief t.l.v. deze van 17 nobel (RA. 5O f. 138v.).

* 17 s. 6 p.g.g. op een huis aan de Oude Rijn,

* 1O s.g.g. op een huis en erf op de Hogewoerd en:

* 5 s. 3 p.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht. Deze 3 renten verkocht hij aan de H.Geest (3O jan 14O3, W. 1 f. 96).

* 3 £.pay. met houde op een huis aan Hogelandskerkgracht, 3O jan. 1398 verkocht (Ga. 456 p. 61).

* 1O comans groten met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 14O8 (RA. 5O f. 75).

borgstelling: * 17 feb. 1365 Brouwer de timmerman (Secr. 19 f. 6).

* 24 juli 1367 Jan Aarnd Dirksz.z. (Secr. 19 f. 1Ov.).

* 23 aug. 1389 Dirk Capoen (Secr. 19 f. 81v.).

* 1 okt. 1392 Dirk Jansz. van der Horn (Secr. 19 f. 94v.).

* 14 jan. 1393 Jan Borchaart Pietersz. (Secr. 19 f. 99v.).

* 22 mei 14O1 beloofde hij vrijwaring t.b.v. zijn halfbroer IJsbrand van de Werve (Ga. 455 f. 55).

stichting: 28 mei 14O6 met heer Willem Willemsz., priester, zijn zwager, Maria Magdalenakapelanie op St.Catharina-altaar in St.Pieterskerk, te bekleden door genoemde heer Willem. Schenkingen hieraan: zie landbezit. De collatie zou zijn voor Dirk of zijn oudste zoon bij zijn vrouw Lijsbeth, of bij ontstentenis zijn nicht IJve Willem Borts (Ke. 322 f. 23-27v.).

varia: zegel: een geruit schuinkruis met een ster in het schildhoofd (Ga. 47O, 2O apr. 1395). Leids poorter 25 juli 137O met 32 £, borg Claas van de Werve (Secr. 19 f. 24). Was ca. 1383 een rente van 46 sch. schuldig aan Alide Dirksdr. van der Graft (i.v.m. een schuldbrief van 23 £, Secr. 84 f.

3). Trad 1395 op t.b.v. de bastaardkinderen van Hubrecht van de Werve (Secr. 84 f. 47). Pachter van de Leidse bieraccijns op buitenlands bier 6 apr.-11 juni 1399, van de molen- en vleesaccijns 6 aug.- 1 okt. 1399 (Rek. Lei., 57- 58). 12 okt. 1407 opgeroepen door de graaf om bij Woudrichem te strijden met 2 man (Van Mieris, Groot Charterboek, IV 84).

familie: tr. 1e voor 11 dec. 1383 (Hoek, 'Domproostdij', 6) Baartraad Herman Willemsz.dr., die hij 14 feb. 1395 tochtte aan Adegeest (GvH. 228 f. 156v.; zie Willem Luutgardenz. c.s.). tr. 2e Lijsbeth Simonsdr., zuster van heer Willem Willemsz., priester. Hij tochtte haar 10 mei 1398 aan Adegeest (GvH. 228 f. 284). Uit het 2e huwelijk (vgl. Hoek, 'Rept. Putten', 14O):

1. Baartraad van den Bosch; tr. Pieter Jorgelsz., zoon van Jorgel Aartwinsz. en Bartraad Simon Frederiksdr. (GvH. 741 f. 11, zie Willem Luutgardenz. c.s.). Zij werd 11 mei 1429 beleend met Adegeest c.a. door de graaf, na ovl. van haar vader (GvH. 741 f. 11).

 IIb. DIRK VAN DER DOBBE

(zijn afstamming aangenomen op grond van zijn zegel, het optreden van Dirk van den Bosch voor zijn kinderen, de naam van zijn oudste zoon en die van zijn dr. Ermtruud).

ovl. voor 8 sep. 1364 (W. 1 f. 23 en v.).

functie: schepen 1349-5O.

woonhuis: aan de Breestraat (W. 1 f. 23 en 23v.; 16 nov. 1343 verm. in een belending samen met Reinsent, weduwe van Bertelmeeus van der Bregghe (Ga. 455 f. 6v.).

varia: zegel: een geruit kruis met een arendje in het schildhoofd (Ke. 667, 17 nov. 1349).

familie: tr. een dr. van Bertelmeeus van der Bregghe (zie ald.), ovl. voor 8 sep. 1364 (W. 1 f. 23 en 23v.). Kinderen (verm. 6 feb. 1365, toen zij en voor nrs. 2-6 hun voogden (Wouter van der Bregghe, Daniel Jansz. van der Hant, Gerrit van der Graft en Dirk van den Bosch) 2O s.g.g. rente op Willem Nannenz.'s huis en erf aan de Hofgracht alsmede 2O s.g.g. op Jan die Vos' huis en erf aan de Middelweg schonken aan St.Catharinagasthuis; Ga. 455 f. 1O):

1. Heer Huge (d.i. Huge van den Bosch Dirksz. van der Dobbe) ovl. voor 30 nov. 1371 (GvH 1452 f. 3).

functie: priester.

landbezit: 26 feb. 1361 3 1/2 morgen land onder Alkemade, grfl. leen, afkomstig van zijn grootvader Bertelmeeus van der Bregghe (GvH. 226 f. 67v.).

borgstelling: beloofde 1 aug. 1359 met zijn oom Dirk van den Bosch (mede t.b.v. zijn broers en zusters) vrijwaring bij een verkoop door Dirk van Haerlem en Katrine (van der Bregghe) (Ke. 535).

2. Hendrik Hongher Dirksz. van der Dobbe

functie: hij is vermoedelijk de Marendorpse schut van ca. 1390 (Blok, Hollandsche stad, 325)

huisbezit: een gedeelte van het huis en erf aan de Breestraat van wijlen zijn ouders; verklaarde 8 sep. 1364 aan Huge van den Bosch hierop 2O s.g.g. rente schuldig te zijn, losbaar met 15 £ (de groot voor 8 p. gerekend) (W. 1 f. 23 en v.).

3. Bertelmeeus.

4. Willem; verkocht op zijn woonhuis aan de Hogewoerd 6 dec. 1383 aan St. Pancraskapittel een rente van 3O s.pay. (Ke. 493 f. 74v.).

5. Ermtruud.

6. Dirk Claar Dirksdr. van der Dobbe

rentebezit: * ca. 1405 4 £.pay. t.l.v. St.Catharinagasthuis, ingevolge testament van Alijd van Zwieten, Hendrik Rottiers' weduwe (Ga. 456 p. 182, 334 (13 f. 18v. en volgende rek.).

* ca. 1390 10 s.pay. t.l.v. de H.Geest, bepaald bij een rente-overdracht door Willem Foijtgen (Bort) daaraan (W. 1 f. 67).

familie: verwant met Willem Foijtgen of zijn vrouw (W. 1 f. 67 en v., zie ald.).

 

IIc. GERRIT UTEN HOFLANDE

ovl. voor 21 jan. 1359 (W. 1 f. 17v.).

functie: schepen 1347-48, 48-49, 55-56.

landbezit: 3 jan. 1353 4 morgen land (Doudevenne) aan Rodenburger vliet en ca. 2 morgen land bij Rodenburg, onder Zoeterwoude, met zijn broer Dirk en Hendrik Rottier van Leijden gekocht van de graaf (zie hiervoor, IIa.).

familie: tr. Catelijne, dr. van IJsbrand Strevelant (zie ald.). Zij hield van de heer van Polanen 5 1/2 en 8 hond land te Oegstgeest in leen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 341v.). Uit dit huwelijk:

1. Jan van den Bosch Hoflantsz. ovl. ca. 14OO (Secr. 84 f. 7O).

beroep: exploiteerde een steenplaats (Secr. 84 f. 7O). landbezit: * 5 1/2 morgen en 8 hond land te Oegstgeest, Polaans leen, afkomstig van zijn moeder (Nass. Dom. 6461 (44) f. 341v.).

* 1/2 morgen land te Zoeterwoude samen met Dirk van der Graft bezeten (zie ald.) en door beiden 12 mrt. 1377 verkocht (W. 1 f. 41v.).

* land te Leiderdorp op de Camp, samen met IJsbrand Strevelant Jansz. Vos bezeten; heer Aarnd Zwaluwairt besprak hierop t.b.v. het klooster Koningsveld 1 £.g.g. rente, die zij 13 mei 1391 afkochten (Ke. 695). In zijn nalatenschap (ca. 14OO) wordt verm.(Secr. 84 f. 7O):

* 1/2 van 6 morgen land te Wassenaar,

* land te De Lier, opbrengend 6 £ ( 1/2 daarvan in zijn handen),

* 1/2 van de woning te Wassenaar waar Louwerijs van Boomgairde placht te wonen (uit de 5 morgen te Wassenaar zou Dirk van den Bosch 8 hond land ontvangen ter betaling van schulden, losbaar met 1OO £.pay. een steenplaats c.a. zou om die reden voor IJsbrand Strevelant Jansz. Vos zijn) en

* 1/3 van 15 morgen land, behorend tot die woning, gemene voor gelegen met land van Hubrecht van de Werve.

rentebezit (verm. in zijn nalatenschap, ca. 14OO, Secr. 84 f. 7O):

* 1/2 van 4 1/2 £.g.g. op land bij Haarlem,

* 1 oude schild op land te de Lier en

* 1/2 van 11 s. op zeker land.

varia: hij was vermoedelijk de Jan van den Bosch die 25 juli 137O poorter werd, met 32 £ en Gerrit van de Graft als borg (Secr. 19 f. 24).

Moest volgens een gerechtelijke uitspraak van 7 feb. 1395 een bedevaart maken naar Einsiedeln wegens ongepaste woorden jegens het gerecht gesproken (RA. 4 f. 6).

familie: kinderen; voor hen traden ca. 14OO Dirk van den Bosch, IJsbrand Strevelant, Philips Aarndsz. (van den Damme) en IJsbrand Hoflantsz. op i.v.m. de bewijzing van hun vaderlijk erfdeel. Gezien deze relatie met Philips Aarndsz. van den Damme en het feit dat Jan van den Bosch een aandeel had in het land en de goederen van Louweris van den Boomgairde, lijkt een tr. van Jan met een lid van het geslacht Van den Damme niet onwaarschijnlijk (zie ald.). Een zoon van Jan was missch. Albrecht van den Bosch (zie hierna).

Bastaard:

2. IJsbrand Hoflantsz.

beroep: boterkoper (1411-12, Ga. 334 (16) f. 21v.).

woonhuis: aan de Breestraat. In de nacht van 24 op 25 aug. 1381 brak brand uit in zijn achterhuis aan de Rijn, dientengevolge ging een blok van 18 tot 2O huizen in vlammen op langs de Breestraat (Ke. 415 f. 74v.). Verm. als belender aan de Middelste gracht 14 feb. 1419 (W. 1 f. 132v.).

huisbezit: een huis en erf aan St.Pieterskerksteeg, samen met Jacob Simon Frederiksz. bezeten, de H.Geest had hierop 4O s.g.g. rente, verm. 1421 (W. 2 f. 5 en tafel).

landbezit: * een erf aan Levendaalsgracht, gepacht van St.Pieterskerk; verm. sinds 1398-99; na verkoop 14O7-O8 in andere handen (Ke. 323 (1) f. 6 en volgende rek.; (7) f. 8v.).

* een erf tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan, verm. sinds 1398-99, gepacht als boven (Ke. 323 (1) f. 7v. en volgende rek.).

* 2 erven als voren gelegen, verm. sinds 14O7-O8, gepacht als boven (Ke. 323 (7) f. 1O en volgende rek.).

rentebezit: * 4 nov. 14O9 5 1/2 kroon op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 98v.).

* een schuldbrief van 5 gouden schilden t.l.v. Claas Jansz. Vos, verm. 1414, daterend van 7 mei 14O1, hem aanbestorven van Zeger Clemensz. (RA. 5O f. 138).

* 8 nov. 1414 een schuldbrief t.l.v. Gerrit Jacob Adenz.z. van 5 £ 11 1/2 Bergse groten licht geld (RA. 5O f. 142).

* 69 dubbele bot op een huis en erf te Leiden, verm. 27 apr. 141O (RA. 5O f. 96v.). borgstelling: * 12 mei 1385 Alijd Andriesz. (Secr. 19 f. 68v.).

* 9 juni 1392 Herman Hermansz. (Secr. 19 f. 93v.).

varia: verm. 9 jan. 1369 als erfgenaam voor een 1/2 huis aan de Breestraat (Polaans leen) van zijn oom Dirk van den Bosch (zie ald.).

Bemiddelde ca. 14OO bij de toewijzing van het vaderlijk deel aan de kinderen van zijn halfbroer Jan van den Bosch (zie ald.).

familie: tr. Geertruud, zij kocht 14O3-O4 een kerkstoel in de St.Pieters kerk (Ke. 323 (6) f. 13), begr. St.Pieterskerk; zij tr. eerder Jacob Boelinc, ovl. tussen 1393 en 7 mei 14O1 (Secr. 84 f. 251v. en RA. 5O f. 138); begr. op St.Pieterskerkhof (Kam, 'Memorieboek', 199). Dochters:

a. Machteld, verm. als weduwe van Zeger Clemensz. 19 feb. 144O (Ke. 73); deze ovl. tussen 1393 en 7 mei 14O1 (Secr. 84 f. 251v. en RA. 5O f. 138).

b. Alijd, had met haar zuster een lijfrente op de stad Leiden van 1/2 nobel 2 groten, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 21v.).

  

ALBRECHT VAN DEN BOSCH

Mogelijk een zoon van Jan van den Bosch (zie hoger), vgl. Albrechts zegel, dat identiek is met dat van IJsbrand Strevelant Jansz. Vos - die optrad voor de kinderen van Jan van den Bosch - en een vierpuntige ster bevat, zoals ook voorkomt in het zegel van Hendrik Strevelant, grootvader van Jan van den Bosch' moeder en zeer wrsch. voorvader van IJsbrand Strevelant.

Bovendien behoorde Albrecht evenals IJsbrand tot de magen van Willem Hermansz. ovl. voor 13 okt. 1432 (Ke. 2O3 f. 24).

functie: schepen 14O4-O5.

woonhuis: in St.Pietersparochie 14O7-O8 (Ke. 323 (7) f. 17; aan het Rapenburg 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 42v.).

huisbezit: * 21 sep. 14O4 een huis en erf te Leiden, direct doorverkocht (RA. 5O f. 47v.).

* 5 juni 1413: 1/2 huizen en erven in resp. St.Pieterskerkstraat, aan de Papengracht en in de Sacsteeg en 1/2 huis en tuin in het Noordeinde buiten de stadspoort (Ke. 2O3 f. 22v.).

rentebezit: 5 juni 1413: * 22 s.pay. op een huis en erf in het Noordeinde,

* 1O s.pay. op een huis en erf ald.,

* 6 1/2 s.pay. op een huis en erf ald.,

* 17 comans groten op een huis en erf op de hoek van St.Pieterskerksteeg,

* 9 comans groten op een huis en erf in de Lombardensteeg en

* 3 comans groten op een huis en erf ald. (Ke. 2O3 f. 22v.).

borgstelling: beloofde 7 nov. 14O6 vrijwaring bij een verkoop (NH. Diakonie A 1 f. 1v.).

varia: zegel: gevierendeeld, een schuinbalk over het geheel, in het eerste kwartier een vierpuntige ster (Klo. 147, 29 okt. 14O4).

familie: behoorde 26 mrt. 1415 tot de magen van Willem Heinenz. (GvH. 199 f. 14v.; zie Gerrit Alewijnsz. c.s.).

 

Tot dit geslacht behoorde waarschijnlijk ook:

HUGE VAN DEN BOSCH WILLEMSZ.

huisbezit: een huis aan de Breestraat, uitkomend aan de Crepelsteeg, 27 okt.1355 verkocht tegen een rente van 3O s.pay. Deze rente verkocht hij 29 okt. 1355 om hem 11 mrt. 1369 weer aan te kopen en 19 aug. 1371 over te dragen op zijn vrouw (Ga. 455 f. 9).

rentebezit: * 27 okt. 1355 zie hierboven.

* 8 sep. 1364 2O s. (g.g.?) op Hendrik Hongher Dirksz. van der Dobbes deel van een huis; overgedragen op de H.Geest 19 dec. 137O (W. 1 f. 23 en 23v.).

* 1 apr. 1385 1O s.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage;

* idem 1 £.pay. op een huis en erf ald.; beide renten 3 jan. 139O overgedragen aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 22).

familie: tr. Margriet, verm. 19 aug. 1371 (zie huisbezit en Ga. 44O f. 26).

  

VAN BOSCHUIJSEN

Slechts ten dele patricisch - Gerrit (I) of Gerrit (II) -; verder wel banden met Leiden. Het nageslacht van Floris was te Leiden woonachtig, van relaties met het patriciaat blijkt evenwel weinig.

 

GERRIT VAN BOSCHUIJSEN

ovl. tussen 15 aug. 1332 en 1O sep. 1336 (GvH. 243 f. 91v. en 1O3v.).

functies: hij of zijn gelijknamige zoon: gasthuismr. 1329-3O, schepen 133O-31, 1333-34.

landbezit: * de woning te Boschuijsen met 5O morgen, onder Zoeterwoude, strekkend van de Rijn tot de Vroonmade, grfl. leen verm. 15 aug. 1332 (GvH. 243 f. 91v.), wrsch. identiek met 3 viertel land ald. die hij in 1281 van de graaf in leen hield (Muller, 'Het Oude Register', 194). Dit goed komt in de verhoefslaging van de Leidse vaart van 1326-3O voor (omvang dan 46

morgen 92 gaard (Ke. 493 f. 87v.).

* 9 hofsteden te Hazerswoude, verm. 1281 (Muller, 'Het Oude Register', 194 d.i. De Fremery, Supplement,189).

rentebezit: * 7 s.g.g. rente op 4 huisjes te Leiden, aanvankelijk door het gasthuis en later door heer Jan Rutgersz. van Leijden van hem gepacht en 24 juni 1331 door de laatste aan zijn kapelanie vermaakt (Ke. 322 f. 5v.).

varia: zegelde (of zijn gelijknamige zoon?) 4 nov. 1332 t.b.v. Lijsbeth van Renneghem en haar zoon Floris (Rijnsburg 9).

familie: verwant met het geslacht Van Leijden (Van Steenvoorde), vgl. de benoeming van Gerrit van Boschuijsen, priester, tot kapelaan van de gasthuiskapel (zie Van Leijden-Van Steenvoorde). Deze heer Gerrit was vermoedelijk24 apr. 1361 bewaarder van de kerk van Leiderdorp (Ke. 493 f. 19). Tr. ver Clare, die hij tochtte aan 1O morgen te Boschuijsen (grfl. bevestiging na zijn dood 1O sep. 1336, GvH. 243 f. 1O3v.). Zij ovl. na 14 sep. 1337 (GvH. 218 f. 21). Kinderen:

1. Gerrit van Boschuijsen

functie: zie bij zijn vader.

landbezit: * de woning te Boschuijsen, grfl. leen, verkregen voor 1O sep. 1336 (GvH. 243 f. 1O3v.).

* 1O morgen land onder Alphen (Bollandsweer), omstr. 1331 ten vrij eigen ontvangen (GvH. 218 f. 25v.).

familie: tr. voor ca. 1331 Alide Dirksdr. van Leeuwen, tochtte haar 14 sep. 1337 aan de westzijde van zijn land te Boschuijsen, voorzover dit niet met zijn moeders lijftocht was belast (GvH. 218 f. 25v.). Zij hadden vermoedelijk geen nageslacht, zodat Boschuijsen aan de graaf verviel en aan Herman Willemsz. werd verkocht (zie Willem Luutgardenz. c.s.).

2. Floris, volgt II.

3. Ansem, verm. 15 aug. 1332, toen zijn vader het voorrecht verkreeg dat 7 morgen uit het goed Boschuijsen mochten vererven op zijn jongere zonen Ansem en Floris (GvH. 243 f. 91v.). Ansem ovl. wrsch. voor 24 aug. 1347 toen deze 7 morgen in handen waren van zijn broer Floris (GvH. 22O f. 26).

4. Katrine, tr. Doedijn heren Ansemsz. van Vuer. Zij werd door deze 2 dec. 1347 getocht aan de mindere helft van 9 1/2 morgen land onder Tedingerbroek, Zoeterwoude (GvH. 22O f. 35v.). Hun zoon Gerrit van Boschuijsen van Voir werd 11 juni 1367 Leids poorter, daarbij stond zijn neef IJsbrand Florisz. van Boschuijsen borg (Secr. 19 f. 9v.).

 

II. FLORIS VAN BOSCHUIJSEN.

ovl. voor 9 apr. 1363 (GvH. 226 f. 81).

landbezit: * 7 morgen in de woning tot Boschuijsen onder Zoeterwoude, als leenvolger van zijn vader volgens voorrecht door de graaf verleend op 15 aug. 1332 (GvH. 243 f. 91v; 22O f. 26).

varia: hij was 1354 onder de Hoekse ballingen, samen met Jacob van de Binckhorst (GvH. 1442 f. 17v.).

familie: tr. Mechteld Jansdr. van Rosenborch, die hij 24 aug. 1347 tochtte aan zijn land te Boschuijsen (GvH. 22O f. 26). Zij ontving bij haar huwelijk van heer Gijsbrecht van de Binckhorst 3 £.g.g. rente op 7 1/2 morgen land onder Rijswijk. Deze rente verkocht Floris aan heer Jacob van de Binckhorst (Ke. 493 f. 45v.). Kinderen:

1. Gijsbrecht van Boschuijsen

functie: schout van Castricum en Heemskerk sinds 5 juni 1394, als zodanig verm. 2 juli 1396 (Scheffer, Beveelboeken, I 11 d.i. GvH. 892 f. 18v. en Abdij Egmond 852).

landbezit: 19 april 1363 7 morgen aan de westzijde van Boschuijsen, grfl. leen (GvH. 226 f. 81). Hij verkocht dit goed zonder grfl. toestemming; 16 mei 1369 werd vervolgens Herman Willemsz. hiermee beleend (GvH. 74O I, ingebonden kleine inventaris f. 5 en Holl. Leenk. 398 f. 261, zie Willem Luutgardenz. c.s.).

varia: 5 juni 1384 Leids poorter, met Herman Willemsz. als borg (Secr. 19 f. 62).

familie: zoon:

a. Gerrit van Boschuijsen Gisenz. Werd Leids poorter 26 mei 14O2, borg stond IJsbrand van der Laen (Secr. 2O f. 11v.). Hij is wrsch. de Gerrit van Boschuijsen die reeds 2 okt. 139O poorter werd, met 4O £ en eveneens IJsbrand van der Laen als borg (Secr. 19 f. 83v.). Niet duidelijk is of hij degene is die 26 mrt. 1415 optrad namens de magen van Willem Hermansz. en Willem Heinenz. (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.).

2. Floris van Boschuijsen, platijnmaker te Leiden, stond 1O aug. 1366 borg toen zijn broer Coenraad poorter werd (zie hierna).

3. Coenraad van Boschuijsen Florisz., werd met zijn broer Floris als borg 1O aug. 1366 Leids poorter met 12 £ (Secr. 19 f. 8v.). Zelf stond hij 28 okt 1371 borg voor Jan die Rijc (Secr. 19 f. 28v.).

4. IJsbrand van Boschuijsen Florisz.

beroep: platijnmaker (1367, Secr. 19 f. 9v.).

woonhuis: aan de Vollersgracht. Hij verkocht 22 mrt. 14OO de H.Geest hierop een rente van 1 £.g.g., bovendien verzekerd op een erf aan Staessensteeg, daarachter (W. 1 f. 9Ov.). Dit huis was wrsch. voor 31 mrt. 141O in handen van IJsbrand van der Laan (W. 1 f. 1O8v.). Met dit huis stond vermoedelijk een rente van 2 s.g.g. met houde in verband; 14 sep. 1364 erkende hij nl. met Dirk Hugenz. aan Aarnd IJsbrandsz. van der Laen een rente van 2 s.g.g. met de houde schuldig te zijn, verzekerd op 4 kameren die zij van deze kochten aan St.Pieterskerksteeg, belendend aan St.-Pieterskerkhof (Ga. 456 f. 12).

rentebezit: 2O s. g.g. op een huis en erf te Leiden, dat 7 nov. 1391 werd verkocht (Secr. 84 f. 28Ov.).

borgstelling: 11 juni 1367 Gerrit van Boschuijsen Doedijnsz. (Secr. 19 f. 9v.).

familie: wrsch. was zijn dochter:

a. Margriet IJsbrandsdr. van Boschuijsen, ovl. na 17 feb. 143O (Ga. 456 f. 41), haar memorie werd door St.Catharinagasthuis gedaan( Ga. 442 p. 167).

5. Luitgard Florisdr. van Boschuijsen. Zij ontving 24 jan. 1396 van haar verwant Aarnd van Leijenburg 5 tot 6 morgen land onder Voorburg (de Vroenmade), alsmede een rente van 4 £ pay., jaarlijks van deze te ontvangen; daarvoor deed zij afstand van alles wat zij tegoed had van wijlen de vrouwe van de Binckhorst en Aarnd en Jan van Leijenburg. (Rijnsburg 4OO). ovl. voor 17 feb. 143O; liet St.Catharinagasthuis, dat haar memorie verzorgde, een huis na aan de Papengracht (Ga. 456 p. 41; 442 p. 167).

?6.Gerrit van Boschuijsen Florisz. (Ga. 456 p. 41).

Tot dit geslacht behoorde wrsch. ook Dirk van Boschuijsen, die in 1419 optrad als een der vertegenwoordigers van de stad Leiden bij de grfl. tresorier te Gouda en te Brussel (Rek. Lei., I 329-33O). Gerrit van Boschuijsen, o.m. rentmeester van Oost-Voorne (GvH. 1758-1759), was gezien het goederenbezit van hem en zijn zoon Tielman te Alphen en zijn patronym Willemsz. wellicht een Van Leeuwen (GvH. 89 f. 31, zie ook Secr. 1637 en 1313 f. 5v.).

  

HERMAN BOUDIJNSZ.

ovl. voor 16 sep. 1382 (W. 1 f. 47).

functies: gasthuismr. 1377-78, geestmr. 138O-81.

beroep: wrsch. smid (Kam, 'Memorieboek', 21O).

landbezit: * 12 morgen land te Hazerswoude, in leen gehouden van Dirk van Zwieten, verm. 8 mei 1381 (Hoek, 'Rept. Zwieten', 1O1).

* 1/2 morgen land te Leiderdorp, gemeen liggend met land van mr. Pieter Michielsz. en Floris die Meijer, in een kamp van 4 1/2 morgen land; beleend door de burggraaf 8 mei 1381 na opdracht uit eigen, evt. te ruilen voor ander land ter waarde van 12 oude Fr. schilden (Hoek, 'Wassenaar', 538).

familie: tr. Machteld, dr. van Jan Hendriksz., ovl. na 16 sep. 1382 (W. 1 f. 47 zie Hendrik veren Bartradenz. c.s.; zij tr. wrsch. 2e Andries Hugenz. van der Burch, zie Milde). Zoon:

 

BOUDIJN HERMANSZ.

functie: rentmr. van St.Pancraskapittel, verm. 4 apr. en 3O okt. 1419 (Ke. 416 f. 58v. en 59v.).

landbezit: * 12 morgen land te Hazerswoude langs de Rijn, in leen gehouden van Dirk van Zwieten; als diens leenman 21 sep. 14O4 verm. (Hoek, 'Rept. Zwieten', 1O1, ten onrechte daar Herman Boudijnsz., vgl. Bibl. GA. Leiden, 3214 f. 176). Verkreeg dit leen 17 jan. 1413 van de graaf ten vrij eigen (GvH. 23O f. 9Ov.).

* land te Boschuijsen in Katriin Ghisenweer, verm. 2O juni 14O7 (Ga. 455 f. 69v.).

varia: 28 dec. 1381 Leids poorter, borg: Dirk Ramp Hobbenz. van Hazerswoude (Secr. 19 f. 56).

familie: tr. Heijl, dr. van Jan van den Rijn en Ermtruid. Haar moeder ovl. 29 sep. 1411 (Ke. 416 f. 5Ov., 418 f. 1O2). Heijl hield van de heer van Poelgeest 6 morgen 1 hond land te Alphen in leen, strekkend uit de Rijn, afkomstig van haar vader. Na haar dood werd haar zoon (bij Boudijn?) Jan van den Rijn 23 okt. 1443 hiermee beleend (Hoek, 'Rept. Poelgeest', 154).

  

VAN BRABANT

Het is niet onmogelijk dat de Van Brabants tot dezelfde familie behoorden als het geslacht Van Catwijck; daarop wijzen de overeenkomende zegels, de opvolging door Hendrik Diddeboeij van Catwijck in een leen dat aan Dirk Florisz. van Brabant had toebehoord en het feit dat Jan Bartout borg stond voor Beatrise van Haesbroeck (wrsch. de weduwe van Bartout van Haesbroeck

en stammend uit het geslacht Van Catwijck).

 

I. JAN VAN BRABANT

ovl. na 18 nov. 1371 (Ke. 417 f. 151v.).

functies: schepen 1324-25, 3O-31, 4O-41, 46-47, 52-53, 54-55, 58-59, 59-6O;

burgemr. 1344-45, 57-58; gasthuismr. 1327-28, 29-3O, 36-37, 56-57.

woonhuis: Breestraat, achter: de Middelgracht (23 apr. 134O, W. 1 f. 4v.).

Belender van een huis aan de gracht bij de Diefsteeg 1 juli 1368 (Ke. 493 f. 44v.).

landbezit: * 3 morgen land te Valkenburg (Heijkewere), uit eigen 23 juli 1327 aan de graaf opgedragen. Droeg dit leen 15 juli 1348 op t.b.v. zijn zoon Jan Bartout (GvH. 242 f. 54 en 22O f. 53v.)

* 4 morgen land te Wateringen, leen van de burcht, vroeger in handen van zijn vader, later in die van zijn zoon, zelf niet als bezitter

aangetroffen, of zijn vermelding als leenman van Wassenaer op 6 dec. 1364 zou dit leen moeten betreffen (Hoek, 'Wassenaar', 87; Kam, 'Van Zijl', 221; als belender te Wateringen 3O juni 137O verm. (Kon. Bibl., Codex 73 E 38 f. 25v.).

rentebezit: * 2 mrt. 1331 1 £.g.g. op een huis aan de gracht uitkomend aan de Middelweg. Executeurs-test. van heer Nicolaas van Reijnsburch, priester, o.w. Jan van Brabant, stelden deze rente voor het doen van Nicolaas' memorie beschikbaar aan het St.Catharinagasthuis, dientengevolge droeg Jan de rente 19 feb. 1335 over (Ga. 455 f. 3-4v.).

varia: Een der executeurs-test. van heer Nicolaas van Reijnsburch Jans Moilnaersz. 12 jan. 1335; was hij diens verwant? (Ga. 455 f. 3). Trad 6 mei 1368 op als getuige inzake een geschil betr. het collatierecht van de gast-huiskapel (Van Mieris, Beschryving, I 165 d.i. G.A. Leiden, Bibl. 28635/1 pf. - afschrift van ca. 153O -). Was 16 sep. 137O getuige bij het opmaken van de akte waarin Floris van Alkemade en Philips Jansz. weigerden St. Pieterskerk over te geven aan de Duitse Orde (De Geer, DuO. nr. 6O7).

familie: zoon van Floris van Brabant. Deze kreeg 4 aug. 13O4 van de burg-graaf het voorrecht van erfopvolging voor zijn kinderen in een leen van 4 morgen land te Wateringen, dat zijn moeder Alijd in leen had gehouden. Hij werd daarbij door de burggraaf neef genoemd (Hoek, 'Wassenaar', 87). Broer: Hendrik; diens zoon Floris van Brabant Hendriksz. wordt 13 aug. 1378 verm.

(Hoek, 'Wassenaar', 87, Ga. 44O f. 8).

Kinderen:

1. Jan Bartout, volgt II.

2. Alijd (Ga. 44O f. 8).

3. Floris van Brabant

landbezit: * hij is wrsch. de Floris van Brabant die 13 nov. 14O7 land bezat onder 's-Gravenzande (RAZH, Mar. Magd. 19)

* land te Valkenburg, gemene voor gelegen met dat van Beatrijs, dr. van Hendrik Diddeboeij van Catwijck; verm. voor 3O sep. 1389 (Ke. 322 f. 11v.-12).

rentebezit: * rente van 1 £.g.g. 9 okt. 1376 (?) door Willem Heinenz. aangedaan t.b.v. Alijd Hendrik Rottiers. Floris droeg de rente 2 juli 138O over aan de H.Geest (W. 1 f. 4v.).

borgstelling: * 4 juli 1369 Jacob Jansz. (Secr. 19 f. 19).

* 2O aug. 1381 Pouwels Pouwelsz. (Secr. 19 f. 25).

varia: werd 5 feb. 1377 Leids poorter met 2O £, borg: Steven, Huge van der Hants knecht (Secr. 19 f. 43).

familie: tr. Katrijn (W. 1 f. 51). Kinderen:

a. Dirk Florisz. van Brabant

functie: schepen 1368-69.

landbezit: * 15 mrt. 1366 3 morgen land te Maasland (Anneboeijsweer), in leen gehouden van de burggraaf; later was dit leen in handen van Diddeboeij van Catwijck (Hoek, 'Wassenaar', 231). b. Haaskiaan. De H.Geest deed haar memorie en die van haar ouders (W. 1 f. 51). Zij werd 13 aug. 1378 benoemd tot evt. erfgenaam van Jan Bartout, haar oom, voor 4 morgen leenland te Wateringen (Hoek, 'Wassenaar', 87).

 

II. JAN BARTOUT (JANSZ. VAN BRABANT)

ovl. voor 24 aug. 1393 (GvH. 228 f. 94).

functie: schepen 135O-51, 87-88.

woonhuis: zijn weduwe verm. als belendster in de Diefsteeg 1O mrt. 14OO (W. Afd. V. 45) en 14O2-O3 en later als inwoonster van het Kerkhofbon (Ke. 323 (5) f. 17, 323 (7) f. 49).

huisbezit: een huis aan de Nieuwe Rijn, gekocht van Zoete Jan Vlaminx en zoon Pieter tegen een rente van 1O s.pay. p.j. (Ke. 416 f. 86).

landbezit: * 15 juli 1348 3 morgen land te Valkenburg (Heijkenwere), grfl. leen. Beleend na opdracht door zijn vader; beleend met ledige hand 139O (GvH. 22O f. 53v., 7O8 f. 5).

* 4 morgen land te Wateringen, leen van de burcht; kreeg 13 aug. 1378 toestemming voor opvolging in dit leen door zijn neef Floris van Brabant Hendriksz., dan wel zijn nicht Haaskiaan van Brabant, ofwel de nakomelingen van zijn grootvader Floris van Brabant (Hoek, 'Wassenaar', 87).

* 12 morgen land te Wateringen, verm. 13 aug. 1378, belendend aan hoger genoemd leen; in leen gehouden van de heer van Naaldwijk (Hoek, 'Wassenaar', 87).

* land te Zoeterwoude nabij de Hofweg, verm. 27 sep. 1384 en 25 mrt. 1388 (Ga. 456 p. 183, Ke. 416 f. 1O).

rentebezit: * 2 sep. 1388 1 £.pay. op een huis en erf aan de Middelgracht bij St.Pieterskerk en:

* 24 okt. 1389 1 £.pay. op een huis en erf te Marendorp, in de boomgaard; beide renten 6 dec. 1392 overgedragen aan het St.-Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 13v.-14). borgstelling: * 2 sep. 1364 Pieter Hendriksz. (Secr. 19 f. 1).

* 2O dec. 1382 Floris Andriesz. (Secr. 19 f. 59).

* 14 sep. 1386 Beatrise van Haesbroeck (Secr. 19 f. 74v.).

varia: zegel: 3 handen, met in het midden een balk (Ke. 837, 17 aug. 1387).

familie: Zijn neef en oomzegger was Huge Andriesz. (zie Gerrit Zeveritsz.

c.s.). Tr. 1e Alide Hugendr. van den Bosch, die hij 15 juli 1348 tochtte aan 3 morgen land onder Valkenburg (GvH. 22O f. 53v.; Ga. 44O f. 8; zie Van den Bosch); tr. 2e Remburch. Zij vermaakte de Duitse Orde 11 dec. 1399 1 £. pay. die zij onder Zoeterwoude bezat, gemeen gelegen met land van Simon Galen, Jan Oemenz. en Claas Hovenz.'s erfgenamen (DuO. 1978 f. 68).

Tezelfdertijd ontving het St.Catharinagasthuis eenzelfde rente, ook op dit land gevestigd alsmede 3 £.pay. rente ald., voor de memorie van haar en haar man. Na haar dood zou het gasthuis 8 £.pay. en haar inboedel ontvangen voor de bouwwerkzaamheden (Ga. 456 p. 185; Ga 44O f. 24v.). Zij ovl. 1412-13, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (9) f. 13). Kinderen:

1. Dochter, werd 22 feb. 14O7 poorter met 4O £, en Willem Claasz. van der Horst als borg (Secr. 2O f. 25).

?2.Jan Bort Bartoutsz. Hij verkocht 7 apr. 1384 7 morgen land te 's-Gravenzande aan St.Pancraskapittel (Ke. 416 f. 2v.). tr. Katrijn heer Jan Simonsz.dr. (verm. 7 apr. 1384 toen zij afstand deed van haar lijftocht aan voornoemd land; Ke. 416 f. 3).

  

VAN DER BREGGHE (SIMON GORIS C.S.)

 

I. N.N. Zoons:

1. Simon Goris van der Bregghe, volgt II.

2. Heer Bertelmeeus van der Bregghe.

functie: grfl. klerk, verm. 18 aug. 1299 (GvH. 7O7 f. 9, Kruisheer, Oorkonden en Kanselarij, II 495).

varia: diende er op toe te zien dat zijn neef Gerrit Simon Gorisz. diens broer(s) en/of zuster(s) liet meedelen in de opbrengst van zijn leengoed onder Leiderdorp (GvH. 7O7 f. 9).

3. Heer Huge van der Bregghe. ovl. na 16 dec. 1312 (GvH. 11O8).

functies: pastoor van Noordwijk, 15 juni 1295-7 mei 13O4 verm. (Lhorst. reg. 23, Rijnsburg 155); grfl. klerk 18 aug. 1299-16 dec. 1312 verm.; kapelaan van Elisabeth van Engeland verm. 28 nov. 1299 (zie hfdst. 6); kanunnik van St.Jan te Utrecht verm. sinds 7 mei 13O4 (Rijnsburg 155).

stichting: mogelijk stichter van heer Huges kapelanie in St.Pieterskerk (Ke. 325).

varia: diende er op toe te zien dat zijn neef Gerrit Simon Gorisz. zijn broer(s) en/of zuster(s) liet meedelen in de opbrengst van zijn leengoed onder Leiderdorp (GvH. 7O7 f. 9).

 

II. SIMON GORIS VAN DER BREGGHE

ovl. voor 18 aug. 1299 (GvH. 7O7 f. 9).

landbezit: * 2 morgen land te Leiderdorp, beleend door Floris V, na ca. 1281 (in Muller, 'Oude Register' niet verm.), na opdracht uit eigen (GvH. 7O7 f. 9, 243 f. 17).

familie: tr. Margriet (GvH. 7O7 f. 9). Kinderen:

1. Gerrit Gorisz. van der Bregghe, volgt IIIa.

?2.Bertelmeeus van der Bregghe, volgt IIIb.

 

IIIa. GERRIT (SIMON) GORISZ. VAN DER BREGGHE

functie: schepen 1331-32, 33-34, 34-35, 36-37, 37-38.

woonhuis: Breestraat, nabij de Blauwe Steen (Rijnzijde), grfl. leen, verm. 2O dec. 1323 en 18 okt. 1333 (GvH. 243 f. 38IIv., 242 f. 83, 7O7 f. 9). Is dit het huis van hem dat 11 mrt. 1312 voorkomt als belendend aan dat van Coppe van Alfen? (Ga. 455 f. 7).

landbezit: * 18 aug. 1299 2 morgen land te Leiderdorp, grfl. leen. Hij diende in de opbrengst zijn broer(s) en/of zuster(s) mee te laten delen. Droeg het leen 6 aug. 1336 op t.b.v. zijn zoon Bertelmeeus (GvH. 7O7 f. 9 en v.).

* 1299? 1O morgen land te Alphen, verkocht met grfl. permissie van 21 jan. 13OO voor hem door zijn oom Huge (GvH. 243 f. 17).

* Land te Waddinge onder Voorschoten en Zoeterwoude, voor 16 mrt. 13O6 verkocht aan heer Huge, zijn oom, handelend in opdracht van Elisabeth van Engeland. Dit land had hij door zijn huwelijk verkregen (Egmond 928).

varia: zegel: 3 leeuwen, in schildhoofd een brug met 3 pijlers (Ke. 657, 25 feb. 1335).

familie: tr. 1e Ermgard, verm. 16 mrt. 13O6 (Egmond 928); tr. 2e Clare,

ovl. voor 21 nov. 1357 toen haar erfgenamen een rente van 5 s.pay. kochten en overdroegen aan St.Pieterskerk (DuO. 1978 f. 54v.). Dochter van Hendrik Hongher (zie ald.). Door haar man werd zij 18 okt. 1333 getocht aan zijn huis aan de Breestraat (GvH. 242 f. 83, 7O7 f. 9). Zij leverde varkens (1344-45) (Hamaker, Rek.Holl., II 165) en verkocht Jacob Vlaminc 5 1/2 morgen land te Oegstgeest, de Muijlcamp (Ke. 493 f. 22v.). Kinderen (uit 1e of 2e huwelijk):

1. Bertelmeeus (Gerrit) Gorisz. (van der Bregghe).

woonhuis: Breestraat, huis en erf, bij de Blauwe Steen, grfl. leen, afkomstig van zijn vader. Droeg dit huis 27 jan. 1355 op t.b.v. zijn neef Simon Gorisz. (GvH. 244 f. 51).

landbezit: * 6 aug. 1336 2 morgen land te Leiderdorp, grfl. leen, beleend na opdracht door zijn vader (GvH. 7O7 f. 9v.), droeg dit 9 juli 1354 op t.b.v. Willem Bort (GvH 7O7 f. 9).

Uit het 2e huwelijk:

2. Lijsbeth, tr. Jan van Ammersoijen (Ke. 7 f. 79v. en Ke. 1O83; zie van Ammersoijen).

3. Heer Simon Goris (Ke. 7 f. 79v.).

 

IIIb. BERTELMEEUS VAN DER BREGGHE

ovl. voor 16 nov. 1343 (Ga. 455 f. 6v.).

landbezit: * 8 1/2 morgen land te Zoeterwoude aan Meerburgerwatering, (Ke. 1O38); via zijn echtgenote vererfd op zijn schoonzoon Dirk van Haerlem (Ke. 826, daar is van 8 morgen 4 1/2 hond land sprake).

* 3 1/2 morgen land onder Alkemade, grfl. leen. Kreeg van graaf Willem III of IV het voorrecht van vererving van dit leen bij gebrek aan zonen op zijn dochters zoon Huge van den Bosch (deze werd 26 feb. 1361 beleend, GvH. 226 f. 67v.).

familie: tr. Reinsent, dr. van Hendrik Hongher (zie ald.). Verm. als weduwe 16 nov. 1343 samen met Dirk van der Dobbe, als belendster aan een zijde, met erven, zeer wrsch. aan de Breestraat (Ga. 455 f. 6v.; Ke. 493 f. 4Ov.).

ovl. voor 23 juni 1358 (Ke. 826). Kinderen:

1. Dochter, tr. Dirk van der Dobbe (zie Van den Bosch en Ga. 455 f. 6v., GvH. 226 f. 67v., Ke. 535).

2. Katrine, tr. Dirk van Hairlem (zie ald. en zie Ke. 826: land afkomstig van Dirk van Hairlem's schoonmoeder Reinsent, dat identiek moet zijn met land dat vroeger van Bertelmeeus van der Bregghe was (Ke. 1O38) en vgl. het feit dat Katrine Trude, de zr. van Reinsent, tante noemt (Ke. 637 en 535).

 

Neef van Bertelmeeus Simon Gorisz.:

 

I. SIMON GORISZ.

ovl. voor 21 mrt. 137O (GvH. 226 f. 124).

functies: kerkmr. van O.L.V.kerk 1344-45.

woonhuis: Breestraat, huis en erf, bij de Blauwe Steen (Rijnzijde), belenders Pieter van Leijden en Frank Jansz. (vgl. GvH. 226 f. 18); 27 jan. 1355 grfl. belening na opdracht door Bertelmeeus Simon Gorisz.z. (GvH 244 f.

51).

familie: zoon:

 

II. BERTELMEEUS SIMON GORISZ.Z.

ovl. na 22 juni 1392 (W. 1 f. 124).

woonhuis: aan de Breestraat, grfl. leen, 21 mrt. 137O beleend, aanbestorven van vader (GvH. 226 f. 124). Kreeg dit huis 14 dec. 138O ten vrij eigen (GvH. 226 f. 18) en verkocht het, vermoedelijk aan Willem Foijtgen (zie Bort). Droeg in ruil land en een rente van 4 £ 1O s. op (vgl. hierna). 16 okt. 1374 verhuurde hij achter zijn grote huis aan Willem Buul een huis voor een rente van 19 s.pay. p.j. Deze rente droeg hij 23 okt. 1374 over aan heer Philips Jansz., priester. Bij de verhuur behield hij het recht van overpad door de steeg naar de Rijn (Ke. 678 en 493 f. 45v.).

landbezit: * 14 dec. 138O 2 1/2 morgen land onder Woubrugge, opgedragen aan de graaf i.v.m. de verkoop ten vrij eigen van zijn huis te Leiden (GvH. 7O9 f. 1). Kreeg 6 feb. 1391 toestemming tot verkoop ten vrij eigen (GvH. 228 f. 3v.).

rentebezit: zie woonhuis.

* 4 £ 1O s.pay. op een huis en erf achter Willem Foijtgens huis, uit eigen 14 dec. 138O aan de graaf opgedragen (GvH. 7O9 f. 1). Kreeg 6 feb. 1391 toestemming tot verkoop ten vrij eigen (GvH. 244 f. 51).

* 32 s.g.g. met houde op het huis en erf van Baarnd Jansz. van Leijden, 22 juni 1392 verkocht (W. 1 f. 124).

* 4 s.g.g. op een huis bij het grfl. hof, van Dirk Poes Jansz. van Leijden (Ke 493 f. 44v.), alsmede:

* 5 s.g.g. op huis aan de gracht bij de Diefsteeg. Beide renten 1 juli 1368 overgedragen aan heer Philips Jansz. (Ke. 493 f. 44v.)

borgstelling: * 1 sep. 1385 Herman van Zwieten (Secr. 19 f. 69v.).

* 9 nov. 1385 Pieter Willemsz. van der Tolle, zilversmid (Secr. 19 f. 7O).

* 28 juni 1388 Pieter Jansz. (Secr. 19 f. 78).

varia: moest bij gerechtelijke uitspraak van 16 apr. 1389 Dirk Poes Frankenz. om vergeving vragen (RA. 2 f. 1O8).

 

 VAN DER BREGGHE (WOUTER C.S.)

Deze familie zal zeker verwant zijn met het voorgaande geslacht aangezien Wouter van der Bregghe (generatie III) in 1365 optrad als maag van moederszijde van de kinderen van een dochter van Bertelmeeus van der Bregghe

(hiervoor, IIIb.).

 

I. WOUTER VAN DER BREGGHE

woonhuis: wrsch. is hij de Wouter van der Bregghe die 5 jan. 1337 belender was van Simon van Endegeests huis te Leiden (Ke. 493 f. 39v).

landbezit: 15 juli 1314 9 tot 1O morgen land (Hannekijnsland) onder Boschuijsen te Zoeterwoude, grfl. leen (GvH. 7O9 f. 9v.).

familie: Willem van der Bregghe, die 24 mrt. 1323 met grfl. Toestemming land ten vrij eigen verkocht, was missch. een verwant van hem (het betrof 3

1/2 morgen land tussen Zijl en Mare onder Leiderdorp) (GvH. f. 35). Zoon:

II. HUGE VAN DER BREGGHE

ovl. voor 29 juni 1353 (GvH. 244 f. 39v.).

functies: burgemr. 1324-25, schepen 1336-37, 4O-41, 45-46.

woonhuis: aan het Noordeinde (van de Breestraat), leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 1O1). Verm. 21 mrt. 1331 als belender met zijn zoon Andries, aan de gracht aan een huis strekkend tot de Middelweg (Ga. 455 f. 4).

landbezit: * 9 tot 1O morgen land te Boschuijsen (Hannekijnsland) onder Zoeterwoude (vgl. belening van zijn vader en zoon; van hem geen belening bekend, wel ter plaatse als belender in Jannekijnsland verm. 19 mrt. 1349) (Ke. 322 f. 3).

* land te Slancwijc, onder Nieuwenbroek, gehuurd van de graaf tegen 8 s. p.j.; was in 1316 achterstallig met de betaling (Hamaker, Rek. Holl., I 95).

* 3 morgen, 6 gaard land te Zoeterwoude, ten zuiden van Leiden, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 5 morgen, 8 gaard, 4 voet land ten zuiden van de Zwiet in Zoeterwoude verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 88).

* 4 morgen, 24 gaard land ten noorden van Rodenburger wetering (betreft dit land reeds hoger verm. ten zuiden van Leiden?), verm. 132O-3O (Ke. 493 f. 87).

* 18 morgen, 36 gaard land bij de Naakte Sluis te Zoeterwoude (hieronder Hannekijnsland begrepen?) verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 5 morgen land op de Hoelmaarne te Leiderdorp, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 13O).

* 2 akkers land te Hazerswoude, grfl. leen, verkocht ten vrij eigen 25 okt. 1323 (GvH. 243 f. 38 (II).

* land te Leiderdorp, verm. 30 juni 1325 en 30 dec. 1351 als belender aan Huge Costijnsz. van der Does' woning en land (Nass. Dom. 44 (6461) f. 323v. en GvH. 707 f. 2v.; betreft dit de Broekmade? vgl. hierna).

* 18 mrt. 1326 1/2 woning te Warmond (Oud-E(i)ndepoel, zie Machen, 'Teylingen', 14) en:

* 18 mrt. 1326 8 morgen land te Leiderdorp (de Broekmade), beleend door de graaf na opdracht door zijn schoonvader i.v.m. een schuld aan Huge (GvH. 242 f. 43v.).

rentebezit: 11 mrt. 1312 2O s.g.g. op Coppe van Alfens huis, gekocht van deze. Verkocht aan het St.Catharinagasthuis 7 juni 1328 (Ga. 455 f. 7).

varia: stond 12 okt. 1323 borg voor zijn schoonvader Claas Magnus in een conflict tussen deze en heer Jacob van der Woude en werd gedwongen 258 £ die Claas aan de laatste schuldig was, te betalen. Daarvoor zou Claas goederen op hem overdragen (vgl. landbezit) (GvH. 243 f. 38 (I)v.). 17 mrt.

1334 aangesteld tot executeur-test. door Hendrik Strevelant (W. 2 f. 41v.).

familie: tr. Sophie, begr. St.Pieterskerk (W. 1 f. 53v-54), dr. van Claas

Magnus (GvH. 242 f. 43v.) en zuster van Katrine, die tr. met Floris van Alkemade (GvH. 242 f. 43v en 243 f. 5Ov.). Zoons:

1. Wouter , volgt III.

2. Andries, verm. 2 mrt. 1331 als belender samen met zijn vader (zie hoger).

 

III. WOUTER VAN DER BREGGHE

ovl. tussen 29 dec. 1399 en 21 feb. 14OO, begr. St.Pieterskerk (GvH. 228 f. 254v.; Ke. 323 (2) f. 13v.).

functies: schepen 1356-57, 58-59; schout 136O.

woonhuis: huurde 2 hofsteden te Leiden van de graaf voor resp. 8 s. en 18 p.p.j., verm. 1358 en 1363 (GvH. 19 f. 67v. en 11v.). De eerste hofstad moet het latere Lombardenhuis aan de Krepelstraat zijn, dat de Lombarden van hem kochten en dat door dezen aan IJde Floris Gijsbrechtsz. Werd verkocht; tot in 1416 had de graaf hierop 8 s. rente (GvH. 228 f. 85, Van Oerle, Leiden, I 75). Hij vermaakte de H.Geest bij testament op zijn huizen en/of erven in de Krepelsteeg ald. 17 sep. 1384 verschillende renten: 18 p., 6 s., 4 s., 4 s., 6 s., 6 s., 6 s., 6 s. en 3 s. alsmede 'In den sac' op zijn 12 huizen en erven 4O s. (alles g.g.; W. 1 f. 53v.-54).

Beleend met een huis aan het Noordeinde en de daarvan afgesplitste hofsteden 14 juni 1367 door de burggraaf (Hoek, 'Wassenaar', 1O1); was de 16 feb. 1378 vermelde Wouterssteeg van der Bregghe hier gelegen?

(Ga. 455 f. 82, zie ook rentebezit).

landbezit: * 29 juni 1353 8 morgen land te Leiderdorp (de Broekmade), afkomstig van zijn vader (GvH. 244 f. 39v.); beleend met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 5). Het leen werd door de graaf 29 dec. 1399 aan de kinderen

van zijn zoon Simon verkocht, terwijl Wouter het land mocht blijven gebruiken (GvH. 228 f. 364v.).

* 9 tot 1O morgen land te Boschuijsen onder Zoeterwoude, afkomstig van zijn vader; grfl. leen, verm. 5 nov. 1353 (GvH. 244 f. 45). Beleend met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 5); door de graaf 29 dec. 1399 verkocht als boven.

* de noordzijde van Claas Magnus' woning te Warmond (Oud-E(i)ndepoel, zie Machen, 'Teylingen', 14), grfl. leen, verkocht aan Hendrik van Alkemade die er 29 juni 1353 mee werd beleend (GvH. 244 f. 39v.).

* 5 morgen land te Warmond op de Hoelmaarne, belening door de burggraaf 5 mei 1377 (Hoek, 'Wassenaar', 13O).

* 24 feb. 1352 9 morgen land te Esselikerwoude, ten vrij eigen gekocht van de graaf voor 3 £ 1O s. per morgen (GvH. 244 f. 3O).

* 24 feb. 1352 2 1/2 morgen land te Alphen aan de Rijn, gekocht voor 5 £ 1O s. per morgen (GvH. 244 f. 3O).

* 3 morgen land aan Rodenburgerlaan te Zoeterwoude, hem aanbestorven van Lisebet, zr. van zijn vrouw; 29 sep. 1381 verkocht (Ga. 455 f. 44v.).

* land te Zoeterwoude, verm. 9 okt. 1385 in een belending (identiek met het land te Boschuijsen? Ke. 836).

* land te Zoeterwoude, 3 mei 137O belendend aan de Cruijsmade (identiek met hoger genoemd land aldaar? Ke. 827).

rentebezit: * renten in de Crepelsteeg, wrsch. verkregen ten gevolge van erfuitgifte (zie huisbezit) en 17 sep. 1384 bij testament vermaakt aan de H.Geest (W 1 f. 53v.-54): 3 s. g.g. en 18 p.g.g.

* schuldbrief van 3 1/2 £.pay., verm. 13 dec. 1399 (RA. 5O f. 26v.).

schenking: rente van 31 s.g.g., gevestigd door hem t.b.v St.Catharinagast- huis op al zijn goederen (16 aug. 1361, Ga. 455 f. 6).

varia: 136O pachter van de Leidse gruit met Willem Bort (GvH. 1447 f. 7);

van een tiende bij de stadspoort, van de graaf van Blois, 1377 (Gr. v. Blois, 1O5 f. 18) en van een tiendblok onder Zoeterwoude van dezelfde, 1385 (Gr.v.Blois 112 f. 14). Zegel: boven: een halve leeuw; midden: een geblokte dwarsbalk; onder: effen (Ke. 658, 7 juni 1357). Trad 6 feb. 1365 op als een der voogden van Dirk van der Dobbes kinderen (Ga. 455 f. 1O). Testeerde met zijn vrouw 17 sep. 1384 en schonk de H.Geest renten (zie rentebezit). De H.Geest diende hiervoor memoriediensten te houden en uitkeringen te doen

aan St.Pieterskerk, St.Catharinagasthuis en O.L.V.kerk, eveneens voor memoriediensten (W. 1 f. 53v.-54; Ga. 44O f. 4O, Ke. 7 f. 76, NH.

Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 2v., Kam, 'Memorieboek', 193). Aangesteld tot executeur-test. van Philips Gerrit Doedenz. 14 feb. 1391 (Ke. 322 f. 14v.).

familie: tr. Alide Frankendr., zeer wrsch. dr. van Frank Pieter Gobburgen z.z. (Ke. 895; zie Pieter Gobburgenz. c.s.). Hij tochtte haar 5 nov. 1353 aan de helft van zijn leengoed (GvH. 244 f. 45). Kinderen:

1. Simon, volgt IV.

2. Frank, verm. als verwant van mr. Philips van Leijden 7 mrt. 1372 (Ke. 895).

3. Dochter, begr. 1399-14OO in St.Pieterskerk (Ke. 323 (2) f. 13).

 

IV. SIMON VAN DER BREGGHE

ovl. tussen 21 feb. en 29 dec. 1399, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (2) f. 13v., GvH. 228 f. 254v.).

borgstelling: 21 nov. 1397 Huge van Noord (Secr 19 f. 1O9).

familie: kinderen:

1. Huge van der Bregghe.

functie: schepen 1415-16; stedelijk schut, wrsch. na 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 242v.).

landbezit: * 5 morgen land te Zoeterwoude, buiten Leiden, leen van de Binckhorst (Hoek, 'Rept. Binckhorst', 249, Ke. 695, 22 jan. 1416).

* 29 dec. 1399 8 morgen land te Leiderdorp (de Broekmade), samen met zijn broer en zuster ten vrij eigen gekocht van de graaf (GvH. 228 f. 254v.), afkomstig van hun grootvader.

varia: zegel: een hoekige dwarsbalk (Ke. 695 22 jan. 1416, als Van Foreest; zie Van Foreest, Het oude geslacht, afb. naast 16).

2. Dirk, verm. 29 dec. 1399, zie hoger.

3. Sophie, verm. 29 dec. 1399, zie hoger. ovl. na 1442. tr. Pieter Jorgels z. Zij hield na ovl. van haar broer Huge 5 morgen land in leen van de Binckhorst (Hoek, 'Rept. Binckhorst', 249).

4. Kind, ovl. ca. 14OO (Ga. 444 f. 4).

  

VAN DER BREGGHE (COSTIJN C.S.)

 

I. COSTIJN VAN DER BREGGHE.

Kinderen:

1. Heine, volgt IIa.

2. Jan, volgt IIb.

3. Machteld, tr. Arst Gontersz. (zie ald.). Als weduwe verkocht zij 7 mei 1364 land (zie IV., Jan Costijnsz.).

4. Fie Janszr. van der Bregghe (d.i. Fie Willem Bulen Moijen), ovl. na 14 juli 1386 (Ga. 455 f. 45).

landbezit: * een stuk land te Leiderdorp en Leiden, gemeen liggend met dat van Geertruud Costijnsdr. van der Bregghe, Jan van der Gheest, Willem Buul en Pieter Simonsz.; verm. 8 feb. 1363 en 25 apr. 1371 (Ke. 493 f. 19 en f. 17).

* 4 hond, 5 morgen land (de Doesvenne) te Leiderdorp; hierin bezat Pieter Boudijnsz. 1 morgen. 14 juli 1386 verkocht. Vrijwaring beloofden Gerrit en Dirk Jansz. van der Geest en Jan Costijnsz. van der Bregghe (Ga. 455 f. 45).

 

IIa. HEINE (HANNE) (VAN DER) BREGGHE.

functie: schepen 132O-3O, 3O-31, 34-35, 35-36, 36-37, 37-38.

landbezit: * 29 apr. 1321 6 1/2 morgen land ten zuiden van Rodenburgerwetering, langs de Rijn, onder Zoeterwoude, samen met Pieter Cokenaedse van Dirk van Zwieten gekocht en van de graaf ten vrij eigen ontvangen (GvH. 242

f. 17v.). Dit land droeg hij op aan de heer van Polanen (Nass. Dom. 44 f. 339v.).

* 1323 5 morgen land (de Hairt) en 1O hond land (de Tien hond) te Boschuijsen onder Zoeterwoude, samen met zijn broer Jan ten vrij eigen gekocht (grfl. consent 29 aug. 1323, GvH. 243 f. 36v.). De 5 morgen droeg hij op aan de heer van Polanen (Nass. Dom. 44 (6461) f. 339v.); zijn broer deed hetzelfde (nadat het goed in zijn geheel in zijn handen was gekomen? Zie ald.)

rentebezit: 21 okt. 133O 4O s.pay. op een huis aan de Kerksteeg (W. 1 f. 6v.).

varia: zegel: de Leidse sleutels (Ke. 662, 16 mei 1337).

familie: tr. Trude, ovl. na 1351 (GvH. 1441 f. 7).

 

IIb. JAN VAN DER BREGGHE

functie: schepen 1324-25.

beroep: handelde in huiden 1343 (Hamaker, Rek. Holl., II 4).

landbezit: * 3 1/2 morgen 1 hond land te Zoeterwoude aan de Rijndijk, opgedragen aan de heer van Polanen 2 mei 1331 (Nass. Dom. 44 (6461) f. 333v.); wrsch. de 3 morgen 4 gaard 3 voet land, 1326-3O verm., ten zuiden van Rodenburger wetering (Ke. 493 f. 88).

* 1323 5 morgen land (de Hairt) en 1O hond land (de Tien hond), te Boschuijsen onder Zoeterwoude, samen met zijn broer Heine ten vrij eigen gekocht (zie hoger). De 5 morgen droeg hij op aan de heer van Polanen die er 2 mei 1331 Jans zoon Costijn mee beleende (Nass. Dom. 44 (6461) f. 334).

* 3 morgen 4 gaard land ten zuiden van Leiden in Zoeterwoude, samen met Dirk IJdenz. bezeten, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.). Mogelijk behoorden de 1 1/2 morgen 9 gaard land die Jan hier ten noorden van Rodenburger wetering bezat, hiertoe (verm. 1326-3O, Ke. 493 f. 87).

* 1342 de Brigghenmade (4 morgen 3 hond land) te Leiderdorp, samen met Gerrit Emmenz. gekocht (Ke. 493 f. 32v.).

* De Groete Weijden en het Smalle Weer te Zoeterwoude, gekocht samen met Arst Gontersz.; zij stonden Jan van Egmond en Daniel Coppenz. 1O feb. 1345 het recht van overpad toe naar de Niedel (Ga. 784).

familie: kinderen:

1. Costijn, volgt II.

2. Willem Buul

ovl. tussen 16 okt. 1374 en 16 mei 1375 (Ke. 678 en 5O).

(woon)huis: huurde 16 okt. 1374 van Bertelmeeus Simon Gorisz. (van der Bregghe) een huis aan de Maarsmanstraat, achter diens grote huis aan de Breestraat tegen 19 s.pay. rente (Ke. 678, W. I 31 f. 1O). Op dit huis (dan van Dirk die Bloet en Willem Buuls kinderen) had de H.Geest 138O een rente (W. 1 31 f. 1O). Zijn weduwe wordt 16 mei 1375 verm. als belendster aan de Maarsmansteeg aan Jan Costijnsz. van der Bregghe (Ke. 5O).

landbezit: * land te Leiderdorp en Leiden, gemene voor met dat van Geertruud Costijnsdr. van der Bregghe, Jan van der Gheest, Fie van der Bregghe en Pieter Simonsz.; verm. 8 feb. 1363 en 25 apr. 1371 (Ke. 493 f. 19 en 17).

* 1/6 van het Bredevelt onder Leiderdorp, verm. 7 mei 1364 (Ke. 493 f. 19v.).

* 1/2 van de Brigmade te Leiderdorp, samen met de kinderen van Jan van der Gheest bezeten, verm. 2O nov. 1372 (Ke. 493 f. 3Ov.).

familie: tr. Glorie, ovl. na 16 mei 1375 (Ke. 5O).

3. Dochter, tr. zeer wrsch. Jan van der Gheest vgl. o.m. het bezit van de 1/2 van de Brigmade door zijn kinderen samen met Willem Buul, zie van der Geest).

 

III. COSTIJN VAN DER BREGGHE JANSZ.

functie: geestmr. 1339-4O, 44-45, 45-46, 46-47, 48-49, 45-55, 56-57, 57-58, 58-59.

beroep: lakenhandelaar 1356-57 (GvH. 1377 f. 24v.).

woonhuis: aan de Maarsmanstraat, bij de Rijn, verm. 13 mrt. 1359 (W 1 f 18; W. I 31 f. 1O; Ke. 5O).

landbezit: * 2 mei 1331 5 morgen land (de Hairt) te Zoeterwoude, beleend door Jan van Polanen na opdracht uit eigen door zijn vader (Nass. Dom. 44 (6461) f. 334). 3 1/2 morgen 1 hond land aan de Rijndijk te Zoeterwoude (wrsch. in zijn bezit, vgl. Nass. Dom. 44 (6461) f. 333v.).

varia: zegel: boven: 2 sleutels naast elkaar; onder: een brug met 3 pijlers (Ga. 6O4, 4 apr. 1358).

familie: tr. N.N., zij bracht Grisoord (de kern van het bon Zevenhuijsen)

mee ten huwelijk (DuO. 2O64x). Kinderen:

1. Jan Costijnsz., volgt IV.

2. Geertruud Costijnsdr., tr. Bertelmeeus van Zwieten. Zij verkocht met haar man 8 feb. 1363 2 morgen 2 hond land te Leiderdorp en Leiden met de daarvoor gedolven vest (Ke. 493 f. 19, vgl. ook f. 17, zie van Zwieten).

3. Machteld Costijnsdr.; zij werd 24 juni 1367 poorteres van Leiden met 1OO £, borg stond haar broer Jan (Secr. 19 f. 1O). Beleend 12 sep. 1379 met 3 £ rente g.g. p.j. binnen Leiden, leen van de Lek en Polanen (Nass. Dom. 44 (6461) f. 331). Haar broer Jan bewees haar 29 nov. 138O als moederlijk erfdeel 21 s.pay. op het huis en erf van Willem van der Gheest (d.w.z. 1/3 van Grisoord). Zij droeg deze rente 7 feb. 1381 over aan de Duitse Orde te Leiden (DuO. 2O64x).

 

IV. JAN COSTIJNSZ. VAN DER BREGGHE

ovl. in of na 1399 (Rek. Lei., I 66); begr. St.Pieterskerk (Ke. 7 f. 81).

functies: schepen 136O-61, 66-67, 68-69, 69-7O, 86-87, 89-9O; kerkmr. Van St.Pieter 1381; burgemr. 1393-94.

beroep: indien dezelfde: bierkoper (1398-99, Ga. 334 (5) f. 12v.).

woonhuis: aan de Maarsmansteeg bij de Rijn, naast Willem Buuls weduwe,

verm. 16 mei 1375, toen Sophie weduwe van Gerrit Hoogstraat werd bevestigd in het bezit van 4 s. 2 p. 1 halling g.g. rente met houde op zijn huis en erf (Ke. 5O).

landbezit: * 1/2 van 5/6 van 4 morgen 1 1/2 hond 7 roeden 1 voet land te Leiderdorp (het Bredevelt), gemeen gelegen met land van Jan van der Gheest en kinderen en zijn oom Willem Buul, die van het geheel resp. 1/2 x 5/6 en 1/6 bezaten. Verkocht dit 7 mei 1364 samen met zijn zwager Bertelmeeus van Zwieten en Machteld Costijnsdr., weduwe van Arst Gontersz., met wie hij de eigendom deelde (Ke. 493 f. 19v.). 1/6 van het Bredevelt verkocht hij 13 juli 1392 (was dit het land dat 7 mei 1364 in handen van zijn oom Willem Buul was? Ke. 415 f. 34).

* 2 hond land in Doesvenne, Leiderdorp, gemene voor gelegen met land van

Pieter Boudijnsz. en Pieter Simonsz.; 22 mei 1388 verkocht aan Pieter Simonsz. (Ga. 641, 455 f. 45v.).

* 5 morgen (de Hairt) en 3 1/2 morgen 1 hond land te Zoeterwoude; leen van de Lek-Polanen; het laatste met toestemming van de heer van de Lek ten vrij eigen verkocht (Nass. Dom. 44 (6461) f. 334). Komt een van deze goederen 9 okt. 1385 voor als belendend aan land van heer Gerrit Hoogstraat Pietersz. en Jacob Ghijsen te Zoeterwoude? (Ke. 836).

rentebezit: 42 s.pay. op het huis c.a. van Jan Jacobsz. Blijfhier te Grisoord; zeker spruitend uit erfuitgifte door Jan of zijn moeder, van wie hij 1/3 van Grisoord zal hebben geerfd (Weeskamer 6O8 f. 1v.; vgl. DuO. 2O64x).

borgstelling: * 13 juli 1367 Voppe Dirksz. (Secr. 19 f. 9v.).

* 24 juni1367 Machteld Costijnsdr. van der Bregghe (Secr. 19 f. 1Ov.).

* 31 dec. 1367 Claas Hugenz. van Kersken (Secr. 19 f. 12v.).

* 16 jan. 137O Philips Adelisenz. (Secr. 19 f. 21).

* 5 okt. 1375 Bertelmeeus van Zwieten (Secr. 19 f. 42).

* 25 apr. 1381 Floris Gerritsz., van Wassenaar en vrouw (Secr. 19 f. 52).

* 26 mrt. 1392 Willem IJsbrandsz. (Secr. 19 f. 9Ov.).

varia: zegel: boven: een halve maan; onder: een brug met 3 pijlers (Ke. 983, 17 jan. 1368). Beloofde 14 juli 1386 vrijwaring bij een verkoop door Fie Janszr. van der Bregghe (Ga. 64O). Stond 18 apr. 1392 borg voor Wolbrand Keijsersz. na Jan Hellebrekers dood (Blok, Rechtsbronnen, 35).

familie: tr. 1e Geertruud; tr. 2e Belij (Ke. 7 f. 81). Tot dit geslacht behoorde vermoedelijk ook IJde van der Bregghe, verm. als belendster aan St.Pieterskerkgracht 16 nov. 1414 (W. A V 47).

 

HENDRIK SIMONSZ., gezegd BRONSTIEN

ovl. 28 juni 1369, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 2Ov.).

functie: kanunnik van St.Pancras (Ke. 415 f. 2Ov.).

familie: zoon van Simon Matthijsz. en Barte (Ke. 415 f. 2Ov.). Zijn zuster

Wive huwde Jan van Hilleghom (zie ald.). Missch. was zijn grootvader de Matthijs 'Bronskiaen' naar wie een steeg werd genoemd (1372 en 1375 verm.), lopend vanaf de Breestraat (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 1OO).

 

DIE BRUUN I

De families Die Bruun I, II en III behoorden allen tot hetzelfde geslacht blijkens zegel, het voorkomen van de naam Daniel, de banden met Leiderdorp en natuurlijk de familienaam zelf. Directe verwantschapslijnen kwamen uit de bronnen echter niet naar voren, of het zou moeten zijn dat de eerste twee stamvaders identiek waren.

 

I. DANIEL DIE BRUUN

Hield in 1317 en later 4O s. uit de herfstbede en 2O s. uit de lentebede in leen van de graaf en bekleedde vermoedelijk de functie van schout van Leiderdorp (De Boer, 'Leiderdorp', 34). Is wrsch. dezelfde als Daniel die Bruun Dirksz., verm. 14 juni 1314 i.v.m. land te Leiderdorp, Oegstgeest en Woubrugge (Hoek, 'Wassenaar', 659). Zoons:

1. Daniel die Bruun, volgt IIa.

2. Jan van Meerburch, volgt IIb.

 

IIa. DANIEL DIE BRUUN (DANIELSZ.)

ovl. na 25 apr. 138O (Klo. 1469 f. 3).

functie: schout van Leiderdorp, verm. 24 okt. 1368 en 6 apr. 137O (Ke. 493 f. 19v. en Ga. 455 p.44).

varia: zegel: 3 schildjes (2:1) (3O nov. 1364, Klo. 662).

familie: noemde 3O nov. 1364 Daniel uten Pol neef (Klo. 662). Kinderen:

1. Costijn Daniel Brunenz. Zoon:

a. Andries die Bruun Costijnsz.(Hoek, 'Domproostdij', 7).

functies: schepen 141O-11, burgemr. 1417-18, kerkmr. van St.Pancras 1419-2O, stedelijk schut 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 242).

landbezit: * 2 morgen land te Koudekerk a.d. Rijn in de Hoge Waard 25 apr. 138O verkocht aan Frank IJsac (Klo. 1469 f. 3).

* 13 morgen land te Leiderdorp, leen van de Utrechtse Domproostdij, verkocht en opgedragen 16 mrt. 14O2 (Hoek, 'Domproostdij', 7).

rentebezit: * 19 feb. 1416 6 nobel 22 1/2 leeuw licht geld op Claas Calken, 15 mrt. 1416 afgeschat (RA. 5O f. 165).

varia: Leids poorter, 15 mei 14O2 , borg stond Jan Willem IJsbrands z.z. (Secr. 2O f. 1O). Pachter van de Leidse waag 1419 (Rek. Lei., I 323). Zegel: 3 schildjes (2:1) met barensteel (22 jan. 1411, Secr. 1418).

2. Voppe Daniels Brunenz. Werd 5 juli 1378 Leids poorter met Jan Willemsz. als borg (Secr. 19 f. 45).

3. Floris Daniels Brunenz.; man te Leiderdorp 1369 (De Boer, 'Leiderdorp', 38) wegens misdragingen te Haarlem 11 feb. 1393 verbannen door het Leidse gerecht (RA. 4 f. 2).

4. Pieter die Bruun (Kam, 'Memorieboek', 172). Kinderen:

a. Daniel die Bruun Pietersz., verm. 25 juni 14O3 (Klo. 672), bode van het baljuwschap Rijnland 17 mrt. 14O9 (GvH. 2O4 f. 45v.).

b. Alijd (Klo. 672).

5. Margriet Daniel Bruunsdr. verm. 18 dec. 139O en 11 dec. 14O9 (W. 1 f. 1O6) (Kam, 'Memorieboek', 172); ovl. wrsch. voor 25 feb. 1415 (Ke. 654).

  

IIb. JAN VAN MEERBURCH (DANIELS BRUNENZ.).

ovl. na 23 aug. 14O6 (Ke. 493 f. 11v.-12).

functies: schout van Leiderdorp, verm. 12 apr. 1373 (Ke. 889), heemraad ald. 23 aug. 14O6 (Ke. 493 f. 11v.-12).

woonhuis: in St.Pietersparochie (Ke. 323 (7) f. 17, 14O7-O8). Op zijn (woon?)huis had heer Philips Gerrit Doedenz. een rente van 14 s. met houde, verm. 14 feb. 1391 (Ke. 322 f. 14).

rentebezit: * 1O s. 9 p. 1 hallinc g.g. op een huis en erf aan de Hooigracht.

* 12 s.g.g. op een huis en erf aan de Steenschuur.

* 12 s.g.g. met houde op Dirk Poes Jansz.'s huis bij St.Pieterskerkhof.

* 9 s.g.g. met 1/2 houde in de Maarsmanstraat.

* 5 p.g.g. eveneens aldaar.

* 23 s. 4 p.g.g. op een huis aan de 'gracht'.

* 4 s.g.g. op een huis daarachter in Stasijnsteeg.

Genoemde renten (totaal 3 £ 11 s. 6 p.g.g.) 18 nov. 1371 overgedragen door Jan samen met Dirk van der Graft aan Philips Andriesz. (Ke. 417 f. 151v.).

* 1 mei 1373 1 £.pay. op 2 huizen en erven aan de Oostgracht op het Hogeland (Ke. 643).

* 15 jan. 1374 15 s.pay. op een huis en erf aan de Middelstegracht op het Hogeland; deze en de vorige rente 14 juli 1374 overgedragen (Ke. 643).

schenking: 6 £.pay. aan St.Pancraskapittel (Ke. 416 f. 25v.).

varia: man te Leiderdorp 1369 (De Boer, 'Leiderdorp', 38), Leids poorter 3O jan. 1372 net 32 £, borg stond Philips Andriesz. (Secr. 19 f. 3O). Was over het jaar 1383 Alijd Dirksdr. van der Graft 4 £ 7 s. 4 p. alsmede 13 s. 4 p. huishuur schuldig (wrsch. g.g.; Secr. 84 f. 3).

familie: Noemde Daniel uten Pol 12 apr. 1373 zijn neef (Ke. 889); tr. Ermegardis, ovl. 23 ...139O (tekst verbleekt), begr. St.Pancraskerk, waaraan zij 5 £ gelds naliet (Ke. 416 f. 14v.). Dr. van Philips Andriesz. (zie ald.) Kinderen:

1. Foijtgen Jansz. van Meerburch.

functies: schepen 14O8-O9, 13-14, 14-15, 15-16, 16-17, 17-18, 18-19; stedelijk schut 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 241v.). Homan op het Hogeland 141O (Secr. 84 f. 238).

woonhuis: aan St.Pancraskerkhof 141O (Secr. 84 f. 238) en aan de Nieuwe Rijn, verm. 141O en 1421, daarop had de H.Geest 5 s.g.g. rente (W. 2 f. 6 en tafel).

landbezit: Meerburch onder Leiderdorp, Zwietens leen, kreeg 12 okt. 1432 toestemming tot verkoop ten vrij eigen (G.A. Leiden, Bibl. 3214 f. 177; Hoek, 'Rept. Zwieten' 1O2).

borgstelling: * 2 apr. 1411 Jan Jacobsz. (Secr. 2O f. 41).

* 13 nov. 1414 Floris van Tol (Secr. 2O f. 5O).

varia: pachter van de tiende te Hazerswoude 1413 (GvH. 1489 f. 12); van het vroenwater tussen Leiden en Haarlem sinds 24 juli 1415 (GvH. 2O5 f. 177 en 1491 f. 14v.). Missch. was hij identiek met Dirk Foijtgen Jansz., die 28 apr. 14O1 Leids poorter werd, borg: zijn trouw (Secr. 2O f. 5v.).

2. Jan Jansz. van Meerburch.

functie: schout van Alkemade, verm. 2O mrt. 1417 (Ke. 1O75).

landbezit: 1/4 van het 'berch'land, aan Rodenburgerlaan met zijn deel van de laan, die daartoe behoorde, 24 dec. 14O6 verkocht (Klo. 817).

rentebezit: * 1383 4O comans groten op een huis, erf en een huisje daarnaast, gelegen voor de grote brug, hem aanbestorven van zijn grootmoeder Ave Foijtgensdr.; verkocht 3 feb. 1411 aan het St.-Pancraskapittel, met vrijwaring door zijn broer Foijtgen (Ke. 493 f. 86v.; vgl. Philips Andriesz. c.s.).

* 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden, verm. 1398, afkomstig van Philips Andriesz. (RA. 5O f. 23v., zie ald.).

varia: ? 17 mei 14O1 voogd van Alijd Jan Philipsz.'s weduwe (Ke. 416 f. 53v.).

familie: tr. Pieter Jacob Gijsbrechtsz.dr. (Hoek, 'Rept. Oud-Teijlingen', 539).

  

DIE BRUUN II

 

I. DANIEL DIE BRUUN

functie: schepen 1335-36.landbezit: * 4 1/2 morgen, 6 gaard, 4 1/2 voet land aan ten zuiden van Rodenburger wetering, naast land van 'Butenwech', verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 88).

familie: tr. Ermtruid (W 1 f. 33). Mogelijk was zij een dr. van Pieter Butenwegh (vgl. de naam van haar zoon en het landbezit van haar man naast 'Butenwech'). De echtgenote van deze Pieter ovl. voor 1 okt. 1824; na haar dood kwam 1 1/2 morgen land in heer Dammashoeve onder Zoeterwoude bij Leiden aan de graaf (GvH. 243 f. 47v.). Pieter zelf komt met landbezit te Zoeterwoude tussen 1326-3O nog voor (Ke. 493 f. 87-88). Kinderen (W. 1 f. 33):

1. Dirk die Bruun.

ovl. na 23 juli 1361 (W 1 f. 19v.).

functie: schepen 1339-4O, 42-43, 43-44.

beroep: handelde in varkens (1344-45, Hamaker, Rek. Holl., II 165).

huisbezit: een hofstede te Leiden, 8 okt. 1343 samen met zijn broer Pieter Buijtewech verhuurd aan Jan van der Gheest, met voorwaarde van betimmering binnen het jaar (Ga. 455 f. 41).

borgstelling: ? 4 feb. 1365 Simon Kerstantsz. (Secr. 19 f. 3).

varia: 1356 en 1357 een der pachters van de vroenvisserij tussen Leiden en Haarlem, 1358 als enige verm. (GvH. 1445 II f. 3; 1444 f. 5 en 1445 f. 3v.; 1445 f 5v.).

familie: 2 rentebrieven, afkomstig van zijn zwager Huge Gibenneve en schoonzuster Ermgard, werden door Dirk 23 juli 1361 overgedragen aan St.Pieterskerk en H.Geest (W. 1 f. 19v.); d.w.z. tr. met een zr. van Huge Gibenneve of diens vrouw? (vgl. Huge Gibenneve).

2. Pieter Buijtewech, volgt II.

3. Katrine, tr. Jan die Backer (zie ald.).

4. Alijd, tr. wrsch. Dirk van Leeuwen (W. 1 f. 33, Ke. 493 f. 72).

Behoorde Alijd van Leeuwen, dr. van Dirk Bruun tot haar nageslacht? (verm. omstr. 18 jan. 1382) (Ke. f. 72).

 

II. PIETER BUIJTEWECH.

ovl. in of na 1358 (Egmond 1 f. 66).

huisbezit: * 1/4 van een huis en erf, afkomstig van Gijsbrecht Goussen; 3/4 behoorde aan diens erfgenamen; verm. 14 jan. 1348. Was hij een van hen en missch. schoonzoon van Gijsbrecht? (Ke. 994).

* een hofstede te Leiden, samen met zijn broer 8 okt. 1343 verhuurd (zie boven).

landbezit: * te Rodenburg onder Zoeterwoude 1358 verm. als pachter van de Egmondse abdij (Egmond 1 f. 66).

rentebezit: (of betrof het hier Pieter Butenwegh 'de Oude'?) 9 s. Holl. Op een huis en erf te Leiden (aan de Breestraat?), 16 feb. 133O verkocht (Ke. 493 f. 38v.).

familie: zonen:

1. Dirk die Bruun, volgt IIIa.

2. Gerrit Lam, volgt IIIb.

 

IIIa. DIRK DIE BRUUN

ovl. 2O apr. 1396, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 23v.).

functies: geestmr. 1371-72, schepen 1374-75, 81-82, 82-83.

huisbezit: * een huis en erf te Leiden, hem en zijn broer aanbestorven van zijn vader en oom Dirk die Bruun; door beiden 26 mei 1391 verkocht aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 41).

* een huis en erf te Leiden, samen met zijn broer bezeten, door het St. Catharinagasthuis 19 juli 1392 gepand wegens een door hen verschuldigde rente van 22 groot, die zij in comans paijment dienden te voldoen (Ga. 455 f. 41v.).

* 2 huizen met elk 12 roedevoet erf daarachter en een leeg erf ernaast, gelegen bij de Nieuwe Rijn bij Coenraet Zoetinxsteeg en aan beide zijden door een steeg begrensd en aan een zijde door Dirks huis en erf belend; hij verkocht e.e.a. tegen 9 £.pay. rente met de houde (23 juli 1375); zijn zoon Gerrit droeg de rente later over (zie ald.) (Klo. 612; W. 1 f. 1O6v.).

landbezit: * 5 morgen land te Zoeterwoude, strekkend van Voorschotense Vliet tot in het Zoetermeer, 15 juni 1368 opgedragen aan de burggraaf uit eigen (Hoek, 'Wassenaar', 541).

* land te Zoeterwoude, belendend aan het bovenstaande (Hoek, 'Wassenaar', 541).

rentebezit: * 9 £.pay. rente met houde op 2 huizen en erven bij de Nieuwe Rijn (zie huisbezit). Missch. hing met dit rentebezit een dingtaal tegen Coman Dirk samen aangaande 1 £.pay. rente die Dirk die Bruun op diens huis meende te hebben boven 4 £.pay. die hij er reeds op had; Dirks recht werd erkend, maar hij zou niet meer dan 1O s.pay. ontvangen (22 dec. 1391; W. 1 f. 1O7).

* 27 sep. 1384 28 s.pay. op 11 morgen land aan Hofweg, Voorschotense Vliet en Stompwijkseweg onder Zoeterwoude (Ga. 456 p. 183).

* een rente met houde op Floris Gijsbrechtsz.'s huis aan de Vollersgracht dat 1O mei 1395 aan Willem Heinenz. werd overgedragen (GvH. 228 f. 168v.).

* 1O s.g.g. op een huis naast Stasijnsteeg;

* 1 £.g.g. op een huis tussen straat en Middelweg.

Beide renten waren afkomstig van Jan die Backer en via diens vrouw, tante van Dirk die Bruun en Gerrit Lam, in hun handen gekomen. Zij droegen ze 26 mei 1391 over aan St.Catharinagasthuis (Ga. 585).

borgstelling: * 3O mrt. 1372 Herman van Colen (Secr. 19 f. 3Ov.).

* 4 aug. 1374 Gerrit Ghelmair (Secr. 19 f. 39).

* 31 aug. 1376 A....n die Bruijn (Secr. 19 f. 42v.).

schenking: liet St.Pancraskapittel 5 £ voor zijn memorie na (Ke. 416 f. 23v.).

varia: zegel: rechtsboven: een paard (?), linksboven en middenonder een schildje (Ga. 5O2, 21 feb. 1375). Kinderen (volgorde onzeker):

1. Pieter Buijtewech, volgt IVa.

2. Dirk die Bruun Dirksz.

Het is onduidelijk of de hierna volgende gegevens betrekking op hem dan wel op zijn neef Dirk die Bruun Pietersz., aangezien meestal geen patronym in de bronnen is vermeld.

functie: stedelijk schut 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 241v.).

beroep: wijnkoper (14O8, GvH. 1261 f. 49).

woonhuis: Gasthuisvierendeel 1399-14OO (Rek. Lei., I 79).

huisbezit: 14O7-O8 een huis, 14O9-1O verkocht; St.Pieterskerk bezat hier een rente op (Ke. 323 (7) f. 1Ov., (8) f. 1Ov. en 15v.).

ambacht: 19 dec. 1415 Westenrijck onder Voorne, samen met Willem Eggert; een uitgiftebrief voor dit gebied hadden zij reeds 22 feb. 1415 ontvangen (Van der Gouw, Rek. Putten, II 49O-495, 5O6 en 516).

landbezit: zie bij zijn broer Pieter Buijtewech.

rentebezit: 11 mrt. 1417 6O gouden Gelderse Rijnse gld. op een huis en erf te Leiden, 1417 afgeschat (RA. 5O f. 4, los katern).

borgstelling: 25 mei 141O Huge Claasz. (Secr. 2O f. 37v.).

stichting: zie bij zijn broer Pieter Buijtewech.

varia: Pachter van de tol te Geervliet (wrsch. eveneens van die te Strijemonde e.a., vgl. beveling van 1 jan. 1415 (GvH. 893 f. 5O), 14O7-16 (GvH. 1213 f. 49v., 59, 81, 9Ov., 1OOv., 1O9, 126v., 142; 2O5 f. 177v.-178). Pachtte ook het aandeel van de heer van Putten in de tol van Geervliet, Strienemonde en Strijen (Van der Gouw, Rek. Putten, I 397, 41O, 423, 454, 469). Door de Hanze 14 jan. 142O i.v.m. het roven als tollenaar van Geervliet van 263 mark zilver van Maagdenburger kooplieden veroordeeld tot terugbetaling van dit bedrag; tevoren was hij reeds voor het Rijkshofgerecht gedaagd in 1417 en door keizer Sigismund in de rijksban gedaan (Koppmann, Hanserecesse, VII 76 nr. 154; Bos-Rops, 'Willem Eggert', 55).

3. Gerrit die Bruun Dirksz.

functies: schepen 14OO-O1, O3-O4; burgemr. 14O7-O8, 1O-11. Homan te Marendorp 1392 (Secr. 84 f. 272); stedelijk schut 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 241); procurator van O.L.V.broederschap in O.L.V.kerk 1414 (Rijnsburg 32O).

beroep: wijnkoper (14O9-1O, Ke. 323 (8) f. 22); reisde 1397 wrsch. met Jan Blijfhier naar Schonen (Weeskamer 6O8 f. 4). bierhandelaar (14O1-O3, Koppmann, Hanserecesse, V 31 nr. 52, Hoehlbaum, Hansisches Urkundenbuch, V 3O4).

woonhuis: hierop had Gerrit van de Werve Claasz. 3 s. rente, die hij 3 jan. 1414 aan Jacob van Grieken verkocht; gelost voor 6 nov. 1421 (Ke. 5O9).

huisbezit: 1413-14 de Oude Vleeshal, voor 1OO nobel van de stad gekocht; een rente van 1O s. 8 p. met houde t.g.v. Willem Simon Frederiksz. bleef er op gevestigd (RA. 5O f. 131).

landbezit: 3 morgen land te Leiderdorp samen met zijn broer Pieter en Foijtgen Jacobsz. bezeten en door hen 22 jan. 14O4 verkocht (Klo. 673).

rentebezit: * 9 £.pay. met houde op 2 huizen bij Nieuwe Rijn (uitgifte door zijn vader, zie ald.); 5 £.pay. hiervan 14 nov. 14O7 overgedragen aan Gerrit die Griemer (het klooster Engelendael onder Leiderdorp bezat hier toen reeds 4 £.pay. van (W. 1 f. 1O6v.).

* 11 mrt. 1417 27 1/2 gouden Eng. nobel en 3O gouden Wilhelmusschilden op een huis en erf te Leiden (RA. 5O, los katern, f. 4).

borgstelling: * 17 mei 14O4 Willem Jacobsz. (Secr. 2O f. 17).

* 29 okt. 14O7 Philips Jansz. van den Bosk (Secr. 19 f. 27v.).

* 2O apr. 1411 Hendrik Pietersz. (Secr. 2O f. 41).

* 21 apr. 1411 Costijn van der Does (Secr. 2O f. 41v.).

* 3 nov. 1412 heer Gillis van Cralingen (Secr. 2O f. 44).

* 5 feb. 1415 IJsbrand van Alkemade (Secr. 2O f. 53).

varia: zegels: 3:4:4:1 schildjes (Klo 669, 1O jan. 14O1) en 3 schildjes (Secr. 14O1, 3O mei 1419). Hij of Gerrit die Bruun Jacobsz. pachtte 14O8 de tiende van Koudekerk a. d. Rijn (GvH. 1484 f. 11).

4. wrsch. Badeloge Dirkdr., tr. Jan Willem IJsbrandsz.z. (zie ald.)

 

IVa. PIETER BUIJTEWECH DIRKSZ.

ovl. tussen 14 okt. 1433 en 1O dec. 1438 (Hoek, 'Wassenaar', 1O4 en dez., 'Rept. Hontshol', 249).

functies: schepen 14O1-O2, burgemr. 14O2-O3, O9-1O, 15-16; stedelijk schut 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 241v.).

beroep: korenkoper (1398-99, Ga. 334 (4) f. 9v., 11v.); drapenier (1412-18, GvH. 1266 f. 35v.-36, 1268 f. 32 en v., GvH. 1271 f. 1OO).

woonhuis: in het Gasthuisvierendeel ca. 139O (Blok, Holl. stad, I 323); in St.Pietersparochie 14O6-O7 (Ke. 323 (7) f. 18v.). Hij of Pieter Buijtewech Gerritsz. hield van de burggraaf een huis en hofstad te Leiden in leen, die hij 27 apr. 1431 ten vrij eigen ontving (Hoek, 'Wassenaar', 531). Op dit (?) huis en erf had de H.Geest in 1421 6 s.g.g. rente (W. 2 f. 5 en tafel).

huisbezit: * een huis en erf te Leiden, behorend aan 'Coman Butenwech' (hij of Pieter Buijtewech Gerritsz.?); verm. 14O7-O8. De St.Pieterskerk had hierop 12 s.pay. rente (Ke. 323 (7) f. 6v.).

* een huis en erf te Leiden, de H.Geest had hierop in 1421 1 £.g.g. rente (W. 2 f. 36 en tafel).

* een huis en erf in de Weversteeg, hierop had de H.Geest in 1421 4 s.pay. rente (ibidem f. 3 en tafel).

* een huis en erf achter Gerrit Lam, hierop was een rente van 8 s.g.g. gevestigd, die 3O okt. 14O9 in handen was van Zeger Willemsz. (ibidem f. 142).

landbezit: * samen met zijn broer Dirk bezeten en door hen 7 aug. 1414 overgedragen aan de door hen gefundeerde kapelanie (zie hierna):

- 7 1/2 morgen land aan de Scae en de Gaag in Maasland en

- 2 morgen in Escamp aan de Haagwatering onder Haagambacht.

* 3O mei 1394 15 morgen land te Stompwijk, Zoeterwoude, leen van de hofstad Hontshol (Hoek, 'Rept. Hontshol', 249).

* 5 morgen land te Zoeterwoude, aan voornoemd leen grenzend; in leen gehouden van de burggraaf, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar' 541).

* nam met zijn broer Dirk deel aan de bedijking van Westenrijck onder Putten (Van der Gouw, Rek. Putten, II 49O-495, 5O6, 516).

* land te Oegstgeest, verm. 15 apr. 1421 (Ke. 765).

* 3 morgen land te Leiderdorp, samen met zijn broer Gerrit die Bruun en Foijtgen Jacobsz. bezeten en door hen verkocht 22 jan. 14O4 (Klo. 673).

* 1417-18 een raamstede, gehuurd van St.Pieterskerk tegen 16 s.pay. rente (Ke. 323 (11) f. 11v.).

* 1417-18 een raamstede, als voren (ibidem).

* 1417-18 een raamstede, gehuurd van St.Pieterskerk tegen 8 s. 2 p.pay. rente (Ke. 323 (11) f. 12).

rentebezit: * 17 £ 19 s.pay. op een huis en erf te Leiden, verm. 9 nov. 1391 (Secr. 84 f. 281).

* 31 okt. 14O4 5 £ 15 s. 4 p.pay. pandbrief op Huge Screvels huis (RA. 5O f. 57).

* 1O jan. 14O7 35 s. 1 p.pay. pandbrief op voornoemd huis (ibidem).

* lijfrente van 15 1/2 nobel t.l.v. de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 18).

* lijfrente van 9 nobel 49 groten t.l.v. de stad, samen met zijn zoon Dirk bezeten, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 2O).

borgstelling: (zie ook Pieter Buijtewech Gerritsz.)

* 15 dec. 1399 Hendrik Paedsenz.(Secr. 2O f. 3).

* 18 okt. 1415 Dirk die Bruun (GvH. 2O5 f. 177v.-178, bij tolpachting).

* 17 mrt. 1417 Paadse Nannenz. (Secr. 2O f. 55v.).

* 27 mrt. 1417 Jacob van den Bosch (Secr. 2O f. 55v.).

stichting: 7 juli 1414 kapelanie van St.Andreas Apostel, gefundeerd met broer Dirk, op een door hem te stichten altaar in de omgang van het nieuwe koor aan de zuidzijde van St.Pieterskerk. Schenking hieraan: zie landbezit.

Bij de stichting traden als getuigen op: heer Johannes Wivenz., priester, heer Gerrit Lam Pietersz., priester en Herman Bitter Woutersz. Tot dienaar stelden zij hun neef Dirk Woutersz. van Alkemade aan (Ke. 322 f. 25).

varia: 7 feb. 1395 i.v.m. een woordenwisseling met het gerecht veroordeeld tot kwijtschelding van 2O schilden geleend geld en levering van 8O.OOO stenen, op verbeuring van zijn poortrecht (RA. 4 f. 5).

familie: noemde Dirk Woutersz. van Alkemade neef (zie stichting). Hij of Pieter Buijtewech Gerritsz. trad 26 mrt. 1415 op namens de magen van Floris van Rijsoirde (zie Gerrit Alewijnsz.). tr. 1e Lijsbet, dr. van Willem Dovez. van Rietwijc; tr. 2e Gobburg Paedsendr. (W. 2 f. 144, Ga. 44O f. 22; zie Paedse). Gobburg ovl. 14O3-O4, begr. St.Pieterskerk, liet St.Catharinagasthuis 1O s. na (Ke. 323 (6) f. 15v., Ga. 334 (12) f. 1Ov.). Kinderen:

1. Dirk die Bruun Pietersz. (zie ook hiervoor, Dirk die Bruun Dirksz.)

functies: schepen 14O2-O3; burgemr. 14O5-O6, O6-O7.

rentebezit: * 14O5 7 Eng. nobel lijfrente, met zr. Clemense gekocht van de stad, losbaar met 5O Eng. nobel (Secr. 2O f. 68v., 513 f. 18, 515 f 6v.).

* 9 nobel 49 groten lijfrente samen met zijn vader, ten laste van de stad (zie ald.).

* 13 nobel lijfrente samen met zijn zr. Cille, ten laste van de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 22).

2. Clemense, kocht met haar broer Dirk 14O5 een lijfrente, zie hoger; bezat daarnaast 2 1/2 nobel 15 groten lijfrente ten laste van de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 2O).

3. Cille van Rietwijk. Bezat samen met haar broer Dirk een lijfrente (zie hoger) en met haar zr. Gobburg 5 nobel lijfrente ten laste van de stad, verm. 142O (Secr. 515 f. 6v.).

4. Gobburg, bezat een lijfrente samen met haar zr. Cille, zie hierboven.

5. Heer Gerrit Lam Pietersz.;

functie: priester, doceerde te Parijs de artes 14O9 (Denifle, Auctarium II 57, 5-6) (Ke. 322 f. 25).

opleiding: studeerde te Parijs; voltooide zijn studie 14O8, licentiaat en 1e college gegeven 14O9 (Denifle, Auctarium II 26, 47-48; 56, 43-44).

varia: getuige bij de kapelaniestichting door zijn vader 7 juli 1414 (Ke. 322 f. 25).

 

IIIb. GERRIT LAM

ovl. na 3O okt. 14O9 (W. 2 f. 142).

functies: schepen 1367-68, 69-7O, 72-73, 75-76, 76-77, 77-78, 86-87, 87-88, 96-97, 99-14OO; burgemr. 137O-71, 71-72, 78-79, 89-9O.

woonhuis: Breestraat (Ke. 415 f. 36v.), 14 mrt. 1373); 18 aug. 1374 verm. van Ghered Lamssteeg (W. 1 f. 51v.); verm. als belender van een huis te Leiden 14 mrt. 1396 (W. 1 f. 77) en 3O okt. 14O9 in de omgeving van de (grafelijke?) boomgaard (W. 2 f. 142).

huisbezit: zie bij zijn broer Dirk die Bruun.

* huis en erf in de boomgaard, 25 mrt. 1376 te poortrecht verkocht tegen een rente van 3O s.pay. 1 kapoen (Ke. 498).

landbezit: * een erf in St.Pietershoeve, verm. 28 dec. 1397 en 26 juli 14O3 (Ga. 455 f. 62v.).

* 2/3 van een uiterdijk in het Noordeinde onder Zoeterwoude (niet lang nadien Leids gebied) samen bezeten met Claas Hermansz. (1/2), Jutte Herman Bruuns weduwe en 2 kinderen (1/4) en met hen 25 sep. 1385 te poortrecht verhuurd tegen 4 £ 5 s.pay. rente; te vervoorhuren met de 1/2 rente (1/3 van de uiterdijk behoorde Jan van den Bosch toe). Later omschreven als op het Rapenburg, bij de Witte poort en Molenwerf; de stadsvest werd hieruit begraven (Ga. 456 p. 1, zie ook Ga. 455 f. 12).

* land te Leiderdorp, verm. 13 juli 1392 (Ke. 415 f. 34).

* een erf aan Levendaalsgracht, verm. 1398-99 t/m 14O9-1O (Ke. 323 (1) f. 6 t/m (8) f. 9).

rentebezit: * 25 mrt. 1376 3O s.pay. 1 kapoen (zie huisbezit).

* 25 sep. 1385 1/4 van 4 £ 5 s.pay. (zie landbezit).

* 28 jan. 1387 6 s.pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd; 19 juli 1392 aan St.Catharinagasthuis overgedragen (Ga. 455 f. 42v.).

* 1O s.g.g. met houde op een 2 feb. 14O4 aan Pieter Josephsz. verkocht huis en erf (RA. 5O f. 43v.).

borgstelling: * 16 juni 1368 Dirk Voet (Secr. 19 f. 14v.).

* 21 apr. 137O Jan Petere (Secr. 19 f. 23).

* 3O aug. 137O Dirk Gerritsz. (Secr. 29 f. 24v.).

* 8 mrt. 1377 Doede Safferijnsz. (Secr. 19 f. 43).

* 8 apr. 1383 Dirk Gijsbrechtsz. (Secr. 19 f. 6O).

* 1 okt. 1383 Heineken Clusz. (Secr. 19 f. 61).

varia: zegel: Als dat van zijn broer (Ke. 5O1, 19 dec. 1367).

familie: tr. Lijsbeth, dr. van Jan Taeij. Zij deed met haar man en broer Jacob Jans Taijenz. 9 juni 1372 afstand van het graf in St.Pancraskerk waar haar vader begraven lag (Secr. 1433; een Jan Taeij ovl. 1372 en werd begr. in St.Pancraskerk; een Johannes Thaij ovl. 15 jan. 137O en werd daar eveneens begr. (Ke. 418 p. 7, 415 f. 35v.).

Kinderen:

1. Pieter Buijtewech Gerritsz., volgt IVb.

2. Daniel; verm. van land van hem te Oegstgeest, gemengde voor met Alijd Gijsbrecht Gousens weduwe en Margriet Jacob Vinkenz.s weduwe (o.a.) 29 mei 14O6 (W. 1 f. 1O1v.). Stond 24 juni 1415 borg voor Hendrik, bastaard van Nijenrode (Secr. 2O f. 51v.).

3. Clemense; werd 6 okt. 1374 Leids poorteres, borg stond Willem Jansz. van den Rijn, snider (Secr. 19 f. 39v.).

4. Alijd, tr. Tilman Hendriksz. (Ga. 44O f. 4; RA. 5O f. 144).

5. Dirk Brunen Gerrit Lamsz., tr. Clemense; het St.Catharinagasthuis verzorgde zijn memorie (Ga. 44O f. 4).

 

IVb. PIETER BUIJTEWECH GERRITSZ.

functies: geestmr. 1384-85, 1412, schepen 1398-99, 14O4-O5, burgemr. 14O1- O2, O2-O3, O7-O8, O8-O9, 12-13, 13-14, 16-17, 19-2O; kerkmr. van St.Pieter 14O1; stedelijk schut 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 241v.); 14O5-13 werkzaam t.b.v. de grafelijke tresorie (zie hfdst. 6).

beroep: bierkoper (1416-17/19-2O; Ga. 334 (24) f. 23v., 334 (25) f. 26v., 334 (27) f. 25v., 334 (28) f. 23v.); kocht 24 jan. 1412 een weefgetouw (RA. 5O f. 114), wrsch. ook drapenier; verkocht 1412 ossen aan de grafelijkheid (GvH. 1266 f. 31). Wijnkoper (kan ook Pieter Buijtewech Dirksz. zijn, 1399/14O2-O3; GvH. 1253 f. 23, 1255 f. 29v., Ke. 323 (5) f. 25). Hield zich

bezig met turfwinning (zie landbezit).

woonhuis: (zie ook Pieter Buijtewech Dirksz.) in het Wolhuisvierendeel verm. ca. 139O-14OO (Blok, Hollandsche stad, I 324, Rek. Lei., I 8O); aan het Rapenburch verm. 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 44).

huisbezit: (zie ook Pieter Buijtewech Dirksz.) * 14O5 een huis en erf te Leiden, gekocht voor 1OO £ 5O s.pay. (RA. 5O f. 52v.).

* 6 apr. 141O een huis en erf te Leiden, gekocht voor 37 1/2 nobel (RA. 5O f. 98v.).

* 1412 een huis en erf te Leiden, gekocht voor 36 nobel (RA. 5O f. 115v.).

landbezit: * 5 hond 8O roeden veenland tussen Zegwaard en Zevenhuizen, waarop grfl. erfpacht en lastgeld, gemeen met Dirk Frankenz.s erfg.; verm. 16 juli 1394 (GvH. 228 f. 133).

* 14O2-O3 een erf, gehuurd van St.Pieterskerk (Ke. 323 (5) f. 18v.). 14O7- O8 een erf aan Levendaalsgracht, gehuurd als voren; verm. tot in 14O9-1O (Ke. 323 (7) f. 8v.

* 14O9-1O een erf ald. en gehuurd als voren; 1412-13 niet meer verm. (Ke. 323 (8) f. 9).

rentebezit: * 5 apr. 138O 1 £ Holl. op een huis en erf aan Breestraat (Ga. 456 p. 19).

* 31 dec. 1388 5 s. 1 p. op een huis en erf te Leiden, 2O feb. 1396 afgeschat (RA. 5O f. 152v.).

* verm. 14OO: had op Mersker 6 £ 5 s. tegoed (RA. 5O f. 31).

* 7 feb. 14O4 (of Pieter Buijtewech Dirksz.?) 6 £ 6 s. 4 p. pandrente, spruitend uit een schuldbrief van 14 Eng. nobel (RA. 5O f. 46v.).

* 9 jan. 14O4 9 s. 7 p.pay. pandrente op Huge Screvels huis en erf (RA. 5O f. 57).

* 18 feb. 14O4 idem, rente van 4 £ 19 s.pay. (ibidem).

* 1 aug. 14O4 idem, pandrente van 6 s. 3 p. (ibidem).

* 14O5 15 1/2 nobel lijfrente, gekocht met zoon Jan van de stad, losbaar met 1O7 Eng. nobel (Secr. 8O f. 68v.).

* 17 apr. 14O8 19 groten rente op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 63v.).

* 2O comans groten op een huis en erf te Leiden verm. 1418 (RA. 5O f. 75).

* 4 s. 6 p.g.g. met houde op het voorste deel van een achterhuis te Leiden, verm. 25 jan. 1412 en:

* 5 s.g.g. op het achterste deel (RA. 5O f. 114v.).

* 12 p.g.g. met 1/2 houde op 1/2 huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 134v.).

* 2 aug. 1413 op voornoemd huis: 26 1/2 nobel (4O bot voor de nobel; ibidem).

* 8 nobel op een huis en erf te Leiden, 6 dec. 1416 afgeschat (RA. 5O f. 156).

borgstelling: * 23 juni 1384 Aarnd van Voirburch (Secr. 19 f. 62v.).

* 24 jan. 1392 Lambrecht Jacobsz. (Secr. 19 f. 89v.).

* 13 dec. 14O7 Jacob Rode Jansz. (Secr. 2O f. 24v.).

* 28 apr. 14O9 Dirk Hove (Secr. 2O f. 33v.).

* 25 mei 1413 Femense Jan Voermansz. (Secr. 2O f. 46).

* 7 jan. 1414 Dirk Hendriksz. de wielmaker (Secr. 2O f. 47).

* 6 okt. 1414 Gijsbrecht Dirksz. (Secr. 2O f. 49v.).

* 18 okt. 1415 Dirk die Bruun (GvH. 2O5 f. 177v.-178, bij tolpachting).

* 3O aug. 1418 (of Pieter Buijtewech Dirksz.?) Huge Hermansz. (Secr. 2O f. 59v.).

varia: huurde 1399-14OO de waag en het wolhuis (Rek. Lei, I 9O); 1411 pachter van de Leidse hop (GvH. 1487 f. 16). Trad 3 apr. 1415 op voor de kinderen van Tilman (d.w.z. de kinderen van zijn zr. Alijd; RA. 5O f. 144).

familie: tr. Alijd, wrsch. dr. van Margriet, zr. van Huge van der Hant; zij werd door de laatste nicht genoemd; begr. St.Pieterskerk (zie Van der Hant I; Kam, Memorieboek, 219, DuO. 2O33 f. 11v.). Zij kocht 14O3-O4 een kerkstoel in St.Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 14) (zie ook Pieter Buijtewech Dirksz.).

Kinderen (willekeurige volgorde):

1. Huge van der Hant Pietersz.

functies: schepen 1415-16; burgemr. 1418-19.

beroep: verkocht 1413-14 was (GvH. 1267 f. 4O).

woonhuis: op de hoek van de (grfl.) boomgaard, 22 okt. 1424 in andere handen (GvH. 213 f. 71v.).

rentebezit: * lijfrente van 4 nobel 6 groten, verm. 1412-13, samen met broer Dirk, t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 21). * 12 mrt. 1417 schuldbrief van 51 Holl. schilden op een huis en erf te Leiden 1417 afgeschat (RA. 5O, los katern, f. 4). familie: tr. N.N. (GvH. 212 f. 74v.).

2. Dirk, zie onder Huge.

3. Daniel, bezat 1412-13 een lijfrente t.l.v. de stad van 1/2 nobel 7 1/2 groot (Secr. 513 f. 21v.).

4. Jan Taeij.

ovl. na 18 jan. 1443 (Ga. 456 p. 19).

functie: burgemr. 1415-16.

landbezit: 1/2 van 5 morgen land te Zoeterwoude, ontvangen bij zijn huwelijk van zijn schoonvader, verkocht 29 okt 141O aan heer Claas Dirk Coenenz. Vrijwaring beloofde naast hem Gerrit van Oestgeest Willemsz. (Ke. 841).

rentebezit: * 14 apr. 141O 11 nobel op een huis en erf te Leiden, 141O afgeschat (RA. 5O f. 1OO).

* 4 nov. 141O 49 1/2 bot op een huis en erf te Leiden, 1411 afgeschat (RA. 5O f. 11O).

* 19 feb. 1411 21 nobel op Poes Stevenz.s huis en erf, 16 feb. 1412 afgeschat (RA. 5O f. 124).

* 29 okt. 1414 3OO kronen 4 1/2 leeuw, op een huis en erf te Leiden, 1414-15 afgeschat (RA. 5O f. 148).

* 1 £.pay. op een huis en erf aan de Breestraat, 18 jan. 1443 verkocht (Ga. 456 p.19).

borgstelling: * 5 nov. 1414 Jan Frank Philipsz.z. (Secr. 2O f. 49v.).

* 25 nov. 1417 Claas Hol (Secr. 2O f. 56v.).

* 25 aug. 1418 Jan Dirksz. (Secr. 2O f. 59v.).

familie: tr. IJde, dr. van Gijsbrecht Claas Horstsz. (zie ald. Ke. 841).

5. Simon Pietersz. Buijtewech; had nageslacht (Ke. 4O7 f. 65a).

 

DIE BRUUN III

 

I. PIETER DIE ASINC (Ke. 418 f. 95).

Hij is missch. dezelfde als Pieter Asingh die op zijn woning te Voorschoten de kerk ald. 2 s. rente verschuldigd was en het O.L.V.altaar in die kerk jaarlijks 12 p. betaalde (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 76v. en 77v.).

familie: kinderen:

1. Jan die Bruun, volgt II.

2. Dirk de Asige (Hoek, Rept. Hontshol 251 en Ke. 415 f. 91).

ovl. 28 juni 139O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 14v.).

woonhuis: verm. 15 mei 1382- 24 sep. 1384 (W. A V 35 en Ga. 559). Dit huis werd 14 juni 1383 gepand om 28 £.pay. en pander Frank Frankenz. werd een pandrente toegewezen (Ga. 98O f. 7).

landbezit: 2 morgen te Zoeterwoude tussen Zwet en Z..tweg, leen van de hofstad Hontshol (Hoek, Rept. Hontshol, 251).

schenking: liet St.Pancraskapittel 15 £.pay. voor memoriediensten na (Ke. 416 f. 14v.).

familie: tr. Nelle, verm. 29 juni 1375 (RA. 2a f. 1v.).

3. Aagte. ovl. 26 nov. 1383, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 91).

familie: tr. Willem Tedenz. (ibidem, zie ald.).

 

II. JAN DIE BRUUN (Ke. 418 f. 95).

ovl. 28 sep. 1411, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 5Ov.).

functie: schepen 1386-87, 91-92, 92-93, 93-94.

beroep: lakenhandelaar (1371-72, GvH. 1229 f. 65v.).

woonhuis: aan of nabij St.Pancraskerkhof (Secr. 84 f. 238). Op zijn huis en hofstad (hiervoor genoemd?) had Aagte Claas Barlaersweduwe 15 s. Rente (Ga 455 f. 61).

huisbezit: * een huis en erf aan het Levendaal 14 juli 14O4 verm. (Ga 455 f. 68).

landbezit: * een erf op de Hogewoerd, afkomstig van Gijsbrecht Cosijn en Dirk Heijlichdach hierop had H.Geest 24 s.g.g. rente, ingevolge beider testament van 19 dec 1374 (W. 1 f. 33).

* 4 juni 1391 2 morgen land te Zoeterwoude aan de Zwet, leen van de hofstad Hontshol, afkomstig van zijn broer Dirk die Asige (Hoek, Rept. Hontshol, 251).

rentebezit: * 24 sep. 1384 3 £.pay. op een huis aan de Oude Rijn, strekkend tot de burcht (Ga. 559).

* 9 feb. 1394 1 £.pay. op een huis te Marendorp (Ke. 416 f. 65; RA. 5O f. 71).

* 16 sep. 14OO 11 £.g.g. en 2 ganzen op Daniel Dammasz. (RA. 5O f. 38v.).

* 14 apr. 14O1 4O s. op een huis en erf aan St.Nicolaasgracht; door zijn

weduwe 22 aug. 1412 aan de H.Geest verkocht (W. 1 f. 113).

* 3O s.pay. op een huis en erf te Leiden, verm. 21 sep. 14O4 (RA. 5O f. 47).

borgstelling: 5 juli 1378 Gerrit Pietersz. (Secr. 19 f. 45v.).

varia: Leids poorter met 2O £ 14 mei 1374, borg stond Willem Allaard Snoecsz. (Secr. 19 f. 37v.). Zegel: rechts: 2 schildjes onder elkaar, links 2 palen (28 nov. 1391, Klo. 78; Secr. 1839 idem).

familie: tr. 1e Geertruud (Ke. 418f 127v.), 2e Machteld, dr. van Gijsbrecht Cosijn (zie van Rhenen). Kinderen uit het 1e huwelijk (Ke. 418 f. 127v. voor Jacob, Dirk gezien zijn leeftijd):

1. Dirk die Bruun Jansz.

rentebezit: * 27 sep. 1384 28 s.pay. op 11 morgen land te Zoeterwoude; 14 jan. 1438 door Claas die Grebber en Joost die Bruun aan St.Catharina gasthuis overgedragen, samen met een rente op het huis en erf van zijn broer Gijsbrecht Cosijn (Ga. 456 p. 183).

* 1 £.pay. op een huis en erf in St.Pietershoeve, 11 feb. 14O7 verkocht (Ga. 455 f. 69).

* 5 groten comans op het huis en erf aan de Nieuwe Rijn van zijn broer Gijsbrecht Cosijn (zie ald.).

familie: tr. Alijd (Ga. 455 f. 69).

2. Jacob Jan die Brunenz. (Ke. 418 f. 127v. en 95). ovl. 25 okt. 14OO (Ke. 418 f. 127v.).

rentebezit: 3 £.pay. op een huis en erf aan de Oude Rijn (Ga. 559). varia: reisde wrsch. 1397 naar Schonen (W. 6O8 f. 4).

familie: zoon: a. Gijsbrecht, verkocht 9 aug. 1424 hoger genoemde rente (Ga. 559).

Uit het 2e huwelijk:

3. Gijsbrecht Cosijn, volgt III.

Bastaard of uit een huwelijk:

?4.Griete Hoeven Jans Brunendr.; zij kocht 14O3-O4 een kerkstoel in St. Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 13v.). Is zij identiek met Margriet, bast. dr. van Jan gezegd Bruijn, tr. met Dirk Willemsz., die ovl. 24 okt. 1412 en liet 5 £ na voor de memorie van haar en haar man? (Ke. 416 f. 52).

 

III. GIJSBRECHT COSIJN (GIJSBRECHT JANS BRUNENZ.).

functies: schepen 1418-19, 19-2O; homan op het Hogeland, St.Pancraskerkhof,

141O (Secr. 84 f. 238).

woonhuis: Nieuwe Rijn; achter de Nuwe Straat. Hierop was een rente gevestigd van 5 groten comans, in bezit van zijn broer Dirk die Bruun (Ga. 456 p. 183).

landbezit: * 15 aug. 1412 2 morgen land te Zoeterwoude, leen van Hontshol,

afkomstig van zijn vader (Hoek, Rept. Hontshol, 251).

* land te Zoeterwoude bij Rodenburgerlaan, verm. 13 jan. 1411 (Ke. 493 f. 91).

* 1/2 raamstede, gehuurd van St.Pieterskerk; in 1417-18 in andere handen (Ke. 323 (9) f. 7 en (11) f. 11).

rentebezit: * 12 juni 141O 4 £ 2O groten op een huis en erf bij de Maredijk (RA. 5O f. 99).

* 17 jan. 1411 4 nobel licht geld 15 1/2 bot op het huis en erf van Gerrit Jacob Adenz.z.; 2O juli 1414 vestiging van een pandbrief op ditzelfde huis (RA. 5O f. 142v.).

* 1 £.pay. op een huis en erf te Marendorp, afkomstig van zijn vader, 5 aug. 1435 samen met Gijsbrecht Paedsenz. en diens vrouw Katrijn aan het St.Pancraskapittel overgedragen (Ke. 416 f. 65).

* 18 p. 3 £.g.g. op het erf van Zeverijn, nu bij het stadhuis gevoegd; verm. 1412-13 (Rek. Lei. 261).

borgstelling: * 3O mrt. 1416 Aarnd Marxz. (Secr. 2O f. 53).

* 7 sep. 1418 Pieter Claasz. (Secr. 2O f. 6O).

varia: zegel: rechts: 3 palen; links: 3 schildjes (3O mei 1419, Secr.

14O1). Was 1417-18 aan Steven Poes 11 s. 4 p.pay. schuldig en betaalde dit aan St.Catharinagasthuis (Ga. 323 (25) f. 21).

familie: tr. Sophia van der Hair, ovl. 7 sep. 142O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 8Ov.). Dochter:

1. Beatrix, ovl. 11 okt. 1427. tr. Hendrik van Leijden. Begr. St.Pancraskerk in het graf van haar grootvader Jan die Bruun (Ke. 416 f. 8Ov.).

 

Tot dit geslacht Die Bruun behoorde wrsch.:

 

I. ANDRIES DIE BRUUN

ovl. voor 13 mrt. 1359 (W. 1 f. 18).

landbezit: 4 morgen 2 hond 6 1/2 gaard land ten zuiden van Leiden, oostelijk van de Leidse vaart onder Zoeterwoude, samen met Dirk IJdenz. bezeten; verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

familie: tr. Clare; zij woonde 13 maart 1359 aan de Maarsmansteeg, het aan haar huis belendende perceel behoorde later toe aan haar kleinzoon Andries Gerrit Zeveritsz.z. (W. 1 f. 18, zie Gerrit Zeveritsz. c.s.). Dochter:

1. Geertruud, tr. Gerrit Zeveritsz.; haar kleinzoons Huge Andriesz. en Jan Vos Zeverijnsz. voerden 3 palen in hun zegel, die de rechterhelft van het zegel van het geslacht Die Bruun (III) uitmaken (zie Gerrit Zeveritsz. c.s.).

 

N.B. Een zekere Alijd Andries' weduwe verkocht 5 dec. 1375 met haar zoon Andries die Bruun een rente van 34 s.pay. op een huis en erf in Jan Vossensteeg (W. 1 f. 67v.); verder komt een Willem die Bruun voor die 8 nov. 1359 een rente van 22 s.g.g. op een huis en erf te Marendorp overdroeg op Gerrit Zeveritsz.; hij had deze 2 nov. 1351 verkregen (W. A pf. IV nr. 4).

  

DIE BRUUN IV

Of dit geslacht verwant is met de vorige families, blijkt uit de bronnen niet.

 

I. JACOB HENDRIKSZ. (DIE BRUUN).

ovl. voor 28 juni 1396 (GvH. 228 f. 217v.).

tr. Lijsbet, ovl. voor 16 aug. 1397, dr. van Willem die Bruun (Hoek, 'Rept. Poelgeest' 184-185). Kinderen:

1. Willem Screvel

ovl. 7 dec. 1398, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 28v.).

functies: kerkmr. van St.Pancras 1377-78, schepen 1387-88; homan van de wijk tussen Hogelandskerkgracht en Hooigracht (Secr. 84 f. 271v.).

beroep: drapenier (vgl. bezit van een raamstede).

woonhuis: dit werd na zijn dood 26 dec. 1398 verkocht door het gerecht: er waren de volgende renten op gevestigd:

- 11 1/2 groten oude rente t.g.v. Claas van Maersen.

- 4O £.pay. t.g.v. Willem Bort (27 feb. 1397).

- 1 £ pandbrief t.g.v. Hendrik Stoijt (Vlaminc) (17 okt. 1394).

- 37 £ t.g.v. Dirk Matthijsz. (1 aug. 1398).

- 3 £ 1O groten t.g.v. Jan van Warrem (22 jan. 1398).

- 1O groten met houde t.g.v. Lijsbeth Gerrit Pietersz.

- 5O comans groten t.g.v. dezelfde (13 juli 1391).

- 4O s. pandbrief t.g.v. dezelfde.

- 68 groten t.g.v Ever Jacobsz. (22 apr. 1397).

- 16 £ t.g.v. Willem Bort, voor wat hem ontbrak en het gerecht ontving voor 'haar onlust' 1 £ (RA. 5O f. 22v.).

huisbezit: een huis en erf te Marendorp, verkocht door het gerecht als boven. Gekocht voor 5 mrt. 1395 van Alewijn Louwerijsz. (W. 1 f. 127). Hierop waren de volgende renten gevestigd:

- 1O groten met houde t.g.v. Lijsbeth Gerrit Pietersz.

- 5O groten t.g.v. dezelfde.

- 11 1/2 groot t.g.v. Claas van Maersen.

- 5 s.pay. t.g.v. St.Pancraskerk (RA. 5O f. 23).

landbezit: * 28 okt. 1369 1/2 van 8 morgen land en van 1 morgen in de Cruuscamp, te Leiderdorp, grafelijk leen, door Floris Claas Screvelsz. en zijn vrouw IJde aan hem en zijn broer Willem die Bruun opgedragen (GvH. 226 f. 121v.).

* een 1/2 raamstede in St.Pietershoeve, verm. 1398-99, hierop had St. Pieterskerk 12 s. rente (Ke. 323 (1) f. 5).

rentebezit: 13 jan. 1397 4 s.pay. op een huis en erf te Marendorp; deze liet hij aan St.Pancraskapittel na voor zijn memorie (Ke. 416 f. 28v.).

varia: was 28 okt. 1369 nog onmondig (GvH. 226 f. 121v.). Zegel: een klimmende leeuw (Ke. 79O, 17 sep. 1387).

2. Willem die Bruun

woonhuis: te Leiden 139O (GvH. 7O8 f. 4v.).

landbezit: * 29 okt. 1369 1/2 van 8 morgen land en van 1 morgen in de Cruuscamp, te Leiderdorp (zie Willem Screvel); beleend met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 4v.). Zijn aandeel in deze lenen droeg hij over aan zijn broer Gerrit, die 1 feb. 14O1 werd beleend (GvH. 228 f. 4O8v.).

* 28 juni 1396 8 morgen en 1/3 van 3 morgen 2 hond voor Floris Claas Screvelsz.'s woning, te Leiderdorp, grafelijk leen, afkomstig van zijn vader; de 8 morgen ontving hij 23 dec. 14O2 ten vrij eigen (GvH. 228 f. 217v; 229 f. 16), het laatste leen droeg hij over aan zijn broer Gerrit die 1 feb. 14O1 werd beleend (GvH. 228 f. 4O8v.).

* 16 aug. 1397 een woning met heemwerf te Leiderdorp, de 1/2 van 3 morgen land daarachter, 1/2 van 1 morgen ten westen daarvan; beleend door de heer van Poelgeest na ovl. van zijn moeder; 19 juni 141O verkocht aan zijn broers Gerrit en Hendrik (Hoek, 'Rept. Poelgeest', 184-185).

rentebezit: (hij of Willem die Bruun Screvelsz.?) * 6 mei 1394 2O £ g.g. op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 9).

* 13 apr. 14O7 27 Eng. nobel op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 66).

varia: zegel: 3 hoorns (wrsch.), een ster in het hart (Klo. 666, 4 juli 1398).

familie: tr. Jutte, ovl. 8 juli 142O, begr. St.Pancraskerkhof; liet aan St.Pancraskerk 2 Eng. nobel na voor memoriediensten (Ke. 416 f. 63).

3. Gerrit die Bruun Jacobsz.

functies: schepen 14O5-O6, O6-O7, 18-19, burgemr. 1414-15; wrsch. hij: procurator van O.L.V.broederschap in O.L.V.kerk 29 aug. 1414 (Rijnsburg 32O).

beroep: drapenier (14O5-O6, GvH. 126O f. 55 en 55v; vgl. bezit een raamstede, zie hierna); bierkoper (1416-17/18-19, Ga. 334 (14) f. 23v; 334 (27) f. 25v.); wijnkoper (1413-14, GvH. 1267 f. 31v.); verhandelde turf (14O5-O6, GvH. 126O f. 58).

woonhuis: in St.Pietersparochie (Ke. 323 (7) f. 19).

huisbezit: * 26 aug. 14O8 een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 66v.).

* 1414-15 een huis en erf te Leiden, gekocht voor 36 nobel (RA. 5O f. 142v.).

* 1O mrt. 1415 een huis en erf te Leiden gekocht voor 46 nobel (RA. 5O f. 145 en 145v., zie rentebezit).

* een huis en erf aan de Mare, verm. 1421; de H.Geest had hierop 1 £. pay. rente (W. 2 f. 74 en tafel).

* een huis en erf te Marendorp, verm. 1421; hierop had de H.Geest 1O s. g.g. rente (W. 2 f. 47 en tafel).

landbezit: * 22 nov. 1377 1/3 van 3 morgen 2 hond land te Leiderdorp voor Floris Claas Screvelsz.'s woning, na opdracht door deze (GvH. 7O9 f. 7v.); beleend met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 4v.).

* 6 kindsdelen (d.i. 6/8) van 12 morgen land aan de Notwech te Leiderdorp, samen met zijn broer Hendrik bezeten (4 kindsdelen hadden zij aangekocht van andere erfgenamen) en door hen 4 juli 1398 geschonken aan heer Pieter uten Pol c.s. t.b.v. de stichting van het klooster Engelendael; tevens schonken zij het gebruik van een weg daarlangs. De renten die hun ouders erop hadden gevestigd bleven verschuldigd, tevens bedongen zij een rente van 1 £.pay., uit te reiken door hen en hun broers en zusters aan arme vrienden (Klo. 666).

* 1/4 van 2 weren land, de Vievennen, te Leiderdorp, totaal 24 morgen 4 hond omvattend, 8 feb. 1399 verkocht aan heer Pieter uten Pol c.s., stichters van het klooster Engelendael, voor 45 £ per morgen. Ook de Woestenberchslaan, strekkend van de Vievennen tot de Notwech, verkocht hij aan hen (Klo. 667).

* 13 dec. 1398 2 morgen te Leiderdorp in Crumweer en 1/2 morgen in Cruuscamp ald., beleend door de graaf na ovl. van zijn broer Willem Screvel en na koop voor 4O £ (GvH. 228 f. 3O9).

* 27 jan. 14O1 1/2 van 4 morgen in Crumweer (andere 1/2 reeds van hem), 1/2 morgen land in Cruijscamp en 1/3 van 3 morgen 2 hond voor Floris Claas Screvelsz.'s woning, na overdracht door zijn broer Willem die Bruun door de graaf beleend (GvH. 228 f. 4O8v.).

* 19 juni 141O een woning met heemwerf te Leiderdorp, de 1/2 van 3 morgen land daarachter en 1/2 morgen ten westen daarvan, leen van Poelgeest, samen met zijn broer Hendrik gekocht van zijn broer Willem (zie ald.).

* 14O3-O4 1/2 raamstede in St.Pietershoeve, gehuurd van St.Pieterskerk voor 12 s.pay. p.j. (Ke. 323 (6) f. 7 en 18 en volgende rek.).

* 1/4 raamstede, gehuurd als boven voor 7 s.; verm. 1412-13 en 13-14 (Ke. 323 (9) f. 7 en 323 (1O) f. 7v.).

* 1413-14 1/4 raamstede, gehuurd als boven voor 6 s. (Ke. 323 (1O) f. 7v.).

* 1417-18 een raamstede, gehuurd als boven voor 16 s.pay. (Ke. 323 (11) f. 11v.).

rentebezit: * lijfrente van 2 nobel, 38 groten, samen met zijn vrouw, t.l.v. de stad: verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 2O).

* 21 okt. 1413 28 gouden nobel op een huis en erf te Leiden; kocht dit huis 1O mrt. 1415 (RA. 5O f. 145 en 145v.).

* 15 okt. 1414 1 £.pay. op het huis en erf van Philips Andriesz., 1417 afgeschat (RA. 5O f. 173v.)

borgstelling: 23 jan. 1418 Jan Claasz., bij een verkoop (RA. 5O f. 183).

varia: 14O8 pachter van de tiende te Koudekerk (of betrof dit Gerrit die Bruun Dirksz.?; GvH. 1484 f. 11).

familie: tr. 1e Lijsbet Reinersdr., ovl. in of na 1412-13, begr. St. Pancraskerk (Secr. 513 f. 2O; Ke. 418 f. 121v.); hij tochtte haar 28 jan. 14O1 aan zijn 27 jan. 14O1 verworven land (zie hoger). tr. 2e Ave Dirk Foijtgen Jacobsz.dr. (Ke. 418 f. 121v., zie ald.).

4. Hendrik die Bruun Jacobsz.

functie: schepen 14O9-1O, 15-16.

beroep: exploiteerde wrsch. een kalkoven (handelde 14O9-1O in kalk (GvH. 1484 f. 45v.)).

landbezit: * 22 nov. 1377 1/3 van 3 morgen 2 hond voor Floris Claas Screvelsz.' woning te Leiderdorp; grfl. leen; beleen met ledige hand 139O (GvH. 7O9 f. 7v., 7O8 f. 4v.).

* 6 kindsdelen (d.i. 6/8) van 12 morgen land aan de Notwech te Leiderdorp, samen met zijn broer Gerrit bezeten (4 kindsdelen hadden zij aangekocht van andere erfgenamen) en door hen 4 juli 1398 geschonken aan heer Pieter uten Pol c.s. t.b.v. de stichting van het klooster Engelendael (zie hoger).

* 19 juni 141O een woning met heemwerf te Leiderdorp, de 1/2 van 3 morgen land daarachter en 1/2 morgen ten westen daarvan, leen van Poelgeest, samen met zijn broer Gerrit gekocht van zijn broer Willem (zie ald.).

* 2 nov. 1413 5 morgen land te Zoeterwoude, leen van de Lek (Nass. Dom. 44 (6461) f. 336v.).

* land te Zoeterwoude, belendend aan voornoemd leen (ibidem).

* 1O juli 1414 een boomgaard met uiterdijk te Oegstgeest, deels binnen de nieuwe vrijheid gelegen en deel van een groter complex van 8 hond 7 1/2 gaard land (dat afkomstig was van zijn schoonvader) en hij samen met zijn zwager van het klooster Leeuwenhorst huurde (Lhorst. 2O f. 11, 21 f. 9, 23 f. 8), hij kocht dit nu van het klooster tegen een rente van 4 £.pay. met houde (Secr. 1696).

* 1/2 van 3 1/2 morgen land te Wassenaar onder Zuidwijk, verkocht 17 feb. 1416 aan St.Catharinagasthuis (Ga. 456 f. 225).

rentebezit: 3 mei 1399 18 £ 2 1/2 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 37).

borgstelling: * 2O apr. 14O9 Jan Jacobsz. van der Vennip (Secr. 2O f. 33v.).

* 26 apr. 1415 Lambrecht Pietersz. (Secr. 2O f. 51).

* 19 nov. 1415 Jacob van Noord (Secr. 2O f. 52v.).

familie: tr. Hildegond, dr. van Pieter Josephsz. (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 12v. en 42v.), zie Pieter Josephsz. c.s.). Kinderen (ibidem):

a. Geertruid.

b. Willem Screvel.

c. Joseph.

d. Jacob; bezat een huis en erf in Marendorpsteeg, verm. 1421; de H. Geest bezat hierop 3O s.pay. rente (W. 2 f. 24 en tafel).

e. Lijsbet.

5. Dochter, tr. Claas Florisz.; hij verkocht 11 feb. 14OO een kindsdeel (1/8) van 2 morgen land aan de Notwech te Leiderdorp, afkomstig van zijn schoonouders (Klo. 666 en 668).

6. Dochter, tr. Claas Willemsz.; hij verkocht 12 feb. 1399 een kindsdeel als boven (Klo. 666 en 668).

7. N.N. (Klo. 666).

8. N.N. (Klo. 666).

 

DIE BRUUN V

 

DIRK DEN BRUNEN DEN SPONDIERSTICKER (of DIE SCEERJAER).

ovl. voor 1 feb. 138O (W 1 f. 2). functie: berader van O.L.V.kerk 1344-45, 46-47.

beroep: spondierstikker en lakendoekscheerder (vgl. zijn naam).

woonhuis: in St.Pieterskerksteeg (11 mrt. 135O, Ke. 493 f. 48v.). Op dit huis bewees zijn weduwe de H.Geest 1 £.pay. (1 feb. 138O). Haar zoon Jan had het recht tot lossing binnen 2 jaar en deed dit ook (W. 1 f. 2); zij woonde ald. nog 13 dec. 1383 (Ke. 557). Mogelijk is dit het huis waarop Dirk 11 jan. 1363 verklaarde 18 Dordtse of Vlaamse groten schuldig te zijn

(gelegen bij Troostbrugge, achter: de grafelijke boomgaard; Ke. 415 f. 33v.).

borgstelling: * 19 dec. 1367 Gijsbrecht van Doen (Secr. 19 f. 12v.).

* 1 nov. 1368 Robbrecht Claasz. van Catwic (Secr. 19 f. 16v.).

* 1 nov. 1368 Aarnd Hanneboeij van Catwic (Secr. 19 f. 16v.).

familie: tr. Beatrix, verm. 1 feb. 138O en 13 dec. 1383 (W. 1 f. 2 en Ke. 557).

Zoon:

1. Jan, verkocht 9 feb. 1386 1 £ pay. rente op zijn huis en erf aan Gerrit Betkijnssteeg (Secr. 1423).

 

VAN DER BURCH

 

I. CLAAS VAN DER BURCH

functie: gasthuismr. 1343-44, 44-45, 45-46, 47-48.

woonhuis: een hofstad te Leiden, gehuurd van de graaf voor 18 p. p.j. verm. 1334-63 (Hamaker, Rek. Holl., II 38, GvH. 19 f. 11v. en 67v.).

familie: tr. Margriet (Ga. 44O f. 17).

Zoon:

 

II. HUGE CLAASZ. VAN DER BURCH

ovl. voor 26 juni 14O8, wrsch. in dat jaar (Charters Warmond 14; Weesk. 6O8 f. 32).

functies: schepen 1363-64, 64-65, gasthuismr. 66-67, geestmr. 1368-69; 137O; burgemr. 1372-73, 83-84, 91-92.

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 1 apr. 1359; hierop had mr. Andries Hein Honghersz. 1 £.pay. rente (Ke. 1O38); verm. in een belending 14 mrt. 1373 (Ke. 415 f. 36v.). Verm. van zijn steeg 1O mei 1395 (GvH. 228 f. 169).

landbezit: * land te Zoeterwoude, 26 juni 14O8 verm. in handen van zijn vrouw en zoon Hendrik (Charters Warmond 14).

* 1398-99 een erf tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan in St.Pieters-hoeve, belast met een rente t.b.v. St.Pieterskerk; 14O7-O8 in andere handen (Ke. 323 (1) f. 7v. t/m (7) f. 1Ov.).

* 1398-99 een erf als voren, 14O9-1O in andere handen (Ke. 323 (1) f. 8 t/m (8) f. 1Ov.).

* 1398-99 een erf als voren, 14O1-O2 in andere handen (Ke. 323 (1) f. 8 t/m (4) f. 11).

* 14O1-O2 een erf als voren, 14O2-O3 in andere handen (Ke. 323 (4) f. 1Ov . en (5) f. 14v.).

rentebezit: * 26 s.pay. op een erf aan St.Nicolaasgracht, verkocht 29 juni 1388 (Ke. 416 f. 56).

* 2 maal 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden bij de Rijn, voor 138O geschonken aan de H.Geest (W. I 31 f. 1Ov.).

borgstelling: * 3 mei 1396 Beatrix Gerbrand Boudijnsz. wed. (Secr. 19 f. 1O8).

* 4 apr. 14O2 Willem heren Alemansz. (Secr. 84 f. 249).

varia: zegel: een klok in het hartschild, vergezeld van 3 meerbladeren (2:1) (11 sep. 1363, Ke. 62O; zie dat van Huge Andriesz. van der Burch onder Die Milde). Voogd over de kinderen van zijn dr. Margriet sedert 1397 (Weesk. 6O8 f. 1v.).

familie: als maag van Floris van Rijsoirde 15 mei 1396 en 3 jan. 1397 bij de verzoening inzake de moord op deze betrokken (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.). Verm. 13 juni 14O4 als erfgenaam van heer Pieter Claasz. (van Berkenrise) samen met Jan en Huge Claasz. (Ga. 455 f. 67 en 67v.); was in 1371 onder de magen van Huge Gibenneve (RA. 2a Aanhangsel f. 1 d.i. Blok, Rechtsbronnen, 27). tr. Ermtruud (Kam, 'Memorieboek', 191), tr. 2e Margriet (Ga. 44O f. 17). Margriet vermaakte St.Catharinagasthuis voor memoriediensten 31 juli 141O een rente van 1 £.pay. op een huis en erf op het Nieuwland (Ga. 455 f. 74v.). 14O9-1O kocht zij een huis en erf waarop een rente rustte t.g.v. de St.Pieterskerk; in 1412-13 was dit in andere handen (Ke. 323 (8) f. 11 en 15v.; 323 (9)).

Kinderen:

1. Claas van der Burch Hugenz.

functie: homan van het Wanthuisvierendeel ca. 14O5 (Secr. 84 f. 27Ov. en 236v.).

woonhuis: Claas Betgens huis, waarop 1O s.g.g. rente rustte t.b.v. mr. Pieter Michielsz.'s kinderen en Floris die Meijer (ca. 28 okt. 1391, Secr. 84 f. 36).

huisbezit: een huis en erf aan de Vollersgracht, verkocht 16 apr. 1395 (Ke. 652).

landbezit: 7 morgen met de 1/2 woning, op onbekende plaats, opbrengend 9 gouden Franse kronen, 5 hoenders, 1 vette gans p.j. Verkocht aan zijn zwager mr. Gerrit Pieter Dirksz.z. (Ke. 322 f. 28).

rentebezit: * 28 nov. 14O3 45 s. 4 p.pay. pandrente op Jan Simonsz.'s huis en erf (RA. 5O f. 54).

* 1O juli 14O4 8 £ 2 s. 3 p. 1 hallinc pay. pandrente op voornoemd huis (oorspr. schuldbrief 18 nobel; RA. 5O f. 54).

familie: tr. Baerte, dochter van Pieter Dirksz. (zie van Poelgeest).

2. mr. Hendrik Huge Claasz.z.

functie: clericus, notaris, verm. 26 juni 14O8-27 sep. 1413 (Charters Warmond 14 en 69a; Ga. 455 f. 61v.).

opleiding: magister (Charters Warmond 14).

landbezit: land te Zoeterwoude, verm. 26 juni 14O8, afkomstig van zijn vader en samen met zijn moeder bezeten (Charters Warmond 14).

varia: nam 14O8 de voogdij over de kinderen van zijn zr. Margriet over van zijn vader (Weesk. 6O8 f. 32).

3. Alide Hugendr., tr. 14OO N.N. (Weesk. 6O8 f. 14).

4. Margriet; wrsch. ovl. voor haar man (Weesk. 6O8 nergens verm. als in leven zijnde). tr. Jan Jacobsz. Blijfhier (Weesk. 6O8 f. 1v.; zie ald.).

HENDRIK DAMMASZ.

functies: schepen 1414-15, 15-16, 16-17, 17-18, 18-19; stedelijk schut 8 mei 14O7 (Secr. 84 f. 242); homan van het Wanthuisvierendeel 14O4 (Secr. 84 f. 272v.).

varia: 3 open ruiten (Ke. 936, 9 feb. 1415).

  

VAN (DEN) DAMME - (VAN DER) HORST

 

I. AARND VAN DEN DAMME

Bastaard van heer Philips (III) van Wassenaer (Obreen, Gesch. Wassenaer,

21; Beelaerts van Blokland, 'Iets over Wassenaer van Damme', 51-52).

familie: kinderen o.m.:

1. Philips Aarndz. van den Damme, volgt IIa.

2. Beatrijs Aarndsdr. van den Damme; zij ontving 29 apr. 1356 samen met haar echtgenoot Hubrecht van de Werve het windrecht te Voorburg in leen van de heer van Wassenaar (Hoek, 'Wassenaar', 495 en Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 29v. en 37v.).

?3.Dochter, tr. Jan van den Bosch; Jan bezat 1/2 van de woning en de bijbehorende landerijen van Louweris van den Boomgairde onder Wassenaar; de landerijen waren gemene voor gelegen met land van Beatrix Aarndsdr. van den Damme. Op grond daarvan en gezien het feit dat Philips Aarndsz. van den Damme optrad t.b.v. de kinderen van wijlen Jan van den Bosch, lijkt een familierelatie aannemelijk (zie Van den Bosch).

Bastaard:

4. Claas (van der) Horst, volgt IIb.

 

IIb. PHILIPS AARNDSZ. VAN DEN DAMME

ovl. voor 3O juni 14O8 (Nass. Dom. 44 (6461) f. 343v.).

functies: schepen 14OO-O1, schout van Voorschoten 27 apr. 137O-15 apr. 1379 (Ke. 798, W. 1 f. 61v. en 99).

landbezit: * 22 mrt. 1372 Podikenpoel met 7 morgen land daarbij, Wassenaars leen (Hoek, 'Wassenaar', 118, 563). I.v.m. zijn medeplichtigheid aan de doodslag van Dirk van der Does te Voorburg, werd hij verbannen uit Rijnland en dit goed verbeurde hij (Beelaerts van Blokland, 'Voorgeschiedenis klooster Marienpoel', 35).

* een woning te Voorschoten, Polaans leen, afkomstig van zijn vader (Nass. Dom. 6461 (44) f. 343 en v.).

* 17 hond 4O gaard en 7 hond, 9 1/2 gaard land te Monster (Emmens, 'Monster', 21O).

rentebezit: 27 apr. 137O 7O £.pay. schuldbrief op het schoutambt van Voorschoten, t.l.v. de burggraaf (Hoek, 'Wassenaar', 597, Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 55v.-56).

borgstelling: * 11 jan. 14O1 Jacob van Noord (Secr. 2O f. 5).

* 7 feb. 14O2 Daniel Willem Pettemansz.z. (Secr. 2O f. 9v.).

varia: zegel: 4 dwarsbalken (Ke. 798, 12 mrt. 1372). Werd 5 nov. 137O Leids

poorter met 1OO £, quijt ghelaten bi den recht, borg: Claas Jansz. Vos (Secr. 19 f. 25); opnieuw poorter 1O mei 1385, borg: Jan van Hilleghom, met aantekening daarbij: wt sijn poortrecht ghedinghet van sijn zwagher (Secr. 19 f. 68). Pachtte van de graaf van Blois 1374 de tiende van Doedijnslaan onder Zoeterwoude (Gr. v. Blois 1O2 f. 1Ov.). ca. 1383 was hij (of een andere Philips Aarndsz.?) van een rente 5O s.g.g. aan Alide Dirksdr. Van der Graft schuldig (Secr. 84 f. 3). 25 mei 1392 deed hij t.g.v. heer

Philips van Wassenaer afstand van zijn aanspraken op Schakenbosch (Duivenvoorde 1 f. 7v.).

familie: wrsch. verwant van Jan heren Simonsz.; 28 dec. 1399 een der scheidsrechters inzake de verdeling van diens erfenis onder zijn zoon waarvan er een Claas Horst heette, zoals Philips' bastaardbroer (Secr. 84 f. 66). Omstr. 14OO bemiddelde bij de toewijzing van goederen aan de kinderen van Jan van den Bosch (Secr. 84 f. 7O; zie over de verwantschap met Van den Bosch hiervoor, I, 3). Kinderen:

1. Aarnd van den Damme

functie: schout te Wassenaar 17 mrt. 1413 (Ke. 493 f. 12v.).

landbezit: * 2 jan. 141O 4 morgen land te Voorschoten, leen van de hofstad Made (Hoek, ' Rept. Made', 361).

* 3O juni 14O8 een woning te Voorschoten, Polaans leen, afkomstig van zijn vader (Nass. Dom. 44 (6461) f. 343).

2. Jan Philips Arendsz.dr. van den Damme; zij werd 5 jan. 14O8 Leids poorteres met 2O £ en Alewijn Dirk Lamsz. als borg (Secr. 2O f. 29).

 

IIb. CLAAS (VAN DER) HORST (Hoek, 'Wassenaar', 578-579 en 632) Zal zijn

genoemd naar het kasteel Ter Horst onder Wassenaar.

ovl. na 21 jan. 1376 (W. Afd. A pf. V nr. 56).

functies: geestmr. 1353-54; schout van Wassenaar 9 jan. 1368 (W. 1 f. 64v.).

woonhuis: te Leiden, hierop hadden heer Gerrit Pieter Gobburgenz.z. en Gillis van Zwieten 3 jan. 1363 samen 31 p.pay. rente (Ke. 673). Philips van Leijden vermaakte op Claas' huis en erf aan zijn prebenda nobilis 7 mrt. 1372 31 p. rente (hogergenoemde ? Ke. 894). Katrine Hendriksdr., zuster van heer Huge van Schoorl bezat er 1O s.g.g. op (voor 12 sep. 1369), die heer Huge 28 mrt. 1373 aan zijn prebende schonk (Ke 493 f. 39; zie Hendrik veren Bartradenz. c.s.).

landbezit: 8 feb. 1353 7 hond 1 vierendeel broekland onder Zoeterwoude, gemengde voor gelegen met land dat reeds aan hem toebehoorde; gekocht van de graaf (GvH. 244 f. 3Ov.).

rentebezit: 4O s.g.g. op Hauris of Hantiens woning bij Schakenbosch onder Voorschoten; 24 aug. 1367 in handen van zijn vader met recht van vererving op hem, 9 nov. 143O belening van zijn kleinzoon (Hoek, 'Wassenaar', 578-579).

varia: twistte met Gerrit Alewijnsz. over een hofstad, wrsch. te Leiden, de baljuw van Rijnland kreeg 25 jan. 1353 opdracht om vonnis in deze zaak te wijzen (GvH. 244 f. 29).

familie: kinderen uit een verhouding met Catharina Gijsbrecht Florisdr. (zie ald.):

1. Gijsbrecht Claas Horstsz., volgt III.

2. Willem Claas Horstsz.

ovl. voor 5 mrt. 143O (GvH. 712 f. 116v.).

landbezit: 1/2 van 44 morgen land op de Hernesse (Harnas) bij Delft, afkomstig van zijn moeder; grfl. leen. Na zijn ovl. 5 mrt. 143O belening van zijn halfbroer Jan Dirk Coenenz. (GvH. 712 f. 116v.).

rentebezit: 2 nobel 36 groten lijfrente t.l.v. de stad, samen met neef Dirk Coen Gerrit Pieter Gobburgenz.z. (Secr. 513 f. 19).

borgstelling: 22 feb. 14O7 een dr. van Jan Bartout en Philips van Cralingen (Secr. 2O f. 25).

varia: 18 juni 1411 voogd voor zijn moeder Catharina Gijsbrecht Florisdr. (GvH. 23O f. 79 en 741 f. 23).

Een bastaard van Claas Horst was missch. ook Dirk van den Boemgaerde,

verm. 1366-84, schout van Wassenaar 3O apr. 1384, deze zegelde 3 dwarsbalken met een schuinbalk van rechtsboven naar linksonder en een barensteel in het schildhoofd en had een zoon Claas Horst (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 16v. en 62, Klo. 1O69, Hoek, 'Wassenaar', 6O8; zie Te Water, Verbond en smeekschriften, 225-226).

 

III. GIJSBRECHT CLAAS HORSTSZ.

ovl. voor 2O feb. 1424 (GvH. 712 f. 23v.).

functie: schepen 14O1-O2.

woonhuis: 139O in het Vleeshuisvierendeel (Blok, Hollandsche stad, I 323);

ontving 3O sep. 141O een huis en erf aan St.Pieterskerkhof van de graaf ten eigen; dit was afkomstig van zijn oom Floris Gijsbrechtsz. (GvH. 226 f. 215 en 23O f. 7O; de belening niet aangetroffen).

ambacht: 14 aug. 1399 een ambacht in Schiebroek met 1O en 22 £ rente alsmede 5O hoeders uit Aernt Engebrechtsz.'s ambacht, afkomstig van zijn oom Floris Gijsbrechtsz. (GvH. 228 f. 345). Na samenvoeging en verdeling van lenen tussen hem en zijn verwant Jan Florisz. behield hij alleen het rentebezit van 16 £ alsmede 25 hoenders uit Aernt Engebrechtsz.'s ambacht (belening 18 juni 1411; GvH. 228 f. 345).

landbezit: * een deel van Dirks Wijssenland te Zoeterwoude en in de Leidse vrijheid, gemene voor gelegen met land van zijn halfbroer Jan Dirk Coenen z.; 16 aug. 1399 verkocht aan het St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 48 en v.).

* 1O morgen 1 1/2 hond land buiten Leiden bij Ter Wadding, opbrengend 28 £.pay., 24 apr. 14O4 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 21v.).

* 1/2 van 5 morgen land te Zoeterwoude, bij het huwelijk van zijn dochter IJde aan haar en haar man geschonken (voor 29 okt. 141O, Ke. 841).

* 11 morgen land te Zoeterwoude, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 137).

stichting: 24 apr. 14O4 Driekoningenkapelanie op Driekoningenaltaar in St. Pieterskerk, ter nagedachtenis aan zijn vermoorde oom Floris Gijsbrechtsz.;

voor de verwerving van het land dat hij hieraan schonk ontving hij 5O £. pay. uit het zoengeld. De kapelanie diende bekleed te worden door het nageslacht van zijn moeder Catharine. De collatie zou zijn voor zijn broer Willem Claas Horstz. en diens (on)wettige kinderen, om uiteindelijk te komen aan het nageslacht van zijn moeder. Getuigen bij de stichting waren Gerrit Rijswijc, Johannes van Zandwijc, maag van Gijsbrecht en Thomas Simonsz. maag van Gerrit Rijswijc (Ke. 322 f. 21v.). Als vicarissen werd 14O5-O6 Florentius Gijsberti vermeld en 1419-2O Walter van Veen (Holtkamp, Registers, 52).

varia: 14 aug. 1399 beleend met een smaltiende binnen Leiden (GvH. 228 f. 345). Zegel: 3 halve manen met schuinbalk van rechtsboven naar linksonder (Ke. 547, 1O dec. 14O1).

familie: tr. Lijsbeth Willemsdr., hij tochtte haar 8 feb. 1421 aan 16 £ rente en 1/2 van 5O hoenders uit Aernt Engebrechtsz.' ambacht (GvH. 712 f. 23v.). De graaf reisde 14 jan. 1388 naar Leiden om aanwezig te zijn bij het huwelijk tussen Floris Gijsbrechtsz.' zusterszoon en de zuster van Floris Gijsbrechtsz.' vrouw; zeer wrsch. betreft het dit echtpaar (GvH. 1242 f. 88v.). Kinderen:

1. Floris Gijsbrechtsz.; hij zal de clericus zijn die 14O5-O6 vicaris was van de door zijn vader gesticht vicarie (Holtkamp, Registers, 52).

2. Claas Horst Gijsbrechtsz.

landbezit: 1/4 raamstede, gehuurd van St.Pieterskerk voor 5 s.pay. (Ke. 323 (11) f. 1Ov.; of betrof het Claas Horst Jan heren Simonsz.?).

rentebezit: 11 mrt. 1417 schuldbrief van 54 3/4 nobel licht geld op huis en erf te Leiden, 1417 afgeschat (RA. 5O, los katern f. 4).

varia: zegel: 3 halve manen (Wassenaar) met schuinbalk van rechtsboven naar linksonder (12 jan. 1428, Ga. 987).

3. IJde, tr. voor 29 okt. 141O Jan Taey (Ke. 841, zie Die Bruun).

 

HENDRIK DANIELSZ.

ovl. 19 feb. 1397 (Ke. 418 p. 24).

functies: schepen 1374-75, burgemr. 1379-8O, schutterskoning 1 aug. 1354 (GvH. 244 f. 48v.).

woonhuis: in de Breestraat, verm. 15 mei 1375 hier woonde eertijds Hendrik veren Bartradenz. (Ke. 493 f. 39).

huisbezit: een huis en erf aan Mathijs Bronsijenssteeg, hierop bezat Jan Hendriksz. 8 s.g.g. met de houde, verm. in diens nalatenschap 12 sep. 1369.

De rente werd door heer Huge Hendriksz. 15 mei 1375 aan het St.Pancras- kapittel geschonken (Ke 493 f. 39).

rentebezit: * 1O s. 1 p.pay. op 2 huizen aan de Gravinnensteeg en * 1O s.pay. ald., beide renten 16 juni 1375 overgedragen aan de H.Geest in ruil voor 1 £ rente die de H.Geest had op een huis en erf te Leiden (ingevolge testament van Jacob Hillenz. en diens vrouw; W. 1 f. 27).

varia: zegel: gevierendeeld, linksboven de baard van een sleutel (Ke 947, 27 nov. 1374).

familie: zoon van Daniel en Zijmarc en broer van Dirk Danielsz. en mr. Mauricius Danielsz., priester, pastoor van Hoorn, kanunnik te Geervliet en prebendaris te Dordrecht (hertog Albrecht verzocht voor hem 21 nov. 1378 aan de paus om een prebende in St.Denis te Luik te reserveren) (Ke. 416 f. 52v., Van Riemsdijk, Tresorie, 41O). tr. Aagte, dr. van Gerrit Diddenz. Van den Hove (o.m. Ke. 418 p. 24, zie ald.). Zoons:

1. Heer Gerrit Heijm(o) (Ke. 418 p. 24).

ovl. 26 sep. 1393, jong, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 19).

functie: priester, kanunnik van St.Pancras (prebende gesticht door Michiel van der Heijde) verm. 7 sep. 1391 (Ke. 493 f. 55).

landbezit: 4 morgen land te Zoeterwoude, opbrengend 3O s. p.j., verkocht aan mr. Pieter Michielsz. (Secr. 84 f. 36v.).

schenking: liet het gratiejaar van zijn prebende na aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke 416 f. 19).

familie: noemde 7 sep. 1391 Michiel van der Heijde zijn oom (Ke. 493 f. 55).

2. Dirk van den Hove (Ke. 493 f. 55v.).

ovl. 15 jan. 1418, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 57).

functie: priester verm. 21 mei 139O (Blok, Rechtsbronnen 23 = RA. 2a f. 115). Na Gerrit Heijm(o) (ovl. 1393) kanunnik op de door zijn oom Michiel van der Heijde gefundeerde prebende, verm. 24 juni 1394 (Ke. 493 f. 55 en v.). Rentmr. van St.Pancraskapittel verm. 16 sep. 1399-2O nov. 141O (Ke. 416 f. 26v., 35, 47).

schenking: liet het kapittel het jaar van gratie van zijn prebende na (Ke. 416 f. 57).

familie: bastaarddochter:

a. Agatha tr. Claas Coster (Ke. 416 f. 52v.).

3. Zijmarc (Ke. 418 p. 24).

 

JACOB DIDDENZ.

ovl. voor 12 juli 1342 (W. 1 f. 8v.).

functie: geestmr. 1341-42.

woonhuis: verm. als belender aan de Breestraat of daarachter 23 mrt. 1337 (Ke. 493 f. 4Ov.). Hij besprak op de 1/2 van zijn woonhuis aan de Maarsmansteeg 5 s.g.g. rente t.b.v. de H.Geest (W. 2 f. 6 en tafel).

varia: betaalde 1333 de baljuw van Rijnland 16 s. wegens vechten te Leiden (GvH. 1861 f. 4v.).

 FRANK DIEDWARENZ.

ovl. voor 1O mrt.1412, begr. St.Pieterskerk (Klo. 1469 f. 23, DuO. 2O33 f. 3v.).

functies: schepen 1375-76, 76-77, 77-78, 78-79, geestmr. 138O-81, 84-85, 85-86, 86-87, 87-88, 89-9O, 92-93, 14O1-O2, O3-O4, O4-O5; kerkmr. van St. Pieter 11 nov. 14O2-O3.

beroep: betrokken bij de houthandel? Schonk St.Pieterskerk 14OO-O1 balken (Ke. 323 (3) f. 17v.).

woonhuis: tussen Burchgracht, grote brug, Oude en Nieuwe Rijn gelegen (Ke 4O4, 14 en 19 sep. 137O, kwestie betr. de parochiegrenzen, hij diende St. Pancraskerk te bezoeken); belender van Dammas Zegersz. 14 feb. 1391 (Ke 322 f. 13v.). Woonde 25 sep. 1395 aan de Breestraat (Vollersgrachtzijde; Klo. 617).

huisbezit: * op zijn huis en erf te Gansoorde had Willem Pietersz. 8 comans groten rente, die hij 16 okt. 1386 aan Gerrit Jacobsz. overdroeg (Ke. 6O8, 416 f. 43).

* belender aan St.Nicolaasgracht 11 nov. 1391 (Ke. 416 f. 43 en v.).

* op zijn huis en erf, bewoond door Katrijn Claas van den Bosch' weduwe, hadden Floris die Meijer en mr. Pieter Michielz.'s kinderen 1 £ rente (verm. ca. 28 okt. 1391; Secr. 84 f. 35v.).

landbezit: * 13 nov. 1373 een stuk land te Zoeterwoude aan de Banwetering, overgedragen aan de H.Geest 18 juni 1383 (W. 1 f. 5Ov.).

* 1/2 morgen land te Zoeterwoude, 27 jan. 138O aan de H.Geest overgedragen voor memoriediensten (W. 1 f. 41v.).

* land tussen Zijl en Mare, onder Leiderdorp, verm. 14 dec. 1373 en 26 dec. 138O (Ke 493 f. 65 en 7O).

* 13 juli 1383 4 morgen 5 hond land onder Woubrugge belendend aan land wat hij daar reeds bezat (Klo. 81O).

* 8 jan. 1384 4 morgen 1 1/2 hond land ald. (Klo. 811).

* 21 apr. 1393 11 hond 3 roeden 3 voeten land te Valkenburg en Katwijk, grenzend aan land wat hij ald. reeds bezat (Klo. 1469 f. 22).

* 12 nov. 1396 2 morgen land te Woubrugge (Klo. 812).

Zijn totale bezit ald. omvatte 2O jan. 14O5 27 morgen land, die hij toen voor de ene 1/2 overdroeg aan zijn nicht Belie Jan Claasz.dr. (begijn te Delft, Klo. 653) en voor de andere 1/2 in vruchtgebruik aan zijn dienstmaagd Margaretha Bruunsdr., deze 1/2 diende vervolgens te komen aan het Regulierenklooster te Leiderdorp (Klo. 835).

rentebezit: * 27 dec. 1356 3O p.g.g. op een huis en erf aan Burchgracht, gekocht van de burggraaf (W. 1 f. 121v.).

* 29 juli 1366 19 s.g.g. op een huis en erf tussen Middelgracht, en Oude Rijn, vererfd op Andries Jan Crullenz.z. via Franks vrouw (Klo. 542).

* 2O aug. 1375 1O s.pay. op een huis en erf aan de latere Coppehiecsteeg op het Hogeland (Ga. 455 f. 5O, 456 p. 61); samen met de erfgenamen van zijn vrouw 23 juni 14OO overgedragen aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 5Ov.).

* 14 feb. 1379 3 £ 8 s.pay. met houde op huizen bij de Mare, waaronder huis en werf van de Maremolen en 2 hofsteden van IJsbrand Rotaardsz., gekocht van Claas Jansz. Vos (Ga. 455 f. 74); enkele van deze renten kwamen via zijn vrouws erfgenamen aan het St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 74).

* 1O apr. 1382 1 £.pay. op een huis en erf te Marendorp, tussen straat en Rijn, 23 juni 14OO door Frank en de erfgenamen van zijn vrouw overgedragen aan de H.Geest (W. Afd. A pf. V nr. 35).

* 15 mei 1382 1 £.pay. op een huis en erf te Marendorp bij de Rijn door hem en de erfgenamen van zijn vrouw overgedragen aan de H.Geest (ibidem).

* 13 jan. 1384 3 £.pay. op een huis aan de Nieuwe Rijn op het Hogeland, overgedragen samen met de erfgenamen van zijn vrouw 23 juni 14OO aan St. Pancraskapittel, de huiszittenmeesters en de kerkmeesters, voor het houden van zijn vrouws memorie (Ke. 416 f. 27v.-28).

* 19 sep. 1388 1O s.pay. op een huis en erf aan de Middelgracht (W. 1 f. 123).

* 9 nov. 1388 1 £.pay. op een huis aan de Rijn te Katwijk, door Belie Jansdr., begijn te Delft, overgedragen aan het Regulierenklooster te Leiderdorp (Klo. 653).

* 29 aug. 1392 1 £.pay. op een huis en erf aan de Middelweg, overgedragen 3 sep. 1392 aan Margriet Bruunsdr. (W. 1 f. 75v.).

* 25 sep. 1395 1 £.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht (Klo. 617), na ovl. van zijn halfbroer Pieter Danielsz. uten Pol aan het Regulierenklooster te Leiderdorp geschonken (RA. 5O f. 148).

* 6 apr. 1399 1O s. Holl. pay. op een huis en erf aan de Hooigracht, gekocht van IJsbrand Strevelant Jan Vosz. (Ke. 416 f. 91v.).

* 1 £.pay. op een huis en erf aan het Noordeinde van de Breestraat, door zijn erfgenamen aan St.Catharinagasthuis overgedragen (Ga. 455 f. 68v.).

* 8 s.pay. op een huis en erf aan de Rijn;

* 12 s.pay. op een huis daarnaast, beide overgedragen aan St.Pieterskerk (Ke. 323 (7) f. 6v.).

* 1/3 van 8 s.pay. op een huis en erf aan St.Joostgracht, 1/3 van 1 £.pay.

te Marendorp, 1/3 van 4 1/2 s.pay. aan de Oude Rijn en 1/3 van 8 s.pay. aan de Burchgracht; andere deelhebbers: St.Catharinaconvent bij Geertruidenberg en zijn halfbroer heer Pieter uten Pol. Zijn aandeel droeg de laatste 7

okt. 14OO over aan het Regulierenklooster te Leiderdorp (Klo. 587 en 6O8).

Gezien het aandeel van Frank en heer Pieter hierin, zullen de renten afkomstig zijn van beider moeder.

borgstelling: * 23 feb. 1371 Gijsbrecht Godevaardsz., van Katwijk (Secr. 19 f. 26v.).

* 4 mrt. 1371 Jacob Godevaardsz., van Katwijk (Secr. 19 f. 26v.).

* 4 mrt. 1371 Jan Aarndsz., van Katwijk (Secr. 19 f. 26v.).

* 5 mei 1372 Paadse, van Katwijk (Secr. 19 f. 3Ov.).

* 21 jan. 1372 Willem Jacobsz. (Secr. 19 f. 32).

* 24 okt. 1374 Gozewijn Frankenz. van Remunde (Secr. 19 f. 39v.).

* 24 okt. 1374 Coman Jan (Secr. 19 f. 39v.).

* 31 jan. 1381 Gijsbrecht Godevaardsz., van Katwijk (Secr. 19 f. 51v.).

* 25 jan. 1381 Jan Jan Adenz.z. (Secr. 19 f. 54v.).

* 5 mei 1383 Dirk Gijsbrechtsz. (Secr. 19 f. 6Ov.).

* 19 juli 1385 Pieter die Decker (Secr. 19 f. 69).

* 8 sep. 1385 Dirk Korte Willemsz. die Smit (Secr. 19 f. 69v.).

* 26 feb. 1386 Bertelmeeus Bruijnsz., van Kage (Secr. 19 f. 72v.).

* 3O juli 1387 Pieter Bruijnsz. (Secr. 19 f. 76).

* 7 aug. 1387 Bruijn Frankenz. (Secr. 19 f. 76).

* 7 juni 1391 Jan Kod (Secr. 19 f. 87).

* 6 feb. 1392 Willem Pietersz. (Secr. 19 f. 89v.).

* 8 apr. 1392 Albrecht Jacobsz., van Amsterdam (Secr. 19 f. 9O).

* 25 aug. 1393 Willem en Walich Jacob Doedenz.z. (Secr. 19 f. 95v.).

* 19 feb. 1395 Jan Hendriksz. die gaerdenier (Secr. 19 f. 1O4).

* 17 aug. 1395 Jacob Jacobsz., van Warmond (Secr. 19 f. 1O4v.).

* 3O apr. 1398 Gijsbrecht Melisz. (Secr. 19 f. 1O9).

* 3 juli 1399 Bruun Bertelmeeusz. (Secr. 19 f. 111v.).

3 nov. 14O3 Vop Bertelmeeusz. (Secr. 2O f. 15).

varia: zegel: gevierendeeld, 1: gelijkend op een gestileerde rechthoekige A; 2: een vaan; 3: effen; 4: fijngeruit (W. Afd. A pf. IV nr. 13, 17 okt. 137O).

familie: zoon van Frank (vgl. het randschrift van zijn zegel) en Diedwaar.

Zijn moeder hertr. Daniel uten Pol (zie ald.). tr. Machteld, ovl. 28 mei 1399, begr. St.Pieterskerk, wrsch. zr. van Pieter Woutersz. (Ke. 416 f. 27v., 323 (2) f. 13v., zie Pieter Woutersz. c.s.). Noemde Belie Jan Claasz.dr., begijn te Delft, zijn nicht (Klo. 653, 835). Verm. 1O jan. 1399 als maag en vriend van Heiman Pietersz. en diens zoon Pieter (Secr. 1713).

 

AARND DIRKSZ.

functie: schout 1361.

familie: is hij identiek met Aarnd Dirksz. van Santhorst? (over deze Obreen, Gesch. Wassenaer, 84).

  

HENDRIK DIRKSZ.

functies: kerkmr. St.Pieter 1399-14OO, gasthuismr. 14OO-O1.

 

VOPPE DIRKSZ.

functie: schepen 14O9-1O, 1O-11, 13-14, 14-15, 16-17, 17-18, 18-19.

beroep: bierkoper (1417, Rek. Lei., I 283); gaf het St.Catharinagasthuis 1418-19 een huid (Ga. 334 (27) f. 19v.).

woonhuis: bij de Burchgracht (verm. 12 dec. 1388; Ga. 455 f. 67); 14O7-O8 in St.Pietersparochie woonachtig (Ke. 323 (7) f. 17v.).

borgstelling: * 11 mei 1389 Simon Zomer (Secr. 19 f. 81).

* 5 okt. 14O1 Gijse Dirksz. (Secr. 2O f. 6v.).

* 21 dec. 14O7 Jan Hendrik (Secr. 2O f. 24v.).

* 1O dec 14O7 Gijsbrecht Gijsbrechtsz. die Gruter (Secr. 2O f. 28v.).

* 22 dec. 14O7 Pouwels Pietersz., van Delft (Secr. 2O f. 28v.).

* 28 okt. 14O9 Frank Jansz. (Secr. 2O f. 34v.).

* 3 mrt. 1411 Aarnd Aarndsz. (Secr. 2O f. 4Ov.).

varia: zegel: 3 dwarsbalken resp. beladen met 4, 3 en 1 ster (Ga. 51O, 3 sep. 14O9). Leids poorter 13 mrt. 1367, met 2O pd., borg Jan Costijnsz.;

1368 uitgewezen door de schepenen; opnieuw poorter 13 juli 1372, borg Clenekijn (Secr. 19 f. 9v. en 31). Had 1397-98 met Jan Pietersz. de Leidse hopaccijns in pacht (Ga. 334 (4) f. 1O).

familie: missch. was zijn zoon:

1. mr. Dirk Voppenz.

functie: priester (Denifle, Auctarium, II 48, 1-2); doceerde de artes te Parijs 14O9 (Ibidem, 57, 7-8). Leids schoolmr. 2O sep. 141O (Secr. 84 f. 277v.).

opleiding: studeerde te Parijs (artes), studie voltooid en licentiaat 14O8 (Denifle, Auctarium, II 48, 1-2; 56, 41-42).

  

VAN DER DOBBE

 

I. WILLEM VAN DER DOBBE

ovl. na 1 nov. 1311 (Niermeyer, Bronnen Beneden-Maasgebied, nr. 187).

functie: schepen 1295-96.

beroep: koopman 13O4-O5 (Niermeyer, Bronnen Beneden-Maasgebied, nr. 187).

familie: wrsch. zijn zoon (indien deze dezelfde is als de 25 apr. 1335

vermelde Dirk Willemsz. van der Dobbe, gebruiker van 11 1/2 hond land te Gansoorde in de Waard, Ke. 657):

 

II. DIRK VAN DER DOBBE

ovl. na 25 apr. 1335? (Ke. 657, zie boven).

functie: schepen 1311-12, 15-16, 24-25.

landbezit: * 7 1/2 akker land te Nieuwveen; lasten hierop loste hij 2O juli 132O aan de graaf af; hield het land van deze in leen (GvH. 243 f. 14 en v.; zie Muller, 'Het Oude Register', 178 d.i. De Fremery, Supplement, 175).

Dit leen verkocht hij 24 juli 1327 ten vrij eigen, droeg in ruil land te Wassenaar op:

* 6 1/2 morgen, het Oudeland (GvH. 242 f. 54).

* 4 morgen land te Rijswijk bij Ockenburg, liggend met land van het Leidse St.Catharinagasthuis (dat missch. door Aagte Hendriksdr. van Velsen daaraan was geschonken, Ga. 455 f. 34v.); voor 24 juni verkocht aan heer Jan Rutgersz. (Ke. 322 f. 5).

* land in Heijnenhoeve (d.i. St.Pietershoeve) onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 11 1/2 morgen, 17 gaard 1 vierendeel land alsmede 6 morgen 9 gaard land onder Zoeterwoude, ten zuiden van Leiden, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 1 1/2 morgen 9 gaard land ten noorden van Rodenburger wetering te Zoeterwoude, samen met zijn schoonzoon Huge (wrsch. Batseleer) bezeten, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 12 morgen 72 gaard land eveneens ald., verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 6 morgen 12 gaard land, bij de Heerweg tussen Leiden en Ter Wadding, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

Onduidelijk is in hoeverre de in 1326-3O (in hoefslaglijsten) vermelde complexen dezelfde zijn dan wel elkaar overlappen.

familie: zeer wrsch. verwant met Aagte van Velsen; zijn sloot toen zij de collatie van een door haar ouders gestichte kapelanie aan de H.Geest vermaakte, de nakomelingen van Dirk van der Dobbe nadrukkelijk van de bediening van deze vicarie uit (29 juli 1322; W. 1 f. 2); verder bezat zij land te Rijswijk dat missch. gemene voor wasgelegen met dat van Dirk van de Dobbe (zie hoger, landbezit). Kinderen:

1. Ermgard, verm. 2O juli 132O, op haar en haar kinderen zou een leen van haar vader te Nieuwveen overgaan (GvH. 243 f. 14 en v., zie hoger).

2. Ermtruud, verm. 24 juli 1327, op haar en haar kinderen zou een leen van haar vader te Wassenaar vererven (GvH. 7O9 f. 15). Gezien deze bepaling zal zij de echtgenote zijn van Jan van den Bosch (zie ald.), aangezien diens zoon Dirk later dit leen in handen had. Aanwijzingen voor deze familierelatie zijn verder: de familienaam van Jans zoon van Dirk van der Dobbe, diens zegel en de door Dirks dochter gedragen naam Ermtruud.

3. Alijd Dobben, (verm. van een Alijd Dobben en 'Hoflant' 1326-3O met landbezit aan de Leidse vaart (Ke. 493 f. 87). tr. Huge Batseleer (zie ald.) (Kam, 'Memorieboek', 19O); voor de familierelatie Dirk van der Dobbe-Alijd Dobben pleit: het voorkomen van Dirk van der Dobbe en schoonzoon Huge met landbezit nabij Rodenburger wetering (zie hoger), de familienaam van diens zoons (zie Batseleer) en het voeren van een adelaar in hun zegel door dezen, wat ook Dirk van der Dobbe, zoon van Jan van den Bosch deed.

 

GERRIT DOEDE C.S.

 

I. GERRIT DOEDE

ovl. in of voor 133O (Ke. 493 f. 88, hoefslaglijsten van 1326-3O, daarin verm. van zijn weduwe).

functie: schepen 1296-97, 13O7-O8.

landbezit: * te Zoeterwoude, tussen Zwiet en Zwet, verm. van zijn weduwe als belendster 15 sep. 1341 (Ke. 493 f. 54).

* 5 morgen land bij Groenendijk te Zoeterwoude, voor 24 juni 1331 door zijn weduwe verkocht aan heer Jan Rutgersz.; gemene voor gelegen met Gerrit Rijswijc (Ke. 322 f. 5v.).

* 7 morgen, 1O gaard, 11 voet en 18 1/2 morgen, 3O gaard, 1O voet land, alles te Zoeterwoude ten zuiden van de Zwiet, in handen van zijn weduwe 1326-3O (Ke. 493 f. 88).

* 4 morgen land te Leiderdorp (Snidersmade) (vgl. het landbezit van zijn dr. Elisabeth).

varia: is hij identiek met Gerrit Dode die in 1281 de tiende van Escamp van de graaf en de heer van Wassenaar in leen hield alsmede van de grafelijkheid de lammertiende van Monster, een korentiende te Wateringen, een smaltiende te Naaldwijk en 2O morgen land te Vlaardingen (de Tempel)? (Muller, 'Het Oude Register' 192-193 d.i. De Fremery, Supplement, 179).

familie: tr. Gertrude, ovl. na 15 sep. 1341 (Ke. 493 f. 54). Gerrit Doede zal tot het geslacht van Raephorst hebben behoord en in nauwe relatie hebben gestaan tot Gerrit van Raephorst (ovl. 8 jan. 1325, Van Wijn, Huiszittend Leeven, II 92), immers, Gerrit van Raephorst stichtte in het begin van de veertiende eeuw een kapelanie in de kerk van Leiderdorp, die later door heer Philips Gerrit Doedenz. werd bediend. Verder besprak Claas Gerrit Doedenz. memoriediensten, tweemaal per jaar, voor zichzelf en voornoemde Gerrit van Raephorst en heer Philips, zijn broer bracht daarin zodanige wijziging, dat de memorie van deze Van Raephorst zowel eenmaal met die van Claas als eenmaal per jaar met die van hemzelf ging samenvallen (Ke. 415 f. 3v.-4). Claas' zoon, Gerrit Doede, werd door Willem van Naaldwijk, achterkleinzoon van Gerrit van Raephorst, neef genoemd (Ke. 416 f. 2v.). Bovendien fungeerde heer Philips Gerrit Doedenz. enige tijd als deken van het Naaldwijkse kapittel en bekleedde hij het pastoorsambt van Aarlanderveen, in een heerlijkheid die aan de met de Van Raephorsten verwante familie Van Oudshoorn had toebehoord (vgl. o.m. Hardenberg, Een nieuwe stad, 3O). Het zegel dat heer Philips voert is het balkenwapen van Van Raephorst (vgl. hierna). Heer Philips komt tweemaal voor in relatie tot Jan van Bloemensteijn en Alfer van der Hurst, kleinzonen van genoemde Gerrit van Raephorst, bij aankoop van land van resp. de eerste (dat gemeen lag met land van de tweede) en van beiden (Lhorst. reg. 2O8; inv.nr. 1 f. 92). Kinderen:

1. Claas Gerrit Doedenz.

ovl. 18 feb. 1367, begr. St.Pancras (Ke. 415 f. 3v.).

woonhuis: te Leiderdorp (Ke. 415 f. 3v., Ke. 873).

landbezit: * 24 juni 1353 2 1/2 morgen land, de Menel, te Zoeterwoude, gekocht van Andries Ansoetenz. (Ga. 842).

* Boudijnscamp, 4 morgen , 4 hond land, te Leiderdorp, eertijds behorend aan Splinter van uten Waerde; bij testament van 14 feb. 1367 vermaakte hij St.Pancraskapittel hierop 1 £.pay. rente voor memoriediensten voor hemzelf en heer Gerrit van Raephorst, verder vestigde hij hierop een rente van 5 s.pay. t.b.v. de kerkfabriek van Leiderdorp en voor de H. Geest ald. eveneens 5 s.pay. De verdere opbrengst van het land diende op aanwijzing van zijn broer Philips en zijn zoon Gerrit te worden verdeeld onder zijn arme verwanten (Ke. 873, Ke. 415 f. 3v.-4; na zijn dood daarenboven overdracht van o.m. 2 £.pay. op Boudijnscamp door zijn broer heer Philips). Genoemde executeurs-testamentair droegen Boudijnscamp 1O apr. 1373 over aan het kapittel (Ke. 493 f. 21v.).

* 16 hond land in de Niedel onder Zoeterwoude, 11 feb. 1364 verkocht aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 34v.).

* land te Koudekerk, gepacht van heer Gerrit van Poelgeest, verm. 1354 (GvH. 1442 f. 19).

familie: tr. Machteld (Ke. 418 f. 59); het vrijkwartier in het zegel hun oudste zoon (ruiten) zou erop kunnen wijzen dat zij stamde uit het geslacht Van der Does (Ke. 815 en Leverland, 'Inquisitio conexuum', 92).

Kinderen:

a. Gerrit Doede Claasz.

landbezit: 7 morgen land te Wassenaar, de Liesmade, uit eigen 11 aug. 1375 opgedragen aan Willem van Naaldwijk. Ontving dit weer ten eigen op onbekende datum en verkocht de helft aan zijn oom Philips Gerrit Doedenz., de andere helft aan het St.Pancraskapittel (8 feb. 1384; Ke. 493 f. 12 en v., 416 f. 2v.).

varia: zegel: 3 balken, vrijkwartier ruiten (Ke. 815, 8 feb. 1384). Hij was wellicht identiek met de gelijknamige pachter van de smaltiende van Hazerswoude van 1378 (GvH. 1458 f. 5v.).

familie: tr. Margriet, bastaarddr. van heer Dirk van Teijlingen, getocht 11 aug. 1375 door haar man aan de 1/2 van de Liesmade, deed 11 jan. 1384 daarvan afstand (Ke. 493 f. 12 en 416 f. 2v.). Hun zoon was vermoedelijk:

A. Jan Gerrit Doedenz., clericus, 1398 als student in de artes ingeschreven te Keulen (Keussen, Matrikel Koln, I 38, 27).

b. Jan Claas Gerrit Doedenz. ovl. wrsch. voor 1417-18, toen St.Catharinagasthuis geld ontving dat hij daaraan had vermaakt (Ga. 334 (25) f. 19).

woonhuis: verm. 138O aan de Nieuwe Rijn, de H.Geest bezat hierop 5 s.g.g. rente (W. I 31 f. 11); 5 feb. 1383 aan St.Pancraskerkhof (Ke. 415 f. 9O).

varia: Leids poorter 16 okt. 1367 met 12 £, borg Aarnd heren Jansz. (Secr. 19 f. 12).

familie: tr. Alijd, verm. 14OO (RA. 5O f. 32v.). Dochter:

A. Femense, ovl. 14O3-O4, liet zowel St.Pieterskerk als St.Catharinagasthuis 5 s.pay. na (Ke. 323 (6) f. 16, Ga. 334 (1O) f. 11v.).

c. Dochter, tr. Dirk Poes. Kinderen:

A. Claas Dirk Poesz. (Ke. 418 f. 74v.).

ovl. juli 1399 aan de pest, begr. St.Pancraskerk.

functie: clericus, kanunnik van St.Pancras, 14 feb. 1391 aangesteld door heer Philips Gerrit Doedenz. tot bedienaar van St. Catharinaprebende (Ke. 416 f. 27, 322 f. 14).

B. Katrine (Ke. 418 f. 74v.).

ovl. 1399, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 27).

familie: tr. Jan Dirksz. van Zijl, hij droeg voor haar memorie St-Pancraskerk 6 £.pay. over en ovl. 1399-14OO (Ke. 416 f. 27, Kam, 'Van Zijl', 195).

2. Heer Philips Gerrit Doedenz., volgt II.

3. Elisabeth (Ke. 322 f. 13v.); tr. Andries Ansoetenz.; met haar man schonk zij 3O juni 1349 de H.Geest te Leiden 4 morgen land te Leiderdorp (Snidersmade). Dit land zal zij bij haar huwelijk hebben ingebracht, aangezien heer Philips en Claas, haar broers, als rechte erfgenamen, toestemming tot deze schenking gaven (W 1 f. 16; zie Ane Soete c.s.).

 

II. HEER PHILIPS GERRIT DOEDENZ.

ovl. 19 mrt. 1391, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 16v.).

functie: priester, verm. sinds 3O juni 1349 (W. 2 f. 13); Pastoor van Aarlanderveen verm. 24 apr. 1361-6 apr. 137O (Ke. 493 f. 19 en 21v.). Vele jaren vicaris van de Raephorst-vicarie te Leiderdorp, die 15 mrt. 1376 werd overgebracht naar de St.Pancras, terwijl uit de goederen 2 prebenden werden gevormd door de collator Willem van Naaldwijk: die van St.Nicolaas, waarvoor met instemming van heer Philips een prebendaris werd benoemd en van O.L.Vrouw, die vacant bleef; de goederen van de laatste zullen voor Philips zijn gebleven (Ke. 493 f. 52v., Leverland, 'Kapittel St. Pancras', 83-84). Deken van Naaldwijk sedert 1379, deed 1 nov. 1382 afstand (Kon. Bibl., Codex 73 E 38 f. 24v.).

woonhuis: aan St.Pancraskerkgracht, strekkend tot de Middelweg; erkende 3O apr. 1358 hierop en op land te Koudekerk 5 £.pay. rente schuldig te zijn aan het klooster Leeuwenhorst; verplaatste de rente 3O apr. 1365 (Lwnhorst reg. 2O8 en 1 f. 92); 15 mrt. 1376 vermelding van 1O s.pay. rente die Jutte van Naaldwijk, priorin van Rijnsburg, op dit huis en erf had geschonken aan de hoger genoemde vroegere Raephorstvicarie (Ke. 493 f. 52v.). Ook 26 apr. 1376, toen hij 1O s. rente hierop gevestigd schonk aan de prebenden van St.Nicolaas en O.L. Vrouw (Ke. 493 f. 52v.) en 1384 verm. van zijn huis alhier (Ke. 416 f. 4). Zijn huis belendde 14 feb. 1391 aan een huis aan de Hooigracht (Ke. 322 f. 13v.).

huisbezit: een huis en erf te Marendorp, aan de straat (3O apr. 1379, Klo. 912 f. 99v.).

landbezit: * 11 en 3 1/2 morgen land te Woubrugge, 1O apr. 1373 geschonken aan zijn prebende (Ke. 493 f. 21v.).

* huurder van 4 morgen land (Snidersmade) aan de Zijl te Leiderdorp, van de Leidse H.Geest, verm. 4 dec. 1363 (W. 1 f. 2O). Dit land was door zijn zwager en zuster aan de H.Geest verkocht (zie ald.).

* 4 morgen 2 hond land (Honghercamp) te Leiderdorp, 24 apr. 1361 verkocht aan heer Volprecht van den Woude (Ke. 493 f. 19).

* 7 morgen land te 's-Gravenzande; 1/4 van de inkomsten schonk hij 14 feb. 1391 aan zijn vicarie (Ke. 322 f. 13v.).

* 3 morgen land tussen Zijl en Mare te Leiderdorp, verm. 3O apr. 1365; 14 feb. 1391 aan zijn vicarie geschonken (Lhorst. 1 f. 92, Ke. 322 f. 13v.).

* 4 morgen land tussen Zijl en Mare te Leiderdorp, vestigde hierop 3O apr. 1365 5 £.pay. rente t.b.v. het klooster Leeuwenhorst; 26 dec. 138O geschonken aan St.Pancraskapittel voor zijn memorie; de opbrengst behield hij tot zijn dood; het kapittel had er reeds 2 oude Franse schilden en 1O s.pay. op (Lhorst. 1 f. 92, Ke. 415 f. 73v.).

* 5 morgen land te De Lier voor 3O apr. 1365 gekocht; tot die datum was er een deel van 5 £ rente op gevestigd t.b.v. het klooster Leeuwenhorst (zie hoger).

* 3 morgen land te Koudekerk, hierop verklaarde hij 3O apr. 1358 een deel van 5 £ rente schuldig te zijn t.b.v. het klooster Leeuwenhorst. * land te Naaldwijk, gekocht van Willem van Naaldwijk; dit vermaakte hij bij testament aan de H.Geest te Naaldwijk (25 apr. 139O) onder beding van uitreiking van 32 s.pay. p.j. aan het kapittel aldaar t.b.v. de 4 'festa composita' die hij in de kapittelkerk stichtte alsmede t.b.v. de huiszitten ald. en de memorie van zijn ouders (Kon. Bibl., Codex 73 E 38 f. 28).

* 8 feb. 1384 1/2 van 7 morgen land, de Liesmade, te Wassenaar, 28 mei 1385 aan het kapittel van St.Pancras verkocht (Ke. 493 f. 76v.).

rentebezit: * renten 14 of 15 feb. 1391 aan zijn Catharinakapelanie vermaakt (Ke. 322 f. 13v. en 944): - 4 s.g.g. met houde op Gerrit

Zeveritsz.'s huis en erf;

- 4 s.g.g. met houde op Jan van Alkemades huis en erf daarnaast;

- 4 s.g.g. met houde op het huis en erf van Dammas Zegersz.'s erfgenamen;

- 3O s.g.g. op een huis en erf aan de Hooigracht;

- 14 s.g.g. met houde en 9 hoenders op het huis en erf van Jan van Meerburch te Leiderdorp;

- 9 s.g.g. met houde en 5 hoenders op een huis en erf te Marendorp;

- 1O s.g.g. met houde en 5 hoenders op een huis en erf te Marendorp;

- 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden;

- 3O s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

- 1 £.pay. op een huis en erf te Marendorp;

- 4 s.pay. op een huis en erf aan St.Pancraskerkhof en

- 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden.

Overige renten: * 2 £.pay. op een huis en erf aan de Hooigracht, 1367 na ovl. van zijn broer geschonken aan het kapittel t.b.v. de armen, evenals 3 £.pay. op al zijn bezit (Ke. 415 f. 4).

* 1O mei 1375 2 oude Franse schilden op 2 morgen land te Bodegraven, door hem 7 jan. 1376 overgedragen aan het kapittel (Ke. 493 f. 65v.).

stichtingen (Ke. 493 f. 21v., Ke. 944 en 322 f. 13v.): 1. St.Catharina-prebende in St.-Pancraskerk 1O apr. 1373; zie voor schenkingen hieraan zijn landbezit en dat van zijn broer Claas; de meeropbrengst was voor zijn memorie. Tot prebendaris stelde hij 14 feb. 1391 Willem van der Haer aan, clericus ovl. 2O okt. 1415 (Ke. 416 f. 54), met de bepaling dat zodra de prebende vrij kwam zijn bastaard Johannes bedienaar zou worden. Collator na hem zou zijn neef Gerrit Doede Claasz. zijn. 2. St.Catharinavicarie in St.

Pieterskerk 14 feb. 1391.

schenkingen: zie land- en rentebezit. Tot vicaris wees hij zijn verwant Claas Dirk Poesz. aan. Gedurende zijn leven behield heer Philips de inkomsten van de vicarie zelf. Tot collator stelde hij zijn neef Gerrit Doede aan dan wel diens nageslacht na hem. Bisschoppelijke bekrachtiging 8 apr. 1392 (Ke. 322 f. 16, Ke. 944). Bedienaren van beide stichtingen dienden aldoor uit het nageslacht van hemzelf of zijn broer Claas te komen (bepaling van 1391).

varia: zegel: 3 dwarsbalken, vrijkwartier een meerblad (3O apr. 1365, Lhorst. 244). Begunstigde de huiszitten (Ke. 415 f. 61v.).

familie: noemde zijn verwanten: Claas Dirk Poesz. en Willem van der Haer (zie stichtingen). In dit verband dient te worden opgemerkt dat hij gelden uit de goederen van zijn Catharinavicarie bestemde voor de memorie van

wijlen jvr. Badeloge van der Haer (Ke. 322 f. 13v.). bastaard:

Johannes, verm. 14 feb. 1391 (zie stichtingen).

 

WOUTER ECKENZ. C.S.

 

I. WOUTER ECKENZ. (of HENDRIKSZ.)

functie: burgemr. 1373-74, 83-84, 84-85; geestmr. 1372-73.

woonhuis: aan de Mare in Noeijde steeg, verm. 5 juni 1383; hierop hadden heer Frank Gerritsz. Rijswijc en zijn vader voor hem 1 £.g.g. rente (Ke. 493 f. 38). Verm. als belender te Marendorp 12 juni 1388 (Ke. 493 f. 77v.).

borgstelling: * 19 dec. 1373 Wigger Gerritsz., van Voorschoten (Secr. 19 f. 36v.).

* 15 mei 1386 Jacob Dirk Adamsz.z., van Delft (Secr. 19 f. 74).

* 1 nov. 1388 Jan Claas Gerritsz.z. (Secr. 19 f. 78v.).

familie: zoon:

II. HENDRIK WOUTER ECKENZ.Z.

functie: schepen 14O8-O9, 13-14; kerkmr. van St.Pieter 1417-18.

varia: zegel: gevierendeeld, 1e kwartier een leeuw (Klo 665, 4 mrt. 14O9).

  

GERRIT EMMENZ. C.S.

In oude genealogieen wordt dit geslacht tot de Van Zwietens gerekend, hetgeen zeer waarschijnlijk is gezien het zegel van Gerrit Emmen Jacobsz.,

dat overeenkomt met het oudst bekende Van Zwietenzegel, uit 1319, van Dirk van Zwieten (Klo. 1O74), alleen heeft de leeuw bij Gerrit een schuinstaak gekregen. Hetzelfde zegel wordt door Gillis van Zwieten gevoerd (vgl. Van Kan, 'Van Zwieten', I 44 en Leverland, 'Philips van Leyden', 73; zie Van Zwieten).

 

I. GERRIT EMMENZ.

ovl. tussen 11 nov. 1342 en 31 mrt. 1346 (Ke. 493 f. 32v. en Ke. 97O).

landbezit: * is hij identiek met de gelijknamige pachter van grafelijk land te Slancwijc onder Nieuwenbroek in 1315-17? (Hamaker, Rek. Holl., I 17, 94 en 31).

* 7 sep. 1339 4 morgen 4 hond land, Swinshoerne aan de Mare te Leiderdorp (Ke. 493 f. 22).

* 1/2 van de Brigmade te Leiderdorp, voor 11 nov. 1342 gekocht, had toen de koopsom voldaan (Ke. 493 f. 32v.).

* een erf te Leiderdorp, voor 11 nov. 1342 gekocht (Ke. 493 f. 32v.).

familie: tr. Katrine, ovl. 18 mrt. 1368; zij liet voor haar memorie 1O s. g.g. rente na; (Ke. 415 f. 16; tr. 1e Jan den Hoesche, zie ald.). Zij

schonk 31 mrt. 1346 Swinshoerne te Leiderdorp aan haar zoon heer Pieter (Ke. 97O). Stichtte 26 jan. 1355 bij testament een vicarie, te vestigen waar haar zoons Jacob en Pieter wilden (dat zou St.Pancraskerk worden) en schonk daaraan Swinshoerne, de helft van de Brigmade en de Coppencamp te Leiderdorp, alsmede 1O s.g.g. rente op 5 morgen land te Zoeterwoude en 1 £. g.g. op een huis bij de Steenschuur. Na haar ovl. zou de collatie zijn voor haar zoon Jacob Gerritsz. of het nageslacht van haar (2e) man. Tot vicaris stelde zij haar zoon Pieter aan. De stichting werd bezegeld door haar neef Hendrik Diddeboeij (van Catwijck) (Ke. 493 f. 31v.). Te Leiden bezat zij per 22 jan. 1355 1O s.g.g. rente op een huis en erf aan de Vollersgracht (W. 2 f. 84 en tafel). Vermoedelijk liet zij t.b.v. de prebende van haar zoon na: 1 1/2 hond land te Oegstgeest; 1 morgen land aan de Oudendam ald. en 1/2 morgen land bij de Valkenburgerweg ald.; e.e.a. werd althans door haar zoons heer Pieter den Hoesche en Jacob Gerritsz. 6 nov. 1368 overgedragen aan de prebende van heer Pieter den Hoesche (Ke. 493 f. 34v.).

Zij woonde missch. aan de Breestraat, althans 27 okt. 1361 en 12 mrt. 1363

vermeld als belendster aan de Vollersgracht (W. 1 19 en 28v.). Zoon:

 

II. JACOB GERRIT EMMENZ.

ovl. 14 jan. 137O (Ke. 415 f. 3O).

functie: schepen 1356-57, 62-63, 66-67.

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 5 sep. 1358 dit was 14 okt. 1372 in handen van Willem Willemsz. (GvH. 226 f. 2 en 129v.).

landbezit: * land te Zoeterwoude tussen Leiden en Waddingersluis, verm. 21 feb. 1376 van zijn erfgenamen (Ke. 493 f. 66).

rentebezit: * 13 dec. 1363 1 £.pay. op een huis en erf aan de Rijn, naast St.Catharinagasthuis, later in handen van heer Pieter den Hoesche (Ke. 415 f. 43v.).

* 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden, voor memoriediensten aan St. Pancraskapittel vermaakt (Ke. 415 f. 3O).

borgstelling: wrsch.: 16 mei 1369 Hendrik Diddeboeijsz. (van Catwijck) (Secr. 19 f. 19, zie ald.).

varia: zegel: de Leidse sleutels, een ster in het schildhoofd (Klo. 671, 22 mei 1357).

familie: tr. Liddeld Gerritsdr. Rijswijc (zie ald.; Ga. 44O f. 27v, Ke. 415 f. 3O). Kinderen:

1. Pieter Emmenz.

ovl. voor 29 okt. 1391 (Ga. 455 f. 17).

familie: tr. Ave, ovl. 4 dec. 1396, begr. St.Pancraskerk, die zij 7 £. pay. naliet voor memoriediensten (Ke. 416 f. 23v.). Verm. als belendster aan de achterzijde van erven aan St.Joostgracht (Ga. 455 f. 17).

2. Gerrit Emme Jacobsz., volgt III.

3. Geertruud

ovl. 22 nov. 14OO, begr. St.Pieterskerk (Ke. 416 f. 33).

stichting: 1 aug. 14OO St.Catharinavicarie op St.Nicolaasaltaar in St. Pieterkerk; schonk daaraan 1O hond land aan de Singel te Zoeterwoude, 9 £.pay. rente op het huis van haar broer Gerrit (zie ald.); 5 £ 14 s.g.g. rente op hofsteden bij de Hogewoerd, afkomstig van haar man (zie ald.) en 1 £.g.g. rente, door haarzelf gekocht. De collatie zou zijn voor haar broer Gerrit of diens nageslacht dan wel voor haar zr. Katrine of haar nageslacht. Vicaris werd Jacob Gerritsz., haar neef; 7 sep. 14OO bisschoppelijke bevestiging (Ke. 322 f. 18v.-19v.).

schenking: 15 £ gelds pay. aan St.Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 416 f. 33); ook St.Pieterskerk ontving dit bedrag (Ke. 323 (4) f. 13v.).

familie: tr. Baarnd Jansz. van Leijden (zie ald.).

4. Katrine (Ke. 416 f. 33)

 

III. GERRIT EMMEN JACOBSZ.

ovl. 25 juli 1433, begr. St.Pieterskerk (Ke. 416 f. 89).

functies: schepen 96-97, 98-99, 14O8-O9, burgemr. 1399-14OO, OO-O1, O8-O9,

geestmr. 1391-92, 93-94, 94-95; kerkmr. van St.Pieter 1392-93, 97-98, 14O7-O8, O8-O9, O9-1O, 1O-11, 11-12, 12-13, 13-14.

beroep: exploiteerde wrsch. een kalkoven (vgl. leveranties van kalk 14O9-1O en 1414-15, Ke. 323 (8) f. 19, GvH. 1489 f. 48); won turf te Benthorn

(verm. 14O5-12; GvH. 1482 f. 6, 1485 f. 9, 1488 f. 7).

woonhuis: aan de Nieuwe Rijn, achter uitkomend aan de Burcht, gekocht van Gerrit Willem IJsbrandsz.z. tegen een rente van 5 s.pay. die hierop werd gevestigd (2 sep. 1385); dit was later het huis van de schilder Cornelis Engebrechtsz. (Ga. 456 p. 46; vgl. Blok, Hollandsche stad, I 324). Zijn zuster Geertruud bezat hierop 9 £.pay. rente, die zij 1 aug. 14OO aan haar vicarie schonk (Ke. 322 f. 18v.). Verkocht achter zijn huis 8 roeden erf, waarop een rente t.b.v. St.Pieterskerk, 14O2-O3 aan Bertelmeeus IJmmenz. (Ke. 323 (5) f. 18).

huisbezit: * een huis en erf aan St.Joostgracht, hierop vestigde hij 1 £. pay. rente die hij 19 okt. 139O aan St.Catharinagasthuis verkocht (Ga. 455 f. 16v.).

* een huis en erf te Leiden, gekocht bij gerechtelijke verkoop 24 juni 1399 (RA. 5O f. 29).

landbezit: * land te Zoeterwoude, verm. 26 juni 14O8 (Charters Warmond 14).

* veenland te Benthorn (zie beroep).

rentebezit: 25 sep. 1398 4O s.pay. op een huis en erf aan de Middelweg, overdracht aan de H.Geest 1O dec. 14O9 (W. 1 f. 1O5v.).

borgstelling: * 29 nov. 1381 Jan Nannenz. (Secr. 19 f. 56).

* 26 mei 1413 Lijsbet Scepens (Secr. 2O f. 45v.).

* 2 juli 1413 Huge Willemsz., van Hazerswoude (Secr. 2O f. 45v.).

schenking: 9 feb. 1415 samen met zijn zoon Simon Frederik 6 £ 13 s. 4 p. pay. op al hun bezit, aan St.Pancraskapittel t.b.v. St.Jeronimusprebende, gesticht door heer Frank Gerritsz. Rijswijc (Ke. 936).

varia: zegel: 3 violen, een bloem in het schildhoofd (2 okt. 1394, Agn.bhf. 48), voerde later een leeuw met schuinbalk in het schildhoofd (13 okt. 1396 W. Afd. A pf. IV nr. 3O); 25 sep. 1396 aangesteld tot collator van St. Jeronimusprebende, na de dood van zijn oom, de stichter, heer Frank Gerritsz. (Ke. 493 f. 58).

familie: tr. Agniese, dr. van Herman Willemsz. (zie Willem Luutgardenz. c.s.), ovl. tussen 25 juli 1433 en 9 aug. 1435 (Ke. 416 f. 89, 493 f. 57v, W. 1 f. 1O5v.). Zij kocht 14O3-O4 2 kerkstoelen in St.Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 15). Kinderen:

1. Simon Frederik van Zwieten

functies: burgemr. 141O-11, rentmr. van Woerden sinds 16 sep. 142O (GvH. 895 f. 94).

schenking: zie vader.

2. mr. Jacob. Gerrit Emmenz.

functie: vicaris van St.Catharinakapelanie, gesticht door zijn tante, sinds 7 sep. 14OO (Ke. 322 f. 19v.).

rentebezit: * 7 s. 4 p.pay. met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 12 mei 1415 (RA. 5O f. 149).

3. IJda, tr. voor 6 dec. 14O9 Bartout van Assendelft, die toen als schoonzoon van Gerrit Emmen Jacobsz. Leids poorter werd met 4O £ en Gerrit Poesz. als borg (Van Gouthoeven, Chronijcke, 2O5, Secr. 2O f. 36). Zelf stond hij 13 dec. 1411 borg toen zijn zoon Gerrit poorter werd (Secr. 2O f. 42v.). N.B.: de naam IJda komt alleen voor bij Van Gouthoeven; in de Leidse stadsrekeningen wordt een Lijsbeth vermeld als Bartouts echtgenote (27 dec. 1412; Rek. Lei., I 229); was dit een 2e echtgenote of luidde haar naam niet IJda maar Lijsbeth?

 

HEER PHILIPS ERMEGARDENZ. C.S.

 

I. JAN MEIJNSEN (Ke. 418 f. 73).

tr. Ermgard (Ke. 415 f. 37). Kinderen:

1. Philips Ermegardenz.

ovl. 29 juni 1372, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 37).

functie: priester (Ke. 415 f. 31).

woonhuis: St.Pietersparochie, nabij het Gravensteen, in de straat die leidde naar de stadsmuur. Hierop liet hij 2 £.pay. rente na voor memoriediensten, t.b.v. St.Pancraskerk, deze rente werd door zijn erfgenamen afgekocht met 2O £.pay. (Ke. 415 f. 37).

familie: bastaardzoon:

a. Jan Roesche, werd 16 okt. 1369 Leids poorter met 12 £, zonder borg (Secr. 19 f. 21).

2. Heer Nicolaas; priester (Ke. 415 f. 37).

3. mr. Thomas (Dammas Jansz.) (Ke. 415 f. 37).

functie: schepen 1324-25, 28-29, 3O-31.

4. Heer Wit Jan alias Jan Meijsenz. (vergl. Ke. 493 f. 87 en NH Kerkvoogdij

B 1 2O31 f. 7v.).

ovl. 24 juli 137O (Ke. 415 f. 31).

functie: priester, pastoor van Koudekerk a.d. Rijn verm. 13 dec. 1333 (NH. Kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7 e.v.), vicaris van een van heer Pieter van Leijdens vicarieen verm. ca. 1326-3O en 13 dec. 1333 (Ke. 493 f. 87, NH. Kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7v.).

huisbezit: een huis en erf bij de Oude Rijn, verm. 25 apr. 1363 (Ga. 455 f. 14v.). Betaalde 1363 4 s. hofstedehuur te Leiden aan de graaf (GvH. 19 f. 11v.).

rentebezit: 1 £.pay. op een huis en erf aan de Breestraat, vermaakt aan St.Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 415 f. 31).

@@landbezit: * 2 morgen land aan de Doeswetering bij de sluis te Leiderdorp.

* 2 1/2 morgen land aan de Vliet bij de Grote Weijde te Zoeterwoude; genoemd land droeg hij over aan zijn vicarie (Ke. 42O f. 33).

stichting: vicarie van St.Jan Baptist in St.Pancraskerk (Ke. 42O f. 33, 493 tussen f. 6O en 61).

varia: trad 13 dec. 1333 op als een der executeurs-test. van heer Pieter van Leijden (NH. Kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7).

familie: dat hij een zoon was van Jan Meijsenz. en Ermgard valt af te leiden uit het volgende: hij droeg het patronym Jan Meijsenz., de kinderen van Zeger en Elisabeth Ermegardendr. alsmede Wolbrand Hugenz. noemen hem oom (Ke. 42O f. 33, zie Dammas Zegersz. c.s. en Huge Wolbrandsz.) en een rente die hij aan St.Pancraskerk vermaakte kwam via heer Philips Ermegardenz. in handen van die kerk (415 f. 31). Het is opvallend dat heer Jan behalve voor zichzelf tevens memoriediensten besprak voor heer Jan Rutgersz. van Leijden (Ke. 415 f. 31), bekleedde hij soms de door deze in 1331 gestichte vicarie van St.Jan Baptist in St.Pieterskerk? (ook de vicarie die hijzelf stichtte was aan deze gewijd). Gezien het feit dat heer Jan een vicarie gesticht door heer Pieter van Leijden bekleedde, moet hij tot diens verwanten hebben behoord (Ke. 322 f. 1 e.v.).

5. Elisabeth (Ke. 415 f. 37); ovl. voor 18 aug. 1369, begr. St.Pancraskerk

(Ke. 415 f. 25); tr. Zeger (zie Dammas Zegersz. c.s.).

6. Alijd Zoeten (Ke. 415 f. 37).

 

FLORENTIUS PUER (FLORIS HET KIND)

functie: schepen 25 nov. 126O.

 

GIJSBRECHT FLORISZ. C.S.

 

I. GIJSBRECHT FLORISZ.

ovl. 24 mei 1368, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 5v.).

woonhuis: in St.Pietersparochie (Ke. 415 f. 5v.).

landbezit: * 2 morgen en 2 hond land op de Mersch te Leiderdorp (de Coppencamp), gekocht van Floris van der Woerd; machtigde 2O sep. 1352 zijn vrouw om dit land te verkopen, 7 feb. 1353 verkocht hij de Coppencamp samen met haar aan heer Pieter den Hoesche (Ke. 7O8).

* land te Leiderdorp bij de Mare, verm. van zijn erfgenamen 7 mrt. 1372 (Ke. 894).

rentebezit: * 13 jan. 1359 21 p.g.g. met houde op 2 erven aan de Breestraat (Rijnzijde), gekocht van Pieter Simonsz. (Ke. 6O2).

* 1 £.g.g. alsmede 17 s. 3 p.g.g. op 2 naast elkaar gelegen huizen te Maren dorp; 17 mrt. 1366 aan heer Pieter den Hoesche verkocht (Ke. 493 f. 33v.).

* 3O s.pay. op 2 hofsteden aan het Rapenburg, vermaakt t.b.v. memoriediensten aan St.Pancraskapittel; zijn zoon Floris droeg de rente 6 aug. 1372 over (Ke. 415 f. 5v.).

varia: zegel: 2 ruiten, onder elkaar (7 feb. 1353, Ke. 7O8). Verzoende zich 27 mrt. 1354 met de graaf, tegen betaling van 4O schilden (GvH. 244 f. 59).

familie: zoon van Floris en Reijnburg (Ke. 415 f. 5v.). tr. Elisabeth dr. van Wouter van den Veen; heer Pieter den Hoesche was haar neef (Ke. 415 f. 5v., 7O8). Kinderen:

1. Floris, volgt II.

2. Katrine (Ke. 415 f. 5v, Ga. 44O f. 16v en 35 v.).

ovl. in of na 1415 (RA. 5O f. 147).

landbezit: * 2 juli 1399 44 morgen land op de Harnas bij Delft, grfl. leen, afkomstig van haar broer; verzocht voor dit oorspr. Polaanse leen ook bij de hofstad Polanen om belening (Ke. 877). Droeg dit land 18 juni 1411 op t.b.v. haar neef Jan Florisz., die de helft weer aan haar opdroeg (GvH. 741 f. 23).

* land te Leiderdorp, verm. 9 mei 1393 (W. 1 f. 79v.).

* 8 feb. 1399 landerijen, lenen van de hofstad Egmond, afkomstig van haar broer (Ke. 877).

* 2/3 van 11 1/2 hond land aan de Mare te Oegstgeest, belendend o.m. land van haarzelf, verkocht aan St.Catharinagasthuis 18 juli 1391 (Ga. 455 f. 23).

* land aan de Mare te Leiderdorp, verm. 9 mei 1393 (W. 1 f. 79v.).

* 2/3 van 11 11/2 hond land te Oegstgeest, verkocht aan St.Catharinagasthuis 15 juli 1399 (Ga. 685).

rentebezit: * 2 juli 1399 22 £ Holl. uit de erfpacht in heer Enghebrechtsbroec bij Rotterdam, grfl. leen afkomstig van haar broer (Ke.

877).

* 2 juli 1399 5O hoenders p.j. uit Aernt Enghebrechtsz.'s ambacht, grfl. leen afkomstig van haar broer, beide lenen droeg zij 18 juni 1411 op t.b.v. haar neef Jan Florisz. (Ke. 877, GvH. 23O f. 79).

* 17 apr. 1389 pandbrief van 15 £ 4 s. 4 p.pay. op het huis en erf van Dirk Hardebol, afgeschat 3O nov. 1394 (RA. 5O f. 3v.).

* 13 juli 139O 24 s. 1 p.pay. op voornoemd huis en erf (ibidem).

* 5 s.pay. op een huis en erf in het Noordeinde, deze rente bewees zij 19 jan. 1398 aan de H.Geest, i.p.v. 5 s. op een huis en erf in de

Maarsmanstraat (DuO. 1978 f. 13 en v.).

* 37 s. 6 p.g.g. op een huis en erf te Leiden, verm. 1415 (RA. 5O f. 147).

* 7 s.pay. op een huis en erf aan St.Joostgracht 2 sep. 14OO verkocht aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 53).

familie: Zij had uit een relatie met Claas Horst twee zoons (zie Van den Damme). tr. 1e Dirk Coenen Matthijsz. (zie ald.), tr. 2e Willem Smeder (zie ald.).

3. Sophie (Ke. 415 f. 5c, Ga. 44O f. 16v.).

 

II. FLORIS GIJSBRECHTSZ.

ovl. tussen 31 aug. 1398 en 8 feb. 1399 (Ke. 877).

functies: schout 1368-voor 4 dec. 1371, rentmr. van Noord-Holland 138O-83 (zie hfdst. 6), grfl. kamerling verm. 1O sep. 1386-6 sep. 1389 (Ke. 694, 877, zie hfdst. 6), meesterknaap van de herberg 1386-88 (GvH. 1388 f. 37 en 1389 f. 36); rentmr. van Oostfriesland, Oostergo en Westergo 31 aug. 1398 (Scheffer, Beveelboeken, I 46 d.i. GvH. 892 f. 63v.).

woonhuis: aan St.Pieterskerkhof, achter strekkend tot de Vollersgracht, 2 apr. 1383 opgedragen aan de gravin en in leen ontvangen; bij ovl. te komen op zijn zusterszoon Gijsbrecht Claasz. (GvH. 226 f. 215). Dit huis werd voor 1O sep. 1386 door hem voor de ontvangst van de graaf en zijn gevolg ingericht (Ke. 694). Hij verbeurde het wrsch. niet, althans uit de bronnen blijkt daarvan niets. Zijn vrouw zal in het genot van dit huis zijn gebleven, zij was eraan getocht en had het recht het huis na Floris' dood te behouden.

huisbezit: * een verhuurd huis en erf aan het einde van Huge Claasz. Van der Burchs steeg (die liep vanaf de Breestraat, zie Van der Burch), hierop rustte een rente met de houde t.b.v. Jan van Leijden; verbeurd 1392-94 (GvH. 228 f. 169).

* een huis en erf aan de Vollersgracht, belast met een rente met houde t.b.v. Dirk die Bruun; hij was wrsch. op dit huis de H.Geest 1O s.g.g. rente verschuldigd en op een daarbij gelegen kamer 1 £.g.g. Hij verbeurde het huis en erf in 1392-94 (GvH. 228 f. 168v.).

* 2/3 deel van een huis tussen Schiedam en Vlaardingen, verbeurd 1392-94 (GvH. 228 f. 174v.).

ambacht: 138. een ambacht te Schiedam alsmede 22 £ Holl. p.j. uit de erfpacht in heer Enghebrechtsbroec bij Rotterdam, grfl. leen (15 aug. 1386 erfleen; GvH. 226 f. 24O). Verbeurde e.e.a.; na vergiffenis 1 mei 1397 opnieuw beleend (dan is bovendien sprake van 5O hoenders uit Aernt Enghebrechtsz.'s ambacht (GvH. 228 f. 345).

landbezit: * 3O mrt. een boomgaard en hofstad tussen stadsvest en Rijn in Marendorp; 8 morgen land aan de Leidse vaart in Rodenburger vliet te Zoeterwoude en 9 morgen 2 hond land aan de Buurweg te Lisse; verbeurd 1392-94 (Ke. 576, GvH. 228 f. 174v.).

* 14 1/2 gemeten land te Lombardijen bij Rotterdam en 5 gemeten land te Poortugaal, geruild met Zweder van Gaesbeek, Putten en Strijen tegen:

* 1 apr. 1381 18 gemeten land aan de IJssel (Ke. 696).

* 1 nov. 1381 4O £ uit 44 morgen land op de Harnas bij Delft, Polaans leen (achterleen van de grafelijkheid, Nass. Dom. 44 (6461) f. 281); verbeurd, opnieuw beleend 1 mei 1397, dan is van 44 morgen met ambachtsheerlijke rechten sprake (GvH. 228 f. 165 en 345 en v.).

* 11 apr. 1384 5 1/2 morgen land in de Hoge Waard te Koudekerk a.d. Rijn (GvH. 226 f. 215v.).

* 1O sep. 1386 14O morgen veenland te Bleiswijk en Zevenhuizen met erfhuur van 2 s.g.g. p.j. per morgen, (waarvan voor de graaf 12 p.); van de graaf ontvangen i.v.m. gemaakte kosten aan zijn huis te Leiden t.b.v. de grafelijkheid (zie ald.; bekrachtiging van de brief 24 jan. 139O, Ke. 694).

Dit veenland gaf hij pacht uit. Hij verbeurde dit land (zie hfdst. 3).

* land te Oegstgeest, verm. 3 mrt. 1391 (W. 1 f. 71v.).

* 14 morgen land achter Boschuijsen, de Kerfmade, onder Zoeterwoude, verbeurd 1394 (GvH. 228 f. 126).

* een erf op de hoeve strekkend uit de oude Leidse vest; hierop rustte 17 s. pacht; 1394 verbeurd (GvH. 228 f. 143).

* 11 morgen land te Voorschoten, verbeurd 1394 (ibidem).

* een Egmonds leen, 8 feb. 1399 verm. van de belening van zijn zr. na hem (Ke. 877).

rentebezit:

* 1 nov. 1381 4O £.pay. uit 44 morgen land op de Harnas: zie landbezit.

* 44 £.pay. 19 s. 6 p. op Gerrit Heinenz.' boomgaard te Marendorp (zie landbezit).

* 4O s.pay. op een hofstad te Marendorp; beide renten 1394 verbeurd (GvH. 228 f. 126).

borgstelling: * 1O apr. 137O Claas Bertelmeeusz. (Secr. 19 f. 21v.).

* 1O apr. 137O IJsbrand Albrechtsz. (Secr. 19 f. 21v.).

* 2O juli 137O Jacob Hendriksz. (Secr. 19 f. 22).

* 7 jan. 1371 Jan van Voirburch (Secr. 19 f. 28).

* 4 juni 1373 Dirk Hendriksz., van Katwijk (Secr. 19 f. 34).

varia: grfl. tollenaar te Gouda 1375-77 (GvH. 1233 f. 6, 1234 f. 7), te Geervliet 1378 (GvH. 1235 f. 6), te Geervliet en Strienemonde 1385-89 (GvH. 124O I f. 36v., 1241 f. 55, 1242 f. 27, 28, 1243 I f. 71, GvH. 21OO, 1388 f. 13 en 1389 f. 15). Pachtte 1377 van de graaf van Blois een tiende bij Doedijnslaan onder Zoeterwoude (Gr.v.Blois 1O5 f. 18); beleend 15 aug. 1386 met een smaltiende te Leiden, verbeurd (GvH. 228 f. 174v. en 241v.).

Kreeg 15 okt. 1383 kwijtschelding van de hertog voor wat hij misdaan had (Ke. 877). 4 aug. 1392 gebeurde dit opnieuw, tevens werden toen alle brieven aan hem verleend alsmede de gedane verkopen door hem, bekrachtigd (Ke. 877). Viel (wrsch. 1392) in ongenade en verbeurde zijn goederen, die in 1394-95 in andere handen overgingen (zie hoger). Werd 25 jan. 1396 weer in genade aangenomen (bevond zich toen in hechtenis te 's-Gravenhage) en in het bezit van zijn goederen gesteld (Ke. 877).

familie: tr. voor 9 mei 1376 (Ke. 1O14) IJde, dr. van Willem Willemsz. (zie Willem Luutgardenz. c.s.) Hij tochtte haar 2 apr. 1383 aan hun woonhuis te Leiden aan St.Pieterskerkhof (GvH. 226 f. 215). Kinderen:

1. Gijsbrecht Florisz.

functie: grfl. klerk van de kost verm. 25 jan 139O (GvH. 226 f. 31Ov.).

landbezit: * 14 morgen land te Leiderdorp, leen van de Utrechtse domproostdij, 16 mrt. 14O2 verm.; 7 juni 1415 beleen met ledige hand (Hoek, 'Domproostdij', 6).

* 1 morgen land te Leiderdorp aan de Mare, verkocht aan de H.Geest 9 mei 1393 (W. 1 f. 79v.).

rentebezit: 25 jan. 139O 2O £ Holl. uit de tol te Ammers, 1O £ toernoois uit het land van Woerden, grfl. leen, vererving bij gebrek aan nakomelingen op zijn vader of erfgenamen van vaderszijde (GvH. 226 f. 31Ov.).

familie: dochter:

a. Sille; het leen van de domproostdij, afkomstig van haar vader, kwam in haar handen; zij ovl. wrsch. voor 1O aug. 1422 (Hoek 'Domproostdij', 6).

2. Jan Floris Gijsbrechtsz.

landbezit: 18 juni 1411 44 morgen land op de Harnas bij Delft, beleend door de graaf na opdr. door zijn tante Katrine Willem Smeders weduwe, aan wie hij de helft hiervan direct weer overdroeg (GvH. 238 f. 79, 741 f. 23). Tevens droeg zijn tante t.b.v. hem 22 £ Holl. p.j. en 5O hoenders uit Aernt Enghebrechtsz.' ambacht bij Rotterdam op, grfl. Leen (GvH. 23O f. 79).

varia: kreeg 8 sep. 141O uitstel van leenverheffing (GvH. 2O5 f. 22v.).

familie: tr. Celien, bast.dr. van heer Zweder van Vianen, tochtte haar

17 aug. 1412 aan zijn hoger genoemde lenen (GvH. 23O f. 9O).

 

JUVENIS FOIS (FOIJTGEN?)

functie: schepen 25 nov. 126O.

 

 

GERRIT JACOB

ovl. voor 11 aug. 1422 (Hoek, 'Domproostdij', 9).

functie: homan van het Wolhuisvierendeel 1392 (Secr. 84 f. 271).

landbezit: * 15 mei 1391 1/2 van 6 morgen land te Achthoven, onder Leiderdorp, leen van de Domproostdij te Utrecht (Hoek, 'Domproostdij' 9).

* 25 morgen land in de Waard te Leiderdorp, samen met Claas Renger bezeten,

verm. 23 aug. 14O6 (Ke. 493 f. 11-12).

* een erf in St.Pietershoeve, tussen Molengracht en Nieuwe Vollersgracht, verm. vanaf 1398-99 (323 (1) f. 7 en volgende rek.).

* 3 erven ald., achter op de gracht, verm. 1398-99; bouwde er een huis (323 (1) f. 7 en volgende rek.). Een van de genoemde erven wordt reeds 4 jan. 1393 verm. (W. 1 f. 98).

* 9 sep. 14O7 1 morgen land tussen Doeswatering en Rijn te Leiderdorp, gekocht van mr. Jacob Simon Frederiksz. (Ke. 493 f. 86).

rentebezit: * 5 aug. 1399 1 £.pay. op 1 morgen land te Voorschoten, 16 dec.

14O9 overgedragen op St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 73v.).

* 14O5 13 Eng. nobel lijfrente t.l.v. de stad, samen met zijn vrouw bezeten, losbaar met 1OO nobel (Secr. 8O f. 68v., Secr. 513 f. 18).

varia: pachtte 1399-14OO de strijkerij te Leiden (Rek. Lei., I 9O), 1412-13 de hal en de Schotse vellenaccijns (Ibidem, 216 en 22O).

familie: tr. Clemeijnse Dirk Foijtgensdr.; getocht aan 6 morgen te Achthoven, Leiderdorp 3 nov. 14O9 (Hoek, 'Domproostdij', 9). Zij bezat sinds 14O5 een lijfrente van 13 Eng. nobel op de stad Leiden, samen met haar man (zie hoger). Was 1412-13 bovendien in het bezit van 6 nobel 9 groten en 6 nobel lijfrente ten laste van de stad (Secr. 513 f. 19v. en 22v.). Dochters:

1. Alijd, ovl. na 11 aug. 1422 (Hoek, 'Domproostdij', 9).

2. Margriet, ovl. na 31 mrt. 1439, tr. Jacob Florisz. van Zonnevelt (Hoek, 'Domproostdij', 9; zie Paedse).

  

WILLEM GERRITSZ. C.S.

 

I. WILLEM GERRITSZ.

ovl. tussen 3O juli 14OO en 25 aug. 14O6 (Hoek, 'Domproostdij', 23), stamde wrsch. uit het geslacht Van Zijl (vgl. heer Jan Willem Gerritsz.z. en zie ook Jan Zijl Willemz.). Vermoedelijk huwde hij een Van der Does (vgl. zijn dr. Katrijn). Is hij de pachter van de Leidse hop van 14O5? (GvH. 1482 f. 12v.). Kinderen:

1. Hendrik Willem Gerritsz.z.

functie: schepen 14O3-O4.

landbezit: 21/2 hond land te Leiderdorp, leen van de domproostdij,

afkomstig van zijn vader; beleend met ledige hand 7 juni 1415 (Hoek, 'Domproostdij', 23).

2. Willem Willem(sz.) (Gerritsz.z.), genaamd Wittekijns ovl. 7 sep. 1411, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 5Ov.).

functies: schepen 14O4-O5, schout 14O9.

beroep: drapenier (14O6, GvH. 2O2 f. 122). Handelde in buskruit (14O6, GvH. 2O2 f. 116) en turf (1415-16, GvH. 126O f. 58).

huisbezit: 14O8 een huis en erf te Leiden, gekocht voor 281/2 nobel (RA. 5O f. 75).

borgstelling: 14O9 voor Gerrit Polreman bij koop door deze (RA. 5O f. 84v.).

schenking: 1O £ 13 s. 4 p.pay. aan St.Pancraskapittel voor zijn memorie (Ke. 416 f. 5Ov.).

varia: de betaling voor levering van buskruit aan de grafelijkheid mocht hij 14O6 innen uit het morgengeld van De Lier; voor geleverd laken gold toen hetzelfde t.a.v. het morgengeld van Luttikoosthuizen, Gouderak en Bloemendaal, GvH. 2O2 f. 116 en 122).

3. Dirk Willem(sz.) (Gerritsz.z.), alias Molencamp (GvH. 2O8 f. 7v.).

ovl. 23 mei 1431 (Ke. 416 f. 84v.).

functies: schepen 14O6-O7; baljuw van Rijnland sedert 12 aug. 1417, verm. tot op 3 jan. 1419 (GvH. 894 f. 13; 12O7 f. 74v.; 1213 f. 153 en f. 163).

beroep: drapenier (14O6, GvH. 1261 f. 71v.); koopman in kruiden (14O6-19; GvH. 1261 f. 24, 1263 f. 27 en 28v., 1266 f. 29, 1267 f. 4Ov., 1268

f. 29, 127O f. 23, 1271 f. 39), in confiture (1418-19; GvH. 1271 f. 39), haring (14O5-O6; 126O f. 47v.), zout, erwten en boter (14O9-1O; GvH. 1263 f. 27 en 28v.), alsmede suikerwerk (1419; Rek. Lei., 333).

huisbezit: 22 jan. 1413 een huis en erf te Leiden, gekocht voor 33 nobel (1 nobel gelijk aan 4O Vlaamse bot; RA. 5O f. 128).

landbezit: * 2O apr. 1418 2 1/4 hond land te Leiderdorp, leen van de domproostdij, afkomstig van zijn broer Hendrik (Hoek, 'Domproostdij', 23).

borgstelling: 23 juni 1414 Jan van der Goude Jansz. (Secr. 2O f. 48v.).

varia: zegel: 3 eenden (2:1), hartschild een wassenaar (Secr. 1611, 12 jan. 14O4). Pachter van de hop te Leiden 14O6 (GvH. 1483 f. 13); ontving 14O6 voor geleverde keukenkruiden 125 Eng. nobel en 28O kronen uit het Leidse morgengeld (GvH. 1261 f. 24).

familie: tr. Alijd (Ke. 416 f. 84v.). Dochter:

a. Marritge, tr. Floris van Alkemade Hugenz. (Ke. 416 f. 84v. en Hoek, 'Domproostdij', 23).

4. mr. Jan Willem Gerritsz.z.

ovl. 3O aug. 142O (Ke. 416 f. 63).

functie: clericus (Ke. 416 f. 63).

varia: Had met Dirk Claas Rengersz. een geschil betreffende het bezit van de Van Zijlvicarie te Leiderdorp. Bij arbitraire uitspraak werd 2O juli 14OO bepaald dat beiden de helft van de inkomsten van de vicarie zouden genieten; bedienaar van de kapelanie zou Dirk Claas Rengersz. zijn (Kam, 'Van Zijl', 216).

5. Katrijn, tr. Engelbrecht; verkocht met instemming van haar broer Dirk 29 juli 1422 land te Zoeterwoude, hen aanbestorven van hun tante Kunegonde van der Does, tr. met Herman Bitter van Rhenen (Ke. 493 f. 97; zie Van Rhenen).

  

IJSBRAND GERRITSZ.

ovl. 1413, kort na 13 apr. (Rek. Lei., 215 en 25O).

functie: burgemr. 14O1-O2, O2-O3, O4-O5, 11-12, 12-13.

beroep: wijnkoper (Ke. 323 (5) f. 25, GvH. 1261 f. 47).

woonhuis: in het Wolhuisvierendeel ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, I 324).

varia: is hij identiek met de gelijknamige welgeborene te Wassenaar in 1399? (GvH. 368 f. 8v.).

familie: tr. Lijsbeth, dr. van Gerrit Heerman (Ga. 44O f. 1; zie Willem Luutgardenz. c.s.). Zij bezat 1412-13 een lijfrente t.l.v. de stad van 8 nobel (Secr. 513 f. 2O).

  

VAN DER GHEEST

 

I. JAN VAN DER GHEEST.

ovl. tussen 7 mei 1364 en 25 apr. 1371 (Ke. 493 f. 19v. en 17).

woonhuis: huurde 8 okt. 1343 van Dirk die Bruun en Pieter Buijtewech een hofstad tegen 22 groten rente p.j. Beloofde deze voor 1 mei 1344 te betimmeren, zodat de rente op dit huis gevestigd kon worden. Zelf was hij een van de belenders van dit perceel (Ga. 455 f. 41). Verm. 12 feb. 1356 als belender van een huis en erf dat stond op de hoek van St.Pieterskerk-

straat en het kerkhof (W. 2 f. 1O en tafel). Huurde een hofstad te Leiden van de graaf voor 18 s. p.j. (verm. 1358 en 1363; GvH. 19 f. 11v. en 67v.).

landbezit: * land te Valkenburg, verm. van zijn kinderen ald. 2O apr. 1378 (Ke. 493 f. 67v.).

* 1/2 van de Brigmade te Leiderdorp, 2O nov. 1372 bezeten door zijn kinderen en Willem Buul (Ke. 493 f. 3Ov.).

* land te Leiderdorp, afkomstig van Costijn van der Bregghe, gemene voor gelegen met land van Jan zelf, verm. 8 feb. 1363 (Ke. 493 f. 19).

* het Bredevelt te Leiderdorp, verm. 7 mei 1364, bezeten samen met Jan Costijnsdr., Willem Buul, Trude Costijnsdr. en Machteld Costijnsdr. (zie Van der Bregghe, Ke. 493 f. 19v.).

varia: zegelde 7 mei 1364 voor Machteld Costijnsdr. van der Bregghe (Ke. 493 f. 19v.).

familie: tr. mogelijk een dr. van Jan van der Bregghe (zie ald.). Kinderen:

1. Willem Jansz. van der Gheest

functie: schepen 1373-74, 74-75 (is hij identiek met Willem Jansz., geestmr. 1362-63?).

(woon?)huis: te Grisoord; hierop had Machteld Costijnsdr. van der Bregghe 21 s.pay. rente, afkomstig van haar moeder, wrsch. spruitend uit uitgifte (29 nov. 138O, DuO. 2O64x).

landbezit: land te Leiderdorp in Doesven, verm. 6 nov. 137O, gemene voor gelegen met land van Pieter Simonsz. van den Oerde, Willem Buul en Jacob Merinc (Ga. 455 f. 44).

borgstelling: * 2 nov. 1371 Rombout van Machlen (Secr. 19 f. 29).

* 12 aug. 1372 Pieter Gerbrandsz. (Secr. 19 f. 33).

* 1O nov. 1379 Gerrit Broeder (Secr. 19 f. 5O).

* 17 apr. 1381 Costijn Willemsz. (Secr. 19 f. 54).

varia: beloofde 2 mei 1378 vrijwaring t.b.v. zijn broer Dirk (Ke. 493 f. 68). Zegel: wrsch. 3 hermelijnstaartjes met een barensteel (Ga. 5O2, 21 feb. 1375).

familie: tr. 1e Machteld, zr. van Jacob Merinc, ovl. voor 6 nov. 137O aan de pest (Ga. 455 f. 44); tr. 2e Katerijn, dr. van Hubrecht die

Verwer en Dieuwer, ovl. 6 okt. 1382 (zie die Verwer; tr. eerder Daniel Jansz. van der Hant, zie ald.). Hij deelde haar nalatenschap met haar halfbroer Willem Vlaminc (RA. 2a Aanhangsel f. 19v.).

2. Dirk Jansz. van der Gheest

functie: schepen 139O-91, 93-94, 96-97, 98-99, 14OO-O1.

beroep: wijnkoper (1394-14O4; GvH. 125O f. 49, Ke. 323 (5) f. 25, GvH. 1257 f. 36v., RAGeld., Hert. Arch. 747 f. 3).

woonhuis: in het Wanthuisvierendeel ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, I 324).

landbezit: 1O 1/2 hond land tussen Zijl en Mare te Leiderdorp, gemene voor gelegen met land van St.Pancraskapittel en Willem Buul (in het geheel het Bredevelt geheten); 2 mei 1378 aan het kapittel verkocht (Ke. 493 f. 68).

rentebezit: 8 s.g.g. met de houde op 2 huizen en erven te Gansoorde, 9 nov. 1384 verkocht aan Frank IJsac (Secr. 1422).

borgstelling: 1 juni 1414 Jan Claasz. van Baecs, snider (Secr. 2O f. 48v.).

varia: zegel: wrsch. 3 hermelijnstaartjes (W. Afd. A pf. IV nr. 31, 28 mei 1397). Beloofde 14 juli 1386 vrijwaring t.b.v. Sophie, Janszr. Van der Bregghe (Ga. 455 f. 45).

3. Gerrit Jansz. van der Gheest

borgstelling: 17 dec. 1374 Claas die Bloot (Secr. 19 f. 39v.).

varia: beloofde 2 mei 1378 vrijwaring t.b.v. zijn broer Dirk en 14 juli 1387 t.b.v. Sophie, Janszr. van der Bregghe (Ke. 493 f. 68 en Ga. 455 f. 45).

  

HUGE GIBENNEVE (HUGE PIETERSZ,)

vermoord ca. 1371 (RA. 2a Aanhangsel f. 1, Blok, Rechtsbronnen, 27).

functie: schout te Leiderdorp 7 juli 1347 en 18 okt. 1348 (Rijnsburg 882, Ke. f. 41) te Leiden 1358.

huisbezit: een huis en erf aan de Donkersteeg, verkocht 22 mei 1358, tegen een rente van 24 s.pay. (Ke. 493 f. 17v.).

rentebezit: 15 dec. 1358 4O s.g.g. op een huis en erf bij de Steenschuur, 23 juli 1361 in handen van zijn verwant Dirk die Bruun Danielsz. (W 1. f. 19v.).

varia: verm. als knaap 7 juli 1347; zegelde toen met de Leidse sleutels (Rijnsburg 882). Ontving 2O apr. 1355 grfl. amnestie (Brokken, Hoekse en Kabeljauwse twisten, 585 nr. 185 en 596). In 1371 vond een verzoening plaats inzake de moord op hem tussen zijn magen en de moordenaar c.s.; de laatsten dienden 1OO zielmissen te verzorgen en kloosterwinning te doen, bovendien moesten zij een voetval maken met 1OO man en manschap doen met 5O man. Verder diende zoengeld worden betaald, o.m. voor Alijd Does, Huges dr. 5O £, voor Hein en Pieter Milde ieder 1O £, Huge Claasz. 1O £, Pieter Woutersz.'s kinderen 2O £, Huge Jansz. 1O £, Herman Woutersz.' kinderen 12 £, Wouter Walichsz. 12 £, Roelands kinderen 8 £, Claas die Bastaard 1O £, Hugeman Pietersz. 8 £ en Volprecht Ternincsz. 6 £ (RA. 2a Aanhangsel f. 1, Blok Rechtsbronnen, 27).

familie: tr. Ermgard; Dirk die Bruun Danielsz. noemde beiden zwager en schoonzr. (W. 1 f. 19v.). Zijn naaste verwanten worden bij de verdeling van het zoengeld inzake zijn dood met name genoemd (zie hoger). Dochter:

1. Alijd Does, verm. 1371 (zie boven).

Zij hield van de burggraaf een huis en erf te Leiden in leen dat eertijds had behoord aan Gibe Woutersz. (Hoek, 'Wassenaar', 1O1). tr. Claas Heinenz.; samen droegen zij 1365 24 s.pay. rente op een huis en erf aan de Donkersteeg over aan heer Volprecht van der Woude (afkomstig van haar vader; Ke. 493 f. 17v.).

  

PIETER GOBBURGENZ. C.S.

Zie voor dit geslacht: Leverland, 'Philips van Leyden', Leupen, Filips van Leiden m.n. 37 e.v. en Jacobs, 'Rembrandt verwant met Philips van Leyden'.

 

I. HEIN PHILIPSZ.

tr. Gobburg. Is hij de Hein Philipsz. die 1326-3O in de ontginning Boschuijsen voorkomt met 2 morgen 4 gaard land? (Ke. 493 f. 87v.). Kinderen

(volgorde willekeurig):

1. Pieter Gobburgenz., volgt IIa.

2. Philips veren Gobburgenz., volgt IIb.

3. Reiner Gobburgenz.

functie: schepen 1324-25.

woonhuis: Breestraat; vestigde hierop 5 s.g.g. rente p.j. t.b.v. Gerard Alewijnsz.' vicarie (Ke. 322 f. 3, zie Gerrit Alewijnsz. c.s.).

landbezit: een kamp land van 8 morgen onder Zoeterwoude in de Weipoort (Onnersvoir), waarvan 1 morgen aan Gerrit Dijn behoorde. Vermaakte dit land met zijn echtgenote 24 nov. 1318 aan de H.Geest; zolang zij beiden in leven waren, huurden zij het land tegen 1O s. p.j., bij ovl. van een van hen ontving de H.Geest de halve huur. Reiner droeg 23 jan. 1333 de helft van het land over voor de anderen helft bleef hij huur betalen (5 s.g.g.; W. 1 f. 2v., 3 en 7v., W. 2 f. 2 en tafel). Dit land komt voor in de hoefslag van de Zwietersluis als omvattend 7 morgen, 11 gaard en 8 voet (Ke. 493 f. 88).

rentebezit: 1O okt. 133O 4 s.g.g. op een huis en erf bij de Steenschuur (W. 1 f. 14).

schenking: 1 £ aan St.Catharinagasthuis voor memoriediensten, ingevolge testament van 24 nov. 1318 (zie landbezit); bij overlijden van een van beiden ontving het gasthuis 1O s. (Ga. 455 f. 5v.).

familie: tr. Badeloge, ovl. kort voor 23 jan. 1333 (W. 1 f. 3).

Dochter: Gobburg Reinersdr., droeg hoger genoemde 4 s.g.g. rente 3 okt. 1346 over aan O.L.V.kapel (W. 1 f. 14).

4. Geije Gobburgenz., volgt IIc.

?5.Willem Gouburgisz., voldeed 1336 namens de leenmannen de pacht aan de Utrechtse Domproostdij voor een goederencomplex te Leiderdorp (Hoek, 'Domproostdij', 4).

 

IIa. PIETER (VEREN) GOBBURGENZ..

ovl. tusssen 25 apr. 1335 en 2O apr. 1342 (Ke. 657 en 1O84), begr. St. Pieterskerk (Ke. 415 f. 8O).

functies: schepen 13O4-O5, 33-34, 34-35; burgemr. 1324-25.

(woon?)huis: verm. 13 juli 1329 in een belending (Ga. 455 f. 6).

landbezit: * 5 morgen, 9 gaard, 2 voet land te Zoeterwoude nabij de Leidse vaart, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 5 morgen, 3O gaard land te Zoeterwoude ten noorden van Rodenburger wetering verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 11 morgen 161/2 gaard land tussen de stad en Rodenburger wetering onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.), wrsch. was voornoemd land hierin begrepen.

* land te Leiden in de Waard te Gansoorde, verm. 25 apr. 1335 (Ke. 657).

stichting: een vicarie in St.Pieterskerk (zie zoon Gerrit Hoogstraat).

varia: zegel: de Leidse sleutels (Ke. 661, 12 apr. 1335).

familie: tr. Kerstine Frankendr., begr. St.Pieterskerk (Ke. 415 f. 8O, zie Rijswijc). Met haar kinderen verklaarde zij 2O apr. 1342 dat uit haar nalatenschap 1O £.g.g. bestemd zou zijn voor een vicarie voor haar zoon Philips, zolang deze leefde (Ke. 1O84). Diezelfde dag deden haar kinderen t.b.v. haar afstand van hun vaders nalatenschap (Ke. 1O85). Kinderen:

1. Heer Gerrit (Hoogstraat) Pieter(sz.) (Gobburgenz.z.)

ovl. tussen 2 feb. 1368 en 7 mrt. 1372 (Ke. 9O2 en 894).

functies: grfl. klerk ca. 132O-32 (zie hfdst. 6); vicaris van de door zijn vader gestichte kapelanie (Ke. 322 f. j); pastoor van Noordwijk, verm. 16 jan. 1357 - 3 jan. 1363 (Ke. 322 f. j, Ke. 645 en 673). Was hij de heer Gerrit van Nortich, priester, die uit handen van Jan van Polanen de eerste vacante cure in Westfriesland zou ontvangen ? (akte van 5 mrt. 1326; GvH. 324 f. 19).

woonhuis:: aan St.Pieterskerkhof, verm. 12 feb. 1361 (Ke. 645); achter langs zijn erf liep de St.Pieterskerkgracht (Ke. 636); dit huis was later in handen van zijn broer Philips (zie ald.) Aan St.Pieterskerkhof, nabij het begijnhof, 2 feb. 1368 vermelding van zijn woning (Ke. 9O2).

huisbezit: 12 feb. 1361 een huis en erf te Leiden gekocht van Godevaart Claasz (zie ald.), aan St.Pieterskerkhof tussen de Commanderij van de Duitse Orde en het huis en erf voornoemd van Gerrit zelf; er rustten renten op: 26 s. 2 p. met de houde (Ke. 645). Dit huis werd later verenigd met hoger genoemd huis en was toen in bezit van Gerrits broer Philips (zie ald.).

landbezit: * 8 en 4 morgen land te Woerden en

* 4 morgen land te Kamerik, 1357 aan zijn vicarie geschonken (Ke. 322 f. j).

* 25 apr. 1335 1/2 van 3/4 van 11 1/2 hond land in de Waard, te Gansoorde, gekocht van Jan Frankenz. voor 12 £ (Ke. 657).

rentebezit: * 12 apr. 1335 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 661).

* 16 mei 1337 1O s.g.g. op voornoemd huis en erf (Ke. 662).

* 14 jan. 1348 1O s.g.g. op 3/4 van een huis en erf aan de Breestraat, hoek Weversteeg; droeg de rente 25 mei 1349 over aan heer Volprecht van den Woude (Ke. 994).

* 14 jan. 1348 1O s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat (ibidem).

De helft van:

* 1O s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht;

* 31 p.pay. op Claas van der Horsts huis en erf (later in handen van zijn broer Philips).

* 8 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 3 s. 1 p.pay. op het huis en erf van Alijd Jan Zoetincs weduwe. De andere helft van deze renten kocht hij 3 jan. 1363 van Gillis van Zwieten. Genoemde renten waren wrsch. afkomstig van Frank Jansz. (Rijswijc) (Ke. 673 en 648).

* 2O juli 1354 2O s.g.g. op een huis en erf van Huge van der Hant bij de Steenschuur (Ke. 636).

stichting: hernieuwde de door zijn vader in St.Pieterskerk gestichte vicarie; voor de schenkingen hieraan zie landbezit. Bisschoppelijke bevestiging 16 jan. 1357 (Ke. 322 f. j).

varia: 29 juli 1345 door zijn broer Philips gemachtigd om diens bezittingen te beheren (Ke. 1O86). Wrsch. executeur-test. van heer Jan Philipsz. (26 mei 1353, Ke. 1OO8).

familie: was Dirk Poes heren Gerritsz. zijn zoon? (vgl. o.m. W. Afd. A. pf. IV nr. 32, 12 juli 1383, Secr. 19 f. 81v., 4 juli 1389 en Ke. 323

(1) f. 8v. 1398-99). Heer Huge van der Hant noemde hem 2O juli 1354 neef (Ke. 636).

2. Heer Dirk Poes, (vice-)cureit van St.Pancras voor 8 juni 1365 (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 63).

3. Jan Pietersz., volgt IIIa.

4. Frank (Ke. 895). Kinderen:

a. IJsbrand (Ke. 895).

Zoon: IJsbrand IJsbrandsz., verm. 7 mrt. 1372 (Ke. 895).

b. Agatha. Zoon: Frank, verm. 7 mrt. 1372 (Ke. 895).

c. Lisebet, ovl. voor 29 nov. 1381, liet 3 morgen land aan de Rodenburgerlaan te Zoeterwoude na, die vererfden op haar zwager Wouter van der Bregghe (Ga. 455 f. 44v.).

d. Alijd, tr. Wouter van der Bregghe (Ke. 895, zie ald.).

N.B. 26 mei 1353 keerde heer Gerrit Pieter Gobburgenz.z., waarsch. als executeur-test., zekere gelden uit de erfenis van heer Jan Philipsz. Uit aan Frank Frankenz., dit in opdracht van Dirk, Jan en Gerrit Franken kinderen. Heer Gerrit wordt daarbij oom van Frank Frankenz. en van de laatsten genoemd, zodat zij hoogstwaarschijnlijk 4 broers zijn en gezien hun patronym zoons van heer Gerrits broer Frank (Ke. 1008).

5. Mr. Philips van Leiden, volgt IIIb.

6. Liddeld.

ovl. voor 23 feb. 1382, wrsch. reeds voor 27 aug. 1369 (Ke. 894, 896 en 415 f. 25v.).

woonhuis: aan St.Pancraskerkgracht, strekkend tot de Burchgracht, verm. 27 juli 1356 en 24 aug. 1357 (Ke. 493 f. 17v.); hierop had Jan van Zijl 5 s.g.g. rente (in zijn plaats 24 aug. 1357 Albaren Albarenz., 31 aug. 1357 Simon Duvenz. en 11 juni 1358 heer Volprecht van den Woude (ibidem). Dit huis was later in handen van Philips Jan Oemenz. en echtgenote (zie Oem).

rentebezit: * 3 nov. 1338 9 s. 3 p.g.g. op een huis en erf aan de Rijn, 15 juli 1357 vermaakt aan de H.Geest voor memoriediensten (W. 2 f. 14 en tafel, Kam, 'Memorieboek', 191).

7. Gobburg, tr. Gerrit, zoon van Jan des Persoenresneve (zie Pieter Gobburgenz. jr. c.s.).

8. Margriet.; ovl. tussen 7 mrt. 1372 en 23 feb. 1382 (Ke. 894 en 896). Tr.

Gerrit van Oegstgeest Rutgersz. (Ke. 896 en zie ald.).

9. Kerstine.; ovl. tussen 2O apr. 1342 en 24 mei 1345 (Ke. 1O84, Secr. 1885). Bezat het Voghellant onder Leiderdorp (1391 gedeeltelijk binnen Leiden gelegen; Secr. 84 f. 36v.). Tr. Michiel van der Heijde (zie Van den Hove).

 

IIIa. JAN PIETERSZ.

ovl. voor 27 apr. 1363 (Ke. 42O f. 76).

functie: schepen 135O-51, 1351-52.

woonhuis: aan de Rijn, verm. 29 dec. 1348 (Ke. 6O1) (zijn weduwe verm. Aan de Nieuwe Rijn, zie hierna).

huisbezit: een huis en erf aan de Rijn, 29 dec. 1348 uitgegeven tegen 3 £ g.g., voorhuur 3O s.; belendend aan zijn huis ald. (Ke. 6O1).

landbezit: * 8 feb. 1353 4 1/2 morgen land te Zoeterwoude, ten vrij eigen gekocht van de graaf (GvH. 244 f. 31v.).

* 11 juli 1353 de Ponsciaenskamp, de Meerganc, de Smalhael, 4 hond land op de Burch, de steenplaats, het bos (de Loete) en de Noeterdijc, alles te Zoeterwoude, gekocht samen met Willem Jans Mansz.z., Gerrit Lisebettenz., Jan Hugenz. en Pieter Woutersz. (Ke. 493 f. 36v.).

* de helft van de Brigmade te Leiderdorp, voor 11 nov. 1342 gekocht (Ke. 493 f. 32v.).

rentebezit: * 1 apr. 1345 4 s.g.g. op een huis en erf aan de Rijnstraat, strekkend tot de gracht, door zijn weduwe aan de H.Geest overgedragen (zie den Hoesche en W. 1 f. 86).

* 29 dec. 1348 3 £.g.g., zie huisbezit.

* 34 p.g.g. samen bezeten met Willem Clarenz., op heer Willem Nannenz.'s woonhuis en erf, verm. 27 apr. 1363, in handen van weduwe en kinderen (Ke. 42O f. 76).

varia: zegel: de Leidse sleutels met een ster in het schildhoofd (Ga. 784, 14 dec. 1351).

familie: tr. Jutte, dr. van Jan die Hoesche, ovl. 19 nov. 14O3 (Kam, 'Memorieboek', 214; Ke. 416 f. 37, zie Die Hoesche). Verm. met kinderen in belending aan St.Pancraskerkgracht 1369 (Ke. 415 f. 12v.), zelf verm. Als belendster aan de Nieuwe Rijn, op het Hogeland 13 jan. 1384 (Ke. 416 f. 27v., zie ook hierna). Zij stichtte 6 nov. 1399 een kapelanie gewijd aan Maria Magdalena (bisschoppelijke bevestiging 12 nov. 1399); schonk hieraan 3 morgen land te Leiderdorp, 4 1/2 hond te Oegstgeest en 4 £.pay. rente op haar huis aan de Nieuwe Rijn. De collatie zou bij gebrek aan nageslacht voor het St.Catharinagasthuis zijn. 12 nov. 1399 werd Dirk, zoon van mr. Jan van Hairlem tot vicaris aangesteld (Ke. 322 f. 81-82). Haar verdere rentebezit omvatte 1 £ rente pay., geschonken aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (1369; Ke. 415 f. 22); 5 s. 2 p.g.g. met houde op een huis en erf nabij de Breestraat, eenzelfde rente op een huis daarnaast en 3 s. met houde op kameren aangrenzend (RA. 5O f. 24v.). Kinderen:

1. Gerrit Jan Pietersz.z., ovl. 19 aug. 1369, liet St.Pancras voor memoriediensten 12 £ na (Ke. 415 f. 24v.).

2. Pieter Jan Pietersz.z., ovl. 1 aug. 1369, begr. St.Pieterskerk (Ke. 415 f. 22).

3. Lisebet, ovl. 29 juli 1369, tr. Dirk Mourijnsz. Liet 12 £.pay. na aan St.Pancraskapittel t.b.v. memoriediensten (zij behoorde niet tot St. Pancrasparochie; Ke. 415 f. 21v.).

4. Dirk Poes Jan Pietersz.z., volgt IVa.

 

IVa. DIRK POES JAN PIETERSZ.Z.

ovl. na 3 jan. 1397 (GvH. 199 f. 26v.).

functie: schepen 1369-7O, 74-75, 8O-81.

woonhuis: hierop 2O s.g.g. rente door Lijsbet Franken en 18 s. 4 p.pay. rente door Coen IJsac besproken t.b.v. de H.Geest, die tot panding overging en voor 138O 2 s. 8 p. 1 hallinc pay. pandrente toegewezen kreeg (W. I 31 f. 6).

landbezit: 1 hond land te Zoeterwoude, in een kamp van 8 morgen; 26 juli 1385 verkocht aan heer Jacob Claasz. t.b.v. St.Nicolaasvicarie (Ke. 962).

varia: zegel: een reptiel, aan bovendien de Leidse sleutels, aanvankelijk de Leidse sleutels met een reptiel in het schildhoofd (Leverland, 'Philips van Leyden', 94 en afb. 1O en 11). Executeur-test. van Philips van Leijden (aanstelling 7 mrt. 1372, verm. 18 aug. 1382; Ke. 894, 493 f. 21).

familie: als maag van vaderszijde 15 mei 1396 en 3 jan. 1397 betrokken bij de verzoening inzake de moord op Floris van Rijsoirde (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.). Zoon:

1. Gerrit Poes Jansz.z.

functie: schepen 1413-14, 14-15, 16-17, 17-18.

woonhuis: in St.Pietersparochie (14O6-O7; Ke. 323 (7) f. 17v.); een gedeelte van het stadhuis (aan de Breestraat) lag op de plaats van zijn voormalige huis (1412-13; Rek. Lei., I 260).

landbezit: 11 hond land aan de vest alsmede 14 hond, ofwel te Leiden, ofwel te Leiderdorp; voor 26 mrt. 1408 verkocht (Secr. 84 f. 73).

rentebezit: * 3 pd. met de houde op een huis en erf aan de Rijn afkomstig van zijn grootvader 15 jan. 1412 verkocht (Ke. 601).

* 15 s.g.g. met houde op een erf en huis te Leiden.

* 5 s.g.g. met houde op een huis en erf op de hoek van Boudijn Louwensteeg.

* 9 s.g.g. met houde op Gerrit Jan Grietenz.z. huis en erf te Marendorp.

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf over de gracht.

* 3 1/2 s.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden.

* 3 1/2 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* een rente g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 5 p.g.g. met houde op een huis en erf ald

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 7 s.g.g. met houde op 2 kameren ald.

* 5 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 5 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 5 en 3 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 3 1/2 s. 3 p. met houde op een huis en erf en ledig erf ald.

* 3 1/2 s. 3 p. met houde op een huis en erf ald.

* 3 1/2 s. 3 p. met houde op een huis en erf ald. en een onbebouwd erf van Gerrit Jan Grietenz.z. te Marendorp.

* 3 s. 9 p. met houde op een huis erf te Marendorp.

* 3 1/2 s. 3 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden.

* 3 s. 1 p. met houde op een huis en erf ald.

* 8 s. 4 p. met houde op een huis en erf ald en 2 lege erven ald.

* 4 s. 2 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 11 s.g.g. met houde op kameren ald.

* 8 s. 4 p.g.g. op kameren ald.

* 4 s. 2 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.

Het totaal van deze renten droeg hij over aan de weduwe en kinderen van Gijsbrecht van der Horn (Secr. 84 f. 75v.).

* 3 groten op huis en erf te Leiden, 8 dec. 1415 afgeschat (RA. 5O f. 151).

* 13 nobel lijfrente t.l.v. de stad verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 18v.).

* recht van houde, zonder rente, op een brouwhuis aan de Rijn, verm. 3 feb. 1417 (RA. 5O f. 179v.).

* 2 s.pay. op een huis en erf te Leiden, verkocht 26 okt. 1419 aan St. Pancraskapittel (Ke. 493 f 94v.).

borgstelling: 6 dec. 14O9 Bartoud van Assendelft (Secr. 2O f. 36).

varia: zegel: een draakje (Ke. 654, 25 feb. 1415). Pachter van de visaccijns te Leiden 9 apr.-21 mei 1413 (Rek. Lei., I 218).

 

IIIb. MR. PHILIPS VAN LEIJDEN.

ovl. 9 juni 1382, begr. St.Pieterskerk in het graf van zijn ouders (Ke. 415 f. 8O).

functies: priester, 1349 verm. als licentiatus in decretis te Orleans (zie opl.); klerk van het grfl. register 1351-57, gezant aan het pauselijk hof 1357-63 (zie hfdst. 6); 12 juni 1355 aangewezen door de graaf tot pastoor van St.Nicolaaskerk te Amsterdam, bekleedde dit ambt nimmer; sedert 3 mei 1357 kanunnik van St.Marie te Conde, lector in de decretales te Parijs;

lector in de decretales te Parijs 1365 en vroeger; kanunnik en thesaurier van St.Pancraskapittel vanaf 1366; bekleedde daar zijn St.Andriesprebende;

kanunnik van de Hofkapel sinds 1367; ca. 137O bekleed met 1/8 van de zielzorg te Zierikzee, later deken van het aldaar opgerichte kapittel; bisschop pelijk vicaris 1371/72-1376/78 (Leupen, Filips van Leiden, 1O6-111).

opleiding: studeerde rechten te Orleans sinds 1339-4O, voor 31 jan. 1349 licentiatus in decretis, 1369 doctor decretorum (Leupen, Filips van Leiden, 32 en 34; Julien de Pommerol, Sources de l'histoire des Universites, 251, 18.6.O1).

woonhuizen: * St.Pieterskerkhof, naast St.Pieterskerkgracht en het huis van de Duitse Orde, gezien de belendingen afkomstig van zijn broer heer Gerrit en een samenvoeging van diens huis en het voormalige huis van Godevaard Claasz. daarnaast. Hierop had Simon Frederik een rente met de houde. Schonk het huis 7 mrt. 1372 aan zijn St.Andriesvicarie als woonhuis voor de vicaris; hij had dit huis aanvankelijk zelf bewoond. Hij bepaalde 7 mrt. 1372 bovendien dat zijn bibliotheek hier bewaard diende te worden. Het huis mocht volgens beschikking van 2 juni 1382 niet worden vervreemd (vgl. heer Gerrit Hoogstraat; Ke. 9O3, 894, 895 en 1412).

* aan St.Pancraskerkhof gekocht van Daniel uten Pol, opbrengend 4 £.g.g.

p.j.; 7 mrt. 1372 door hem aan zijn St.Nicolaasvicarie geschonken (Ke. 894).

* aan St.Pancraskerkgracht, afkomstig van zijn zr. Liddeld. Gekocht van Simon Rijswijc en Willem Jansz. De laatste had het in 1376 gekocht van Pieter en Liddeld, Philips Jan Oemenz. kinderen (zie Oem). Hij bouwde het huis opnieuw op; 23 feb. 1382 schonk hij het aan zijn St.Nicolaasvicarie als woonhuis voor de vicaris, ook dit huis mocht niet worden vervreemd. Hij vestigde er 4 s.g.g. rente op t.b.v. zijn prebenda nobilis (Ke. 415 f. 25v.; Ke. 896 en 1412).

* een huis te Utrecht, verm. 23 feb. 1382 (Ke. 896).

* een huis en erf te s-Gravenhage, verm. 17 mei 1374 (Rijnsburg 558).

huisbezit: 2 huizen en erven, opbrengend 5 £ 1O s.pay. gelegen achter Philips huis, wrsch. aan St.Pieterskerkgracht (Ke. 894).

landbezit: * na 13 mei 1355 1O morgen land te Waarder, 3O okt. 1368 overgedragen aan St.Pancraskapittel t.b.v. zijn 2 prebenden. Dit moet het land zijn dat hij later vermaakte aan zijn prebenda nobilis, klaarblijkelijk een van beide prebenden (zie hierna, stichtingen).

* land te Waarder, belendend aan het bovenstaande (Ke. 493 f. 2Ov.).

* 2 1/2 morgen land te Zoeterwoude, naast de Sleter, 7 mei 1372 aan zijn St.Nicolaasvicarie vermaakt (Ke. 894).

* 3 morgen land aan de Mare te Leiderdorp (ibidem).

* 5 morgen land te Zoeterwoude, Altevrooscamp, aan Rodenburger wetering (ibidem).

* 27 nov. 1375 3 morgen land te Oegstgeest (Ke. 758).

* 3O sep. 1376 1O hond land te Oegstgeest bij de Nieuwe weg (Ke. 9O4).

* 3O juni 1379 1/2 van 8 1/2 hond, 36 gaard, 9 voet land te Zoeterwoude, gekocht van Willem Jacobsz., tr. Liddeld Philips Jan Oemsz.dr. (Ke. 9O8).

* 13 mei 138O 3 1/2 morgen, 9 gaard en 1 1/2 morgen land te Oegstgeest,

gekocht van Louris Claasz., 23 feb. 1382 aan zijn St.Nicolaasvicarie

geschonken (Ke. 493 f. 2Ov.); overdracht van het eerste perceel (dan 2 morgen, 9 gaard), 18 aug. 1382 door zijn executeurs-test. aan zijn St. Andriesprebende (Ke. 493 f. 21).

* 16 juni 138O 1 morgen 3O gaard land te Zoeterwoude, in de Oude Made (totaal 3 1/2 morgen, 3O gaard, het overige behoorde aan heer Jan Rutgersz.'s vicarie); gekocht van Rutger Heijlenz. (Ke. 493 f. 21). 23 feb. 1382 aan zijn St.Andriesvicarie geschonken (Ke. 896; 18 aug. 1382 overdracht door zijn executeurs-test. aan zijn St.Andriesprebende (Ke. 493 f. 21). Hieraan belendde:

* land te Zoeterwoude (Ke. 493 f. 21).

* 1 morgen land te Alphen, afkomstig van zijn oom Dirk Frankenz. (Rijswijc), 23 feb. 1382 aan zijn vicarie geschonken (Ke. 896).

* 8 morgen, 2 hond, 2O gaard land te Zoeterwoude, gekocht van Walich Jansz., tr. zijn nicht Kerstine van Oegstgeest; 23 feb. 1382 aan zijn St.Andriesvicarie geschonken (Ke. 896).

rentebezit: * renten op huisjes bij de Steenschuur, afkomstig van zijn oom Dirk Frankenz., samen met de erfgenamen van zijn oom Gerrit Rijswijc bezeten; 7 mrt. 1372 aan zijn St.Nicolaasvicarie vermaakt (Ke. 894).

* 3 £ 16 s.g.g. met houde op de Corte Hofsteden in het het Nieuweland, naast de stadsmuur bij de vesten, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St. Nicolaasvicarie (Ke. 894).

* 3O s.g.g. op een huis en erf te Leiden, afkomstig van zijn broer Gerrit, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St.Nicolaasvicarie (Ke. 894).

* 2O s.g.g. met houde op een huis en erf aan de Rijn op het Hogeland, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St.Nicolaasvicarie (Ke. 894).

* 14 £ 3 s. 1 p. met houde, in het Nieuweland, 1/2 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St.Andriesvicarie andere 1/2 aan zijn prebenda nobilis (Ke. 894).

* 6 £ 1O p. met houde op huizen en erven te Leiden, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn prebenda nobilis (Ke. 894).

stichtingen: * 1368 St.Andriesprebende in St.Pancraskerk (Ke. 493 f. 2Ov., Leverland, 'Philips van Leyden', 78). Van Hout maakt melding van 2 prebenden van St.Andries, waarover men in de oudste stukken echter niets vindt, zodat we aannemen dat de tweede oorspronkelijk de prebenda nobilis was (Ke. 4O7 A 2v., zie hiervoor, landbezit te Waarder).

* 7 mrt. 1372 2 vicarieen, van St.Andries en St.Nicolaas, in St.Pancraskerk (Pieter Gobburgenvicarieen), over te brengen naar St.Pieterskerk indien daar een kapittel werd gesticht, alsmede een prebenda nobilis t.b.v. zijn arme verwanten. Voor de schenkingen hieraan vgl. land- en rentebezit (van deze goederen behield hij overigens het vruchtgebruik). De vicaris van St. Nicolaasvicarie diende jaarlijks St.Pancraskerk 1 £ te geven t.b.v. memoriediensten. Hij stelde tot executeurs-test. van dit testament aan:

heer Johannes van Boemel, vicaris te Utrecht, Simon Rijswijc, Dirk Poes (zoon van zijn broer Jan) en Pieter van den Hove, zijn neef (Ke. 894). Hij regelde 7 mrt. 1372 tevens de collatie van zijn vicarieen, achtereenvolgens te komen aan zijn zuster Margaretha, Dirk Poes, zoon van zijn broer Jan, Pieter Gobburgenz., zoon van zijn zuster, Pieter van den Hove of diens broer Frank (zonen van zijn zuster), IJsbrand IJsbrandsz., zoonszoon van zijn broer Frank, Frank Woutersz. van der Bregghe en tenslotte Frank, zoon van Agatha, dochter van zijn broer Frank. De bedienaren moesten tot zijn ouders nageslacht behoren (Ke. 895). 23 feb. 1382 bekrachtigde hij de stichtingsakte van 1372 en de verdere schenkingen daaraan (zie land- en rentebezit; Ke. 896).

schenkingen: 1371, tot drie maal toe 1O £.pay. t.b.v. de viering van feestdagen aan St.Pancraskapittel (Ke. 415 f. 32, 34v. en 37).

varia: 29 juli 1345 machtigde hij zijn broer Gerrit om zijn goederen te beheren (Ke. 1O86); 17 dec. 1357 scheidsman in een kwestie tussen Pieter Jacobsz. en heer Adam Hobbenz. (zie van Bleijswic); 12 apr. 1369 benoemd tot vertegenwoordiger van St.Pancraskapittel inzake geschillen met St. Pieterskerk betreffende parochiegrenzen (Ke. 4O1); 5 sep. 1369 aangesteld

tot een der executeurs-test. van heer Volprecht van den Woude (Ke. 874); 17 mei 1374 deed hij arbitraire uitspraak met mr. Dammas van Kersken en mr. Pieter Michielsz. (van den Hove) tussen de pastoors van Noordwijk en Rijnsburg en de abdis van Rijnsburg (Rijnsburg 558).

familie: heer Jacob Claasz., vicaris van St.Nicolaasvicarie, door Philips gesticht, verm. 27 nov. 1363-26 juli 1385 (Secr. 1885, Ke. 493 f. 2Ov. En 21v., Ke. 962).

 

IIb. PHILIPS VEREN GOBBURGENZ. (PHILIPS HEINENZ.)

ovl. tussen 24 mrt. 1323 en 22 mrt. 1325 (Van Mieris, Groot Charterboek, II 277 d.i. GvH. 243 f. 34v., Egmond 1 f. 62).

landbezit: 6 morgen land te Boschuijsen, Zoeterwoude, in huur gehouden van de abdij van Egmond (Egmond 1. f. 62).N.B. De lenen van zijn zoon Huge waren mogelijk van hem afkomstig.

rentebezit: 5 £ op een weer land te Achthoven, Leiderdorp, gelegen binnen een leen van de Utrechtse domproostdij, verm. 24 mrt. 1323 (Van Mieris, Groot Charterboek, II 277 d.i. GvH. 243 f. 34v.).

varia: hield te Achthoven, Leiderdorp, een korentiende en 1/3 van een smaltiende in leen van de heer van Culemborg (Kort, 'Rept. Culemborg', 45).

Was 9 nov. 1316 getuige toen heer Pieter van Leijden testeerde en werd door deze neef genoemd (zie Van Leijden en Leupen, Filips van Leiden, 44-45).

familie: tr. Elisabeth (Ke. 415 f. 5). Zoons (vgl. het reptiel in de zegels van de leden van het geslacht van Pieter Gobburgenz. en in die van Philips veren Gobburgenz.'s nageslacht, de tiende die later in handen was van Pieter Hugenz., het landbezit van Huge Philipsz. en heer Bertelmeeus Philipsz. dat te Achthoven, Leiderdorp, aan elkaar belendde en de relaties tussen heer Philips Jansz. en de familie van Pieter Gobburgenz.):

1. Huge Philipsz., volgt IIIc.

2. Jan Philips, volgt IIId.

3. Heer Bertelmeeus Philipsz.

ovl. voor 13 mrt. 1363, wrsch. op 6 jan. 1363 (Ke. 415 f. 5, 418 p. 3).

functie: priester, wrsch. vicaris na heer Dirk Gravekijn, van Geije Gobburgenz.'s vicarie in St.Pieterskerk (W. 1 f. 1Ov.).

woonhuis: aan St.Pieterskerkgracht (W. 2 f. 8 en tafel).

landbezit: land te Leiderdorp tussen Zijl en Mare, verm. 16 okt. 133O (Hoek, 'Wassenaar', 1O3).

varia: zijn executeurs-test., heer Huge van der Hant en Huge van Zwieten gaven 28 nov. 1367 St.Pancraskapittel 22 s.g.g. rente op land te Nieuwkoop (Ke. 415 f. 5).

familie: zoon:

?a.Philips heren Bertelmeeusz. (Ke. 7 f. 55). Hij stond 1O juli 1369 borg voor Gijsbrecht Bloc, toen deze poorter werd (Secr. 19 f. 19).

 

IIIc. HUGE PHILIPSZ.

ovl. tussen 13 mrt. 1346 en 5 feb. 1363 (Klo. 1576; W. 1 f 19v.).

functie: schepen 1334-35, 4O-41, 42-43.

molen: Gillismolen aan de Mare, Leiderdorp, leen van Polanen, verm. 17 apr. 1328 (Nass. Dom. 44 (6461) f. 346v.).

landbezit: * 23 okt. 133O land te Achthoven, Leiderdorp, leen van de Utrechtse domproostdij, omschreven als pachtgoed (Ke. 493 f. 15v., Hoek, 'Domproostdij', 24).

* 16 okt. 133O 5 morgen land te Leiderdorp, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 1O3-1O4).

* de Smale Hale Zoeterwoude, leen van de hofstad Rodenburg, 13 mrt. 1346 verkocht (Klo. 1576).

* 22 mrt. 1325 6 morgen land te Boschuijsen, Zoeterwoude, gepacht van de abdij van Egmond voor 13 s. 4 p. p.j., afkomstig van zijn vader (Egmond 1 f. 62, 763 f. 54).

* 9 morgen 12 gaard 3 vierendeel land ten zuiden van Rodenburger wetering, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 88; of is dit de Smale Hale?).

varia: zegel: een reptiel, daaroverheen de Leidse sleutels (Ke. 661, 12 apr. 1335). Hield een koren en 1/3 van een smaltiende te Achthoven, Leiderdorp, in leen van de heer van Culemborg (geen belening bekend, maar afgeleid uit het leenbezit van zijn vader en zijn zoon Pieter).

familie: tr. Beatrix, ovl. na 13 mrt. 1346 (Klo. 1576), door haar man getocht aan diens leenland te Leiderdorp (zie hoger). Kinderen:

1. Pieter Hugenz., volgt IVb.

2. Huge (Ga. 456 f. 181).

3. Haasken (Ga. 456 f. 181).

4. Elisabeth (DuO. 2O33 f. 8; Ga. 44O f. 17).

 

IVb. PIETER HUGENZ.

ovl. na 29 aug. 1413 (Ga. 456 p. 338).

functie: schepen 1363-64, 67-68.

molen: een molen op de Mare, Polaans leen, afkomstig van zijn vader (Nass. Dom. 44 (6461) f. 346v.).

landbezit: * 26 juli 1382 5 morgen land te Zoeterwoude, 29 mrt. 139O

geschonken aan St.Catharinagasthuis voor memoriediensten (Ga. 455 f. 23v.; Secr. 1737).

* 5 morgen land te Leiderdorp, leen van de burcht, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 1O3-1O4).

* 12 1/2 morgen land te Leiderdorp, leen van de Utrechtse domproostdij, afkomstig van zijn vader, belening 22 nov. 1391, met ledige hand 16 juni 14OO, droeg de 1/2 toen op t.b.v. zijn zoon Claas (Hoek, 'Domproostdij', 24).

* 6 morgen land te Boschuijsen, gepacht van de abdij van Egmond (vgl. bij zijn vader en kleinzoon).

* land in de Waard, te Leiderdorp, afkomstig van Meine uten Waerde, verm. 4 jan. 1371 (Klo. 973); kreeg 15 apr. 1382 toestemming van het gerecht om een brug over de vest te maken, in de Waard, om bij zijn erf te kunnen komen (Secr. 84 f. 276). Gaf ald. 5 sep. 139O een erf uit, strekkend tot de Nieuwe Rijn, tegen 5 £ 8 s. 3 p.pay. rente (Ga. 455 f. 17v.); een erf daarnaast gaf hij uit tegen 5 £ 2 s.pay., een ander erf in de Waard tegen 3O s.pay. Een boomgaard in de Waard schonk hij 13 okt. 141O als doopgift aan Claas van Zwieten, zijn kleinzoon (zie ald.).N.B. Hij kocht 1389 1/2 van 1 £.pay. rente af op land te Zevenhuizen (Het Bredeweder), door Machteld, echtgenote van Dirk van Zwieten daarop gevestigd t.b.v. de H.Geest;

vermoedelijk was dit land toen voor de 1/2 in zijn bezit (W. 2 f. 62).

rentebezit: * 4 £.g.g. op de Duijfhuijscamp te Leiderdorp, in de Waard, wrsch. na landuitgifte (Klo. 1142).

* 5 sep. 139O 5 £ 8 s. 3 p.pay. op een erf in de Waard, spruitend uit erfuitgifte.

* 5 £ 2 s.pay. met houde op een hofstad in de Waard;

* 3O s.pay. met houde op een hofstad ald. en

* 6 mrt. 1391 1 £.pay. op een huis en erf aan de Hooigracht; genoemde 4 renten droeg hij 26 mei 1391 voor memoriediensten over aan St.Catharinagast huis (Ga. 455 f. 17v.-18).

* 1 £.g.g. op 4 akkers land te Zegwaard, aan St.Catharinagasthuis geschonken (1382? Ga. 455 f. 85v.).

* verder bezat hij aan renten in de Waard: 3 £ 12 s.pay., 6 £.pay., 3 £ 12 s.pay., 38 s.pay., 21 s. 11 p.pay., 6 £ 6 s.pay., 26 s., 7 £ 6 s. 8 p.pay., 3 £.pay., 7 £ 13 s.pay. en 24 s.pay. (Secr. 84 f. 65).

varia: zegel: 3 reptielen (Van Kan, 'Van Zwieten', I 49). Een korentiende en een 1/2 smaltiende te Achthoven, Leiderdorp, leen van de hofstad Culemborg; kocht 6 mei 137O de andere 1/2 van de smaltiende; door hem aan zijn zoon Claas overgedragen, de smaltiende bevond zich ca. 14O9 althans in diens nalatenschap (Hofjes 134a f. 5v. en hierna). Beloofde 29 aug. 1413 vrijwaring t.b.v. zijn kleinzoon Willem van Boschuijsen (Ga. 456 p. 338; Kort, 'Rept. Culemborg', 45).

familie: tr. IJde van Zwieten, dr. van Claas en Meijne Cuser, ovl. voor 4 jan. 1371 (Van Kan, 'Van Zwieten', I 49). Kinderen:

1. Claas van Zwieten, volgt Va.

2. Huge van Zwieten, volgt Vb.

3. Beatrix (Ga. 455 f. 19).

landbezit: * 1/2 van 8 1/2 hond land in de Waard, verm. 7 aug. en 22 jan. 1424 (Rijnsburg 13O f. 71 en v.).

* 4 hond land in de Waard te Leiderdorp, 7 mrt. 1424 verkocht (Warmond 479 f. 26 en v.).

rentebezit: 3/4 van 17 groten op een erf in de Waard te Leiderdorp, 12 okt. 1424 verkocht (Ke. 724).

familie: tr. Willem Hermansz. (zie Willem Luutgardenz. c.s. en GvH. 228 f. 16v.).

  

Va. CLAAS VAN ZWIETEN PIETER HUGENZ.

ovl. voor 4 mrt. 14O9 (Klo. 665), begr. St.Pieterskerk (Secr. 84 f. 78v.).

functies: burgemr. 14O4-O5; baljuw en rentmeester van Noordwijk en Beverwijk, alsmede van de duinen en wildernissen van Noordwijk sinds 2 jan. 1398, verlenging van zijn aanstelling 8 apr. en 16 dec. 1399 (GvH. 892 f. 53v.-54, 73v. en 85 d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 38, 52 en 57).

woonhuis: in de Burchstrenc ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, I 324); in het Wolhuisvierendeel 14O7-O8 (Ke. 323 (7) f. 49), hierbij behoorden 2 verhuurde achterhuizen (Secr. 84 f. 78v.). Op een der achterhuizen rustte een rente van 32 groten met houde t.g.v. Jan van Leijden; verder waren het huis en of de achterhuizen belast met 1O groten t.g.v. Hendrik Stoijt en 5 groten t.g.v. het St.Pancraskapittel, terwijl op het erf Floris Paeds 32 groten rente met houde had (Secr. 84 f. 79 en v.).

landbezit: * 21 mrt. 1393 13 morgen land te Leiderdorp in Achthoven, leen van de Utrechtse domproostdij, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Domproostdij', 18).

* 16 juni 14OO 1/2 van 12 1/2 morgen land te Leiderdorp, leen van de Utrechtse domproostdij, na overdracht door zijn vader (Hoek,

'Domproostdij', 24).

* 14O9-1O land, gepacht van St.Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 13).

In zijn nalatenschap wordt verder verm. (Secr. 84 f. 78):

* 2O 1/2 hond 3O gaard land te Maasland, opbrengend 8 £.p.j,

* 6 morgen 32 gaard land ald. opbrengend 14 £,

* 8 morgen 62 1/2 gaard land opbrengend 17 £,

* 9 morgen 3 hond 3O gaard land, opbrengend 2O £,

* land te Naaldwijk,

* 9 morgen land te Naaldwijk,

* 6 morgen land ald,, opbrengend 14 £,

* 2 morgen land ald,, opbrengen 7 £ (leengoed),

* 2O morgen land te Leiderdorp.

borgstelling: 1O sep. 14O7 Nelle Claas Gerritsz.'s weduwe (Secr. 2O f. 27v.).

varia: hield een koren- en smaltiende te Achthoven, Leiderdorp in leen van de heer van Culemborg (Secr. 84 f. 78 en 8O). Ontving 15 sep. 14O3 vergeving van zijn misdragingen van de graaf, mocht als tevoren binnen Leiden wonen en over zijn goederen beschikken, tegen betaling van 25 Vlaamse nobel (GvH. 2O1 f. 44). Verstrekte de graaf een lening i.v.m. de Arkelse oorlog

(GvH. 2O3 f. 23v.).

familie: tr. Aagte, zij ontving de 1/2 van haar mans nalatenschap (Secr. 84 f. 78, Klo. 665). Zoon:

1. Rembrand Claasz. van Zwieten

functie: schepen 1418-19.

woonhuis: in het Wolhuisvierendeel (vgl. bij zijn vader), 141O woonde hij hier samen met zijn moeder; bij dit huis behoorden 2 verhuurde achterhuizen (Secr. 84 f. 78).

landbezit: * 28 feb. 141O 13 morgen land te Leiderdorp, in Achthoven, leen van de Utrechtse domproostdij, afkomstig van zijn vader met behoud van lijftocht voor zijn moeder, 26 aug. 1416 beleend met ledige hand (Hoek, 'Domproostdij', 18).

* 1/4 van 4 morgen land te Leiderdorp tussen Oude en Nieuwe Rijn, 24 nov. 1422 verkocht (Klo. 1145). Vgl. verder het door zijn vader nagelaten land, waarvan hij de helft ontving (Secr. 84 f. 78).

varia: ca. 14O9 beleend met een koren- en smaltiende, te Achthoven, Leiderdorp, leen van de heer van Culemborg (Secr. 84 f. 8O-81, Hofjes 134a f. 5v.-6).

 

Vb. HUGE VAN ZWIETEN PIETER HUGENZ.Z.

ovl. voor 5 dec. 1421 (Hoek, 'Wassenaar', 1O4).

functies: schepen 1395-96, 97-98; schout 14O1-O2; burgemr. 14O3-O4; 3 juli 1398-22 okt. 1399 schout van Beverwijk en Wijk op Zee (GvH. 892 f. 62 en 82v. d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 44 en 56).

molen: wrsch. was hij leenvolger van zijn vader voor de Maremolen, leen van de Lek (Nass. Dom. 6461 (44) f. 331v.).

landbezit: * 11 juli 1414 5 morgen land te Leiderdorp, afkomstig van zijn vader, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 1O3-1O4).

* 3O juli 1414 12 1/2 morgen land te Leiderdorp, afkomstig van zijn broer Claas, leen van de Utrechtse domproostdij, 23 aug. 1417 beleend met ledige hand (Hoek, 'Domproostdij', 24).

* land te Leiderdorp, samen met zijn broer bezeten; schonk daarvan 4 mrt. 14O9 met diens weduwe en diens zoon Rembrand aan het klooster Engelendael te Leiderdorp 1/2 roede voor memoriediensten en verkocht daaraan de ander 1/2 tegen 2O 1/2 Eng. nobel; zij erkenden dat dit klooster recht had op doorvaart tussen de Rijn en dit klooster (Klo. 665).

* land in de Waard te Leiderdorp; dit verbeurde hij 8 mrt. 1418 omdat hij tegen de gravin gestreden had (Van Mieris, Groot Charterboek, IV 472).

rentebezit: * 32 s.g.g. op een boomgaard in het land van Dirk van Zwieten in de Waard (RA. 5O f. 45).

* renten, afkomstig van zijn vader en 14 feb. 14O1 overgedragen aan zijn kinderen uit 1e huwelijk als moederlijk erfdeel: 3 £ 12 s., 6 £, 3 £ 12 s., 38 s., 21 s. 11 p., 6 £ 6 s., 26 s., 7 £ 6 s. 8 p., 3 p., 7 £ 13 s. en 24 s., alles gevestigd op erven in de Waard en in pay. (Secr. 84 f. 65).

borgstelling: * 13 juni 14O2 Alewijn Jansz. (Secr. 2O f. 11v.).

* 1 okt. 14O4 IJsbrand van der Laen (bij een koop door deze, RA. 5O f. 48).

* 28 juni 14O6 Claas Mast (Secr. 2O f. 23).

familie: tr. 1e Margriet (Ga. 44O f. 17; dr. van Willem van Alkemade IJsbrandsz.? zie ald. en vgl. de naam van haar zoon Willem) ovl. voor 14 feb. 14O1 (Secr. 84 f. 65). tr. 2e Lijsbeth Willemsdr. van Zanen, tochtte haar 3O juli 1414 en 23 aug. 1417 aan 12 1/2 morgen land te Leiderdorp (Hoek, 'Domproostdij', 24; Hoge Raad van Adel, Hs. 4377 f. 6). Kinderen uit

het 1e huwelijk:

1. Willem van Zwieten alias van Alkemade (Secr. 84 f. 65)

landbezit: * 4 sep. 142O een boomgaard met land in de Waard, afkomstig van zijn broer Claas (Klo. 1142).

* 5 dec. 1421 5 morgen land te Leiderdorp, leen van de burcht, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 1O4).

familie: tr. 1e Ode Gijsbrechtsdr. (Hoek, Wassenaar, 1O4).

2. Maritge (Secr. 84 f. 65), ovl. na 14 feb. 14O1 (Secr. 84 f. 65).

Uit het 2e huwelijk:

3. Willem van Zaanden (Klo. 1142)

landbezit: * erfde van zijn broer Claas diens boomgaard, droeg zijn recht 4 sep. 142O over op zijn halfbroer Willem (Klo. 1142).

* 6 morgen land te Boschuijsen, gepacht van de abdij van Egmond,

afkomstig van zijn vader of grootvader, 6 mrt. 1428 verkocht aan de abdij (Egmond 6O1).

4. Claas van Zwieten (Klo. 1142)

ovl. voor 4 sep. 142O (Klo. 1142).

landbezit: 13 okt. 141O een boomgaard in de Waard, van zijn grootvader Pieter Hugenz. ontvangen als doopgift (Klo. 1142).

 

IIId. JAN PHILIPSZ.

functies: schepen 135O-51, 51-52, 52-53, 53-54; kerkmr. van O.L.V.kerk 1356-57; schout 1363.

huisbezit: verm. als belender in de Donkersteeg 22 mei 1358 (Ke. 493 f. 17v.).

varia: zegel: de Leidse sleutels (Ke. 1OO7, 28 okt. 1351).

familie: tr. Claar (Ke. 418 f. 65). Kinderen :

1. Heer Philips Jansz., volgt IVc.

2. Odelant Jan Philipsz.dr., ovl. 13 apr. 1413, begr. St.Pieterskerk (Ke. 416 f 55).

3. Lijsbeth, tr. 1e Jan die Witte, ovl. tussen 3O juni 1354 en 3 aug. 1374, waaruit een zoon Pieter Jans Wittenz. (zie Pieter Wit), ovl. na 5 apr. 138O (Ke. 493 f. 44v. en 7O); tr. 2e voor 3 aug. 1374 Jacob (Coppe) Dirksz., ovl. voor 1O feb. 1379 (Ke. 493 f. 44v. en 7O, 415 f. 59; tr. 1e N.N., GvH. 7O7 f. 3 en 3e Machteld, W. 1 f. 34). Uit het 2e huwelijk een zoon, heer Jacob Jacobsz., priester op de vicarie gesticht door Aarst Gonter, ruilde deze voor een prebende in St. Pancras (W. 2 tweede folio voor f. 1).

 

IVc. HEER PHILIPS JANSZ.

ovl. 19 sep. 1419, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 62).

functies: pastoor van Akersloot, verm. 1 apr. 1359; pastoor van St.Pieters kerk sedert 1369, samen met heer Floris van Alkemade; was 2O juni 1371 nog in functie (zie ald. en De Geer, DuO. 6O7, 6O8, 6O9; DuO. 2O63); door Willem Foijtken (Bort) aangesteld tot vicaris van de kapelanie gesticht door heer Willem Nannenz.; 1366-67 kwam hij in conflict met Willem Arnoldi, door Willem Nannenz.'s executeurs-test. als zodanig aangesteld (Ke. 1O55);

kanunnik van St.Pancraskapittel sinds 1368, bekleedde de prebende van Exaltatio Sancte Crucis, gesticht door Jan Aarndsz. (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 83); pastoor van St. Pancraskerk, verm. 14 juli 1374 (Leverland, 'Pastoors St. Pancras', 68-69); thesaurier van het kapittel (Ke. 416 f. 62); verm. als deken en provisor van Rijnland 1O mei 1379-28 okt. 1391 (Leverland, 'Inquisitio super conexuum', 89; Ga. 455 f. 27v. En Secr. 84 f. 35).

woonhuis: aan St.Pancraskerkgracht, vestigde hierop 26 dec. 138O 4 £.pay. t.b.v. het kapittel (Ke. 493 f. 7Ov., zie Dirk Coenen Matthijsz. c.s.).

landbezit: 7 hond land te Voorschoten, 27 nov. 1374 t.b.v. zijn prebende overgedragen (Ke. 493 f. 45).

rentebezit: * 1 juli 1368 4 s.g.g. op het huis en erf van Dirk Poes Jansz. van Leijden bij het grafelijk hof en 5 s.g.g. op een huis en erf aan de gracht bij de Diefsteeg (Ke. 493 f. 44v.).

* 28 sep. 1368 1O s.pay. op een huis en erf bij de molen aan de stadsvest, te Zoeterwoude (Ke. 493 f. 45).

* 25 okt. 1368 5 s.pay. op het Molenweer te Rijnsaterwoude (Ke. 493 f. 44v.).Hoger genoemde renten droeg hij 3 aug. 1374 over op het kapittel ter voldoening van de als kanunnik verschuldigde 5 £.pay. rente (Ke. 493 f 45; vgl. Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 73).

* 23 okt. 1374 19 s.pay. op een huis en erf achter het huis van Bertelmeeus Gorisz. van der Bregghe aan de Breestraat, 4 sep. 138O overgedragen aan het kapittel (Ke. 493 f. 45).

* 1 £.pay. op een huis en erf te Leiden, 1398 geind door heer Dirk Gravekijn (RA. 5O f. 23v.).

* 4O s.pay. op een huis en erf te Leiden, afgeschat 25 mei 141O (RA. 5O f. 97v.).

schenking: liet het gratiejaar van zijn prebende na aan het kapittel voor memoriediensten (Ke. 416 f. 62).

varia: zegel: 3 reptielen, horizontaal onder elkaar (Ke. 4O4, 16 mei 1371 en Charters Warmond 14, 1 juli 14O8). Bezegelde 1 apr. 1359 de vicarie- stichting door Trude, weduwe van Boudijn van Zwieten (Ke. 1O38); Was 7 mrt. 1372 getuige t.b.v. Philips van Leijden (Ke. 322 f. 52 en 61), verm. Als diens executeur-test. 18 aug. 1382 (Ke. 493 f. 21); bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding van de nalatenschap van Michiel van der Heijde (zie Van den Hove, Secr. 84 f. 37); was 2O juni 1389 getuige toen Pieter Simonsz. van den Oerde testeerde (Ga. 455 f. 27v.); was ca. 1383 15 £.pay. schuldig aan Alide Dirksdr. van der Graft (Secr. 84 f. 3).

familie: door mr. Jan Philipsz. 27 nov. 1374 neef genoemd (Ke. 493 f. 45, zie Willem Luutgardenz. c.s.). Was 1O mei en 28 okt. 'vriend' van mr. Pieter Michielsz.'s kinderen (Secr. 84 f. 31 en 35, zie Van den Hove).

 IIc. GEIJE GOBBURGENZ.

ovl. na 1325 (Ke. 493 f. 87v.).

huisbezit: een huis en erf te Leiden, aan St.Pieterskerkgracht, door hem aan zijn vicarie geschonken (W. 2 f. 8 en tafel).

landbezit: * land te Koudekerk aan de Rijn, in de Hoge Waard, door hem aan zijn vicarie geschonken (voor 27 jan. 1325; Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 885-886; Ke. 325).

* 2 morgen, 4 gaard land te Zoeterwoude bij de Rijn, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

stichting: samen met zijn vrouw Kerstine, St.Pietersvicarie in St. Pieters kerk (voor 27 jan. 1325; Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 884, Ke. 325).

familie: tr. Kerstine, dr. van ver Pieternelle Maes; begr. St.Pieterskerk (W. 1 f. 1Ov.; Kam, 'Memorieboek', 173). Haar moeder in belending 11 mrt. 1312 verm., wrsch. aan de Breestraat (Ga. 455 f. 7; de andere belender, Gerrit Gorisz. van der Bregghe woonde ald.). Pieternelle ovl. voor 5 jan. 1335 (Ga. 455 f. 3); (vgl. voor haar ook Rembrand Vink Geijenz.). Kinderen:

1. Rembrand Vink Geijenz., volgt IIIc.

2. Frank Geijenz.

huisbezit: huurde ca. 1354 van Willem Mabelie uten Waerde een hofstede, vroeger in handen van Got Hannen, onder Leiden (Muller, 'Het Oude Register', 221 d.i. De Fremery, Supplement', 187 en GvH. 244 f. 53).

landbezit: 2 1/2 morgen 4 gaard 7 voet land onder Zoeterwoude bij de Leidse vaart, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

3. Jacob Geijenz.

ovl. 22 feb. 138O, begr. St.Pieterskerk (Ke. 415 f. 69v., 418 p. 24).

woonhuis: te Marendorp, bij het Zijlpoorthuis. Liet St.Pancraskapittel hierop 11 s.g.g. rente met de houde na, voor memoriediensten (Ke. 415 f. 69v., 418 p. 24). Zijn erf strekte zich tot in Leiderdorp uit (Ke. 493 f. 19).

landbezit: * land te Zoeterwoude, verm. 13 nov. 1373 (W. 1 f. 5Ov.).

* land te Leiderdorp bij de Rijn, verm. 8 feb. 1363 (Ke. 493 f. 19).

rentebezit: 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden, nagelaten aan St. Pieterskerk voor memoriediensten (Ke. 7 f. 22).

familie: dochter:

a. Lucie Jacob Geijenz.dr.; werd 31 juli 1375 Leids poorteres met 24 £,

borg: Gijsbrecht Kerstantsz. van Haerlem (Secr. 19 f. 4Ov.).

4. Heer Dirk Gravekijn

ovl. tussen 25 sep. 1349 en 8 mrt. 1351 (W. 1 f. 1Ov.).

functie: klerk ter kanselarij ca. 1322-34 (zie hfdst. 6); 18 aug. 1322

beloofde de graaf hem het eerst vrijkomende beneficie; was toen clericus (GvH. 3O4 f. 56); wrsch. vicaris van de door zijn vader gestichte vicarie (W. 1 f. 1Ov.).

woonhuis: verm. als belender van het huis van Simon van Endegeest 5 jan. 1337 (Ke. 493 f. 39v.); op zijn woonhuis aan de Vollersgracht droegen zijn executeurs-test. 7 s.g.g. rente over aan de H.Geest (zie hierna).

Bewoonde wellicht het door zijn vader aan diens vicarie vermaakte huis (zie hierna).

landbezit: land te Leiderdorp, verm. 11 sep. 1319 (GvH. 242 f. 9).

rentebezit: * 3O aug. 1344 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden (W 1 f. 1Ov.).

* 2 s.g.g. op een huis en erf, belendend aan Jan Frankenz. (die aan de Breestraat woonde, dit huis was dan ook wrsch. in die omgeving gelegen, vermoedelijk aan de Diefsteeg (W. J. 31 f. 9). Deze rente vermaakte hij voor 8 mrt. 1351 aan de H.Geest (W. 1 f. 1Ov.).

* 22 apr. 1347 1O s.g.g. op 1/2 huis en erf, naast dat van Rembrand Vink Geijenz. (W. 1 f. 1Ov.).

* 25 sep. 1349 1 £.g.g. op voornoemd 1/2 huis en erf (W. 1 f. 1Ov.).

Genoemde vier renten droegen zijn executeurs-test. 24 juli 1351 over aan de H.Geest voor memoriediensten, evenals 7 s.g.g. op een huis en erf te Leiden en 15 p. op het huis en erf van Dirk Gravekijn zelf (W. 1 f. 11v. en W. 2 f. 8 en tafel).

familie: zoon:

a. Philips heren Dirksz. Gravekijn

ovl. voor 138O (W. I 31 f. 1Ov.).

woonhuis: aan de Nieuwe Rijn, belendend aan o.m. Jacob Rembrand Vinkenz. Hierop vestigde hij 4O s.pay. rente (11 jan. 1367); dit huis werd 3 nov. 1368 gepand door Simon Simonsz., aan wie een pandrente van 19 s. 19 p.pay. toegewezen (W. 1 f. 78 en 24v.).

familie: vermoedelijk waren zijn zoons:

A. Heer Dirk Gravekijn (jr.), 139O en later vermoedelijk commandeur van de Duitse Orde te Katwijk (DuO. 1951); vicaris in St. Pieterskerk, verm. 14OO (Ga. 455 f. 6Ov.). Hij woonde aan St.Pancraskerkgracht (verm. 24 aug. 1357 en 25 apr. 1371; Ke. 493 f. 17 en v.). 4 mrt. 1383 stichtte Margaretha Sluter een vicarie waarvan hij, een verwant van haar, eerste bedienaar zou zijn en na hem Pieter, zoon van Philips gezegd Gravekijn of Gerrit, diens broer (Ke. 322 f. 1Ov.).

5. Pieternelle (Kam, 'Memorieboek', 173; W. 1 f. 11v.).

 

IIIc. REMBRAND VINK GEIJENZ.

ovl. na 3O nov. 1361 (W. Afd. A pf. IV nr. 5).

functies: schepen 1361-62, geestmr. 51-52, 53-54.

woonhuis: aan de Rijn 22 apr. 1347 en 25 sep. 1349 (W. 1 f. 1Ov.).

landbezit: * 4 morgen 5 hond 8 gaard 1O voet land te Zoeterwoude, bij de Leidse vaart, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* land te Zoeterwoude, bij het huis Rodenburch, voor 28 mrt. 1359 door zijn 1e huwelijk verkregen (Koningsveld 87).

* 28 mrt. 1359 2 morgen land te Zoeterwoude, gemene voor gelegen met voornoemd land; voor 32 £.pay. per morgen 11 juli 1361 verkocht (Koningsveld 87).

* 13 1/2 hond 3 gaard 4 1/2 voet land tussen Leiden en Rodenburger wetering, gemeenschappelijk bezeten met Pieternelle - zijn grootmoeder Pieternelle Maes of zijn zr.? -, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* land te Zoeterwoude onder Boschuijsen, gepacht van de grafelijkheid, 136O verkocht aan Hendrik Diddeboeijsz. van Catwijck (GvH. 1447 f. 3, vgl. GvH. 226 f. 64).

rentebezit: * 24 apr. 1335 8 s.g.g. op een huis en erf, belendend aan St.Pieterskerksteeg (W. 1 f. 78).

* 23 aug. 1355 1 £.g.g. op 1/2 huis en erf aan de Rijn, 31 juli 1356 aan de H.Geest overgedragen (W. 2 f. 11 en tafel).

varia: zegel: de Leidse sleutels met vink in het schildhoofd (3O nov. 1361, W. Afd. A pf. IV nr. 5).

familie: tr. 1e voor 28 mrt. 1359 Machteld, zij bracht land onder huis Rodenburg mee ten huwelijk (zie hoger). tr. 2e Lisebet, verm. 1373 (RA. 2a f. 17v.). Kinderen:

1. Jacob Rembrand Vinkenz., volgt IVd.

2. Heer Gerrit Vinkenz.

ovl. voor of in 1398-99 (Ga. 334 (5) f. 8v.).

functie: O.L.V.broeder te Haarlem (ibidem).

3. Ave.

ovl. 1399-14OO, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (2) f. 13v.).

varia: zij werd 1398-99 verpleegd in het St.Catharinagasthuis, toen zij erfde van haar broer Gerrit (18 £ 6 s. 8 p.pay.), welk erfdeel door het gasthuis ontvangen werd (Ga. 344 (5) f. 8v., vgl. ook f. 16v.).

familie: tr. 1e Aarnd Bollekijn (Ga. 334 (4) f. 7v., zie ald.). tr. 2e Dirk Adamsz. (Ga. 334 (4) f. 7v.).

4. Margriet.

ovl. 1 mei 1369, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 12v.-13).

woonhuis: te Marendorp, bij O.L.V.kerk; op haar huis liet zij St. Pancraskerk 16 s.pay. na voor memoriediensten (Ke. 415 f. 12v.-13).

familie: tr. Willem IJsbrandsz. (Ke. 415 f. 12v.-13, 418 f. 58; zie Willem IJsbrandsz. c.s.).

 

IVd. JACOB REMBRAND VINKENZ.

ovl. tussen 2O juli 1392 en 25 juni 1393 (Rek. Lei., I 16; W. 1 f. 78v.).

functie: geestmr. 1381-82, 82-83. schepen 86-87.

beroep: korenkoper (gezien de handel van zijn weduwe); verhandelde in leisteen (1392, Rek. Lei., I 16).

woonhuis: aan de Nieuwe Rijn, belendend aan Philips heren Dirksz. (Gravekijn) (11 jan. 1367; W. 1 f. 78).

huisbezit: een huis en erf aan de Vollersgracht, hoek Bronstkiaenssteeg, hierop verkocht hij 7 juni 1358 heer Claas Jacobsz. van Bleijswic 1 £.g.g. rente (Ke. 493 f. 61).

landbezit: * 1 morgen land, Dirk Fijenz.' geer) te Koudekerk, in de Hoge Waard.

* 1 1/2 morgen 2 hond 29 gaard land, eveneens ald.; beide stukken land 31 mei 1389 aan zijn vicarieen geschonken geschonken (Ke. 1428, Van Mieris,

Beschryving, III 885-886). Een van beide genoemde stukken land is wrsch.:

* land te Koudekerk in de Hoge Waard, verm. 11 apr. 1384 en 3 jan. 1392 (GvH. 226 f. 215v. en Klo. 1469 f. 7).

* land te Oegstgeest bij de Rijn, verm. 3O jan. 1387 (W. 1 f. 6O).

* land te Zoeterwoude, belendend aan de Vroonmade, verm. 2 feb. 1386 (Ke. 137O).

* 7 hond land te Zoeterwoude, na hem door zijn kinderen bezeten, uiteindelijk in handen van mr. Gerrit Pieter Dirksz.z. gekomen en door deze aan zijn kapelanie geschonken (Ke. 322 f. 28v.).

rentebezit: * 19 jan. 1368 4O s.pay. op een huis en erf aan de Nieuwe Rijn;

door zijn weduwe 25 juni 1393 aan de H.Geest overgedragen (W. 1 f. 78 en v.).

* 22 feb. 1376 2O s.pay. op een huis en erf aan de Vollersgracht, overdracht door zijn weduwe als boven (W. 1 f. 78 en v.).

* 8 s. op een huis en erf aan St.Pieterskerksteeg, afkomstig van zijn vader, overgedragen als boven (W. 1 f. 78 en v.).

borgstelling:

* 23 juni 1368 Jacob Dammasz. v. Oegstgeest (Secr. 19 f. 14v.).

* 23 feb. 1385 Dammas Heimansz. (Secr. 19 f. 67).

stichting: 31 mei 1389 splitste hij de door zijn grootvader gestichte St.Pietersvicarie in tweeen, de tweede vicarie werd aan St.Jacob de Meerdere zijn gewijd; voor schenkingen hieraan zie zijn landbezit. De collatie zou na hem zijn voor zijn oudste zoon, dan wel voor zijn zoon Simon, die dan niet tevens bedienaar mocht zijn, in dat geval zou Jacobs zoon Gerrit collator zijn. Bij gebrek aan nageslacht zou de collatie overgaan op de nakomelingen van zijn vader of grootvader (Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 884-892).

varia: pachter van het Leidse hopgeld 1365 (GvH. 1451 f. 6). Bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding tussen de erfgenamen van Michiel van der Heijde (Secr. 84 f. 37).

familie: tr. Margriet, ovl. na 141O (RA. 5O f. 1OO en v.); zij bezat land te Voorschoten, verm. 24 jan. 14O5 (W. 1. f. 1O1) en te Oegstgeest, gemene voor gelegen met dat van Alijd Gijsbrechts Gousen weduwe, het St.Pancras- kapittel en Daniel Gerrit Lamsz., verm. 29 mei 14O6 (W. 1 f. 1O1v.).

Aankoop van tarwe bij haar 1398-99, 14O1-O2 (Ga. 334 (5) f. 11v., 334 (6) f. 12). Zij had 2 feb. 1398 16 s. pay. rente op een huis en erf te Leiden

(brief van 11 mrt. 1369; RA. 5O f. 18) en 141O 18 p.g.g. op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 1OO en v.). Kinderen:

1. Rembrand Vink(enz.) (Jacobsz.) (Ke. 1428).

ovl. 1417-18, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (11) f. 17).

landbezit: * te Voorschoten, verm. 15 juni 1413 (Ga. 455 f. 84).

* land in de Weipoort te Zoeterwoude, 1397-98 van het St.Catharinagasthuis gehuurd (Ga. 334 (4) f. 4).

2. Simon Jacob Vinkenz., wrsch. clericus, verm. 31 mei 1389 (Ke. 1428, Van

Mieris, Beschryving, III 887).

3. Gerrit Jacob Vinkenz. (Ke. 1428).

ovl. na 2O jan. 1424, wrsch. na 1427 (Jacobs, 'Rembrandt verwant met Philips van Leyden', 8).

opleiding: ingeschreven als student te Heidelberg tussen 2O dec. 1397 en 22 juni 1398 (ibidem, 7).

familie: had nageslacht (ibidem, 8).

4. mr. Dirk Jacob Vinkenz.

begr. St.Pieterskerk (DuO. 2O33 f. 5).

functie: priester.

rentebezit: 14O5 een lijfrente van 13 Eng. nobel, samen met zr. Geertruid gekocht van de stad, losbaar met 1OO nobel (Secr. 8O f. 68v.).

5. Pieternelle.

ovl. voor 18 mrt. 1387, begr. St.Pieterskerk (W. 1 f. 6Ov. en Kam,

'Memorieboek', 21O). Liet H.Geest 18 £ 13 s. 4 p.pay. na. (W. 1 f. 6Ov.); tr. Dammas Heimansz. (W. 1 f. 6Ov.). Hij werd 23 feb. 1385 Leids poorter, met Jacob Rembrand Vinkenz. als borg (Secr. 19 f. 67); was na 1392 homan in het bon Burchstrenc (Secr. 84 f. 271v.). ovl. na 17 juli 1413 (tr. 2e Agniese; Hoek, 'Rept. Oud-Teijlingen', 538, zie over hem ook Secr. 1713 en Van Riemsdijk, Rechtspraak, III 34-35 d.i. GvH. 195 f. 97).

6. Jan Aagt.

ovl. 1461 (zie Paedse); tr. Floris Paedse van Sonnevelt (Ke. 58, zie Paedse).

7. Geertruid.

ovl. 14O9-1O, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 13v.). Zij ontving uit 1/2 morgen 2 hond 29 gaard land, die haar vader aan zijn vicarieen vermaakte, gedurende haar leven 2 £.p.j. (Ke. 1428, Van Mieris,

Beschryving, III 887); bezat sinds 14O5 een lijfrente van 13 Eng. nobel, samen met haar broer heer Dirk, t.l.v. de stad (Secr. 8O f. 68v.). 8. Beatrise Jacob Vinkendr. (Ga. 44O f. 14v.); tr. Gerrit Willemsz. (Ga. 44O f. 14v.; wrsch. Gerrit, schoonzoon van Jacob Vinkenz., die 31 aug. 1376 poorter werd met zijn schoonvader als borg, Secr. 19 f. 43; zie ook Gerrit Willemsz.). Zij zijn wellicht identiek met: Gerrit Vinc; 1399 graankoopman (Weesk. 6O8 f. 8, zie over hem Secr. 84 f. 245v. betr. de lening van 1393 en Ga. 334 (5) f. 11v.) en diens vrouw Beatrise, verm. 14O8-O9 bij de aankoop van roerend goed met Poes Pietersz. als borg, zij was toen vermoedelijk weduwe (RA. 5O f. 73). In 1421 is sprake van een huis aan de Rijn dat behoorde aan de kinderen van Gerrit Vinc (W. 2. f. 13 en tafel).

In de genealogie niet te plaatsen is:

Hadewi Vinken met haar zoon Gerrit, de St.Pieterskerk verzorgde hun memorie (Ke. 7 f. 56v.).

  

PIETER GOBBURGENZ. JR. C.S.

 

I. GERRIT, ZOON VAN JAN DES PERSOENRESNEVE (GvH. 7O9 f. 1 en v., 74O I N.H. f. 47 em Hoek, 'Wassenaar', 581). tr. Gobburg, dr. van Pieter Gobburgenz.

(o.m. Ke. 493 f. 2Ov. o.m.; zie hiervoor). Kinderen:

1. Pieter Gobburgenz., volgt II.

2. Jan Gobburgenz. (Jan Gerritsz.)

ovl. 28 nov. 141O, begr. St.Jacobuskerk, Utrecht (Ke. 416 f. 46).

schenking: liet St.Pancraskerk 5 £ na voor memoriediensten (Ke. 416 f. 46).

varia: 9 mrt. 1384 veroordeeld tot bedevaart naar O.L.V. te 's-Hertogenbosch of levering van 4OOO stenen, wegens een woordenwisseling met het Leidse gerecht (RA. 2 f. 7Ov.). Leids poorter 9 juli 14O9 (Secr. 2O f. 34), 141O ontpoorterd, daar hij te lang buiten de stad woonde (Secr. 2O f. 39v.). tr. Geertruud, dr. van Jan Merinc en Alijd, ovl. na haar man, begr. St. Pieterskerk (Kam, 'Memorieboek', 2O4).

3. Frank Gerritsz. van Voorschoten; trad 3O okt. 1368 op t.b.v. zijn neef Philips van Leijden (Ke. 493 f. 2Ov.).

4. Pieter Poes Gerritsz. (Ke. 416 f. 46); oom van Aagt, tr. met Pieter Willem Tedenz.; zij ovl. 19 sep. 142O en werd in zijn graf begraven (Ke. 416 f. 63v. en 418 f. 97v.). Zij was vermoedelijk een dr. van Gerrit Hoogstraat (zie ald.), in dat geval zou diens vrouw Odelt een zr. Zijn van Pieter Poes.

?5.Catharine, ovl. voor 16 okt. 1372 (Ke. 415 f. 25v.). tr. Philips Jan Oemenz. (deze afstamming aangenomen op grond van het volgende: hun huis had eerder aan Liddeld Pieter Gobburgendr. behoord; hun dochter Liddeld werd door Philips van Leijden nicht genoemd en hun zoon Pieter werd omwille van Philips van Leijden in 1376 als poorter te Leiden toegelaten; beiden droegen overigens namen uit de familie van Pieter Gobburgenz. Bovendien trad voor deze kinderen naast Jan Jan Oemenz., oom van vaderszijde ook Pieter Gobburgen als voogd op, wrsch. eveneens een oom, maar van moederszijde. Opvallend is overigens de binding van zowel het geslacht Oem als deze familie met Voorschoten; zie ook Oem).

 II. PIETER GOBBURGENZ. (JR.) of GERRITSZ.

ovl. voor 13 mrt. 1424 (Hoek, 'Wassenaar', 581).

functies: schepen 1389-9O, 94-95, 99-14OO, 13-14; burgemr. 1386-87.

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 24-25 aug. 1381 (Ke. 415 f. 74v.).

huisbezit: * een huis en erf te Marendorp aan de Rijn (28 apr. 1416; Secr. 15O8).

* 1415 een huis en erf te Leiden, gekocht voor 38 gouden Eng. nobel; hierop bezat hij reeds een aantal renten (zie hierna; RA. 5O f. 15Ov.).

landbezit: * 2O jan. 1373 (of eerder) 4 morgen en een huis en een laan te Voorschoten, aan de Vliet bij het huis Duivenvoorde; grfl. leen; 139O beleend met ledige hand; dit leen was afkomstig van zijn grootvader Jan des Persoenresneve (GvH. 226 f. 134v., 7O8 f. 1, 7O9 f. 1v., 74O I N.H. f. 47).

Dit zal hetzelfde zijn als:

* land te Voorschoten bij Schakenbosch, verm. 28 okt. 1414 (Ga. 456 p. 212). Hierop bezat de kerk van Voorschoten 18 s. rente (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 76).

* 8 hond land in de Oestcamp in de Ridbroeck, te Voorschoten (Noord-Hofland), Wassenaars leen, afkomstig van zijn grootvader Jan des Persoenresneve (Hoek, 'Wassenaar', 581).

rentebezit: * 25 mrt. 14O8 een schuldbrief van 9 kronen, op een huis en erf te Leiden 8 dec. 141O afgeschat (RA. 5O f. 1O5).

* 6 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden verm. 2 apr. 1411 (RA. 5O f. 117v.).

* 17 jan. 1396 6O gouden schilden op een huis en erf te Leiden;

* 15 jan. 1398 64 £.g.g. op ditzelfde huis en erf;

* 26 nov. 1398 9 £.g.g. pandbrief op genoemd huis en erf;

* 3O aug. 14OO 9 £ 12 s. 4 p.g.g. op voormoemd huis en erf;

* 18 jan. 1415 43 Eng. nobel op voornoemd huis en erf, dit huis en erf kocht hij in 1415 (RA. 5O f. 15Ov.).

varia: zegel: een draakje (17 mrt. 14OO, Ke. 72O). Trad 31 okt. 1376 op t.b.v. Pieter en Liddeld, kinderen van Philips Jan Oemenz. (zie hiervoor,

kinderen van zijn zuster; Ke. 523); bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding van Michiel van der Heijdes nalatenschap (Secr. 84 f. 37).

familie: tr. Margriet, tochtte haar 2O jan. 1373 aan zijn grafelijk leenland te Voorschoten (Ga. 444 f. 17; GvH. 226 f. 134v.). Zoon:

1. Gerrit Pieter Gobburgenz.z.

functie: schepen 141O-11, 11-12, 12-13.

woonhuis: in St.Pietersparochie (homan ald. 14OO-O1; Ke. 323 (3) f. 13).

beroep: drapenier (kocht in opdracht van het Leidse gerecht 1412-13 laken te Gent (Rek. Lei., 258).

landbezit: land te Oegstgeest, verm. 29 dec. 1395 (Ga. 455 f. 59v.).

varia: zegel: een reptiel (6 feb. 141O, Ke. 94).

familie: tr. Lijsbet Dirk Coenendr. (GvH. 712 f. 13O; zie Dirk Coenen Matthijsz.). Zoon:

a. Dirk Coen, had met neef Willem Claas Horstsz. 1412-13 een lijfrente van 2 nobel 36 groten op de stad Leiden (Secr. 513 f. 19); ovl. na 1 dec. 1433 (GvH. 712 f. 13O).

 

 

GODE

 

I. JAN GODE GIJSBRECHTSZ.

ovl. voor 31 dec. 142O (GvH. 712 f. 5v.).

woonhuis: te Leiden 139O (GvH. 7O8 f. 3).

landbezit: * 9 morgen land te Alphen a.d. Rijn in de Steect, grafelijk leen, voor 13 sep. 1355 beleend; 139O beleend met ledige hand, ontving dit leen 5 jan. 14O3 als erf- i.p.v. recht leen (GvH. 7O7 f. 11v., 7O8 f. 3 en 229 f. 16).

* 6 morgen 6 1/2 hond land te Voorhout, 26 aug. 1382 vermaakt aan de H. Geest voor memoriediensten (W. 1 f. 46).

* 6 morgen land te Alphen a.d. Rijn in de Steect aan de Rijn (Klo. 624).

* 2 1/2 morgen land te Alphenerhoorn ald. (ibidem).

* 5 1/2 morgen land in Aarnd IJsbrandsz.' weer ald. (ibidem).

rentebezit: * 14 nov. 1383 4O s.pay. op de Hoeghencamp aan de Woerdt te Voorhout, gekocht van Jan Gode IJdenz. (Ga. 455 f. 22).

* 23 sep. 14OO 4O s.pay. op een huis en erf te Marendorp (Ke. 416 f. 81).

familie: zoon van Gijsbrecht Stoep van Alfen, die aan de 9 morgen leenland die Jan Gode later bezat, 16 okt. 132O zijn vrouw Alijd tochtte (GvH. 243 f. 21v.). We weten niet of hij tot het geslacht behoorde van heer Frank Stoep van Hillegersberg en heer Willem Stope (Beelaerts van Blokland, 'Hillegersberg', 164-165). Met Zeger, vader van Dammas Zegersz., bestonden zeker familiebanden (zie ald.). tr. 1e Lijsbeth; hij tochtte haar voor 13 sep. 1355 aan de mindere helft van zijn leenland (W. 1 f. 46 en GvH. 7O7 f. 11v.); tr. 2e Bave, ovl. voor 26 aug. 1382 (W. 1 f. 46); tr. 3e Lijsbeth, ovl. 11 okt. 14O2 (Ke. 416 f. 34v. en 418 f. 61v.). Zoon uit het 1e of 2e

huwelijk:

1. Jan, ovl. jong (W. 1. f. 46).

Uit het 2e huwelijk:

2. Aarnd Jan Godenz.

functie: schepen 14O7-O8, O8-O9.

landbezit: * land te Alphen in de Steect, verm. sinds 5 jan. 14O3 (GvH. 229 f. 16 en 712 f. 5v.), missch. hetzelfde als:

* land te Alphen tussen Rijn en Banweg, verm. 2 mrt. 1418 (Secr. 1636).

* 31 dec. 142O 9 morgen 2 hond land te Alphen in de Steect (de Gheere), grafelijk leen (GvH. 712 f. 5v. en 168).

borgstelling: 31 okt. 14O4 Willem Maas (Secr. 2O f. 18). 26 aug. 14O8

Hendrik IJsbrandsz., van Alphen a. d. Rijn (Secr. 2O f. 31).

varia: zegel: een leeuw met een ster aan de voet (Ga. 581, 3 feb. 14O8).

familie: tr. Vroukijn, zij bezat met Aarnd 1412-13 2 nobel lijfrente t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 2Ov.); ovl. 22 nov. 1428, begr. St.Pancras

kerk (Ke. 416 f. 81). Zij was wellicht een dr. van Andries Walgertsz., ovl. 8 nov. 1389; een rente van 1 £.pay. op een huis en erf aan St. Nicolaasgracht, afkomstig van deze, werd 26 okt.1429 door Andries Aarnd Jan Godenz.z. overgedragen aan St.Pancraskapittel voor de memorie van Nanne, vrouw van Andries Walgertsz., die 21 okt. 142O was overleden;

diezelfde dag droeg Andries een rente over voor zijn moeders memorie. Lijsbeth, ovl. 141O, dr. van Andries Walgertsz., tr. Riddelof Riddelofsz. (die 9 mrt. 1395 Leids poorter werd met zijn zwager Nan als borg, Secr. 19 f. 1O4, hun zoon zal Andries Riddelofsz. zijn, tr. 1423 Geertruid Boudijnsdr. van Zwieten (Ke. 418 f. 63v.), correctie op Van Kan, 'Van Zwieten', I 6O); haar broer was Frederik Andriesz., klerk, ovl. 2 sep. 1396 (Ke. 416 f. 73 en 81 en 418 f. 97v.). Zoon:

a. Andries Aarnd Jan Godenz.z., verm. 26 okt. 1429 (Ke. 416 f. 73 en 81).

4. Lijsbeth Jan Godendr., ovl. voor 26 feb. 1437 (Klo. 624); tr. Dirk van Alkemade Hendriksz. (Ga. 44O f. 6, zie ald.).

 

MR. JACOB PIETERSZ. VAN LEIJDEN alias GOEDSOT

Zijn afkomst is onduidelijk; blijkens zijn positie aan het hof stond hij in aanzien; we troffen hem alleen als notaris te Leiden aan. Zijn dochter huwde binnen het patriciaat.

functies: notaris, verm. sinds 28 sep. 137O (Ke. 4O2, 4O3, Egmond 1 f. 71v. en Egmond 383); 21 nov. 1378 verm. als vicaris van St.Pieterskerk te Middelburg en in de parochiekerk van Mariakerke op Walcheren (Van Riemsdijk, Tresorie, 189); 1389-9O verm. als kanunnik van de Hofkapel en grafelijk kapelaan (ibidem, 192), eveneens als bezitter van de prebenda dormitorii in de Utrechtse Dom en bezitter van de 1/2 kerk van Poortvliet (ibidem, 189); klerk van het register 1391-14O2 (zie hfdst. 6).

varia: 21 nov. 1378 verzocht hertog Albrecht de paus om een beneficie voor hem; 1389-9O opnieuw, te Luik (Van Riemsdijk, Tresorie, 41O en 414).

familie: missch. was hij een zoon van Pieter Goedsot, die een huis te Leiden aan de Steenschuur bezat (18 nov. 1371; Ke. 417 f. 151v.). Ook komt in Leiden een Willem Pieter Goedsotsz. voor (16 okt. 1386; Ke. 6O8).

Dochter:

1. Pieternelle, zij tr. Jan van der Mersche Jan Grietenz.z. (zie ald.).

  

GONTER

 

I. A(A)RST GONTER(SZ.)

ovl. voor 7 mei 1364 (Ke. 493 f. 19v.).

functies: schepen 1332-33, 42-43, 43-44, gasthuismr. 1335-36.

woonhuis: aan de Breestraat, leen van Polanen, reeds voor 26 sep. 1342 door Jan (I) van Polanen beleend; opnieuw 4 aug. 1344 (Obreen, Gesch. Wassenaar, 183); Nass. Dom. 44 (6461) f. 332v.). Vestigde hierop 6 jan. 135O 4O s.g.g. rente t.b.v. zijn vicarie (W. 1 f. 8O). Dit huis is de voorloper van het huidige Rijnlands Huis (G. 't Hart, Rijnland's huis, 9).

landbezit: * de Groete weijden en het Smalle weer te Zoeterwoude, gekocht voor 1O feb. 1345, samen met Jan van der Bregghe van Jan van Egmond en Daniel Coppenz. (Ga. 784); zijn weduwe verm. met land ter plaatse 6 mrt. 1373 (Secr. 1735).

* 5 morgen, 9 gaard, 2 voet te Zoeterwoude (Vroonmade), ten westen van de Leidse vaart bij de Naakte Sluis verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87); geschonken aan zijn vicarie 6 jan. 135O (W. 1 f. 8O).

* 3 morgen, 18 gaard land langs Rodenburger wetering te Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87). Missch. identiek met het volgende:

* 3 morgen, 4 1/2 gaard ten zuiden van de stad, ten noorden van Rodenburger wetering, onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

rentebezit: 4O s.g.g. op 1O morgen land onder Alkemade, 6 jan. 135O geschonken aan zijn kapelanie (W. 1 f. 8O).

stichting: samen met zijn echtgenote: een kapelanie in St.Pieterskerk (6 jan. 135O); schenkingen: zie land- en rentebezit en woonhuis. Tot bedienaar stelden zij de priester Aarnd Hodden Frankenz. aan (missch. wijst dit op een relatie met het geslacht Rijswijc, zie ald.). De collatie zou zijn voor hun zoon Gerrit Gonter of diens nageslacht om uiteindelijk te komen aan de H.Geest (dit laatste geschiedde voor 3 mrt. 1433) (W. 1 f. 8O).

familie: tr. Machteld, dr. van Costijn van der Bregghe (zie ald.). Zij werd 3 apr. 1355 door haar echtgenoot getocht aan diens woonhuis te Leiden (GvH. 244 f. 48). Hield dit huis na haar mans dood in leen van de heer van Polanen (Nass. Dom. 44 (6461) f. 333). Zoon:

 II. GERRIT GONTER

functies: schepen 1329-3O, 33-34, 34-35, 35-36, 41-42, 44-45, 45-46, 47-48, 48-49, 49-5O; burgemr. 135O-51.

varia: zegel: de Leidse sleutels met een ster in het schildhoofd (22 apr. 1342, Ke. 1O84). Pachter bij van de visserij in de Rijn bij Alphen 1343 en (samen met Dirk van der Dobbe) 1354 (Hamaker, Rek. Holl., II 123, GvH. 1442 f. 25v.).

  

VAN DER GRAFT

 

I. BERTELMEEUS VAN DER GRAFT

functies: schepen 1337-38, 42-43, 56-57; schout 1348.

woonhuis: 31 jan. 1348 een hofstad op het grafelijk hof, strekkend van de 'stoep die men ten hove gaat', oostwaarts langs de kerkhofmuur; grafelijk leen (GvH. 226 f. 38v.).

landbezit: * 4 morgen, 4 hond land te Rijswijc in Rijswijkerbroek, gemeen liggend met land van St.Catharinagasthuis; beleend 31 jan. 1348 door de graaf na opdracht uit eigen (GvH. 22O f. 38v.).

* 3 morgen, 1 1/2 hond land te Zoeterwoude, gemeen liggend met land van zijn schoonvader Jan van den Bosch; beleend door de graaf 31 jan. 1348 na opdracht uit eigen (GvH. 22O f. 38v.).

* 1346 2 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen, verm. 1346 (Muller, 'Het Oude Register', 236; GvH. 7O8 f. 6).

varia: kreeg 2O apr. 1355 amnestie van de graaf (Brokken, Hoekse en Kabeljauwse twisten, 431).

familie: tr. Alijd Dobben, dr. van Jan van den Bosch (zie ald.) (tr. eerder Jan van den Rine, zie ald.). Hij tochtte haar 1O mrt. 1348 aan de mindere helft van zijn landgoed te Rijswijk en 3 morgen, 1 1/2 hond te Zoeterwoude (GvH. 226 f. 52v.). Zoons:

2. Gerrit van der Graft Bertelmeeusz.

functie: schepen 1371-72, 72-73, 73-74, 75-76.

woonhuis: een hofstede op de het grafelijk hof te Leiden, 25 jan. 1376 opgedragen t.b.v. een ander (GvH. 7O9 f. 1).

landbezit: * 2 morgen land te Zoeterwoude, afkomstig van zijn vader, 139O beleend door de graaf met ledige hand (GvH. 7O8 f. 6).

* 4 morgen, 4 hond land te Rijswijk in Rijswijkerbroek, grfl. Leen en: * 3 morgen, 1 1/2 hond land te Zoeterwoude, grfl. leen, gemeen

gelegen met land van Floris van Brabant; beide lenen 25 jan. 1376 opgedragen t.b.v. een ander (GvH. 7O9 f. 1).

rentebezit: * 2 1/2 £ Holl. p.j. uit de tienden van Zoetermeer, in leen gehouden van de heer van Wassenaar (Hoek, 'Wassenaar', 629 en Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 3Ov.).

* 5O s. uit de korentiende van Veur, in leen gehouden van de heer van Wassenaer (Hoek, 'Wassenaar', 111 en Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 6v.).

borgstelling: 25 juli 137O Jan van den Bosch (Secr. 19 f. 24).

varia: zegel: een boot met roeispanen, geflankeerd door 2 wallekanten, kennelijk de voorstelling van een gracht (Ke. 555a., 8 mei 1376). Trad 6 feb. 1365 op als voogd over de kinderen van Dirk van der Dobbe (Ga. 455 f. 1O).

2. Dirk van der Graft.

landbezit: * 1/2 morgen land te Zoeterwoude, samen met Jan van den Bosch Hoflantsz. verkocht (12 mrt. 1377; W. 1 f. 41v.).

* 3 morgen land te Boschuijsen onder Zoeterwoude (zie bij zijn dochter).

rentebezit: 3 £ 11 s. 6 p.g.g. op huizen en erven, samen bezeten met Jan van Meerburch (voor specificatie zie die Bruun) en samen met deze 18 nov. 1371 aan Philips Andriesz. verkocht (Ke. 417 f. 151v.).

familie: tr. wrsch. een dr. van Philips Andriesz. (vgl. Secr. 84 f. 3, zie hierna en vergl. Ke. 417 f. 151v.; zie ook Philips Andriesz. c.s.).

Dochter:

a. Alijd. Wrsch. na ovl. van haar vader werd ca. 1386 een staat van haar goederen opgemaakt (Secr. 84 f. 3): landbezit: 3 morgen land te Boschuijsen onder Zoeterwoude.

rentebezit: * 2O s.pay. op een huis en erf te Leiden.

* 36 s.g.g. op heer Heinrics camp (3 1/2 hond, 25 gaard).

* 1/6 van 3 £.g.g. (1O s.) op een huis en erf te Leiden.

* 1/6 van 4 £.g.g. (15 s.) op een huis en erf te Leiden.

* 1/6 van 1 £.g.g. (3 s. 4 p.) op een huis en erf aan de Vollersgracht.

* 13 s. 4 p.g.g. op een huis en erf te Leiden.

varia: zij diende van Jan van Meerburch over het jaar 1383, toen haar grootmoeder stierf, nog 4 £ 7 s. 4 p.g.g. te ontvangen; alsmede van huishuur 13 s. 4 p.g.g. Verder was Dirk die Blote haar 1/6 van 1O8 £ schuldig, Gerrit van der Planc 1/6 van 14 oude schilden en 14 groten; Dammas Potter Jansz. 1/6 van 42 1/2 groot. Zelf was Alijd een zekere Foijken 4 £ 11 s. schuldig, na aftrek van door deze verschuldigde renten resteerde t.g.v. Alijd 9 £ 9 s.g.g. Verder diende zij van verschillende lieden te ontvangen: 45 s.g.g., 2O s.g.g., 15 £.g.g. en 46 s.g.g. en 5O s.g.g.

 

GERRIT DIE GRIEMER ERMBOUTSZ.

ovl. 21 jan. 142O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 62v. en 418 p. 1O, vgl. ook Klo. 518 f. 5v. en GvH. 1272 f. 5O).

functies: schepen 14O7-O8, O8-O9, 14-15, 15-16, 16 en 1419-2O; burgemr. 1416-17.

woonhuis: aan St.Pancraskerkhof verm. 4 jan. 14O8 (Klo. 525).

huisbezit: * 24 mei 141O een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 92).

* 1418 een huis en erf te Leiden, waarop gevestigd 13 s.g.g. met houde t.g.v. Jacob van Rijsoirde (RA. 5O f. 193).

landbezit: * 7 morgen, 1 1/2 hond land te Zoeterwoude aan de Vliet door de burggraaf 15 feb. 14O6 beleend na opdracht uit eigen (Hoek, 'Wassenaar', 631).

* 21 juli 14O8 1/2 van 7 hond land te Katwijk, hofland, geheten de Oude Ghers, hierop had Gerrit het hofgeld reeds in bezit (Ke. 493 f. 1O1v.).

* 8 aug. 14O9 de andere 1/2 van voornoemd land (Ke. 493 f. 1O2).

rentebezit: * 19 nobel lijfrente t.n.v. hem en echtgenote, t.l.v. de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19).

* 18 £ 13 s. 4 p.pay. en 2O £ 16 s. goed pay. lijfrenten, t.n.v. hem en zijn vrouw, t.l.v. St.Pieterskerk, verm. 14O8-O9 (Ke. 323 (8) f. 18).

* 4 s.g.g. met houde op de helft van een weide te Valkenburg en Katwijk, 23 juni 1411 kwijtgescholden (Klo. 1469 f. 23).

* 14 nov. 14O7 5 £.pay. op een huis en erf bij de Nieuwe Rijn (Klo. 612).

* 3O aug. 1413 26 nobel op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 135v.). 2O

jan. 1414 een schuldbrief op voornoemd huis en erf, hiervan resteerde op moment van afschatting (1414) 7 Eng. nobel (RA. 5O f. 135v.).

* 2 juni 1415 28 gouden nobel op een huis en erf te Leiden, 3 nov. 1416 omgezet in pandbrief van 12 £ 1O s. 2 p. 1 halling pay., afgeschat 3 feb. 1417 (RA. 5O f. 179v.).

* 16 aug. 1415 56 gouden Eng. nobel op voornoemd huis en erf, 3 nov. 1416 omgezet in een pandbrief van 25 £ 9 s. 7 p.pay., afgeschat 3 feb. 1417 (ibidem).

* 3 dec. 1415 27 1/2 nobel, op voornoemd huis en erf, 3 nov. 1416 omgezet in een pandbrief van 12 £ 1O s. 2 p. 1 halling pay., afgeschat 3 feb. 1417 (ibidem).

* 18 juni 1418 19 s.g.g. op een huis en erf, belend door Vollersgracht, Breestraat en Oude Rijn, 26 mei 1421 door zijn weduwe aan St.Pancras-begijnhof overgedragen voor memoriediensten (Klo. 542 en Klo. 518 f. 3 en 5v.).

borgstelling: * 26 feb. 141O Willem Claasz. (Secr. 2O f. 4O).

* 13 feb. 1414 Claas Eversz. (Secr. 2O f. 47v.).

varia: zegel: drie palen; vrijkwartier een viool (Ga. 77O, 17 feb. 1417); 16 sep. 1376 getuige toen Jacob die Ledighe testeerde (Ke. 415 f. 45v.); beloofde 31 mei 1412 vrijwaring t.b.v. Claas Roelofsz. (Secr. 15O6).

familie: de palen in zijn zegel wijzen op familiebanden met het geslacht van Zeverit Zeveritsz. (zie ald.), de viool op verwantschap met de Van Zwietens. Zoon van Ermbout die Griemer, Leids poorter, verm. ca. 1369-27 dec. 1378 (GvH. 676 f. 44v; Secr. 19 f. 39 en 47; RA. 2 f. 2v.) en Ermgard, ovl. 13 sep. 1388, begr. St.Pancraskerk, die zij 5 £.pay. gelds naliet

(Ke. 418 f. 1O, 416 f. 11v.). Tr. Hillegond Willem IJsbrandsz.dr. (zie Willem IJsbrandsz. c.s.), zij liet als weduwe van Gerrit 3 £.g.g. renten aan St.Pancraskerk na voor memoriediensten (Ke. 416 f. 62v., 418 f. 1O);

het klooster Marienhaven te Warmond ontving 22 £.pay. voor memoriediensten (Klo. 1243 f. 28v.).

 

GERRIT GRIETENZ.

functie: kerkmr. van O.L.V.kerk 1346-47.

 

JAN GRIETENZ. (JR.) C.S.

 

I. N.N. tr. Margaretha, dr. van Jan Grietenz. (zie Van der Hant I); haar man was wellicht Gerrit Dirksz. (Ke. 415 f. 66, Jan Gerrit Dirksz.z., neef van heer Huge van der Hant zou dan dezelfde als haar zoon Jan Grietenz. zijn, zie Van der Hant I). Kinderen:

1. Jan Grietenz., volgt II.

2. IJsbrand, ovl. na 24 juni 1382 (Ke. 42O f. 16).

?3.Alijd, nicht van heer Huge van der Hant, en afkomstig uit het nageslacht van diens ouders (Ke. 42O f. 16); ovl. na 14O3-O4 (Ke. 323 (6) f. 14).

tr. Pieter Buijtewech Gerritsz. (zie Die Bruun II).

 

II. JAN GRIETENZ.

functies: schout 1388; schepen 1383-84, 84-85, 85-86, 9O-91, 91-92, O7-O8;

burgemr. 14O2-O3, O3-O4, O9-1O, 1O-11, 13-14, 16-17, 17-18.

beroep: wijnkoper (1398-14O5, Ga. 334 (5) f. 15v., GvH. 1255 f. 27v., 2O2 f. 38v.-39).

woonhuis: aan de Hooigracht, naast het nieuwe O.L.V.Gasthuis verm. ca. 139O-23 juni 14O2 (Blok, Hollandsche stad, I 324, Ga. 1O19 en Ke. 416 f. 35).

huisbezit: 24 juli 1392 kreeg hij van de stad het poorthuis aan de Zijl in gebruik, met het huis dat hij zou bouwen aan de zuidzijde, Rijnwaarts. Hij zou e.e.a. op eigen kosten onderhouden en op vordering van de stad weer afstaan tegen vergoeding van de bouwkosten (Secr. 84 f. 276).

landbezit: 1O morgen land te Zoeterwoude in Claas Godevaardsz.' weer, in leen gehouden van de burggraaf, afkomstig van zijn oom Daniel Jansz. (Hoek, 'Wassenaar', 632).

borgstelling: * 31 okt. 1384 Aarnd Jacob Willemsz.z. (Secr. 19 f. 65).

* 2O mei 1386 Mouwerijn Claasz., van Oudewetering (Secr. 19 f. 74).

* 12 jan. 1387 Adam Willemsz. (Secr. 19 f. 75v.).

* 27 jan. 1389 Floris Jan Dirksz., van Aarlanderveen (Secr. 19 f. 79v.).

* 3O juni 14O6 Willem van Scoten (Secr. 2O f. 23v.).

* 8 dec. 14O8 Gijsbrecht Pietersz. (Secr. 2O f. 32).

* 7 nov. 1414 Claas Harijnc (Secr. 2O f. 49v.).

varia: zegel: een paard (?), rechtsboven een hand, linksboven een blank

schild (W. A IV 25, 2O sep. 1384); verbannen 4 juni 1393, vervolgens verzoend met de graaf 16 juni 14O1 (Secr. 8O f. 52v., GvH. 228 f. 425). Mogelijk was hij de Jan Grietenz. die in 14O5 onder de welgeborenen van Voorschoten werd vermeld (GvH. 1313 f. 8).Ter aflossing van schulden kende de graaf hem het 24 dec. 14O5 te innen morgengeld van Waterland toe alsmede 3OO Holl. schilden, te ontvangen uit breuken en forfaits te Leiden (1O okt. 14O5; GvH. 2O2 f. 38v.-39). Verstrekte de graaf 25 apr. 14O7 een lening i.v.m. de Arkelse oorlog (GvH. 2O3 f. 23v.).

familie: tr. 1e Margaretha, ovl. 1O dec. 1396, liet voor memoriediensten 6 £.pay. na aan St.Pancraskerk, ald. begr. (Ke. 416 f. 22v., 418 f. 134v.); 2e Alijd Simon Philipsz.dr., zij bezat sinds 14O5 samen met haar zoon Gerrit een lijfrente ten laste van de stad (Secr. 8O f. 68v.); ovl. ca. 1413, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 85, 418 f. 54). Zoon uit het 1e huwelijk:

1. Jan (Jan Grietenz.z.) van der Mersche

functies: schepen 14O8-O9, homan van Marendorp 14O4 (Secr. 84 f. 272).

beroep: drapenier (vgl. raamstedebezit).

landbezit: 14O9-1O 1/2 raamstede, gehuurd van St.Pieterskerk tegen 1O s.pay. (Ke. 323 (8) f. 7v. en volgende rek.).

rentebezit: * 26 mei 14O2 een lijfrente van 22 1/2 nobel samen met zijn vrouw, losbaar met 15O Eng. nobel, gekocht van de stad (Secr. 8O f. 65v., 513 f. 18).

* 23 Franse kronen op een huis en erf te Leiden, verm. 141O (RA. 5O f. 96).

* 13 juli 1412 25 Eng. nobel op een huis en erf te Leiden, 6 jan. 1413 afgeschat (RA. 5O f. 127).

borgstelling: 29 jan. 1415 Albout, uit Friesland (Secr. 2O f. 5Ov.).

varia: zegel: doorsneden door een uitgetande lijn, een zespuntige ster in het schildhoofd (Secr. 1475, 2 juni 14O9); beloofde 12 feb. 1412 vrijwaring t.b.v. Philips Andriesz. (Ke. 493 f. 91v.).

familie: tr. na 26 mei 14O2 Geertruid heer Jacob Goedsotsdr. (Secr. 8O f. 65v.).

Uit het 2e huwelijk:

2. Gerrit (Jan Grietenz.z.) van der Mersche

rentebezit: * 14O5 13 Eng. nobel, lijfrente, samen met moeder Alijd,

gekocht van de stad, losbaar met 1OO nobel (Secr. 8O f. 68v.).

* 6 nobel lijfrente, samen met zijn grootvader Simon Philipsz., verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19v.).

varia: 15 apr. 142O als knape genoemd (Secr. 316).

 

 VAN HAERLEM

 

I. OUDE DIRK VAN HAERLEM

beroep: koopman (in onbekend goed, 13O4-O5, Niermeyer, Bronnen Beneden Maasgebied, nr. 187).

landbezit: * 8 jan. 1317 land te Zoeterwoude, bij de Rijndijk (GvH. 243 f. 2v.).

* 12 morgen land te Koudekerk, hierop was door zijn vader een rente gevestigd t.b.v. het klooster Leeuwenhorst, deze schonk Dirk met zijn echtgenote 13 mei 1328 aan dit klooster t.b.v. o.m. memoriediensten. Wanneer hun zoon Gerrit priester werd zouden alle renten voor hem zijn t.b.v. een vicarie, m.u.v. 3O s. rente die aan Leeuwenhorst zou komen (Lhorst. 1 f. 137v.-138).

* 29 aug. 1323 1/2 morgen land in de Cruijsmade te Boshuijsen onder Zoeterwoude (GvH. 243 f. 36v., zie Dirk van Haerlem Pietersz.).

varia: Leids poorter, verm. 13 mei 1328 (zie hoger).

familie: was Dammas Dirksz. van Haerlem die in 1281 bewoner was van een hofstad te Leiden die Daniel uten Waerde in leen hield van de graaf, een broer van Dirk? (Muller, 'Het Oude Register', 221 d.i. De Fremery, Supplement, 187). tr. Machteld, verm. 13 mei 1328 (zie hoger).

Kinderen:

1. Dirk Dirksz. van Haerlem, volgt IIb.

2. Pieter van Haerlem, volgt IIb.

3. Gerrit Dirksz. van Haerlem, verm. 13 mei 1328 (zie hoger); is hij identiek met de Gerrit die 17 feb. 1338 vrijwaring beloofde t.b.v. Claas Hendriksz. en diens moeder Winnen? (Ga. 455 f. 83).

 

IIa. DIRK DIRKSZ. VAN HAERLEM

ovl. wrsch. voor 7 nov. 1355 (Hoek, 'Wassenaar', 127).

functies: schepen 35-36, 43-44, 44-45, 49-5O, 52-53; trad 1344-45 op t.b.v. de abdij van Egmond (Egmond 763 f. 6Ov. en 67).

huisbezit: een kamer met erf aan de Vollersgracht, verm. na zijn dood 19 mei 137O (W. 1 f. 24).

landbezit: * 24 mrt. 1323 3 1/2 morgen land tussen Zijl en Mare onder Leiderdorp, gekocht van de graaf (GvH. 243 f. 35).

* 1 okt. 1324 1 1/2 morgen land in het dichtst bij de stad liggende vierendeel van heer Dammas' hoeve onder Zoeterwoude, gekocht van de graaf (GvH. 243 f. 47v.; zie de hierna genoemde vermeldingen van 1326-3O van land in die omgeving).

* 1 morgen 1 gaard 1O voet bij de Leidse vaart verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 9 morgen 16 1/2 gaard bij de Leidse vaart onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 4 morgen 8 gaard land bij de Rijn en de Heerweg naar Voorschoten onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87).

* 2 morgen 4 gaard land in de ontginning Boschuijsen onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 13 hond 13 gaard land ten noorden van Rodenburger wetering onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 13 1/2 hond 3 gaard land 4 1/2 voet land ten zuiden van Leiden onder Zoeterwoude, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

* 2 morgen 1 hond 3 gaard 3 vierendeel, land ten zuiden van de stad, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 88).

De 1326-3O vermelde percelen betroffen mogelijk landerijen van zijn vader.

* 3O sep. 1327 een kamp land te Kerkwerve, afkomstig van Gerrit uter Delle, in leen gehouden van de burggraaf (Hoek, 'Wassenaar', 127).

* een kamp land te Oegstgeest, afkomstig van Gerrit uter Delle, in leen gehouden van de burggraaf (ibidem, 119).

* 1 nov. 133O 1/2 viertel land bij Boschuijsen onder Zoeterwoude, voor 1 £ in erfpacht gehouden van de abdij van Egmond, zoals Aarnd Hamer tevoren (Egmond 1 f. 62v., en inv. nrs. 598 en 599). Was het dit land dat belendde aan land in die omgeving dat Gerrit Alewijnsz. aan zijn vicarie schonk? (19 mrt. 1349, Ke. 322 f. 3).

* 7 morgen land te Groenendijk onder Hazerswoude, grafelijk leen, ontvangen van graaf Willem III, verm. 1346 (Muller, 'Het Oude Register', 233).

rentebezit: * 28 s.g.g. met de houde op een hoekhuis aan de Breestraat bij de Blauwe Steen, vermaakt aan de Duitse Orde (7 feb. 1376 verklaarde zijn zoon Dirk voor de rente te zijn betaald, DuO. 1978 f. 36).

* 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat, naast het vorige; door zijn kinderen aan de Duitse Orde vermaakt voor zijn memorie (2 feb. 1366, DuO. 1978 f. 5O).

varia: trad 1325, of kort daarvoor, in 1324, op t.b.v. de stad (Ke. 325, of betrof dit zijn vader?).

familie: tr. jvr. Lizebeth, dr. van Hendrik van Linscoten (Hoek, 'Een leen van heer Ruijsch', 493, zie voor dit geslacht ook Plomp, 'Middeleeuwse toestand' 1-5). Zij beloofde met o.m. haar vader 7 juni 1357 vrijwaring t.b.v. haar zoon Dirk (Ke. 658). ovl. na 16 okt. 1385, toen zij met haar zoon Dirk de leenhoogheid over een tiende te Maasland overdroeg aan de proost van Oudmunster te Utrecht (Hoek, 'Een leen van heer Ruijsch', 493).

Kinderen:

1. Dirk van Haerlem Dirksz.

ovl. tussen 1385 en ca. 1393 (ibidem, 493, Secr. 553).

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 1 feb. 1367 (Ke. 415 f. 11).

ambacht: een gerecht binnen Woerden, heer Ruijschengerecht, (waarin de kerk was gelegen), afkomstig van het geslacht van Linscoten, Oudmunsters leen; 1374 opgedragen t.b.v. de Hollandse graaf (Hoek, 'Een leen van heer Ruijsch', 493, dezelfde, Lenen Oud Munster, 588; Plomp, 'Middeleeuwse toestand', 1-5).

landbezit: 8 morgen 4 1/2 hond land te Zoeterwoude, hem aanbestorven van zijn schoonmoeder Reinsent, 23 juni 1358 verkocht aan Trude, weduwe van Boudijn van Zwieten (Ke. 826).

rentebezit: * 4O s.pay. met houde en 2 kapoenen pay. (ofwel 3 s. 4 p. pay. voor de 2 kapoenen) op een huis en erf aan de Weversteeg, te vervoorhuren met 3 s. 9 p.pay.; 7 juni 1357 verkocht aan Andries Hein Honghersz., met vrijwaring door Hendrik van Linscoten, Pieter van Haerlem en Dirk zelf. Hij en zijn moeder beloofden Andries schadeloos te stellen voor alles voortvloeiend uit oude brieven (Ke. 658).

* 1 £.g.g. op een huis en erf aan de Hogewoerd, voor 1O apr. 1359 verkocht aan Trude, weduwe van Boudijn van Zwieten voor 21 schild (24 groten Vlaams het schild), met vrijwaring door Dirk van den Bosch en Huge van den Bosch Dirksz. van der Dobbe (Ke. 637 en 535).

varia: met zijn moeder droeg hij 16 okt. 1385 de leenhoogheid over een tiende te Maasland over aan de proost van Oudmunster te Utrecht, zelf hielden zij de tiende in leen van de graaf van Holland (Hoek, 'Een leen van heer Ruijsch', 493).

familie: tr. Katrine, dr. van Bertelmeeus van der Bregghe (zie Simon Gorisz. van der Bregghe c.s.).

2. Willem Dirksz. van Haerlem, droeg 2 feb. 1366 een rente over met zijn broer en zuster t.b.v. zijn vaders memorie (DuO. 1978 f. 5o).

3. Lizebeth ovl. na 25 juli 1368 (DuO. 6o6).

landbezit: 7 nov. 1355 1 kamp land te Kerkwerve onder Rijnsburg, leen van de burcht, afkomstig van haar vader (Hoek, 'Wassenaar', 127).

varia: woonde 25 juli 1368, toen Meijne uten Waerde in haar huis testeerde, wrsch. te Leiden (De Geer, DuO., 6O6 d.i. Ligtenberg,

Armezorg, 342-343). Droeg 2 feb. 1366 met haar broers een rente over t.b.v. haar vaders memorie (DuO. 1978 f. 5O).

familie: tr. Simon van Santhorst, zoon van Philips en Lizebette; zij werd door haar man 25 sep. 1347 getocht en was in 1354 zijn weduwe (Obreen, Gesch. Wassenaer, 64).

 

IIb. PIETER VAN HAERLEM

ovl. na 14 mrt. 1373 (Ke. 415 f. 36v.).

functies: schepen 1337-38, 1339-4O, 1345-46, 135O-51, 1357-58. Trad 1344-45, 16 feb. 1352 en 25 nov. 1359 op t.b.v. de abdij van Egmond (Egmond 763 f. 6Ov. en 67, 781 f. 116, 1 f. 67).

woonhuis: aan de Breestraat te Leiden, verm. 6 mrt. 1332 en - eveneens ald. - 14 okt. 1345 (W. 2. f. 5 en tafel en 1 38v.).

landbezit: 5 morgen 7 1/2 gaard land ten zuiden van de stad, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.).

rentebezit: * 28 okt. 1332 23 s.g.g. op land bij de steenbrug onder Oegstgeest; beleend door de burggraaf, bij kinderloos overlijden te versterven op zijn broer (Hoek, 'Wassenaar', 125).

* de houde van enige huizen te Leiden, hem aanbestorven van zijn 2e echtgenote, verm. 14 mrt. 1373 (Ke. 415 f. 36v.).

* renten op huizen aan de Weversteeg (zie zijn zonen).

varia: beloofde 7 juni 1357 vrijwaring bij een renteverkoop door zijn neef Dirk van Haerlem (Ke. 658).

familie: tr. 1e Ermgard Pieter Scildsdr., wrsch. ovl. voor 1 aug. 1348

(Secr. 84 f. 31v.); tr. 2e Machteld, ovl. voor 1 feb. 1367, zr. van heer Floris van Alkemade, priester (zie Van Alkemade en Ke. 415 f. 11). Kinderen

(uit het 1e huwelijk):

1. Dirk van Haerlem Pietersz.

landbezit: * 4 tot 5 morgen land te Zoeterwoude aan Waddinger Vliet bij Boschuijsen (de Cruijsmade, vlg. zijn grootvader Dirk), in leen gehouden van Jan Gerrit Heinenz.z., later van Pieter van Leijden en diens zoon Jan, verkocht 3 mei 137O aan Dirk van de Werve en IJsbrand van Leijden (Ke. 827).

rentebezit: 23 s.g.g. rente op land te Oegstgeest, in leen gehouden van de burggraaf, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 125).

familie: noemde 3 mei 137O de zonen van Pieter van Leijden neven (Ke. 827).

2. Jan en 3. Willem; hun vader schonk hen 1 aug. 1348 al zijn renten op huizen en erven aan de Weversteeg. Zodra zij volwassen waren of huwden, mocht deze de renten van hen afkopen met 5O £.pay. (Secr. 84 f. 31v.).

 

 HAMER

Het geslacht Hamer zal verwant zijn geweest met het geslacht van Pieter Gobburgenz. gezien de aanstelling van heer Jan Hamer tot vicaris van St.Andriesvicarie gesticht door Philips van Leijden, het zegelen door heer Gerrit Hoogstraat, diens broer, voor Hendrik Hamer en het voorkomen van de naam Dirk Poes in beide families. Ook met het geslacht Rijswijc bestonden vermoedelijk familiebanden; vlg. de vrijwaring door leden van dat geslacht bij een verkoop door Dirk Poes Hamer (zie hierna).

 I. JAN HAMER

tr. Katrijn (Kam, 'Memorieboek', 187). Een Jan Hamer verm. 24 sep. 1321 als belender aan de Rijn op het Hogeland (Ke. 821). Missch. dezelfde als de Jan Hamer te Leiden die 1343 achterstallig was met rentebetaling aan de graaf (Hamaker, Rek. Holl., II 38). Zonen (zeer wrsch., vlg. Kam, ́ 'Memorieboek', 187, W. 1 f. 93):

1. Hendrik, volgt II.

2. Kerstant Jan Hamersz.

ovl. voor 9 sep. 1369 (W. 1 f. 14).

woonhuis: verm. als belender te Leiden 14 okt. 1345 (W. 1 f. 38v.). Op zijn huis vermaakte Philips van Leijden aan zijn prebenda nobilis 18 p. g.g. rente (7 mrt. 1372, Ke. 894); dit huis bevond zich mogelijk aan de Breestraat, waar zijn erfgenamen als belenders voorkomen (26 apr. 1372 W. 1 f. 58v.), evenals aan de Weversteeg, op 9 sep. 1369 (W. 1 f. 14).

rentebezit: 26 jan. 1343 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden, 27 okt. 1357 overgedragen op Hendrik Hamer (W. 1 f. 93).

familie: tr. Alijd (tr. eerder Simon Jansz., uit welk huwelijk een zoon, heer Jan Simonsz.; NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 16).

 

HENDRIK HAMER

ovl. tussen 4 feb. 1368 en 12 mrt. 1381 (Ke. 322 f. 37v. en 493 f. 61v.).

functies: grfl. klerk sinds 1339; 1355-57 klerk van de kost van Machteld van Lancaster en Willem V, 1359-62 rentmr. van Henegouwen (zie hfdst. 6).

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 4 feb. 1368 (Ke. 322 f. 37v.).

landbezit: land en tienden, gekocht van gravin Margaretha; betaalde naast het reeds betaalde aan Willem (V) 8 feb. 1347 1OO gouden schilden (GvH. 22O f. 11). Verbeurde zijn goederen daar hij zich tegen Willem V had gekeerd; kreeg deze op verzoek van gravin Margaretha, Jan van Beaumont en Walraven van ́ Luxemburg 4 jan. 1355 weer terug (GvH. 222 f. 32v., vgl. ook f. 49v.).

rentebezit: 27 okt. 1357 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden, overgedragen ́ door Kerstant Jan Hamersz. (W. 1 f. 93).

varia: hield de visserij in de Devel onder Zwijndrecht in leen van de graaf, verm. 6 jan. 1355 (GvH. 222 f. 33); was 17 dec. 1357 scheidsman in een kwestie tussen heer Adam Hobbenz. en Pieter Jacobsz. van Bleijswic;

voor hem zegelde toen heer Gerrit Pieter Gobburgenz.z. (Ke. 493 f. 61v.).

familie: tr. Beatrise van Ham, die hij 6 jan. 1355 tochtte aan de minderen helft van de visserij in de Devel (GvH. 222 f. 33, zie ook Kam, 'Memorieboek', ́ 187). Hun zoon was wrsch. (ibidem):

 

III. DIRK POES HAMER.

ovl. na 6 mrt. 1373 (Secr. 1735).woonhuis: aan de Breestraat, verm. 3 jan. 1358 (W. 2 f. 11 en tafel, zie ook huisbezit); verm. als belender aan de Nieuwe Rijn 8 jan. 1367 en 3 nov. 1368 (W. 1 78 en 24v.).

huisbezit: kocht 3/4 van wijlen Gerrit Screvels huis en erf aan de Nieuwe Rijn, 1/4 behoorde aan diens weduwe toe, dit grensde aan zijn woonhuis en vormde aan de voorzijde een geheel met het huis van Dirk Poes' weduwe. Hij verklaarde 3 jan. 1358 de H.Geest de 7 s.pay. rente schuldig te zijn die Gerrit Screvel de H.Geest hierop besprak (W. 1 f. 15v.). Verm. als belender ald. 8 jan. 1367 en 3 nov. 1368 (W. 1 f. 78 en 24v.).

landbezit: 1/2 van 5 morgen land, het Sijlweer en de Grote Weijde, tussen Rijn en Vroonmade te Zoeterwoude; verkocht 6 mrt. 1373 aan Philips Andriesz. met vrijwaring door Frank Frankenz. en Simon Gerritsz. Rijswijc (Secr. 1735; overdracht voor schout en buren van Zoeterwoude 8 mrt. 1373, Amb.hrlh. Zoeterwoude 565).

borgstelling: * 3 jan. 1365 Rembrand Goelenz., van Rijnsaterwoude (Secr. 19 f. 2v.).

* 3 aug. 1367 Dirk Jacobsz. van Stienhusen, van Wassenaar (Secr. 19 f. 11).

* 11 sep. 1367 Pieter Dirksz., zijn schoonzoon (Secr. 19 f. 11v.).

familie: kinderen:

1. Heer Jan Hamer

functies: clericus, verm. 14 juli 1374 en 4 apr. 1383 (Ke. 522 en 322 f. 1ov.); notaris te Leiden 4 apr. 1383 (Ke. 322 f. 1ov.); diaken 3 juni 1383 (Ke. 9o3); priester verm. 3O sep. 1389 (Ke. 322 f. 12); 1382/98-99 verm. als bedienaar van St.Andriesvicarie gesticht door heer Philips van Leijden (Ke. 493 f. 21 en 323 (1) f. 15). Deken van Nijvel (Ke. 418 f. 1O6). Ingeschreven aan de universiteit te Keulen 1394, wrsch. als docent (Keussen, Matrikel Koln, I 21, 1).

woonhuis: aan St.Pieterskerkhof, dit behoorde tot St.Andriesvicarie (vgl. Philips van Leijden, zoon van Pieter Gobburgenz.). Het huis was 1382 in zijn handen gekomen, betaalde de voorhuur van 8 groten die verscheen na mr. Philips dood 3 juni 1383 aan Sophie, echtgenote van Simon Frederik (Ke. 9O3). Bewoonde dit huis 21 feb. 1416 nog (DuO. 1978 f. 36v.).

landbezit: * 8 1/2 morgen land op de Baerle te Zoeterwoude, verhuurd 12 mei 1383 voor 11 £.pay. p.j. (Ke. 835).

* 11 mei 1389 een uiterdijk aan de Mare te Leiderdorp; dit land werd wrsch. 9 mei 1393 in een belending genoemd (Ke. 1O12, W. 1 f. 79v.).

rentebezit: * 34 1/2 groot met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 9 mrt. 141O (RA. 5O f. 91v.).

* 3 groten op Jan Poesz.'s huis en erf te Leiden, en

* een pandrente van 1O s. 1 p.g.g. op ditzelfde huis en erf, beide verm. 25 feb. 14O3 (RA. 5O f. 4Ov.).

* 3 groten oude pacht op een huis en erf te Leiden, verm. 14O5 (RA. 5O f. 53).

varia: was 14 juli 1374 getuige toen heer Gerrit Jacobsz. testeerde (Ke. 522); hetzelfde 23 feb. 1382 voor Philips van Leijden (Ke. 896).

familie: bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding van Michiel van der Heijdes nalatenschap (Secr. 84 f. 37, zie Van den Hove); behoorde tot het nageslacht van Philips van Leijdens ouders (Ke. 895); zegelde 3O sep. 1389 t.b.v. zijn nicht en neefzegster Alijd Simonsdr. en haar man Willem Jan Willemsz.z. (zie ald. en Ke. 322 f. 12).

2. Steven Poes Hamer, volgt IV.

3. Beatrijs (zie ook Van Poelgeest II).

ovl. 5 okt. 1425, begr. St.Pieterskerk (Ke. 416 f. 75).

landbezit: een leeg erf in Bouwen Louwensteeg, Marendorp (Secr. 14OO).

rentebezit: * 23 feb. 1387 1 £.pay. op een huis en erf te Leiden;

* 27 feb. 1397 3 s. 4 p.pay. pandrente op ditzelfde huis en erf; alles afgeschat 13 mei 1397 (RA. 5O f. 15).

* 6 nov. 14O6 6 Eng. nobel op een huis en erf (RA. 5O f. 6Ov.).

* 1O s.g.g. op een huis en erf, verm. 14 dec. 141O (RA. 5O f. 1O5).

* 1O s.g.g. op een huis en erf, verm. 14 dec. 141O (ibidem).

* 1 £.g.g. op een huis en erf, 25 okt. 1411 afgeschat (RA. 5O f. 118v.).

* 2 1/2 s.g.g. met houde en 1 £.pay. op een huis en erf, verm. 23 jan 1418 (RA. 5O f. 183v.).

familie: tr. Pieter Dirksz. (zie Van Poelgeest II).

 

IV. STEVEN POES HAMER

ovl. na 1412-13 (Ke. 323 (9) f. 12).

woonhuis: mogelijk belendend aan een huis en erf in de boomgaard (21 sep. 14O4) (Ke. 499); verkocht 2O feb. 1412, vrijwaring 1/2 door de stad, 1/2 door hemzelf; er rustte een schuldbrief van 28 nobel op (van 17 mrt. 1411; RA. 5O f. 125).

huisbezit: * een huis en erf aan de Hogewoerd, verm. ca. 28 okt. 1391, dit behoorde voorheen aan Daniel Hubrechtsz. Hierop hadden Pieter Michielsz.'s kinderen en Floris die Meijer 2 s.g.g. rente met de houde (Secr. 84 f. 35v.).

* een huis en erf gemeen met zijn zoon Dirk Poes (diens 1/2 werd 1412 verkocht, RA. 5O f. 124).

varia: hij was Daniel Hubrechtsz. een rente van 3 £.pay. verschuldigd, verm. 1388 (Secr. 84 f. 7). Werd 4 juni 1393 verbannen (Secr. 8o f. 52v.).

familie: tr. 1e N.N., ovl. voor 21 dec. 138O (RA. 2 f. 51); tr. 2e voor 21 dec. 138O (RA. 2 f. 51) Stefanie, dr. van Willem Alewijnsz. en Geijl Jacob Vijfscellinxdr. (Secr. 1917); verm. als erfgename van haar moeder 15 okt. 1372, van haar vader 23 en 27 mrt. 1394 (Secr. 1917 en 1755-1756). Voor haar traden 23 feb. 1394 Claas en Willem Wermboudsz. op (Secr. 1755; tr. eerder Daniel Hubrechtsz., Secr. 84 f. 7 en 1839). Kinderen:

1. Willem Steven Poesz.

ovl. na 6 mrt. 1381 (Secr. 1736).

landbezit: land te Zoeterwoude, gemene voor gelegen met Jan Hamer, Claas van Bakenese en Philips Andriesz. erfgenamen, hem aanbestorven van zijn moeder, 6 mrt. 1381 verkocht aan zijn broer Jan Hamer (Secr. 1736).

2. Jan Hamer

ovl. voor 14 feb. 1391 (Ke. 322 f. 14).

landbezit: 6 mrt. 1381 land te Zoeterwoude (zie bij zijn broer Willem).

familie: tr. Clara (Ke. 416 f. 77v.), verm. 14 feb. 1391 als belendster te Marendorp (Ke. 322 f. 14); tr. 2e Kerstine? (ovl. na 1413-14, Ke. 323 (1o) f. 13v.). Zoon:

a. Hendrik Hamer

ovl. voor of in 1421 (W. 2 f. 21 en tafel).

beroep: 14O1-O2 betaling aan hem voor metselwerk (Ga 334 (6) f. 18).

familie: tr. Ermgard, zij woonde 1421 met haar broer Jan aan de straat van Marendorp, daarop had de H.Geest 22 s.pay. rente (W. 2 f. 21 en tafel); ovl. 21 sep. 1427, liet St.Pancraskerk 5 kronen na voor memoriediensten (Ke. 416 f. 77v.). Dochter:

A. Ermgard (Ke. 418 f. 98v.).

3. Dirk Poes Stevensz.

woonhuis: aan de Breestraat, 1412 verkocht voor 48 1/2 nobel 16 1/2 bot (incl. de inboedel); hierop waren gevestigd:

- 27 1/2 nobel (schuldbrief van 3 juli 1411),

- 18 nobel (schuldbrief van 7 mrt. 1411), betaald tot 1 1/2 nobel,

- 28 Eng. nobel (schuldbrief van 18 juni 1411), tot 2O gouden nobel betaald,

- een brief waaraan nog 17 1/2 nobel ontbrak, nu tot 5 nobel betaald (27 okt. 141O),

- 21 nobel (schuldbrief van 19 feb. 1411) t.b.v. Jan Taeij,

- 3 s.g.g. rente t.b.v. de H.Geest (met 3 jaar achterstal; RA. 5O f. 124).

huisbezit: * een 1/2 huis en erf, gemeen met zijn vader, 1412 verkocht voor 19 1/2 nobel (RA. 5O f. 124).

* een huis en erf, 15 feb. 1412 verkocht, hierop rustte 2 s.pay. met houde t.g.v. Beatrijs Pieter Dirksz. (RA. 5O f. 124v.).

landbezit: 14O9-1O 1/2 raamstede, gehuurd v. St.Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 15v.).

4. Beatrise; ovl. in of na 1419 (Secr. 84 f. 246). Tr. Wermbout Willemsz. (zie ald. en Kam, 'Memorieboek', 187).

  

VAN DER HANT I

 

I. HUGE VAN DER HANT; zoons:

1. Jan Grietenz., volgt IIa.

2. Heer Jacob van der Hant

ovl. wrsch. voor 7 juni 1354, toen zijn neef Huge kapelaan was van een van de vicarieen gesticht door heer Pieter van Leijden, die hij voordien bekleedde, begr. St.Pancraskerk (GvH. 244 f. 48, Ke. 415 f. 78v.).

functies: priester, grfl. klerk 1317-32 (zie hfdst. 6); kapelaan van een der vicarieen van heer Pieter van Leijden, verm. 13 dec. 1333 (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 7). Vice-cureit van St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 11v., vgl. ook zijn graf in het oude koor van St.Pancraskerk 418 f. 77), missch. reeds voor 13 dec. 1333, toen hij bij die kerk woonde (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 7). woonhuis: aan St.Pancraskerkhof, hierop was een rente van 16 s.g.g. gevestigd t.b.v. heer Pieter van Leijdens vicarieen; verm. 13 dec. 1333 (ibidem).

 IIa. JAN GRIETENZ. of HUGENZ. (VAN DER HANT, Ke. 415 f. 66).

ovl. na 2O aug. 1357 (W. 1. f. 15v.).

functies: gasthuismr. 1345-46, schepen 135O-51, 52-53, 53-54, 54-55, 57-58.

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 13 dec. 1333 (NH. Kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7v.; Ke. 51O, vgl. verder Ke. 1O38 en bij Daniel, zijn zoon).

huisbezit: * een huis en erf aan de Breestraat, voor 19 mrt. 1349 gekocht van Reiner Gobburgenz., deze had hierop 5 s. rente (Ke. 322 f. 3).

* belender met Matthijs Jan Mildenz. aan de Hooigracht 23 dec. 1349 (W. 2 f. 23v. en tafel)

varia: zegel: de Leidse sleutels met in het schildhoofd een hand en links een reptiel(?) (Ke. 669, 14 feb. 1355).

familie: tr. Aleidis (Ke. 415 f. 66), dr. van Hein Honger (zie ald.).

Kinderen:

1. Daniel Jansz. (van der Hant).

ovl. 21 feb. 1369 (Ke. 415 f. 11v.).

functies: schepen 1357-58, 58-59, 59-6O, 6O-61, 61-62, 62-63, 65-66, 67-68, 68-69; burgemr. 1363-64, 64-65, 66-67.

woonhuis: aan de Breestraat, naast het Wolhuis, in leen gehouden van de burggraaf, 2 feb. 1369 ten vrij eigen ontvangen in ruil voor opdracht van 10 morgen land te Zoeterwoude (zie hierna; Hoek, 'Wassenaar', 537 en 632).

huisbezit: een huis en erf bij de molen aan de stadsvest, verm. 28 sep. 1368 (zie rentebezit).

molen: aan de stadsvest onder Zoeterwoude, verm. 28 sep. 1368 (zie rentebezit).

landbezit: 1O morgen land in Claas Godevaardsz.' weer te Zoeterwoude,

met instemming van zijn vrouw opgedragen aan de burggraaf 2 feb. 1369

(Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 5Ov.; Hoek, 'Wassenaar', 632).

rentebezit: * 1O s.pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd, afkomstig van zijn schoonvader, aan St.Pancraskerk geschonken voor memoriediensten (Ke. 415 f. 11v. en f. 66).

* 1O s.pay. op een huis en erf bij de molen aan de stadsvest van Leiden onder Zoeterwoude, daarop gevestigd bij verkoop van dit huis door Daniel aan Coppe Dirksz.; 28 sep. 1368 overgedragen aan heer Philips Jansz., priester, t.b.v. zijn kanunniksprebende (Ke. 493 f. 44v.).

borgstelling: 3 feb. 1365 Godetkiaan Jansz. (Secr. 19 f. 1v.).

varia: trad 6 feb. 1365 op als voogd voor de kinderen van zijn verwant Dirk van der Dobbe (Ga. 455 f. 1O).

familie: tr. Katrine, dr. van Hubertus die verwer (zie ald.), ovl. 1385-86 (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 5Ov.)

2. Jacob van der Hant, volgt IIa.

3. Reiner, ovl. 13 juli 1369 (Ke. 415 f. 18v.).

functie: was hij de clericus Reinaard Jansz. die 1 sep. 1364 St.Andries vicarie bekleedde die heer Huge van der Hant in het leven had geroepen? (zie ald.).

rentebezit: 1O s.pay. op een huis en erf te Leiden, voor memoriediensten aan St.Pancraskerk geschonken (Ke. 415 f. 18v.).

4. Heer Huge van der Hant, volgt IIIb.

5. Margaretha, tr. N.N, zie voor haar nageslacht Jan Grietenz. c.s..

6. Clare ovl. 7 dec. 1378, begr. St.Pieterskerk (Ke. 415 f. 58); tr.

Gerrit Zeveritsz. (Ke. 415 f. 58, zie Gerrit Zeveritsz. c.s.).

7. Cille (Ke. 415 f. 66).

 

IIIa. HEER JACOB VAN DER HANT (Ke. 415 f. 32)

functie: Priester; kinderen:

1. Floris heren Jacobsz., volgt IV.

2. Heer Jacob van der Hant (Ke. 42O f. 16).

ovl. sep. 1398 (Ke. 416 f. 29v.).

functie: kanunnik van St.Pancras (Ke. 416 f. 29v.).

3. Alijd, verm. 24 juni 1382, tr. Michiel (Ke. 42O f. 16).

4. Catharina, ovl. tussen 24 juni 1382 en 14 apr. 1384 (Ke. 42o f. 16; W. 1 f. 52); op haar woonhuis te Marendorp vermaakte zij de H.Geest 1O s. g.g. rente; tr. Willem van der Goude, ovl. in of na 1421 (W. 1 f. 52, 2 f. 51 en tafel, Kam, 'Memorieboek', 211).

 

IV. FLORIS HEREN JACOBSZ.

functie: schepen 137O-71, 72-73, 73-74, 86-87.

woonhuis: op de hoek van St.Pieterskerkstraat en St.Pieterskerkhof, verm. 138O; hierop bezat de H.Geest sinds 12 feb. 1356 1O s.g.g. rente (W. 2 f. 1O en tafel; J 31 f. 9; in 1421 behoorde het huis toe aan St.Pieterskerk).

Dit huis belendde aan het huis dat Meijne uten Waerde 25 juli 1368 vermaakte aan St.Pieterskerk ter verzorging van arme maagden en weduwen (De Geer, DuO., 6O6, Klo. 974, zie IJsac).

rentebezit: 5 dec. 1375 34 s.pay. op een huis en erf te Marendorp in Jan Vossensteeg, door zijn weduwe en zoons 7 juli 139O aan de H.Geest vermaakt voor memoriediensten (W. 1 f. 67v.).

borgstelling: 7 nov. 1365 Geertruud Vastraatszr., van Zoeterwoude (Secr. 19 f. 5).

schenking: 1371 5 £.pay. aan St.Pancraskapittel t.b.v. memoriediensten (Ke. 415 f. 32v.).

varia: zegel: een kruis, rechtsboven een hand, linksbeneden wrsch. Een vogel, hartschild een wassenaar (Ke. 8O, 5 feb. 1374).

familie: zijn neef was mr. Jan van Haerlem, verm. 2 feb. 138O (W. 1 f. 36v.); tr. 1e Wendelmoed; tr. 2e Erkenraad, dr. van Jan Vos en Jutte, ovl. na 7 juli 139O (W. 1 f. 67v.). Zoons:

1. Jacob Florisz.

beroep: glaszetter (Rek. I 267, Ke. 323 (4) f. 19, Ga. 334 (24) f. 26).

borgstelling: * 6 feb. 1394 Claas IJsbrandsz. (Secr. 19 f. 99v.).

* 26 mrt. 1399 Joost Willemsz. (Secr. 19 f. 111v.).

2. Jan Vos Florisz., verm. 7 juli 139O (W. 1 f. 67v.).

3. Philips Florisz.

ovl. apr. 1426, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 75v.).

functie: schepen 14O2-O3, O3-O4.

beroep: drapenier (vgl. bezit raamstede).

landbezit: 1402-03 1/2 raamstede gehuurd van St.Pieterskerk voor 14 s. pay. rente (Ke. 323 (5) f. 11 en volgende rek.).

borgstelling: 20 feb. 1415 Engelbrecht Gijsbrecht Celienz.z. (Secr. 2O f. 5O).

varia: zegel: een kruis, rechtsboven wrsch. een vogel, linksonder een hand, hartschild een wassenaar (Klo. 154O, 21 mrt. 14O4).

schenking: 6 Rijnse gld. aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 416 f. 75v.).

familie: tr. Katharina Hendriksdr. (Ke. 416 f. 75v.); zij bezat met haar dr. Geertruid 4 nobel lijfrente t.l.v. de stad Leiden, verm. 1412-13

(Secr. 513 f. 2O).

4. Elsbeen (Kam, 'Memorieboek', 185).

 

IIIb. HEER HUGE VAN DER HANT

ovl. 5 sep. 1382, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 78v.).

functies: verm. 7 juni 1354 als kapelaan van een der vicarieen van heer Pieter van Leijden (GvH. 244 f. 48); 1 apr. 1359 aangesteld tot vicaris gedurende zijn leven van St.Andrieskapelanie, gesticht door Trude, weduwe Boudijn van Zwieten; missch. stelde hij aanvankelijk in zijn plaats Reinaard Jansz., clericus, aan die 1 sep. 1364 als vicaris voorkomt (Ke. 1O38, Agn.bhf. 7); pastoor van Nieuwkoop, verm. 2O juli 1354 - 2 feb. 1368, 18 feb. 1374 bekleedde een ander dit pastoraat (Ke. 636, 415 f. 5 en Ke. 9O2, Leverland, 'Inquisitio super conexuum', 87); kanunnik en scholasticus van St.Pancraskapittel sinds 1366-67; deken van St.Pancraskapittel sinds 1371 (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 84).

huisbezit: 1/2 huis en erf, achter St.Pieterskerk bij het begijnhof, afkomstig van Trude, weduwe van Boudijn van Zwieten, 2 feb. 1368 verkocht aan Hendrik Rottier en Alijd diens vrouw (die de andere 1/2 al bezaten), tegen een rente van 4O s.pay. (zie rentebezit; Ke. 9O2).

landbezit: 4 morgen pachtland te Bodegraven, 17 apr. 1372 aan zijn prebende vermaakt voor grafgang. Hij behield het vruchtgebruik tot zijn dood; verkocht het echter voor 1 okt. 1381 met consent van het kapittel (Ke. 415 f. 36).

rentebezit: * 2O s.g.g. op een huis en erf bij de Steenschuur, 2O juli 1354 verkocht (Ke. 636).

* 9 s.g.g. op een huis en erf te Marendorp, door Huge met zijn broers en zusters gekocht; hij droeg de rente voor memoriediensten over aan St.Pancraskapittel (Ke. 415 f. 66 en v.).

* 2 feb. 1368 4O s.pay. op een huis en erf aan St.Pieterskerkhof bij het begijnhof (zie huisbezit), na zijn dood te komen aan de vicarieen van mr. Andries Hein Honghersz. (Ke. 9O2).

* 27 feb. 1375 4 £.pay. op 2/3 van een weer land te Nieuwkoop, t.b.v. memoriediensten 2O dec. 1381 aan St.Pancraskapittel vermaakt, met behoud van vruchtgebruik tot zijn dood (Ke. 415 f. 77, 78 en v.).

* 31 jan. 1377 1O s.pay. op een huis en land te Nieuwkoop, losbaar met 5 £; met 5 £.pay. gelds geschonken aan St.Pancraskapittel ter viering van het feest van St.Antonius Abt (Ke. 415 f. 65v.).

* 11 okt. 1381 4 £.g.g. op 12 1/2 morgen land onder Zoeterwoude, gekocht van zijn neef Jan Gerrit Dirksz.z., direct overgedragen aan St.Pancras- kapittel voor memoriediensten, met vruchtgebruik tot zijn dood (Ke. 415 f. 77 en v.).

schenking: schonk 1 £.pay. aan de huiszitten (Ke. 415 f. 61) en het jaar van gratie van zijn dekenaat en prebende voor memoriediensten ter aanvulling op wat hij reeds voor zijn mensurnaal schonk (het benodigde bedrag van 12 £.pay. was nog niet gehaald; Ke. 416 f. 177v.).

stichting: de kanunniksprebende van St.Antonius Abt (1366-67) (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 83). Regelde 24 juni 1382 de collatie en de aanstelling van een prebendaris. De bedienaar moest komen uit zijn nageslacht dat van zijn drs., dan wel dat van zijn ouders (Ke. 42O f. 16 en v.).

varia: 1365 pachter van de tiende van Nieuwveen (GvH. 1451 f. 5v.); droeg mede als executeur en beheerder voor zijn broers en zusters, t.b.v. memoriediensten 3 £ 2 s.pay. rente aan het kapittel over waarin opgenomen 1O s. door broer Daniel vermaakt en 3O en 1O s. door zijn zrs. en hemzelf.

(Ke. 415 f. 66); 28 nov. 1367 verm. als executeur-test. van heer Bertelmeeus Philipsz. (Ke. 415 f. 5); 18 aug. 1382 aangesteld tot

executeur-test. van Philips van Leijden (bezegelde 7 mrt. 1372 diens testament; Ke. 493 f. 21 en Ke. 894).

familie: noemde Jan Gerrit Dirksz.z. neef (Ke. 415 f. 77 en v.), evenals heer Gerrit Pieter Gobburgenz.z. (Ke. 636) en heer Dirk van den Rine, pastoor van St.Pieterskerk (Ke. 42O f. 16v.). Dochters:

1. Alide, ovl. 1388, begr. St.Pancraskerk (Ke. 418 f. 132), tr. Jan Eversz. (Ke. 42O f. 16) ovl. 6 dec. 1384, aan de pest, begr. St.Pancras kerk (Ke. 416 f. 5, 418 f. 132).

2. Margriet (Ke. 42O f. 16).

 

VAN DER HANT II

Deze familie vormde met Van der Hant I een geslacht, blijkend uit zegel en familienaam, alsmede uit de namen Jan en Huge, in beide families gedragen.

 

I. N.N., gedurende lange tijd schout van Leiderdorp (voor 22 aug. 1365; vgl. Ke. 4OO, Amb. hrlh. Oegstgeest 752). Kinderen:

1. Huge van der Hant, volgt II.

2. Alijd, ovl. 1414-15 (RA. 5O f. 137, W. 1 f. 124).

huisbezit: * 7 dec. 1386 een huis en erf aan St.Pieterskerkstraat (eigenaar Jan Dirks Brunen Tsceriaersz., Ga. 455 f. 62, 16 mrt. 1387

verm., W. 2 f. 243v.).

* een huis en erf aan de Vollersgracht, 1O mrt. 14OO aan Claas Jansz. Vos verkocht met behoud van een daarop gevestigde rente (vgl. rentebezit, 1399) (Ga. 456 p. 38).

* 28 okt. 1396 een huis en erf aan St.Pieterskerkstraat; hierop rustte 43 comans groten rente (Ke. 631).

* 2 juni 14O9 een huis en erf aan de Nieuwe Kerksteeg, hierop rustte 3O s.pay. rente met houde, 3 aug. 141O voor haar weer overgedragen (Secr. 1475).

rentebezit: * 18 apr. 1386 32 s.pay. op een huis en erf. aan de Hogewoerd, met consent van zoon Herman aan St.Catharinagasthuis

overgedragen voor memoriediensten (29 mrt. 139O; Ga. 455 f. 41v.).

* 3 mrt. 1387 2O comans groten op een huis en erf in Coppenhincsteeg; in opdracht van haar 9 dec. 14O9 aan St.Catharinagasthuis overgedragen (Ga. 455 f. 73).

* 12 dec. 1392 22 s.g.g. op het huis en erf van Baarnd Jansz. Van Leijden, door haar zoon op haar overgedragen; 5 dec. 1415 verkocht aan de H.Geest voor haar (W. 1 f. 124).

* 18 sep. 1399 6 s.g.g. met de houde op een huis en erf (van Claas Jansz. Vos sinds 1O mrt. 14OO) aan de Vollersgracht (RA. 5O f. 137; Ga. 456 p. 38).

* 1O mrt. 14OO 32 s. 8 p.pay. op een huis en erf aan de Diefsteeg; 2O apr. 1411 voor haar aan de H.Geest verkocht (W. 1 f. 11Ov.).

* 1O s.pay. op een huis en erf aan de Crepelsteeg, verm. 2O juni 14O2, toen zij zich dit huis en erf liet toeeigenen i.v.m. betalings

achterstand (Ga. 1355 f. 4v.).

familie: tr. Jan heren Hermansz., ovl. voor 18 apr. 1386 (Ga. 455 f. 41v.). Zoon:

Herman Jansz. (Ga. 44O f. 9; W. 1 f. 124) hij is missch. dezelfde als Herman Jansz. van Zwieten, schepen en burgemeester, zie ald.

 

II. HUGE VAN DER HANT.

functies: schout 1364, 67, 75-78; schepen 7O-71, 71-72, 73-74, 78-79, 83- 84, 84-85, 85-86, 89-9O, burgemr. 68-69, 69-7O, 72-73, 76-77, 81-82, 86-87, 87-88, 9O-91, 91-92, 94-95.

woonhuis: belender te Leiden 14 sep. 1357 (DuO. 1978 f. 5Ov.).

borgstelling: * 3 mrt. 1382 Claas Willem Gibenz. (Secr. 19 f. 56).

* 21 jan. 1383 Simon Reinersz. en stiefkinderen (Secr. 19 f. 59v.).

* 3 nov. 1384 Simon van der Eme (Secr. 19 f. 65v.).

* 27 okt. 1389 Jan Alewijnsz. (Secr. 19 f. 81v.).

* 31 okt. 1389 Hendrik Hendriksz. (Secr. 19 f. 81v.).

* 2O okt. 1394 Jan van Zijl (Secr. 19 f. 1O2).

* 21 sep. 1412 Simon Jansz. (Secr. 2O f. 44).

* 6 nov. 1417 Jacob Woutersz. die Ketelboeter (Secr. 2O f. 56v.).

varia: zegel: gevierendeeld, 1e kwartier een hand, 2e en 3e fijn geruit, 4e kwartier blank (Ke. 631, 3 feb. 1386); bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding van Michiel van der Heijdes nalatenschap (Secr. 84 f. 37).

familie: tr. Haasken, ovl. ca. 14OO (Ga 444 f. 5v.). Kinderen:

1. Jan Hugenz. van der Hant, volgt III.

2. Zoete, ovl. 14O7-O8, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (7) f. 13v.).

 

III. JAN HUGENZ. VAN DER HANT

functie: schepen 1398-99, 99-14OO, O1-O2, O5-O6.

huisbezit: 14O6 een huis en erf te Leiden, voor 56 Eng. nobel gekocht (RA. 5O f. 55v.).

rentebezit: * 1414-15 43 s. 4 p.pay. op het huis van zijn dr. Zoete, van St.Catharinagasthuis gekocht voor 37 £ 6 s. 8 p. pay. (Ga. 334 (21) f. 19).

* 29 juni 1416 3O plakken licht geld op de inboedel van Bertelmeeus Claasz. (RA. 5O f. 2OOv.).

borgstelling: * 17 sep. 1392 Dammas Jan Deurschijnsz. (Secr. 19 f. 91v.).

* 16 nov. 14O1 Jacob Jansz. (Secr. 2O f. 9).

* 12 juni 14O4 Alewijn Engelbrechtsz. (Secr. 2O f. 17v.).

* 5 jan. 14O6 Jacob Doedenz. (Secr. 2O f. 22).

* 27 apr. 14O6 Huge Huge Jan Willemsz.z. (Secr. 2O f. 22v.).

varia: pachter van de tiende van Kerkwerve en Oegstgeest 1399 (GvH. 1477 f. 11v.); trad herhaaldelijk op t.b.v. zijn tante Alijd bij overdrachten door haar.

familie: tr. Baarte; zij droeg 2 mrt. 1434 een rente van 6 s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht over, afkomstig van Alijd Jan heren Hermansz., tante van haar man (Ga. 456 p. 38). Dochter.:

1. Zoete, op haar huis bezat haar vader een rente, zie hoger.

 

 

VAN DER HANT III.

Gezien familienaam en zegel verwant met de geslachten Van der Hant I en II.

 

JACOB VAN DER HANT CLAASZ.

functies: schepen 137O-71, 71-72, 75-76, 76-77, 77-78, 88-89, O3-O4; burgemr. 14O1-O2 (zie ook Jacob Claasz.).

(woon?)huis: 8 jan. 1378 verm. tussen Rijn en burcht in belending (Secr. 1531).

rentebezit: * 21 okt. 1371 1 £.pay. op een huis en erf. te Leiden (Ke. 416 f. 111v.).

* 19 jan. 1373 1 £.pay. op een huis en erf te Leiden (Ke. 416 f. 111v.).

* 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden, aangekocht 2 jan. 1369 door Claas Jan Vockenz.; 1 juli 1377 aan St.Pancraskapittel overgedragen i.p.v. 2O groten op een huis en erf aan de Hooigracht (ingevolge testament van Margaretha, echtgenote van Dirk Gerritsz., ovl. 6 juli 1369; Ke. 415 f. 17).

* 1 £.g.g. met houde op een huis en erf op het Hogeland bij de Middelweg, verkocht aan Frank IJsac 23 Jan. 1384 (Secr. 1434).

* 17 mrt. 1389 een pandrente van 2 s. 3 p. 1 halling pay. op een huis en erf aan de Groenesteeg; de schout, Willem Smeder, hield de pandrente aan zich (Ga. 455 f. 52v.).

* 37 comans groten op een huis en erf aan St.Nicolaasgracht (W. 1 f. 68). borgstelling: * 2O juni 1372 (samen met Jan Vos) Gerrit Arendsz. Van Pijnacker (Secr. 19 f. 31).

* 13 nov. 1375 Dirk van den Rijn Dirk oirbairsz. (Secr. 19 f. 42).

varia: zegel: drie eikels in bovenste schildhelft, 1 hand in de onderste (24 nov. 1376, Ke. 6O6). Droeg 28 juni 1372 een rente, afkomstig van Claas Jan Vockenz., over aan St.Pancraskapittel voor o.m. diens memorie (Ke. 415 f. 33; zie Jan Voc c.s.).

familie: was wrsch. een zoon van Claas Jan Vockenz.: vgl. de rente, afkomstig van deze, die in zijn handen was, de overdracht van een rente voor o.m. Claas Jan Vockenz.'s memorie door Jacob, zijn patronym en de familiebanden die tussen de geslachten Van der Hant II en Jan Voc c.s. bestonden (zie ook Jan Voc c.s.).

 

 VAN DER HANT IV

Gezien familienaam en zegel verwant met de geslachten Van der Hant I en II.

 

I. PHILIPS; zoons:

1. Gerrit Philipsz.

functie: schepen 1364-65, 65-66, 66-67. Hij is missch. identiek met de Gerrit Philipsz. van Leijden, rekenplichtig klerk van de gravin 1358 (zie hfdst. 6).

beroep: ? wijnkoper ca. 1363 (GvH. 145O f. 4).

landbezit: te Zoeterwoude, in een perceel waarin ook Daniel Jansz. En heer Huge van der Hant gegoed waren (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 5Ov.).

rentebezit: 6 mei 1365 36 s.g.g. op een huis en erf te Marendorp (Ke. 493 f. 76v.).

varia: zegel: een hand, in de linkerbovenhoek een halve maan (Ke. 517, 18 apr. 1367); indien hij identiek was met de grfl. klerk, ontving hij 17 sep. 1357 de kosterij van Grosthuizen en Siboutskerspel (Van Riemsdijk, Tresorie, 6O-61; GvH. 224 f. 14v.) en 4 okt. 1357 de kosterij van Hazerswoude (Van Riemsdijk, Tresorie, 61; GvH. 224 f. 17v); pachtte 1365 van de graaf van Blois een tiende bij de Leidse stadspoort, de zgn. middelbloktiende en een smaltiende, alle onder Zoeterwoude (Gr.v.Blois 94 f. 1O).

familie: tr. ? Margriete, zij was 1 juli 1368 weduwe en woonachtig in de omgeving van het grfl. hof, naast Dirk Poes Jansz. van Leijden (Ke 493 f. 44v).

2. Jacob van der Hant Philipsz., volgt II.

 

II. JACOB VAN DER HANT PHILIPSZ.

landbezit: Claas van Voirburchs woning met 22 morgen land (waarop de kerk stond) en 6 morgen land ald., 2O mrt. 1396 gekocht van de graaf, om na de dood van Claas voornoemd van deze in leen te houden (GvH. 228 f. 1O1).

Droeg e.e.a. 13 dec. 14O4 op t.b.v. Boudijn van Zwieten (GvH. 229 f. 67). rentebezit: * 22 dec. 1376 4 oude Franse schilden op een huis en erf aan de Maarsmanstraat; dit huis werd voor hem gepand en 16 s. pandrente werden 7 mrt. 1378 toegewezen; overgedragen aan St.Pancraskapittel 22 feb. 1384 (Ke. 493 f. 76 en v.).

* 36 s.g.g. op een huis en erf te Marendorp, afkomstig van Gerrit Philips z.; overgedragen aan St.Pancraskapittel 22 feb. 1384 (Ke. 493 f. 76 en v.).

borgstelling: * 1 okt. 1368 Dirk Ramp, zoon van heer Floris, die paap was te Valkenburg (Secr. 19 f. 16v.).

* 23 sep. 1374 Gerrit die Man (Secr. 19 f. 39v.).

* 2O juni 138O Floris Gerrit, van Koudekerk (Secr. 19 f. 5Ov.).

* 25 jan. 1381 Hanneken Onberaden (Secr. 19 f. 51v.).

* 15 nov. 1395 Zanders Willemsz. (Secr. 19 f. 1O6v.).

varia: 2 feb. 1392 - 2 feb. 1393 pachter van de visaccijns te Leiden met Claas Jansz, en Doen Simonsz. (Rek. Lei., I 4).

familie: tr. Beatrijs van Voirburch, ovl. voor 16 mrt. 141O (Huisarch.

Binckhorst 1 f. 17v.; GvH. 23O f. 62v.). Kinderen:

1. Claas Jacobsz.

ovl. voor 3O apr. 1416 (GvH. 23O f. 141v.-142).

landbezit: * voor 24 okt. 1397 11 morgen land te Tedingerbroek, na overdracht door zijn moeder (GvH. 228 f. 26Ov.).

* 16 mrt. 141O 12 morgen en de woning te Voorburg, 2 morgen ald., 5 hond op de Burg ald., 23 s. op 2 hofsteden ald., 1 1/2 morgen land te Tedingerbroek, Zoeterwoude, grfl. lenen afkomstig van zijn moeder (GvH. 23O f. 62v.).

familie: tr. Geertruid Reinersdr., ovl. na 3O apr. 1416 (GvH. 23O f. 142); hij tochtte haar 24 okt. 1397 aan 11 morgen land te Tedingerbroek, Zoeterwoude (GvH. 228 f. 26Ov.).

2. Beatrijs Jacobsdr.

landbezit: 5 hond land te Voorburg, leen van de Binckhorst, afkomstig van haar moeder (Hoek, 'Rept. Binckhorst', 245).

familie: tr. Jan die Kok (ibidem).

 

 RUTGER HEILENZ.

ovl. 31 dec. 1382, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 89v.).

functie: wrsch. procurator van St.Pancras (Ke. 415 f. 89v.).

woonhuis: aan de Middelweg, hierop vermaakte hij St.Pancraskapittel 5 s. rente (Ke. 415 f. 89v.).

landbezit: * land te Leiderdorp, tussen Zijl en Mare, verm. 17 jan. 1368 (Ke. 493 f. 65).

* 1 morgen 3O gaard land in 2 kampen, geheten de Oudemade, te Zoeterwoude. Dit land verkocht hij 16 juni 138O aan Philips van Leijden (Ke. 493 f. 21); van deze 2 kampen had heer Jan Rutgersz. van Leijden 2 1/2 morgen aan zijn kapelanie vermaakt (zie ald.).

rentebezit: 26 apr. 1372 een pandrente van 18 s. 4 p.pay. samen met Splinter Gijsbrechtsz., op 1/4 van een huis en erf aan de Breestraat (W. 1 f. 58v.).

familie: was hij gezien zijn landbezit in de Oudemade en zijn naam Rutger een verwant van heer Jan Rutgersz. van Leijden?

 

WILLEM HEINENZ.

gedood tussen 12 nov. 14O3 en 7 nov. 14O6 (Secr. 2O f. 15v. en NH. Diakonie A 1 f. 1v.; zie GvH. 199 f. 14v. en Gerrit Alewijnsz. c.s.: IIIb.).

functies: schepen 1376-77, 77-78, 85-86; schout 1392-96; burgemr. 1391-92, 92-93, 97-98; kerkmr. van St.Pieter 14O1-O2, schout van Hazerswoude verm. 12 jan. 139O (W. 1 f. 1O9), van Noordwijk en Noordwijk aan Zee sedert 3 jan. 1398 (aanstelling voor de duur van 6 jaar, Scheffer, Beveelboeken, I 38 d.i. GvH. 892 f. 53v.).

woonhuis: wrsch. aan de Breestraat; hierop had Alijd, weduwe van Hendrik Tier 1 £.g.g. rente (volgens akte van 9 okt. 1356, deze datum is een verschrijving: Alijd was nog niet gehuwd en Willem Heinenz. nog wel erg jong, missch. moet 1376 worden gelezen; W. 1 f. 4v.).

huisbezit: * verm. in belending te Marendorp van een Willem Heinenz. 12 jan. 14O7 (W. 1 f. 1O3).

* 1O mei 1395 een huis en erf aan de Vollersgracht (verhuurd), door Floris Gijsbrechtsz. verbeurd, voor 9O Geld. nobel gekocht van de graaf. Hierop had Dirk die Bruun een rente met houde (GvH. 228 f. 168v.).

* 2 sep. 1398 een huis en erf te Leiden, voor 32 £.pay. gekocht (RA. 5O f. 2O); had hierop een pandrente:

rentebezit: * 23 apr. 1396 12 s. 6 p.pay. op een huis en erf te Leiden, 22 sep. 1398 afgeschat met 7 £ 1O s.pay. (RA. 5O f. 2O).

* 33 s. 4 p.g.g. op een huis en erf te Leiden, 3O nov. 1394 afgekocht met 21 £.pay. (Secr. 5O f. 4).

* 2O apr. 1396 een schuldbrief van 15 oude schilden op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 21).

borgstelling: * 29 aug. 1379 Gerrit Jansz., van Katwijk (Secr. 19 f. 49).

* 17 juli 1382 Gerrit Jansz. (Secr. 19 f. 56v.).

* 3O okt. 1385 Jacob Haes (Secr. 19 f. 7O).

* 19 feb. 1387 Foijken Willemsz. (Secr. 19 f. 75v.).

* 27 juli 1388 Frank Jacobsz. (Secr. 19 f. 78).

* 5 mei 1393 Kerstant Claas Eversz. (Secr. 19 f. 96v.).

* 13 mei 1393 Dirk Gerritsz. (Secr. 19 f. 97).

* 13 dec. 1393 Jacob Aarnd Stienkijnsz. (Secr. 19 f. 99).

* 2O juli 1394 Willems 'zwager' Willem Pietersz. (Secr. 19 f. 1O1v.).

* 21 okt. 1394 Claas Bertman (Secr. 19 f. 1O2).

* 24 feb. 1395 Pieter Jansz., van Langeraar (Secr. 19 f. 1O4).

* 22 mrt. 1399 Simon van Warmond (Secr. 19 f. 111v.).

* 12 nov. 14O3 Jan Smeder (Secr. 2O f. 15v.).

varia: zegel: gevierendeeld, 1: een ankerkruis, 2 en 3 fijngeruit, 4 blank (Ke. 631, 3 feb. 1386); pachter van de Leidse gruit 1378 (GvH. 1458 f. 6); pachtte 1393 de tiende van Kerkwerve en Oegstgeest (GvH. 147O f. 9v.).

familie: is hij de Willem Heinenz. die 19 juni 1367 met zijn broer Dirk Nachtegale een rente vestigde op een huis en erf aan de Breestraat? (Ke. 493 f. 48v.). Tot zijn magen behoorden Floris van Tol, Gerrit van Boschuijsen en Willem Hermansz. (GvH. 199 f. 14v., zie Gerrit Alewijnsz. c.s.: IIIb.). Tr. Lijsbeth; ovl. in of na 1414; zij bezat toen een rente van 18 oude schilden op Claas Jansz. Vos (van 14 aug. 14O5; RA. 5O f. 138).

Zij schonk de H.Geest 16 mei 1411 4O s.pay. rente op een huis en erf in de Sacsteeg op de hoek, t.b.v. memoriediensten (tr. 1e Gerrit Coppaartsz. (W. 1 f. 112v., Kam, 'Memorieboek', 162). Kinderen:

?1.Clara, ovl. 7 okt. 1422 als weduwe van Jan Gerritsz. de cuper (Ke. 416 f. 66v.).

?2.Dirk Willem Heinenz., 15 feb. 1392 verkocht hij de H.Geest 1O s.pay. op zijn woonhuis en erf aan de Nuwestraat (W. 1 f. 74).

  

MR. HENDRIK

functie: kerkmr. van St.Pancras (25 juli) 14O9-1O.

  

HENDRIK HENDRIKSZ.

functie: geestmr. 1418-19, 19-2O.

  

MATTHIJS HENDRIKSZ.

functie: schepen 14OO-O1.

borgstelling: 8 nov. 14O1 Dirk Willem Femeijnsensz. (Secr. 2O f. 6v.).

familie: dochter:

1. Haastgen, bezat 1412-13 5 nobel lijfrente t.l.v. de stad Leiden (Secr. 513 f. 19v.).

  

WILLEM HENDRIKSZ.

functie: gasthuismr. 25 juli 139O-91, 141O-11; geestmr. 14O5-O6.

beroep: drapenier (of een andere W. Hendriksz.? 1383-84, Posthumus, Bronnen, I 27).

woonhuis: in het Gasthuis- of Vleeshuisvierendeel (Blok, Hollandsche stad, I 324).

huisbezit: ? aan het Noordeinde 16 feb. 1378 verm. (Ga. 455 f. 82v.).

familie: ? tr. Margriet, ovl. 1412-13, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (9) f. 13). Dochter:

?1.Erkenraad Willem Hendriksz.dr., bezat 4 nobel lijfrente ten laste van de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 22).

?2.Geertruud Willem Hendriksz.dr., tr. Jan Vos Dirk Hoogstraatsz. (zie Hoogstraat).

  

JAN DIE WIT JAN HERMANSZ.

functie: kerkmr. van St.Pieter 11 nov. 1413-14, 14-15.

woonhuis: aan St.Pieterskerkgracht? Aan de Hofstraat lag een huis dat strekte tot dat van hem (W. 1 f. 124v.).

rentebezit: * 9 juli 1386 8 £.pay. op een huis en erf in het Noordeinde; hij bezat hierop tevens pandbrieven:

* 5 dec. 1391 18 s. 4 p.pay.,

* 23 mei 1413 27 s. 1 p.pay.,

* 26 jan. 1414 27 s. 1 p.pay.,

* 2 jan. 1415 35 s. 2 p.pay. (RA. 5O f. 135).

familie: tr. vermoedelijk Aagt, ovl. 13 juli 1418, begr. St.Pancraskerk;

liet deze kerk bij testament 7 1/2 £ pay. na voor memoriediensten (Ke. 416 f. 57v.).

  

SIMON HERMANSZ.

functie: gasthuismr. 1353-54.

beroep: wantsnijder (1366, W. 1 f. 21v.).

(woon)huis: de graaf ontving hier 2 s. hofstedehuur van, in de betaling was hij in 1363 achterstallig (GvH. 19 f. 11v.).

familie: tr. Jutte (Kam, 'Memorieboek', 191, Ke. 7 f. 51).

Dochter:

1. Alijd Simon Hermansz.dr.; ovl. na 26 mei 14O2 (Secr. 8O f. 65v.); tr. Willem Jan Willemsz.z. (ibidem en zie ald.); haar nicht was Griete van Nws, verm. 4 aug. 1411 (W. 1 f. 112).

 

ROBBRECHT VEREN HILDEGAARDENZ.

functie: schepen 1327-28, 29-3O.

varia: beloofde 2 juni 1344 vrijwaring bij verkoop van een rente door Claas die Welighe aan O.L.V.kerk (W. 1 f. 13).

 

VAN HILLEGHOM

 

I. JAN VAN HILLEGHOM

functies: schepen 1374-75, 79-8O, 84-85; burgemr. 138O-81, 82-83, 83-84. Is hij de apr.-aug. 1352 vermelde grfl. klerk? (Van Riemsdijk, Tresorie, 68). woonhuis: aan de Breestraat, verm. 5 apr. 138O (Ga. 456 p. 19); 1398 verm. van zijn woonhuis bij het St.Pieterskerkhof (Hamaker, Keurboeken, 98).

landbezit: * 5 morgen land 1 1/2 hond 4 gaard land aan de Rijn tussen Leiden en Waddingersluis te Zoeterwoude, 21 feb. 1376 verkocht aan St.Pancraskerk (Ke. 493 f. 66); verm. als belender te Zoeterwoude 2O nov. 1372 (Ke. 493 f. 31).

* 28 sep. 1368 6 morgen land te Zoeterwoude, in leen gehouden van de hofstad Zwieten (Ga. Leiden, Bibl. 3214 f. 176v, Hoek, 'Rept. Swieten', 1O6).

* 16 okt. 139O 2 en 3 morgen land te Zoeterwoude, leen van de hofstad Hontshol, te versterven op zijn zoon Simon of diens broers (Hoek, 'Rept. Hontshol', 254).

rentebezit: 21 aug. 14OO 14 £ 11 s. 4 p.g.g. op huis en erf. te Leiden (RA. 5O f. 37).

borgstelling: * 6 juli 1385 Engelbrecht Heinenz. van Hazerswoude (Secr. 19 f. 68v.).

* 12 dec. 1385 Dirk Wouter Alewijnsz.z. (Secr. 19 f. 72).

varia: zegel: een schuinbalk van rechtsboven naar linksonder aan weerszijden 3 figuurtjes (lelies? Secr. 1422, 9 nov. 1384).

familie: tr. 1e Aagte, verm. 8 okt. 1371 (RA. 2 f. 6v.). Zij tr. eerder Dirk van Valkenburch, die haar beloofde lijftocht te geven aan de mindere helft van 1O £ rente die hij van de graaf in leen hield, welke lijftocht zij omwille van haar 2e echtgenoot 29 mrt. 1353 ontving (GvH. 244 f. 45v.).

tr. 2e Wive, dochter van Simon Matthijsz. (Hoek, 'Rept. Hontshol', 254, Ke. 416 f. 48v.; zie Bronstien). Kinderen:

1. Claas van Hilleghom Jansz.

functie: bewaarder van de grfl. wildernis en het wild te Hazerswoude en omgeving sedert 21 aug 1392 (GvH. 198 f. 43).

landbezit: 6 morgen land, leen van de hofstad Zwieten, afkomstig van zijn vader (G.A. Leiden, Bibl. 3214 f. 177, Hoek, 'Rept. Zwieten', 1O6).

2. Heer Simon van Hilleghom Jansz. (Hoek, 'Rept. Hontshol', 254).

functies: prior en kanunnik van het regulierenklooster Engelendael te Leiderdorp, verm. 22 mei 1422 (Ke. 493 f. 96v., 5 nov. 1416 nog verm. als broeder, Klo. 855).

landbezit: (na scheiding met zijn broers) 5 nov. 1416 4 morgen land te Koudekerk en 3 1/2 morgen land (de Kerfmade) tussen Boschuijsen en Ter Wadding onder Zoeterwoude (Klo. 855).

3. Hendrik van Hilleghom Jansz.

landbezit: * 24 apr. 14.., 2 en 3 morgen land te Zoeterwoude, leen van de hofstad Hontshol, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Rept. Hontshol', 254).

* 5 nov. 1416 (na scheiding met zijn broers Gerrit en Simon), 6 1/2 morgen land (het Nuweland en de Parric) te Oegstgeest (Klo. 855); reeds 22 feb. 1414 te Oegstgeest met land vermeld (W. 1 f. 119).

4. Heer Gerrit van Hilleghom (Hoek, 'Rept. Hontshol', 254) ovl. na 14 jan. 1447 (Ke. 123).

functie: priester, vicaris van de kapelanie op het H. Kruisaltaar in de St.Pieterskerk, gesticht door Katrine Poes, verm. 19 okt. 1446 (Ke. 123).

landbezit: * land te Oegstgeest, verm. 26 nov. 14O6 (W. 1 f. 1O2v.).

* 5 nov. 1416 (na scheiding met zijn broers) 2 1/2 morgen land, in Dammashoeve, tussen (Pieters)Hoeflaan en Vliet (Klo. 855).

rentebezit: 22 dec. 14O3 1 £.pay. op een huis en erf te Marendorp aan de straat; 2O feb. 141O overgedragen aan de H.Geest (W. 1 f. 1O8).

familie: hij besprak memoriediensten voor o.m. zijn broer Hendrik Dirksz., dit zal een halfbroer zijn, missch. uit het 1e huwelijk van Aagte, hoger genoemd (Ke. 7 f. 88v.).

5. Margriet Jansdr. van Hilleghom, zij bezat 17 Wilh. schilden op een huis en erf te Leiden, in 14OO afgelost (RA. 5O f. 3Ov.).

6. Bartraad, tr. Jan Hugenz. (Ke. 7 f. 88v.).

  

DIRK HILLENZ.

ovl. voor 22 aug. 14O9 (Ga. 456 p. 34).

woonhuis: 14 mei 14O9 verm. van het woonhuis van zijn weduwe aan de Breestraat; hierop had Claas Jansz. Vos (tevoren Jan Duker en Jan Costijnsz.'s erfgenamen) 2 s. 6 p.pay. rente, die zij toen afkocht (Ga. 456 p. 15).

familie: tr. Margriet (Ga. 44O f. 5). Zij kocht 22 aug. 14O9 renten: 18 comans ́ groten (waarvan 2 s. met houde) op een huis en erf aan de Vismarkt; 18 comans groten met 1/2 houde op een huis en erf aan St.Pieterskerkstraat; 4 comans groten met 1/2 houde op een huis en erf aan St.Pieters- kerkstraat (Ga. 456 p. 34). Huurde 1417-18 een 1/2 raamstede van St.Pieterskerk tegen 14 s.pay. (Ke. 323 (11) f. 1O). Zij ovl. voor 3 feb. 1427 (Ga. 456 p. 34). Kinderen (Ga. 44O f. 5):

1. Pieter Dirk Hillenz.z.

ovl. voor 21 feb. 1412 (Ke. 323 (9) f. 7v.).

functie: homan te Overmare 141O (Secr. 84 f. 238v.).

rentebezit: 3 juli 1411 27 1/2 nobel op Poes Stevensz. huis en erf, 17 feb. 1412 afgeschat (RA. 5O f. 124).

familie: zijn weduwe en kinderen huurden 1/4 raamstede van St.Pieterskerk, verm. 1412-13 en later (Ke. 323 (9) f. 7v., 323 (11) f. 11).

2. Willem Dirk Hillenz.z.

ovl. 1411-12? (Ga. 334 (16) f. 17).

woonhuis: in St.Pietersparochie (Ke. 323 (6) f. 13v.).

3. Dirk Dirk Hillenz.z.

ovl. 1443 (Ke. 418 p. 37).

functie: kerkmr. van O.L.V.kerk 1415-16.

beroep: linnenwever (1398-1418; W. 1 f. 1O9; Ke. 323 (1) f. 8v.).

huisbezit: * een huis en erf, belast met een rente voor St.Pieterskerk, verkocht 14O3-O4 (Ke. 323 (6) f. 13v.).

landbezit: * een erf in St.Pietershoeve tussen Hoeflaan en Vliet verm. 1398-99 en 99-14OO (Ke. 323 (1) f. 8v., (2) f. 7v.).

* 14O9-1O 1/2 raamstede, gehuurd van St.Pieterskerk; 1417-18 in andere handen (Ke. 323 (8) f. 7v. en 323 (11) f. 1Ov.

* 1417-18 raamstede, gehuurd als boven (Ke. 323 (11) f. 12v.).

* 1417-18 raamstede, gehuurd als boven (Ke. 323 (11) f. 1Ov. en 19).

rentebezit: 4O s.pay. op land en erf te Hazerswoude; 26 aug. 141O aan de H.Geest overgedragen (W. 1 f. 1O9).

varia: droeg door moeder gekochte renten 3 feb. 1427 over aan St.Catharinagasthuis (Ga. 456 p. 15 en 34).

familie: tr. Geertruud (Ke. 418 p. 37; Ga. 44O f. 5 en Kam, 'Memorieboek', 211).

  

JOHANNES F. HILLEN

functie: schepen 25 nov. 126O.

 

DIRK VAN DEN HOEC (HOIC)

functie: schepen 135O-51, 51-52.

landbezit: een kamp land onder Oegstgeest bij de Hofdijc, verkocht 9 mei 1346 aan de abdij van Egmond (Egmond 515).

varia: zegel: een gaande leeuw (Ga. 784, 14 dec. 1351).

familie: missch. waren zijn zoons:

1. Jacob Dirksz. van den Hoec, tr. Katrine (Ke. 416 f. 15).

2. Frank Dirksz. van den Hoeke, verm. 1O apr. 1358 (Ke. 493 f. 61).

  

DEN HOESCHE

 

I. JAN DEN HOESCHE

familie: tr. Katrine (zij tr. 2e Gerrit Emmenz., zie ald.; Ke. 493 f. 3Ov.-31). Kinderen:

1. Heer Pieter den Hoesche

ovl. 21 mrt. 1395, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 44v.).

functie: priester, verm. sinds 31 mrt. 1346 (Ke. 97O), vicaris van zijn moeders kapelanie 26 jan. 1355 (Ke. 493 f. 31v.); kanunnik van St. Pancras sinds 1366 (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 83).

woonhuis: aan St.Pancraskerkgracht (25 apr. 1371, Ke. 493 f. 17).

landbezit: * 31 mrt. 1346 4 morgen 4 hond land, Swinshoerne, te Leiderdorp, ontvangen van zijn moeder (Ke. 97O, 493 f. 22); 26 jan. 1355 door zijn moeder aan haar vicarie geschonken (Ke. 493 f. 31v.) en 19 nov. 1368 en 2O nov. 1372 door hemzelf aan zijn prebenden (Ke. 493 f. 3Ov., 31 en 33v.).

* de Brigmade te Leiderdorp, tussen Zijl en Mare, 19 nov. 1368 en 2O nov. 1372 aan zijn prebenden geschonken (Ke. 493 f. 3Ov., 31 en 33v.).

* 7 feb. 1353 2 morgen 2 hond land bij de Mare (de Coppencamp) te Leiderdorp, 26 jan. 1355 door zijn moeder vermaakt aan haar vicarie, op nieuw door hem 19 nov. 1368 en 2O nov. 1372 aan zijn prebenden (Ke. 493 f. 3Ov., 31v., 32v., 33v.).

* 17 mrt. 136O 3 hond land aan Valkenburgerweg te Oegstgeest (Ke. 493 f. 32v.).

* 24 mei 1371 1/2 morgen land te Oegstgeest (Ke. 493 f. 33).

* 3 morgen land te Oegstgeest aan Valkenburgerweg, 2O nov. 1372 aan zijn prebenden geschonken (Ke. 493 f. 33v.).

* 1 aug. 1371 8, 3, 1 1/2 hond land in Raftersmade nabij Rijnsburg te Oegstgeest, 2O nov. 1372 overgedragen aan zijn prebenden (Ke. 493 f. 33-33v.).

* 3 morgen land te Zoeterwoude; kocht hier 4 mrt. 1363 2 morgen land bij. Schonk de 5 morgen 19 nov. 1368 en 2O nov. 1372 aan zijn prebenden (Ke. 493 f. 3O, 31v., 33v., 415 f. 44).

* 1 morgen 25 gaard land aan de Rijn, 7 1/2 hond 13 gaard land; 4 hond 6 gaard land aan de Crommelaan; 2 hond 4O gaard land aan Doedijnslaan aan de Rijn, alles te Voorschoten; 28 feb. 1375 samen met zijn zr. Jutte aan St.Pancraskerk opgedragen op voorwaarde van vruchtgebruik voor hem en zijn zrs. na hem (Ke. 493 f. 34v.-35, 415 f. 42v.).

* 5 mrt. 1381 1 1/2 hond land te Oegstgeest, tussen Rijndijk en Podikenpoel, gekocht met zijn zrs. Alijd en Jutte, gemene voor gelegen met land hen aanbestorven van hun moeder (Ke. 761).

rentebezit: * 18 aug. 1349: 1O s. op 5 morgen land tussen Vliet en watering te Zoeterwoude (Ke. 93O; is dit de rente die hij 2O nov. 1372 voor memoriediensten aan het kapittel overdroeg? Ke. 493 f. 3Ov.-31).

* 2 jan. 1355 1 £.pay. op een huis en erf aan de Steenschuur (Ke. 493 f. 43v.).

* 5 nov. 1356 1O s.pay. op een huis en erf te Leiden (Ke. 415 f. 43v.).

* 1O okt. 1358 1 £.pay. op 7 hond land te Voorhout (Ke. 493 f. 43v.).

* 24 okt. 1358 1 £.g.g. op een huis en erf op het Hogeland te Leiden (Ke. 493 f. 43v.).

* 17 mrt. 1366 1 £.g.g. met houde op een huis en erf te Marendorp, bij O.L.V.kerk; overgedragen aan St.Pancraskerk voor memoriediensten e.d. (Ke. 415 f. 43, 493 f. 3Ov.-31).

* 17 mrt. 1366 17 s. 3 p.g.g. op een huis en erf te Marendorp bij O.L.V.kerk, 2O nov. 1372 geschonken aan St.Pancraskapittel voor o.m. memoriediensten (Ke. 415 f. 43, 493 f. 3Ov.-31).

* 19 mrt. 1369 7 groten 2 p. 1 halling pay., wrsch. op een huis en erf te Marendorp (Ke. 415 f. 43v.).

* 1O s.g.g. op een huis en 2 hofsteden aan de Oude Rijn, 2O nov. 1372 geschonken aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 493 f. 31).

* 1 £.pay. op een huis en erf aan de Rijn bij St.Catharinagasthuis (Ke. 415 f. 43v.).

* 14 mei 1379 1O s.g.g. op een huis en erf te Marendorp (W. 1 f. 86).

schenking: 1O £ 1O s.pay. aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 415 f. 44).

stichtingen: 2 kanunniksprebenden, van St.Pieter en St.Paulus, alsmede van St.Jacobus de Meerdere (resp. 1366-67 en 68-72 gesticht, (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 83). In deze prebenden zal de door zijn moeder gestichte vicarie zijn opgegaan, vgl. de goederenoverdrachten). T.b.v. deze stichtingen ontving hij 13 aug. 137O van Lijsbeth en Gerrit van Bennenbroec 19 hond, 2 1/2 en 1 1/2 morgen land te Maasland (Ke. 493 f. 44).

varia: executeur-test. van heer Johannes Scoenman, die ovl. 16 okt. 1365 (Ke. 415 f. 16).

2. Jacob (Ke. 493 f. 3Ov.-31, 7 f. 66).

familie: dochter:

a. Trude, zou na ovl. van heer Pieter den Hoesche de collatie van diens prebenden ontvangen (Ke. 493 f. 3Ov.).

3. Alide (Ke. 493 f. 35)

ovl. 7 okt. 1391 (Ke. 416 f. 16).

landbezit: * 1O mei 1375 8 1/2 hond land te Oegstgeest (Ke. 757).

* 1 1/2 hond land te Oegstgeest, samen met haar broer en zr. Jutte gekocht, gelegen naast land hen aanbestorven van hun moeder (Ke. 761). 4. Jutte ovl. 19 nov. 14O3, begr. St.Pancraskerk op het kerkhof (Ke. 416 f. 37).

landbezit: * 1O mei 1375 land gekocht met o.m. haar zr. Alide, zie ald.

* land, met haar broer Pieter 28 feb. 1375 overgedragen, zie ald.

rentebezit: * 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden, afkomstig van haar moeder;

* 1O s.g.g. op een huis en erf te Marendorp; afkomstig van haar broer Pieter;

* 4 s.g.g. door haar man gekocht;

* 14 juli 1399 9 s.pay. op een huis en erf aan de Breestraat; genoemde renten droeg zij 29 aug. 1399 over aan de H.Geest (W. 1 f. 86 en v.)

familie: tr. Jan Pietersz. (zie Pieter Gobburgenz. c.s.).

5. Katrine (Ke. 493 f. 35); Haar zoon Herbaren zou bij ontstentenis van Trude Jacobsz., zijn nicht, of haar nageslacht, de collatie ontvangen van de door Pieter den Hoesche gestichte prebenden; Hij ovl. na 2O nov. 1372 (Ke. 493 f. 3Ov.).

Alide of Katrine zal moeder zijn geweest van:

a. Pieter Jacobsz.

ovl. 27 sep. 138O (Ke. 415 f. 71v.).

functie: clericus, kanunnik van St.Pancras (Ke. 415 f. 71v.).

varia: studeerde te Parijs, vluchtte van daar voor de pest, ovl. in Henegouwen te Solemies (Ke. 415 f. 71v.).

 

HONG(H)ER

 

I. HENDRIK HONGHER

functie: schout 13O4-O5.

varia: zegel: de Leidse sleutels, vergezeld van 4 lelies (DuO. 1981xx, 29 mei 13O5).

familie: tr. ver Clare, ovl. na 3 okt. 1323, toen haar land belendde aan de IJdel te Zoeterwoude (Ke. 322 f. 2). Kinderen:

1. mr. Andries Hein Honghersz. (van Leijden)

ovl. tussen 7 juni 1357 en 3O mrt. 1359 (Ke. 658, Ke 1O37).

functies: is hij de schepen van 1322-23? Leids schoolmr., in ruil voor dit ambt werd hij 23 okt. 1324 secretaris en zegelbewaarder van roomskoningin Margaretha van Henegouwen (GvH. 243 f. 48, zie hfdst. 6);

kanunnik van St.Waudru te Bergen, verm. 9 okt. 1353 (Devillers, Cartulaire, I 353).

landbezit: * 29 aug. 1323 2 1/2 hond land te Boschuijsen, Zoeterwoude (GvH. 243 f. 37).

* 5 hond 15 gaard 2 voet land in de ontginning Boschuijsen, verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87v.); het bovenstaande land hierin wrsch. opgenomen.

* 4 morgen land tussen Zijl en Mare, met een uiterdijk, te Leiderdorp (Ke. 1O38); door zijn zr. Trude aan haar kapelanieen geschonken.

rentebezit: * 17 nov. 1349 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden door zijn zr. Trude t.b.v. hem gekocht en aan haar kapelanieen geschonken (Ke. 667 en 1O38).

* 1O juni 1355 1 £.pay. op een huis en erf aan de Breestraat, door zijn zr. Trude t.b.v. hem gekocht en aan haar kapelanieen geschonken (Ke. 5OO en 1O38).

* 12 feb. 1357 4O s.pay. op een 1/2 huis en erf (later het Wolhuis), en een 1/2 huis en erf in de naastgelegen steeg, door zijn zr. Trude aan haar kapelanieen geschonken (Ke. 51O, 1O38, Rek. Lei., I 126, vgl. ook het huis van Jan Grietenz. van der Hant en zijn zoon Daniel dat hieraan belendde en over het Wolhuis Van Oerle Leiden, 96-97).

* 22 mei 1357 2O s.pay. op een huis en erf te Leiden, door zijn zr. Trude aan haar kapelanieen geschonken (Ke. 671).

* 7 juni 1357 4O s.pay. met houde en 2 kapoenen (of 3 s. 4 p. voor de 2 kapoenen) op een huis en erf aan de Weversteeg, door zijn zr. Trude aan haar kapelanieen geschonken (Ke. 658).

varia: de door zijn zr. Trude gestichte kapelanieen werden naar hem genoemd; de goederen waren deels van hem afkomstig (vgl. Ke. 1O38, 415 f. 53 en 92v.).

2. Jacob; zoon:

a. Heer Jacob Jacob Honghersz. (Ke. 1O38, Agn.bhf. 7)

ovl. na 14 feb. 1373, begr. St.Pieterskerk (DuO. 2O33 f. 13).

functie: 1 apr. 1359 als clericus aangesteld tot vicaris van St.Jans kapelanie door zijn tante Trude (Ke. 1O38); 3O aug. 1368 priester (Ke. 415 f. 92v.); twistte over een prebende in St.Pieter te Middelburg, deed 14 feb. 1373 afstand van zijn aanspraken (Brom, Bullarium, 237).

3. Reinsent (Agn.bhf. 49).

woonhuis: St.Pieterskerkhof westzijde, naast dat van haar zr. Trude (zie ald.).

rentebezit: 17 jan. 1344 1 £.g.g. op een huis en erf en het erf van een ververij buiten de stad; wrsch. werd deze rente door haar zr. Trude aan haar kapelanieen geschonken (Ke. 663, 1O38).

familie: tr. Bertelmeeus van der Bregghe (zie Simon Goris van der Bregghe c.s. en Ke 826, betr. land voorheen van Bertelmeeus van der Bregghe; zie ook Van den Bosch (de kinderen van Dirk jr. van der Dobbe).

4. Trude

ovl. na 1 apr. 1359 (Ke. 1O38).

woonhuis: St.Pieterskerkhof westzijde, nabij Agnietenbegijnhof, verm.

2 mei 1355 (Agn.bhf. 49, Koorn, Begijnhoven 171-174).

landbezit: * 8 1/2 morgen land te Zoeterwoude aan Meerburger watering, afkomstig van Bertelmeeus van der Bregghe;

* 4 1/2 hond land ald., verhuurd;

* 4 1/2 morgen land te Voorschoten aan Amburgherlaan; deze 3 percelen 1 apr. 1359 vermaakt aan haar vicarieen (Ke. 1O38).

rentebezit: * 12 feb. 1344 1 £.g.g. op een huis en erf, wrsch. aan de Breestraat (Ke. 664, 1O38).

* 13 feb. 1355 1O s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht, gekocht van Jan van Ammersoijen (Ke. 669);

* 14 nov. 1358 1 £.g.g. op een huis en erf aan de Steenschuur, 1 apr. 1359 is van 4O s.g.g. sprake (Ke. 967)

* 21 dec. 1358 9 s.g.g. met houde op 3 aaneengesloten huizen en erven in de steeg achter Jan van Ammersoijens woonhuis en van deze gekocht (Ke. 672); de voornoemde renten vermaakte zij 1 apr. 1359 aan haar stichtingen (Ke. 1O38).

stichtingen: 1 apr. 1359 2 kapelanieen, van St.Andries en St.Jan, ter gedachtenis aan haar ouders, mr. Andries, Margaretha van Henegouwen en al haar vrienden, te verdienen op een plaats door de collator aan te wijzen; dat was 1 sep. 1364 nog St.Pieterskerk, maar werd 3O aug. 1368 St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 92v.). Zij deed hieraan schenkingen (vgl. land- en rentebezit van haar, haar broer Andries en zr. Reinsent).

Stelde Huge van der Hant, priester, haar neef, aan tot vicaris van St Andries en haar neef Jacob Jacob Honghersz.z., clericus, tot vicaris van St.Jan. De collatie zou overgaan op haar dr. Alijd en bij gebrek van nageslacht van deze op heer Huge van der Hant, Daniel diens broer, dan wel haar nicht Lijsbeth, gehuwd met Jan van Ammersoijen en tenslotte voor de naaste verwanten gesproten uit het nageslacht van haar zr. Clare (Ke. 1O38).

familie: tr. Boudijn van Zwieten (zie ald.)

5. Aleidis, tr. Jan Grietenz. (zie Van der Hant I; hun zoon Huge noemde mr. Andries zijn oom, Ke. 415 f. 77, en werd door Trude Hein Honghersdr. neef genoemd; behoorde bovendien tot het nageslacht van Trudes ouders, vgl. de bepalingen bij haar kapelaniestichtingen, Ke. 1O38).

6. Clare (Ke. 1O38); tr. Gerrit Gorisz. van der Bregghe (zie Simon Goris van der Bregghe c.s.; haar dr. Lijsbeth, tr. Jan van Ammersoijen, was nicht van Clares zr. Trude en zal gezien de bepalingen inzake de collatie van Trudes vicarieen tot het nageslacht van Trudes ouders behoren).

Met dit geslacht was wrsch. verwant:

Heer Jacobus Hongher ovl. 25 jan. 1431 (Ke. 416 f. 82v., 418 p. 12).

functies: vicaris van St.Pancras; bedienaar van St.Andriesvicarie, gesticht door Trude Hein Honghersdr., verm. 1399-14OO en O9-1O (Rek. Lei., I 126, Ke. 323 (8) f. 17v., zie ook onder Willem Luutgardenz. c.s.: mr. Jacob Simonsz.); organist van St.Pieterskerk (Ke. 323 (2) f. 16v., 323 (3) f 15v.).

opleiding: als student te Keulen verm. 1396 (Keussen, Matrikel Koln, I nr. 29, 5).

  

HOOGSTRAAT

 

I. DIRK VEREN BAVENZ.

ovl. voor 16 dec. 1328 (GvH. 243 f. 73), begr. St.Pieterskerk (Ke. 7 f. 58).

functie: schepen 13O7-O8.

huisbezit: 11 huizen te s-Gravenhage, ergens tussen Haagse Bos en Spui; hierop had zijn broer Hendrik 2O s. Holl. rente; zij gingen na panding 16 aug. 1323 over in handen van Gerrit Alewijnsz. en Jan Aarndsz. van Leijden, i.v.m. een som gelds die hij wijlen heer Pieter van Leijden schuldig was (RAZH, Fam. arch. De Riemer 28 p. 2-4 d.i. G.A. 's-Gravenhage, Arch. H. Geest 2 f. 172-174).

landbezit: 2 1/2 morgen land te Honselersdijk, voor 1326 verkocht aan Pieter Jansz. van Leijden (GvH. 243 f. 5).

varia: 2 apr. 13O9 beleend met een tiende tussen Leiden en Podikenpoel en langs de Maredijk, grfl. leen (GvH. 7O9 f. 11); 28 mei 1314 beleend door de graaf met een tiende tussen Leiden en Ter Wadding, na koop (GvH. 7O9 f. 11;

opbrengend 1O £ p.j., vgl. Gr.v.Blois 91 f. 16 en volgende rek., GvH. 226 f. 81v.); 26 jan. 1315 na koop beleend met de korentiende (groot en klein) te Koudekerk a.d. Rijn door heer Diederik van Leijden (Hoek, 'Wassenaar', 138).

familie: broer van Hendrik veren Bavenz., deze ovl. voor 22 sep. 1355 en hield van de graaf 5 morgen land te Hazerswoude in leen (GvH. 7O7 f. 12v.).

Hendrik bezat te Zoeterwoude nabij de Rijn tussen Leiden en Ter Wadding land (samen met Pieter veren Ermegardenz.) en eveneens in Heijnen hoeve ald., verm. 1326-3O (Ke. 493 f. 87 en v.), zijn rentebezit is reeds vermeld. Gezien de Haagse connecties van Hendrik en Dirk was wellicht een broer van beiden: Reiner ver Bavenz.; deze kocht 14 aug. 1313 4 morgen land met een woning te 's-Gravenhage en gaf deze uit in erfpacht; in 1315 kocht hij 1 £ op een hofstad (Rijnsburg 362 en 497). Dirk tr. Trude, dr. Van Aarnd Snider van Leijden (zie Van Leijden), ovl. 1368-69 (Gr.v.Blois 95 f. 13v. en 96 f. 14); haar man tochtte haar aan zijn tiende tussen Leiden en Ter Wadding (Gr.v.Blois 91 f. 16 en volgende rek.). Zij besprak de H. Geest 1/3 van 4 gaarden land te Gelderswoude, gemeen liggend met land van Pieter van Leijden (W. 1 f. 35, hiervoor in de plaats droeg Jan van Leijden 22 jan. 1376 6 en 9 s.g.g. rente over). Zij bezat te Leiden 2 s.g.g. rente op een huis en erf aan St.Pieterskerksteeg, i.v.m. met de aanleg van een straat 16 juni 1344 verplaatst naar de stads hofstede aan het zuideinde van de Breestraat (Ga. 455 f. 4v., Van Oerle, Leiden, I 113); verder sedert 14 feb. 1348 een rente van 1O s.g.g. op een huis en erf, wrsch. door haar nagelaten aan de H.Geest voor het houden van memoriediensten (W. 1 f. 24v.-25). Zoon:

 II. GERRIT (VAN DER) HOGESTRATEN (HOOGSTRAAT).

ovl. voor 21 apr. 1363 (GvH. 226 f. 81v.).

functies: sinds 1336 in grfl. dienst, klerk van de kost van de gravin 1341-44, 1359 kamerling van Machteld van Lancaster (zie hfdst. 6).

woonhuis: aan de Breestraat (achter: de Vollersgracht), verm. 9 jan. 1369 (Nass. Dom. 6461 (44) f. 329v.). Zijn weduwe verm. alhier 27 nov. 1369 (Ke. 651), 14 feb. 1378 (W. 1 f. 4O) en 1O mei 1395 (GvH. 228 f. 168v.).

landbezit: 22 sep. 1355 5 morgen land te Hazerswoude, grfl. leen, hem aanbestorven van zijn oom Hendrik veren Bavenz. (GvH. 228 f. 169v.).

varia: bezat een korentiende, groot en klein te Koudekerk a.d. Rijn, in leen gehouden van Diederik van Leijden en later van de grafelijkheid (ingevolge grfl. toezeggingen van 16 dec. 1328 en 7 sep. 1335, GvH. 243 f. 73 en GvH. 7O9 f. 1Ov.); verder een tiende tussen Leiden en Podikenpoel en langs de Maredijk, alsmede een tiende tussen Leiden en Ter Wadding. Beide grfl. lenen (bezit af te leiden uit belening van zowel zijn vader als zijn zoon hiermee).

familie: tr. Sophie, dr. van Gerrit Heinenz. Rottier (zie ald.), hij tochtte haar 18 sep. 1357 aan 5 morgen land te Hazerswoude (GvH. 7O9 f. 11). Zij ontving 25 okt. 1364 1/2 van een 1/2 viertel land bij Boschuijsen in leen van de abdij van Egmond (Egmond 598); verder bezat zij land te Oegstgeest, verm. 27 aug. 1385 (W. 1 f. 57); genoemd te Leiden als belendster aan de Steenschuur 15 okt. 1372 (W. 1 f. 3O); te Leiden bezat zij de volgende renten: - 9 s. 2 p.g.g. op een huis en erf aan St.Pieterskerkstraat, 26 dec. 1398 verkocht (RA. 5O f. 2Ov.); - 4 £ 18 s. 9 p.g.g. met de houde op een erf van het St.Margrietklooster in de Leidse vrijheid (Klo. 1542); - 25 s. 9 p.g.g. met houde op Simon Rondiels erf, naast voor-noemd klooster (Klo. 1542) en - 4 s. 2 p. 1 halling g.g. op Jan Costijnsz. van der Bregghes woonhuis aan de Maarsmanstraat (bevestiging 16 mei 1375, Ke. 5O). Zij ovl. 14O2-O3, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (5) f. 19v.). Kinderen:

1. Dirk, volgt III.

2. Machteld, werd 9 aug. 1375 poorteres met haar moeder als borg (Secr. 19 f. 42). tr. voor 21 mrt. 1375 Willem van Leeuwen, zoon van Willem van Leeuwen Dirksz. en Badeloge Aarnd Dirksz.dr. (Klo. 622; Van Leeuwen, Van Leeuwen, 25O). Hun zoon Gerrit Hoogstraat (Ke. 7 f. 64v.) woonde wrsch. te Leiden (Ke. 323 (6) f. 13, hij werd er voor 22 aug. 1422 in St. Pieterskerk begr. (DuO. 2O33 f. 14v.). Zij tr. wrsch. 2e Dirk Nuweveen (Ke. 7 f. 58, vgl. ook diens landbezit te Alphen waar de Van Leeuwens afkomstig gegoed waren, Klo. 622, 623).

3. Beatrix tr. Andries Gerrit Zeveritsz.z. (Ke. 7 f. 58; W. 1 f. 57; Ke 493 f. 49, zie Gerrit Zeveritsz. c.s.); hij verkocht 11 mei 14O8 renten hem aanbestorven van zijn schoonmoeder (Klo. 1542).

 

III. DIRK HOOGSTRAAT

ovl. voor 3 aug. 1412 (GvH. 23O f. 89v.).

functies: schepen 1379-8O, 8O-81, 85-86, burgemr. 93-94, 94-95; zou volgens grfl. gunst aan zijn vader (29 jan. 1359) het eerste openvallende Dordtse schroodambt ontvangen (GvH. 225 f. 26).

landbezit: * 23 feb. 1373 12 morgen land (139O: 13 morgen) te Voorschoten achter de kerk en 11 1/2 morgen land aan de Heerstraat ald., grfl. leen; afkomstig van zijn grootmoeder Trude Dirk veren Bavenz. (GvH. 7O9 f. 11v., zie Van Leijden), kreeg 25 apr. 1389 permissie Lipsen ald. (8 morgen 4 hond land) ten vrij eigen te verkopen, dat zal een deel van de 11 1/2 morgen hebben betroffen, althans, in 139O werd hij met ledige hand alleen met het land achter de kerk beleend. Toch was later Lipsen in handen van zijn nageslacht, zodat deze naam zal hebben geslagen op beide complexen (GvH. 226 f. 135 en 3O1, 7O8 f. 5v.).

* 21 apr. 1363 5 morgen land te Hazerswoude, grfl. leen, 139O beleend met ledige hand (GvH. 226 f. 81v. en 7O8 f. 5v.).

* 1/2 morgen 4 gaard land te Leiderdorp, gemene voor gelegen met land van zijn moeder, strekkend tot de Leidse stadsvest, verkocht 1 okt. 1385 (Ke. 493 f. 49).

* 4 hond, 2 gaard land achter Boschuijsen gemene voor gelegen met zijn moeder, verkocht 1 okt. 1385 (Ke. 493 f. 49).

* 1O hond 11 gaard land te Oegstgeest, verkocht 27 aug. 1385 aan de H. Geest (W. 1 f. 57). borgstelling: 16 aug. 1371 Jan Niesenz., van Voorschoten (Secr. 19 f. 28v.).

varia: zegel: poortgebouw van stad of burcht met 2 torens, schildhouder een adelaar (Ke. 962, 26 juli 1385); 21 apr. 1363 beleend door de graaf met 1/2 korentiende, te Koudekerk a.d. Rijn (groot en klein, de andere 1/2 hield de pastoor), een tiende bij Podikenpoel en 1O £.g.g. p.j. uit een tiende tussen Leiden en Ter Waddinge (d.w.z. de tiende van de heer van Beaumont, GvH. 226 f. 81v., Gr.v.Blois 157, 98 f. 16 en volgende rek.); met ledige hand beleend 139O (GvH. 7O8 f. 5v.).

familie: als maag van vaderszijde betrokken bij de verzoening inzake de moord op Floris van Rijsoirde 15 mei 1396 en 3 jan. 1397 (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.). tr. 1e Cille Jan Vosdr. (Ke. 7 f. 58 en 89); tr. 2e Belij (van Schoten?), ovl. voor 15 nov. 1438 (Hoek, 'Rept. Hodenpijl', 253); in 1412 vond een boedelscheiding tussen haar en haar beide stiefzoons plaats (Blok, Rechtsbronnen, 37). Kinderen uit het 1e huwelijk:

1. Jan Vos Dirk Hoogstraatsz.

functies: 1412-13 grfl. kamerling (zie hfdst. 6), 1421 schout van 's-Gravenhage (GvH. 711 f. 22v.).

woonhuis: aan de Vollersgracht, verm. 1414 en 1421, afkomstig van Claas Jansz. Vos; dit huis was met verschillende lasten bezwaard, de eigendom was ca. 1414 of vroeger door Boudijn van Zwieten aan Jan van der Woude overgedragen (RA. 5O f. 137-138; vgl. ook Ke. 323 (11) f. 42v.).

landbezit: * 31 mei 1413 5 morgen land te Hazerswoude, afkomstig van zijn vader en grafelijk leen (GvH. 23O f. 91) (13 morgen en de woning te Voorschoten, Lipsen, droeg hij reeds 3 aug. 1412 op t.b.v. zijn broer, zie ald.).

rentebezit: 4 £ (wrsch. pay.) lijfrente ten laste van het klooster Leeuwenhorst, verm. 1414-18 (Lhorst. 2O f. 4Ov., 21 f. 4Ov., 23 f. 34v.).

varia: 31 mei 1413 beleend met 1O £ uit de tiende tussen Leiden en Ter Wadding, een tiende tussen Leiden en Podikenpoel langs de Maredijk en een korentiende te Koudekerk, afkomstig van zijn vader (GvH. 23O f. 91); opnieuw beleend 1 jan. 1421 (GvH. 711 f. 22v.); verkocht met Willem Andries Gerritsz.z., Bertelmeeus IJmmenz. en Wouter Jansz. 8 dec. 1412 renten te Marendorp, deed dit zeer wrsch. als voogd over de minderjarige kinderen van Andries Gerrit Zeveritsz.z. (Ga. 455 f. 84v.).

familie: tr. 1e IJve Willem Bortsdr. (Ke. 7 f. 87v.), tochtte haar 1 jan. 1421 aan zijn korentiende te Koudekerk; (GvH. 711 f. 22v., zie

Willem Luutgardenz. c.s.); tr. 2e Geertruud Willem Hendriksz.dr. (GvH. 712 f. 144).

2. Gerrit Hoogstraat Dirksz.

functies: 1412 een der raden en dienaren van Jan van Beieren, 1419 diens kamerling (zie hfdst. 6).

ambacht: 13 mei 1412 een gedeelte van de Naters, zie landbezit.

landbezit: * 13 mei 1412 ontving hij een uitgiftebrief tot bedijking van de gorzen en slikken genaamd de Naters (op Voorne bij Brielle), samen met Boudijn van Zwieten, Gillis van Arnemuiden en Lourijs van Overvest, (GvH. 117 f. 18 (XII)).

* 3 aug. 1412 13 morgen land en de woning te Voorschoten (Lipsen), ten noorden van de kerk, beleend door de graaf na opdracht door zijn broer Jan Vos (GvH. 23O f. 89v.).

familie: tr. Odelt (Ke. 7 f. 87v.). Dochters:

a. Katrijn, had met haar zuster (?) Aagte een lijfrente van 2 nobel 15 groot alsmede van 3 nobel t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 2Ov.).

?b.Aagte, tr. Pieter Willem Tedenz.z. (Secr. 513 f. 2Ov.; zie Willem Tedenz. c.s.).

Dochter uit het 2e huwelijk:

3. Machteld (Hoek, 'Rept. Hodenpijl', 253).

ovl. tussen 5 mrt. 1434 en 4 apr. 1442 (Hoek, 'Domproostdij', 6, Hoek, 'Wassenaar', 427).

familie: tr. 1e voor 31 aug. 14O3 Gijsbrecht van der Horn (zie ald.).

tr. 2e voor 26 mrt. 14O8 Engel van Alkemade, ovl. voor 1O aug. 1422 (Hoek, 'Wassenaar', 427; Secr. 84 f. 72v., Hoek, 'Domproostdij', 6; Eschauzier, Van Hoogstraten', 172).

 

VAN DER HORN

 

GIJSBRECHT HUGENZ. VAN DER HORN

ovl. tussen 29 okt. 14O6 en 26 mrt. 14O8 (Klo. 1528, Secr. 84 f. 72-77).

functie: grfl. barbier verm. 18 juli 1396-17 dec. 14O1 (Kapt. St.Marie 59 f. XLIv.; GvH. 67 f. 18; Secr. 857).

woonhuis: aan de Breestraat naast St.Catharinagasthuis (Secr. 84 f. 76v.).

huisbezit: een huis en erf naast St.Catharinagasthuis (Secr. 84 f. 74).

landbezit: * 21 mrt. 1396 3 1/2 morgen land te Wateringen (Kapt. St.Marie 59 f. XLIv.-XLII).

* 31 mei 1396 1 1/2 morgen land ald., beide percelen overgedragen aan het kapittel van St.Marie te s-Gravenhage 18 juli 1396 (ibidem).

* 29 aug. 1399 Ver Zwaneldenhorn te West-Zaanden, buiten de dijk, met 6 maden land, opbrengend 15 1/2 Gentse nobel p.j. (GvH. 67 f. 18).

* 31 aug. 14O3 die Hoeve en de Dijcstal bij Alkmaar, grfl. leen, sedert 26 juli 14OO onversterfelijk leen; 31 aug. 14O3 opgedragen t.b.v. een ander en in ruil beleend met een gedeelte van Die Vlasch te Ouddorp (1O roeden 3 gaard); het overige bezat hij ten eigen (totaal 19 want, 71 1/2 roeden; GvH. 228 f. 391v., 229 f. 32v., Secr. 84 f. 73v.).

* 4 morgen land buiten de Vest te Leiden, opbrengend 14 £.pay. p.j. (Secr. 84 f. 73 en 75).

* 18 morgen land te Leiderdorp, opbrengend 4O £.pay. p.j.* 4 morgen land te Leiderdorp, opbrengend 1O £.pay. p.j. (Secr. 84 f. 73 en 75).

* 11 hond land aan de Vest te Leiden, opbrengend 1O £.pay. p.j. (Secr. 84 f. 73 en 75).

* 14 hond land te Leiden, opbrengend 1O £ 15 s. p.j. pay. (Secr. 84 f. 73 en 75).

* 2 morgen land te Maasland, opbrengend 52 s.pay. per morgen p.j. (Secr. 84 f. 73).

* 1 morgen land te Haagambacht, benoorden het Haagse Bos (Secr. 84 f. 73v.).

* een tuin ald. (Secr. 84 f. 74).* 2 1/2 morgen veenland (te 's-Gravenhage? Secr. 84 f. 73v.).

rentebezit: alles met houde en op huizen en erven te Leiden; deze renten bewees zijn weduwe Machteld haar kinderen:

* 2 s.g.g. * 4 s.g.g. * 4 s.g.g. * 8 s.g.g. * 8 s.g.g. * 6 s. 8 p.g.g. * 5 s.g.g. * 4 s.g.g. * 2 s.g.g. * 2O s.g.g. op IJsbrand Strevelants huis en erf naast de Hal. * 4 s.g.g. op en huis en erf op de Hogewoerd. * 9 s.g.g. * 1O s.g.g. * 1O s. 6 p.g.g. (Secr. 84 f. 72v.).

* 4O s.pay. op een huis en erf te Leiden, door zijn weduwe aan zijn kinderen bewezen (Secr. 84 f. 73 en 75).

* 7 1/2 £.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (Secr. 84 f. 73).

* 2 1/2 £.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (Secr. 84 f. 73).

* 3 Franse kronen op een huis en erf te Rotterdam, door zijn weduwe aan zijn kinderen bewezen (Secr. 84 f. 75).

* 29 okt. 14O6 4 £ 6 s. 4 p.pay. op land te Leiderdorp, strekkend uit de Rijn (Huge Boudijnsz.'s boomgaard); door zijn weduwe aan zijn kinderen bewezen (Klo. 1528, Secr. 84 f. 73).

De volgende renten en het land werden vermoedelijk pas na zijn dood aangekocht: * 9 morgen land te Alphen, opbrengend 22 £ p.j.

* 2 1/2 morgen land te Waddinxveen, opbrengend 8 £ 1O s. p.j. (Secr. 84 f. 76).

* 4O s. op een huis en erf te 's-Gravenhage (Secr. 84 f. 76v.).

* 3 £ 1O s. met houde op een huis en erf (ibidem).

* 3O s. op een huis en erf (ibidem).

* 1O £ op een huis en erf te 's-Gravenhage (ibidem).

* 8 £ op een huis en erf (ibidem).

* aan leengoed; 2O £ opbrengst p.j. te Wateringen en 2O £ te Haagambacht (ibidem).

varia: 1O aug. 1393 voor 5 jaar verbannen uit Leiden en Rijnland wegens onbehoorlijk gedrag jegens een Leidenaar; diende een bedevaart naar Rome te maken (RA. 4 f. 3).

familie: verwant van Katrine van der Horn, drapenierster en bierkoopster, Leids poortster (Rijnsburg 16O f. 63; GvH. 1255 f. 37; Secr. 857). tr. Machteld, dr. van Dirk Hoogstraat (zie ald.). Hij tochtte haar 26 juli 14OO aan Die Hoeve en de Dijcstal en i.p. daarvan 31 aug. 14O3 aan de mindere helft van Die Vlasch (GvH. 228 f. 391v. en 229 f. 33).Tussen haar en haar kinderen vond 26 mrt. 14O8 een boedelscheiding plaats (zie hoger genoemde goederen en renten). De kinderen verkregen de renten als genoemd en ontvingen bovendien 5O £ p.j. aan grfl. lijfrente (Secr. 84 f. 72-77). De graaf gaf hen zolang een van de kinderen leefde het bodeambacht van Kennemerland en het veer van Middelburch (Secr. 84 f. 74). Verder kocht Machteld t.b.v. de kinderen voor 5OO nobel de volgende renten (Secr. 84 f. 75v.), alles g.g. met houde, op huizen en erven te Leiden:

* 15 s., * 5 s. op een huis en erf op de hoek van Boudijn Louwensteeg, * 9 s. te Marendorp. * 3 s. over de gracht, * 3 1/2 s., * 5 p., * 3 s., * 7 s. op 2 kameren, * 5 s., * 5 s., * 3 s., * 5 s. 3 p., * 3 1/2 s. 3 p., * 3 1/2 s. 3 p., * 3 1/2 s. 3 p., * 3 s. 9 p., * 3 1/2 s. 3 p., * 3 s. 1 p., * 8 s. 4 p., * 4 s. 2 p., * 11 s., * 8 s. 4 p.

 

VAN DEN HOVE (VAN DER HEIJDE)

 

I. GERRIT DIDDENZ. VAN DEN HOVE

ovl. tussen 26 dec. 136O en 15 nov. 1368 (Hoek, 'Wassenaar', 537; Ke. 415 f. 7).

woonhuis: te Marendorp (Ke. 415 f. 7).

huisbezit: hofstad met stenen kamer en kelder tot de Rijn, breed 1 1/2 gaard, aan de straat van Marendorp, beleend door de burggraaf na ovl. van zijn zoon Aarnd van der Heijde; 26 dec. 136O overdracht door hem aan zijn kleinzoon Frank Michielsz. (Hoek, 'Wassenaar', 537).

landbezit: * 24 morgen land te Bloemenvenne, Rijpwetering (GvH. 243 f. 1v. en landbezit van zoon Michiel).

* 13 dec. 1333 verm. van Gerrit Diddenz.'s land te Zoeterwoude (betrof dit hem? NH. Kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7v.).

familie: zoon van Dirk van den Hove (Ke. 415 f. 7; vgl. GvH. 243 f. 1v.; Van den Bergh, Oorkondenboek, II 398). tr. Aleidis (Ke. 415 f. 7).

Kinderen:

1. Dirk van den Hove

ovl. voor 15 nov. 1368 (Ke. 415 f. 7).

varia: was hij de Dirk van den Hove die 1O sep. 1364 Leids poorter werd met 25 £ en Aarnd Bollekijn als borg? (Secr. 19 f. 1v.).

familie: missch. was Gerrit Hovenz., afkomstig van Zoeterwoude, die 2O apr. 1385 Leids poorter werd met Michiel van der Heijde als borg, zijn zoon (Secr. 19 f. 67v.).

2. Aarnd van der Heijde

ovl. tussen 21 en 26 dec. 136O (Ke. 574; Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 45; Hoek, 'Wassenaar', 537).

functie: schepen 1353-54, 54-55, 55-56, 56-57, 57-58, 58-59, 59-6O, 6O.

woonhuis: hofstad c.a. te Marendorp, leen van de burcht, na zijn dood in handen van zijn vader, (zie ald.)

huisbezit: een huis en erf aan de Weversteeg (Ke. 493 f. 17).

landbezit: * een woning te Leiderdorp, later als burchtleen in handen van Frank Michielsz. (Hoek, 'Wassenaar', 1O3).

* een hofstad te Marendorp (hierop had Gerrit Heinenz. Rottier een rente) verkocht 21 dec. 136O aan Jan Vos Jan Vlamincxz. tegen een rente van .....

rentebezit: 21 dec. 136O 1O s. 6 p.pay. (Ke. 574).

varia: zegel: 3 harten (2:1, met ster in schildhoofd) (W. Afd. A pf. IV nr. 9).

3. Michiel van der Heijde, volgt II.

4. Aagte Gerritsdr.

ovl. na 15 nov. 1368 (Ke. 415 f. 7).

woonhuis: een huis en erf te Marendorp afkomstig van haar vader, hierop vestigde haar broer Michiel 15 nov. 1368 13 s. 4 p.pay. t.b.v. St.Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 415 f. 7).

familie: tr. Hendrik Danielsz. (zie ald.).

 

II. MICHIEL VAN DER HEIJDE (VAN DEN HOVE).

ovl. 28 aug. 1387, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 76).

functie: schepen 1363-64, 64-65, 65-66, 66-67, 68-69, 82-83, 86-87, kerkmr. van St.Pancras 1377-78.

beroep: viskoper (zie hfdst. 3); kocht 1361 boter uit de strandvond te Langeveld (GvH. 1856 f. 3).

woonhuis: te Marendorp aan de straat, bij Donkersteeg en Mare, verm. 9 feb. 136O (Hoek, 'Wassenaar', 532); vestigde hierop 15 nov. 1368 t.b.v. St.Pancraskapittel 6 en 8 p.pay. renten t.b.v. memoriediensten (Ke. 415 f. 7).

Op zijn woonhuis, d.w.z. 3 hofsteden te Marendorp, strekkend uit de Rijn, hadden Gerrit Heinenz. Rottier en 9 aug. 1367 Jan Gerrit Heinenz.z. 4O s.g.g. rente met houde (Hoek, 'Wassenaar', 1O3, Huisarch. Twickel, Reg. AA. f. 8v. en 31).

huisbezit: * een huis met watergang en rijweg van zijn grote huis ter breedte van een 1/2 gaard, strekkend van de Brugstraat tot de Mare, belendend aan zijn woonhuis (12 aug. 1525 op de hoek van de Donkersteeg, strekkend van de straat tot de Mare), 9 feb. 136O opgedragen aan de burggraaf en in leen ontvangen, te versterven op zijn zoon Frank (Hoek, 'Wassenaar', 532).

* huizen aan de Springersteeg te Leiden; vestigde hierop 1 £.pay. rente t.b.v. St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 415 f. 7).

* huizen met een tuin in Jan Vossensteeg (Secr. 84 f. 37v.; Ke 886).

molen: 1/2 molen, te Rijpwetering? (Secr. 84 f. 37).

landbezit: * 2 1/2 morgen land te Monster;

* 1/2 morgen land te Monster;

* 1/2 morgen land aan de Valkenburgerweg te Oegstgeest;

voornoemde 3 percelen 3 jan. 1376 overgedragen aan St.Pancraskerk t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 54).

* 2 1/2 morgen land te Monster.

* 4 1/2 morgen land te Monster.

* 1 morgen land ald.

voornoemde 3 percelen 24 jan. 138O aan zijn prebende overgedragen (Ke. 493 f. 55).

* 24 morgen land te Bloemenvenne, Rijpwetering (Secr. 84 f. 37, vermoedelijk het land, verm. te Alkemade 23 sep. 1365, dat hij in leen (?) hield van de vrouwe van Alkemade (elders is overigens aldoor van huur sprake; Hoek, 'Rept. Poelgeest', 156).

* 15 morgen leenland, aan de Brasemmermeer (Secr. 84 f. 37).

* 1/2 van 2 1/2 morgen land te Oegstgeest (ibidem).

* 3 morgen 4 hond land te Zoeterwoude (ibidem).

* 5 morgen land te Monster, in de clingen, grfl. leen, na koop (GvH. 226 f.

112; GvH. 74OI, klein katern f. 7v.).

* 5 morgen land te Monster, in leen gehouden van de heer van Naaldwijk (Secr. 84 f. 37).

* het huis aan de Dobbe te Gelderswoude (ibidem).

* 1O morgen land te Zoeterwoude, in leen gehouden van de vrouwe van Rodenburch (ibidem).

* 1367 2 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen (GvH. 226 f. 112).

* 7 hond land te Zoeterwoude (Secr. 84 f. 37).

* 2 hond land een vierendeel houtland aan de Vliet ald. (ibidem).

* een woning met heemwerf te Leiderdorp, Wassenaars leen (Hoek, 'Wassenaar', 1O3).

* een erf aan het Noordeinde, buiten bij de molenwerf, tegen 21 s.paym. rente gekocht, samen met Aarnd Pietersz.; deze rente kon evt. ook betaald worden uit de molenwerf aan de Rijn, die dus in beider bezit moet zijn geweest (W. 1 f. 6Ov.-61, vgl. ook rentebezit).

* 1377 8 hond land te Zoeterwoude, liggend gemene voor met land van hemzelf; gehuurd van de H.Geest voor 1O jaar tegen 3 £.g.g. p.j. (W. 1 31 f. 17).

N.B. te Monster 1378 vermelding van 1 hond, 25 gaard (samen met Gerrit Dirk Hugenz.), 1O hond bij Poeldijk (samen met Jan Ommeloop) en 2 morgen land in zijn bezit (Emmens, 'Monster', 195, 2O4 en 2O6); dit betrof wrsch. Hoger vermelde percelen.

rentebezit: * 15 sep. 1341 1O s.g.g. op 2 1/2 morgen land tussen Zwiet en Zwet onder Zoeterwoude, bij Zwieter boomgaard (Ke. 493 f. 54).

* 12 juni 1366 14 s.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (Ke. 493 f. 54v.).

* 13 juli 1366 4 1/2 s.pay. pandrente te 's-Gravenhage (ibidem).

* 17 mrt. 1367 2 1/2 s.pay. op een huis en erf ald. (ibidem).

* 1 okt. 1368 4O s.pay. op een huis en erf aan het Hogeland (Ke. 493 f. 54), 3 jan. 1376 aan zijn prebende vermaakt.

* 6 £ 8 s.pay. op een huis en erf bij de Kwakelbrug te Leiden, 3 jan. 1376 aan zijn prebende vermaakt (Ke. 493 f. 54).

* 31 mei 1369 5O s.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (Ke. 493 f. 54v.).

* 23 juni 1369 3O s.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (ibidem). De genoemde renten vermaakte hij 3 jan. 1376 aan zijn prebende (Ke. 493 f. 54 en v.).

* 4 £.pay. deels belast met vruchtgebruik, bij testament van 25 apr. 1369 aan St.Pancraskapittel vermaakt voor memoriediensten en uitdelingen (Ke. 987).

* 45 s.pay. op een huis en erf te Leiden, aan St.Pancraskapittel geschonken 25 apr. 1369 (ibidem).

* 3O s.pay. op een huis en erf te Leiden (ibidem).

* 4 £.g.g. op land te Gelderswoude (Secr. 84 f. 37).

* 8 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (ibidem).

* 8 s.g.g. met houde op een huis en erf aan de Oude Rijn (ibidem)

en: * op een hofstede daarnaast 8 s. 2 p.g.g. met houde (ibidem).

* 1/2 van 17 1/2 sch g.g. met houde op de Oude Molenwerf (zie landbezit aan het Noordeinde en Secr. 84 f. 37).

* 1O s.g.g. 1 kapoen met houde op een huis en erf te Leiden (ibidem).

borgstelling: * 21 feb. 1365 Pieter Alidenz. en Albrecht Pietersz. (Secr. 19 f. 1v.).

* 21 juli 1365 Jan Boeijt, van Katwijk (Secr. 19 f. 2).

* 27 okt. 1366 Boudijn Claasz., van Bleiswijk (Secr. 19 f. 8v.).

* 4 mei 1368 Jacob heren Dirk Galenz. (Secr. 19 f. 14).

* 27 juli 137O Martijn Simonsz. (Secr. 19 f. 24).

* 8 apr. 1381 mr. Jacob die Bontwerker (Secr. 19 f. 52).

* 5 mrt. 1383 Hildegond Wermboudsz.dr. (Secr. 19 f. 59v.).

* 2O apr. 1385 Gerrit Hovenz., van Zoeterwoude (Secr. 19 f. 67v.).

* 22 apr. 1385 Dirk Hovekiaan, van Zoeterwoude (Secr. 19 f. 67v.).

stichting: 1367 kanunniksprebende van Philippus en Jacobus, gesticht samen met zijn vrouw Ave; regelde 28 juli 1369 de collatie (Leverland, 'Kapittel van St.Pancras', Ke. 986, 493 f. 55).

schenking: 25 apr. 1369 9 lood zilver aan St.Pancraskerk (Ke. 987).

varia: verklaarde 24 mei 1345 zijn 2 zonen voor hun moederlijk erfdeel 88 £.g.g. schuldig te zijn, hij zou hen onderhouden tot hun volwassenheid uit de opbrengst van deze som en hen bovendien 5O s. p.j. uitreiken die hij voor hen zou beleggen; zijn vader stond borg voor hem (Secr. 1885); pachtte 1361 de vroonvisserij tussen Haarlem en Leiden (GvH. 1448 f. 7v.);

testeerde 25 apr. 1369 met zijn vrouw Ave (o.a. vermaking van renten, zie hoger; Ke. 987).

familie: tr. 1e Kerstine, dr. van Pieter Gobburgenz. (zie ald.). Zij bezat het Voghellant onder Leiderdorp (Secr. 84 f. 36v.); ovl. voor 24 mei 1345 (Secr. 1885); tr. 2e Mabelie, ovl. voor 25 apr. 1369 (Ke. 987); tr. 3e Ave, dr. van Wouter Simon Galenz.z. en Alide (Ke. 987); haar vader verm. 1375 als welgeborene onder Voorschoten (Kort, Vrijkopingen, 31); zij ovl. 18 nov. 138O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 74). Kinderen:

1. Pieter Michielsz., volgt IIIa.

2. Frank Michielsz., volgt IIIb.

 

IIIa. MR. PIETER MICHIELSZ. (VAN DEN HOVE)

ovl. 29 apr. 139O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 14).

functies: kanunnik van St.Pancraskapittel verm. 15 nov. 1367, deed daarvan spoedig afstand (Ke. 415 f. 91v. en zie hierna); notaris te Leiden, verm. 3 mrt. 1383 (De Geer, DuO., 611).

opleiding: licentiatus in art. verm. 15 nov. 1367 (Ke. 415 f. 91v.);

magister art., bacchalaureatus in legibus (Ke. 416 f. 14); hij was missch. de 14 mrt. 1369 te Parijs vermelde mr. Petrus de Leijden

(Denifle, Auctarium, I 329, 34-42).

woonhuis: aan de Vollersgracht; hij verklaarde 14 feb. 1378 de H.Geest 4O s.pay. rente schuldig te zijn op al zijn huizen tussen het erf van Sophie Gerrit Hoogstratenweduwe en de gracht, ingevolge testament van Jan Smeder en zijn echtgenote en spruitend uit een 1/3 van een schuld van 8O £; in 138O is van zijn woonhuis ald. sprake (W. 1 f. 4O, W. I 31 f. 8v.). 9 juni 1388 een huis met watergang enz. te Marendorp, leen van Wassenaar, na opdracht door Huge Frank Michielsz.z., zijn neef (Hoek, 'Wassenaar', 532); verm. van zijn weduwe te Marendorp 1399-14OO (Rek. Lei., I 85).

huisbezit: huizen met een tuin in Jan Vossensteeg (Secr. 84 f. 37v.).

landbezit: (met x is aangegeven of de landerijen en vervolgens de renten voorkomen in de staat van zijn nalatenschap) : x* 8 jan. 1376 7 morgen land te Zoeterwoude bij Rodenburg, grfl. leen (GvH. 226 f. 167v.),; met ledige hand 139O (GvH. 7O8 f. 1v.); bezat hierbij 1 morgen eigen goed; het geheel was in 1391 verhuurd aan Simon Frederik tegen 15 £.pay. p.j. (Secr. 84 f. 36v.).

* 1387 5 morgen land te Monster in de clingen, grfl. leen, afkomstig van zijn vader, 1O okt. 1388 overgedragen aan zijn neef Jan Zoet Frankenz., ingevolge boedelscheiding van zijn vaders nalatenschap (GvH. 7O9 f. 3; Secr. 84 f. 37).

* 8 feb. 1388 1/2 van 24 morgen land te Bloemenvenne onder Rijpwetering; de totale 24 morgen bezat hij gemeen met de kinderen van zijn broer Frank; e.e.a. was afkomstig van zijn vader (Secr. 84 f. 37, vgl. Ke. 416 f. 19).

* 8 feb. 1388 15 morgen leenland aan de Brasemermeer (Secr. 84 f. 37).

* 8 feb. 1388 1/2 van 2 1/2 morgen land te Oegstgeest (ibidem).

* 8 feb. 1388 3 morgen 4 hond land te Zoeterwoude (ibidem).

* 8 feb. 1388 het huis aan de Dobbe te Gelderswoude (ibidem).

* 8 feb. 1388 7 hond land te Zoeterwoude (ibidem).

* 8 feb. 1388 2 hond en een vierendeel houtland aan de Vliet te Zoeterwoude (ibidem).

x* 4 1/2 morgen land te Leiderdorp, aan hem gekomen door huwelijk, opbrengend 12 1/2 £ p.j. (Secr. 84 f. 35v.); het was missch. dit land dat hij samen met zijn zoon Floris bezat, verm. 8 mei 1381 en waarin Herman Boudijnsz. een 1/2 morgen land had (Hoek, 'Wassenaar', 538).

x* 3 morgen 24 gaard land te Leiderdorp, hem aangekomen door huwelijk,

opbrengend 12 £ 12 s. en 2 achtendelen erwten p.j. (Secr. 84 f. 35v.).

x* 4 morgen 2/3 hond land te Voorschoten, verkregen door huwelijk,

opbrengend 24 s. 1 gans (Secr. 84 f. 35v.).

* 2 1/2 morgen land te Zoeterwoude, verkregen door huwelijk (ibidem).

x* 3 1/2 morgen land te Zoeterwoude, de Paardencamp, verhuurd aan Simon

Frederik tegen 4 oude Franse schilden p.j. (ibidem).

x* 3 1/2 morgen land, de Kijfcamp, te Wassenaar, opbrengend 8 £ 1O s.pay.

p.j. (Secr. 84 f. 36v.).

* 4 morgen land te Zoeterwoude, opbrengend 3O s. p.j. (ibidem).

* het Voghellant te Leiderdorp, deels binnen de stad gelegen; het deel

binnen Leiden verhuurd tegen 42 s.g.g. met houde; afkomstig van zijn moeder (ibidem en Hoek, 'Wassenaar', 1O3).

rentebezit: * 26 juli 1367 1 £.g.g. op een huis en erf te Leiden, 12 okt. 1372 overgedragen (Ke. 6O4).

x* 8 feb. 1388 4 £.g.g. op land te Gelderswoude, afkomstig uit zijn vaders nalatenschap (Secr. 84 f. 37).

Eveneens uit zijn vaders nalatenschap:

* 8 s.g.g. op en huis en erf te Leiden (Secr. 84 f. 36v.).

* 8 s.g.g. met de houde op een huis en erf aan de Oude Rijn (ibidem).

* 8 s. 2 p.g.g. met houde op een hofstede daarnaast (ibidem).

* 1/2 van 17 1/2 s.g.g. met houde (ibidem).

* 1O s.g.g. 1 kapoen met houde op een huis en erf te Leiden (ibidem).

Renten verworven door huwelijk (Secr. 84 f. 35v.-36v., 35v.: de helft,

alles g.g. behoorde Floris de Meijer toe):

x* 1 £ op een huis en erf te Leiden.

x* 3O s. op een huis en erf ald.

x* 2 s. met houde op een huis en erf aan de Hogewoerd.

x* 18 p. met houde op een huis en erf te Leiden.

x* 4O s. op een huis en erf aan de Steenschuur.

x* 16 s. op een huis en erf aan de Vollersgracht.

x* 12 s. op een huis en erf aan de Vollersgracht.

x* 1O s. op een huis en erf te Leiden.

x* 18 s. 1 kapoen, 1 hen met houde op een huis en erf te Leiden.

x* 1 £ op een huis en erf op de hoek van de Weversteeg.

x* 1 £ op een huis en erf aan de Weversteeg.

x* 2 s. op een huis en erf aan de Diefsteeg.

x* 4O s. op een huis en erf aan de Rijn.

x* 3O s. op een huis en erf aan de Nieuwe Rijn.

x* 1O s. op een huis en erf te Leiden.

x* 45 s. op een huis en erf te Leiden.

x* 1O s. op een huis en erf te Leiden.

x* 1O s. op een huis en erf in een steeg aan de Middelweg bij de Rijn.

x* 6 s. op een huis en erf bij O.L.V.kerk.

Overige renten:

x* 6 £ 8 s.g.g. op huizen en erven te Marendorp strekkend tot de straat (Secr. 84 f. 36v., vgl. zijn woonhuis ald.).

x* 2 s.pay. met houde, na verkoop, op een huis en erf te Leiden (ibidem).

x* 12 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden, spruitend uit verkoop (ibidem).

x* 8 groten pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd (Secr. 84 f. 38).

varia: was 24 mei 1345 onmondig (Secr. 1885); 15 nov. 1367 getuige t.b.v. heer Claas van Bleijswijc (Ke. 415 f. 91v.); 7 mrt. 1372 en 18 aug. 1382 aangesteld tot executeur-test. door mr. Philips van Leijden (Ke. 493 f. 21 en 894); 17 mei 1374 betrokken bij een scheidsrechterlijke uitspraak (Rijnsburg 558); 1385 pachter van de Leidse gruit (GvH. 1464 f. 8v.); 8 feb. 1388 vond boedelscheiding van de door zijn vader nagelaten goederen plaats, tussen hem en de kinderen van zijn broer Frank, daarbij werd bemiddeld door heer Philips Jansz., heer Jan Hamer, Huge van der Hant, Pieter Gobburgenz. en Jacob Rembrand Vinkenz., hij ontving hierbij behalve land en renten (zie hoger) de collatie van zijn vaders prebende; op grond van zijn vaders testament diende hij 25 £.pay. aan de kanunnik van deze prebende te schenken als deze een huis t.b.v. de prebende kocht of liet bouwen (Secr. 84 f. 37). familie: tr. voor 8 jan. 1376 Femense; tochtte haar toen aan 7 morgen grfl. leen onder Zoeterwoude; hiervan deed zij 16 aug. 1414 afstand (GvH. 226 f.

167v., 23O f. 12Ov.). Gezien de naam van haar oudste zoon en op grond van het feit dat de renten die zij bij haar huwelijk inbracht voor de 1/2 aan Floris die Meijer toebehoorden, lijkt het wrsch. dat haar vader Floris die Meijer was (verm. o.m. 14 sep. 1357, DuO. 1978 f. 5Ov.-51; deze woonde 19 okt. 1383 in het bon Over 't Hof, bij St.Pieterskerkhof); 28 okt. 1391 kwam een boedelscheiding van haar mans goederen tussen haar en haar kinderen tot stand; daarbij kwam zij met Willem Jansz. Vos als voogd en instemming van heer Jan Philipsz., deken van St.Pancras en heer Philips Jansz., provisor van Rijnland, overeen met de poortmeesters dat zij de helft van al haar mans goed zou ontvangen, m.u.v. het leengoed. Zij zou alle schulden betalen, m.u.v. een schuldbrief van 5O £.pay. t.l.v. Michiel van der Heijde t.b.v. de aankoop van een huis voor diens prebende, die elk naar zijn deel zou betalen (voor de 'geestelijke renten' vermaakt door Michiel van der Heijde en Ave gold hetzelfde). Omdat de nagelaten schulden van Pieter Michielsz. groot waren, zou Femeijnse haar kinderen onderhouden uit de renten van hun goed, gedurende 4 jaar (Secr. 84 f. 35). Zij kocht met de voogden van haar 2 zonen van de H.Geest een huis t.b.v. de kanunnik van Michiel van der Heijdes prebende; ter lossing van de schuld van 12 £.g.g. als gevolg van de koop verkochten zij 24 juni 1392 de H.Geest 1O s.g.g. rente op Willem Tedenz.'s huis en erf aan de Weversteeg (W. 1 f. 6O en 76 en v.). Zij verkocht met haar voogd Willem Jansz. Vos 19 aug. 1391 de H.Geest 3 1/2 hond land te Oegstgeest, gemene voor met de H.Geest en haar kinderen (W. 1 f. 7O). Droeg 11 mei 1392 aan St.Pancras 31 s. 3 p.pay. rente over op 1/4 van 56 morgen land te Bloemenvenne (Rijpwetering), ter voldoening van het testament van haar schoonvader en diens echtgenote (Ke. 415 f. 74v.). Verkocht 13 apr. 14OO aan Huge Frankenz. 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Hogewoerd, 15 p.g.g. op een huis en erf te Marendorp, 1/4 van 15 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden, 1 hallinc g.g. met houde en 3 p.g.g. met houde op huizen en erven te Leiden (Ke. 538). Zonen:

1. Floris die Meijer

ovl. 7 okt. 1415, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 54).

woon(?)huis: * aan het einde van de Vollersgracht bij het Rapenburg en de Lombarden (1392, Secr. 84 f. 271).

* een huis met watergang enz. te Marendorp, in leen gehouden van de burggraaf, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 532).

landbezit: * 1/4 van 13 hond land te Oegstgeest samen met zijn broer bezeten (zie ald.).

* 2O jan. 1398 7 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen (met behoud van zijn moeders lijftocht), afkomstig van zijn vader, bij de

boedelscheiding na diens dood aan hem toegewezen. Droeg het leen 16 aug. 1414 op t.b.v. een ander (samen met zijn moeder; GvH. 228 f. 272, GvH. 23O f. 12Ov. d.i. Klo. 1582, Secr. 84 f. 35 en 38).

* 2 1/2 morgen land te Zoeterwoude, behorend tot zijn vaders nalatenschap, door hem gehuurd tegen 8 £ p.j. (Secr. 84 f. 35v.).

schenking: 5 kronen aan St.Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 416 f. 54).

borgstelling: 11 apr. 1415 Jan Jacobsz. de snider (Secr. 2O f. 5Ov.).

familie: dochter:

a. Floris, ovl. voor 18 mei 1421, zij hield na haar vader hoger genoemd huis van de burggraaf in leen (Hoek, 'Wassenaar', 532).

2. Frank Pieter Michielsz.z.

woon(?)huis: een huis en erf in het Noordeinde, verm. 1421, samen met Wendelmoed van Schoten bezeten; de H.Geest had hierop 1 £.g.g. (W. 2 f.

3 en tafel).

landbezit: samen met zijn broer: 1/4 van 13 hond land te Oegstgeest: hierop rustte een tijns t.b.v. de burggraaf. Gemeen gelegen land van de H.Geest en 26 nov. 14O6 daaraan verkocht (W. 1 f. 1O2v.).

rentebezit: 22 s.pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd, afkomstig van zijn schoonvader, overgedragen aan St.Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 416 f. 8Ov.-81). familie: tr. Haze, dr. van Jan Pietersz. van Leijden (zie Van Leijden en

Ke. 4O7 f. IIIa e.v. en 416 f. 81). Kinderen (Hoek, 'Wassenaar', 532):

a. Floris Frankenz.

b. Pieter Frankenz.

c. Bartha Frankendr., ovl. na 18 juli 15O6 (Ke. 322 f. f). Zij bezat de collatie van 3 kanunniksprebenden en 2 vicarieen in St.Pancraskerk en 5 vicarieen in St.Pieterskerk, gesticht door Michiel van der Heijde, heer Pieter van Leijden en Philips van Leijden (Ke. 322 f. f). tr. 1e Jacob Adriaansz., 2e Berwoud Willemsz. (Ke. 322 f. f).

 

IIIb. FRANK MICHIELSZ. VAN DER HOVE

ovl. voor 29 mrt. 139O (Ga. 455 f. 23v.).

functies: schepen 1377-78, 78-79, 79-8O, 8O-81, 81-82; gasthuismr. 1375-76.

woonhuis: 26 dec. 136O een hofstad met stenen kamer enz. te Marendorp, Wassenaars leen, na overdracht door zijn grootvader Gerrit Diddenz. (zie ald.). Hierop bezat de H.Geest 1379 en eerder 1 £.g.g. rente (W. I 31 f. 1).

huisbezit: verm. 14 feb. 1378 met een huis en erf nabij Breestraat en Vollersgracht (W. 1 f. 4O); zijn kinderen verm. in belending aan de

Vollersgracht 1O mei 1395 (GvH. 228 f. 168v.).

landbezit: * zijn kinderen verm. als belenders te Zoeterwoude 29 mrt. 139O (Ga. 455 f. 23v.).

* een woning te Leiderdorp, Wassenaars leen, afkomstig van Aarnd van der Heijde (Hoek, 'Wassenaar', 1O3).

* land te Leiderdorp (voornoemd leen?), gemene voor met land van Andries Hugenz. en Jan heren Simonsz., verm. 1O apr. 1373 (Ke. 493 f. 21v.).

rentebezit: * 4O s. op een huis en erf in Jan van den Rijnssteeg, verm. 16 jan. 1384 (W. 1 f. 51v.).

* 4O s. op de Camp (Ke. 493 f. 72). borgstelling: 5 juli 1373 Jacob Ludolfsz. (Secr. 19 f. 36v.).

varia: zegel: 3 meerbladeren (2:1) in het hart een eend (Ke. 541, 17 dec. 1378); was 24 mei 1345 onmondig (Secr. 1885).

familie: tr. Aagte van der Burch, dr. van Huge Pietersz. (Ke. 418 f. 137v.,zie Milde). Kinderen:

1. mr. Huge Frankenz.

ovl. 2O dec. 1425 te Keulen, begr. ald. (Ke. 416 f. 8Ov.; Keussen,

Matrikel Koln, I 218).

functies en opleiding: studeerde te Parijs de artes, licentiatus ald. 1392, verm. 26 aug.-2O okt. 1392 als procurator van de Anglicaanse natie

ald.; verm. als magister 27 sep. 1394 (Denifle, Auctarium, I 667, 2O-23, 668, 2O-23); 14O4 ingeschreven aan de universiteit te Keulen als

magister in de artes en licentiaat in de medicijnen 14O4; voor die universiteit in 1418 gezant naar paus Martinus V; rector van die

universiteit sedert 9 okt. 1425 (dan tevens als bacchalaureatus in decretis verm.) (Keussen, Matrikel Koln, I 218-218: 63,1O).

huisbezit: * een huis met watergang enz. te Marendorp, Wassenaars leen afkomstig van zijn grootvader Michiel van der Heijde; 9 aug. 1388 overgedragen op zijn oom mr. Pieter Michielsz. (Hoek, 'Wassenaar', 532).

landbezit: 1388 zie gemeenschappelijk bezit hierna verm.

rentebezit: 13 apr. 14OO (Ke. 538):

* 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Hogewoerd;

* 15 p.g.g. met houde ald.;

* 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Diefsteeg;

* 18 p.g.g. op een huis en erf te Marendorp;

* 1/2 van 15 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden;

* 1 hallinc g.g. met houde op een huis en erf te Leiden;

* 3 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden.

* 2 £.g.g. op de Camp te Marendorp, afkomstig van zijn vader 7 sep. 1394 overgedragen aan St.Pancraskapittel (Ke. 493 f. 57).

* rentebezit te Leiden, gemeen met Jan heren Simonsz. en na 28 dec. 1399 met diens zoon Claas van der Horst (Secr. 84 f. 66).

* 5 groten met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 23 okt. 1412 (RA. 5O f. 118v.).

varia: zegel: 3 meerbladeren (2:1) (Ke. 461, 3 apr. 1418); was 28 dec. 1399 een der genen die uitspraak deed inzake de boedelscheiding van Jan heren Simonsz.'s nalatenschap (Secr. 84 f. 66).

familie: noemde Gerrit Hugenz. 3 apr. 1418 neef toen hij deze voordroeg voor de door zijn grootvader gestichte prebende (Ke. 461).

2. Jan Zoet Frankenz.

functies: schepen 14O2-O3, kerkmr. van St.Pancras 1417-18.

beroep: korenkoper (14O6-O7, Ga. 334 (14) f. 12); wijnkoper (14O9-1O, Ke. 323 (8) f. 22).

huisbezit: * een huis en erf aan de Nieuwe Rijn, hierop rustten 8O comans groten met 1/2 houde alsmede 16 comans groten rente. Verkocht 27 okt. 1414 (Secr. 1533).

* ? een huis en hofstad aan de Breestraat, strekkend tot de Vollersgracht, leen van de hofstad Raephorst (Hoek, 'Rept. Raephorst', 81).

landbezit: * 1O okt. 1388 5 morgen land in de clingen te Monster, beleend door de graaf na overdracht door zijn oom Pieter Michielsz.

(GvH. 7O9 f. 3, vgl. ook de boedelscheiding van zijn grootvaders goederen); opnieuw beleend 139O met ledige hand (GvH. 7O8 f. 1v.); droeg dit land 14O6 over aan de leenheer (GvH. 741 f. 13).

* 1O okt. 1388 2 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen, opnieuw beleend 139O met ledige hand (GvH. 7O8 f. 1v., 7O9 f. 3).

varia: pachter van de gruit 141O (GvH. 1486 f. 15), van de bieraccijns 26 mrt.-9 apr. 1413 met Jacob IJsbrandsz. (Rek. Lei., I 218) van de

molenaccijns 6 sep. 1413-6 sep. 1414 met dezelfde (Rek. Lei., I 219) en van de strijkerij 1419 (ibidem, 324).

familie: zwager of schoonzoon van Philips Engelbrechtsz., zegelde 1 mrt.

142O t.b.v. deze (Ke. 416 f. 6O).

3. Hadewi (Secr. 84 f. 37).

4. Alijd (ibidem); tr. Huge (Ke. 4O7 f. 4c).

5. Frank (ibidem). Namens zijn broers en zusters droeg Huge Frankenz. 1O okt. 1393 aan St.Pancraskapittel 3 £ 2 s. 6 p. op 1/2 van 24 morgen te Rijpwetering over ter voldoening van het testament van zijn grootouders (Ke. 416 f. 19v.; in kwesties die hieromtrent waren gerezen waren Jan heren Simonsz., Pieter Gobburgenz. (jr.) en Andries Hugenz. scheidslieden geweest). 8 feb. 1388 vond tussen hen en Pieter Michielsz., hun oom, een scheiding plaats van de boedel van hun grootvader Michiel van der Heijde (Secr. 84 f. 37). Zij ontvingen daarbij diens 1/2 molen te Rijpwetering, diens Naaldwijkse lenen te Monster, 1O morgen land te Zoeterwoude, in leen gehouden van jvr. Lijsbeth van Rodenburg, 2 morgen grfl. leen ald., 5 morgen grfl. leen te Monster en de 1/2 van 24 morgen land, gemene voor gelegen met land van Pieter Michielsz. Ingevolge Michiels testament dienden zij de kanunnik van diens prebende 25 £.pay. te geven als deze t.b.v de prebende een huis kocht of liet bouwen.

HEIN HUGE

functie: schepen 1413-14, 14-15.

borgstelling: 2 okt. 1418 Wobbe Willemsz. (Secr. 2O f. 6O).

varia: zegel: een geruit kruis (Secr. 1696, 1O juli 1414).

familie: zoon van Claas Jansz. (Blok, Hollandsche stad, I 326, Secr. 84 f. 288v.) en broer van Wive Claas doctor; trad 27 juli 1399 als haar voogd op (W. 1 f. 88v.).  

HUGE HUGENZ.

functie: kerkmr. van St.Pancras 139O-91, 14O2-O3, O6-O7.

Hij is missch. identiek met Huge Hugenz. die met zijn broer heer Willem Hugenz. een lijfrente op de stad had van 2 nobel 3 groot, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 2O). 

WOUTER HUGENZ.

functies: schepen 1327-28, 39-4O, burgemr. 135O-51, gasthuismr. 1355-56.

familie: vader van Pieter Woutersz.? (zie ald.). 

 

AARND JACOBSZ. C.S.

Dit geslacht was mogelijk verwant met het van oorsprong Katwijkse geslacht Paeds; Aarnd Jacobsz. hield van de hofstad Heemskerk land in leen dat kort tevoren in handen was van Jan Jacob Jansz.z. te Katwijk (zie voor deze W. 2 f. 31 en Gevers Deynoot, 'Van den Woude', 98), die dezelfde kan zijn als Jan Jacobsz., broer van Roelof Paedse Jacobsz. (GvH. 767 f. 1, Kort, 'Rept. Heemskerk', 747; Hoek, 'Wassenaar', 87 en 573). Bovendien voeren beide geslachten het ankerkruis in hun zegel. Missch. dat Aarnd Jacobsz. Een broer was van Jan en Roelof.

 I. AARND JACOBSZ.

ovl. voor 15 juni 1412, begr. St.Pieterskerk (Kam, 'Memorieboek', 217; Ke.72).

functie: schepen 1377-78; geestmr. 1397-98; burgemr. 14O1-O2.

landbezit: * 12 morgen land te Vennep (ambacht van de burggraaf), leen van de hofstad Heemskerk, opnieuw beleend door de graaf 8 jan. 1381, met ledige hand 139O (GvH. 7O9 f. 1v. en 7O8 f. 1).

* 31 gaard, 2 1/2 voet land, afgestaan aan de stad i.v.m. de aanleg van de Nieuwe weg naar Oegstgeest, ontving daarvoor 4 £ 8 s. (ca. 1395; Secr. 84 f. 258v.).

* land te Zoeterwoude tussen Rijn en Versmade, verm. van zijn weduwe 15 juni 1412 (Ke.72).

rentebezit: * 24 sep. 14O3 3O s.g.g. op land te Wassenaar en Zuidwijk (Ga. 456 p. 226).

* 12 jan. 14O4 2 s. 6 p.g.g. met 1/2 houde op een huis en erf aan de Vollersgracht, direct afgekocht (Secr. 1611).

varia: zegel: een ankerkruis; linksboven een figuurtje (Ke.784, 2O apr. 1378). De 5O oude schilden die hij de stad bij de gedwongen lening van 1393 verstrekte, verloor hij 7 feb. 1395 i.v.m. onenigheden met het gerecht; bovendien werd hem opgelegd 4O.OOO stenen te leveren (Secr. 84 f. 245v.; RA. 4 f. 5).

familie: tr. Katrijn (Kam, 'Memorieboek', 159; Ga. 44O f. 29); in 1421 verm. van haar (woon?)huis en erf aan de Vollersgracht, de H.Geest had daarop 1O s.g.g. rente (W. 2 f. 16 en tafel); met Pieter Rijswijc als voogd droeg zij 15 jan. 1412 1O 1/2 morgen land te Oegstgeest op de Mersch en 1 £ rente op een huis en erf aan de Vollersgracht over aan de H.Geest (W. 1 f. 13O). Bezat verder 1 £.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 6 jan. 1413 (RA. 5O f. 127) en 4O s.pay. met houde op een huis en erf ald., verm. 1415 (RA. 5O f. 15Ov.). Kinderen:

1. Gerrit Rijswijc, volgt II.

?2.Pieter Aarnd Jacobsz.z., verm. 1393 (Secr. 84 f. 247). 

II. GERRIT RIJSWIJC

ovl. voor 5 dec. 142O, hoogstwrsch. reeds voor 12 nov. 1419 (GvH. 712 f.

16v., 2O8 f. 23).

functie: schepen 1388-89 en 14O1-O2.

woonhuis: in St.Pietersparochie 14O3-O4 (Ke. 323 (6) f. 15); 14 feb. 1391 belender van Dammas Zegersz.'s huis en erf (Ke. 322 f. 13v.). Woonde later mogelijk te Haarlem (Rek. Lei., 255).

huisbezit: zie renten.

landbezit: * 17 aug. 1412 12 morgen land te Vennep, leen van de hofstad Heemskerk, afkomstig van zijn vader (GvH. 23O f. 89v.).

* land te Oegstgeest, verm. 4 aug. 1411 met zijn kinderen (W. 1 f. 112).

rentebezit: * 28 1/2 nobel op een huis en erf te Leiden, gepand, de schout hield de panding echter aan zich (2 apr. 1411; RA. 5O f. 117v.). Hij kocht dit huis voor 134 £; er bleef 6 p. met houde op rusten t.b.v. Pieter Gobburgenz. (jr.).

borgstelling: 18 mrt. 14O4 Wouter Simon Galenz. (Secr. 2O f. 16v.).

varia: zegel: een ankerkruis met rechtsboven en figuurtje (Ga. 53O, 17 mrt. 1389). Hij diende i.v.m. onenigheden het gerecht 2O.OOO stenen te leveren volgens uitspraak van 7 feb. 1395 (RA. 4 f. 5v.).

familie: tr. 1e Katrijn Willem Willemsz.dr. (Hoek, 'Wassenaar', 115, zie Willem Luutgardenz. c.s.); tr. 2e Katrijn van Berckenrode, dr. van Jan en Eemse Gerrit Parridaansdr. (Thierry de Bye Dolleman, 'Van Berckenrode', 94-95). Zij bezat een lijfrente samen met haar dochter, zie ald. In 1413 is er sprake van dat het Leidse gerecht uitspraak moest doen in een kwestie tussen Gerrit en Katrijn zij woonden toen wrsch. te Haarlem, vermoedelijk betrof het een echtscheidingsprocedure (Rek. Lei., I 25O en 255). Gerrit Rijswijc trad 24 apr. 14O4 op als maag van Gijsbrecht Claas Horstsz., als maag van hem zelf wordt dan Thomas Simonsz. genoemd (Ke. 322 f. 23).

Kinderen (zij sloten 19 juli 1421 een overeenkomst betreffende de nalatenschap van hun grootmoeder Katrijn Aarnd Jacobsz. (RA. 41e f. 176 e.v.).

1. Pieter Rijswijc

ovl. voor 1 juli 1438 (GvH. 713 f. 85).

functie: schepen 1418-19.

woonhuis: aan het Rapenburg (1417-18, Ke. 323 (11) f. 43v.).

landbezit: 5 dec. 142O 12 morgen land te Vennep, grfl. leen (kreeg 12 nov. 1419 uitstel van leenverheffing, GvH. 712 f. 16v., 2O8 f. 23).

rentebezit: * 26 mei 14O2 een lijfrente van 8 Eng. nobel, losbaar met 53 nobel, samen met broer Jacob bezeten, t.l.v. de stad (Secr. 8O f. 65,

513 f. 18).

* een lijfrente van 9 nobel 1O groten, samen met Willem Rijswijc bezeten t.l.v. de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19).

* 13 juni 1414 27 1/2 gouden nobel, afgeschat 3 apr. 1415, toen was reeds een som van 3O lichte £ en 9 botten betaald (RA. 5O f. 144).

varia: zegel: een ankerkruis (28 aug. 1412, Ga. 633); werd 3O dec. 1417 Leids poorter (Secr. 2O f. 58); voogd voor zijn grootmoeder Katrijn

Aarnd Jacobsz.'s weduwe 15 jan. 1421 (W. 1 f. 3O); bevond zich in sep. 1417 in grfl. hechtenis (GvH. 2O7 f. 7v.).

familie: zoon:

a. Gerrit Rijswijc Pietersz. (RA. 41e f. 176 e.v.).

2. Jacob Rijswijc

rentebezit: * 26 mei 14O2 8 Eng. nobel lijfrente, losbaar met 53 nobel, samen met zijn broer Pieter bezeten (Secr. 8O f. 65, 513 f. 18).

familie: dochter:

a. Katrijn tr. Gerrit van Lochorst (RA. 41e f. 176 e.v.).

3. Johanna; zij bezat sinds 26 mei 14O2 samen met haar moeder en lijfrente van 8 Eng. nobel t.l.v. de stad, losbaar met 53 nobel; 1412-13 alleen verm. van betaling aan haar (Secr. 8O f. 65, 513 f. 18). tr. Huge van Diemen (RA. 41e f. 176 e.v.).

?4.Willem Rijswijc, hij bezat met Pieter Rijswijc (zie hoger) een lijfrente van 9 nobel 1O groten t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 19). 

 

DIRK JACOB(SZ.) (WILLEMSZ.Z.)

functie: gasthuismr. 1377-78.

woonhuis: in de Breestraat, met hofstad en straat naar de Rijn, tussen St. Catharinagasthuis en Albaren Philipsz.; hierop rustte 1O s. rente t.b.v. St.Pieterskerk (betaalbaar in slechte comans pay., verm. 7 nov. 1375; Ga. 455 f. 11 en v.).

huisbezit: een huis en erf achter voornoemd huis, aan de Rijn, verkocht 3 okt. 1373 tegen 1 £.g.g. rente (Ga. 455 f. 11).

rentebezit: 3 okt. 1373 1 £ rente op het door hem verkochte huis (zie hiervoor).

familie: tr. (?) IJde, dr. van Kerstant Pieter IJdenz.z. (Ga. 44O f. 39).

Zoon:

1. Simon Jude Dirksz..

ovl. voor 7 feb. 1436 (Ga. 559).

functies: gasthuismr. 14O7-O8, O8-O9, O9-1O; homan van het Gasthuisvierendeel 14O4, van het Vleeshuisvierendeel 141O (Secr. 84 f. 272v. en 237v.).

woonhuis: een huis en erf aan de Breestraat, afkomstig van zijn vader, verkocht 2O apr. 1395 aan St.Catharinagasthuis, erop stond 3 1/2 £.pay. rente (Ga. 455 f. 11v.), dit huis werd als ziekenhuis bij het gasthuis getrokken (Ga. 334 (6) f. 25, Ligtenberg, Armezorg, 31-32); 1399-14OO en 141O woonachtig in het Vleeshuisvierendeel (Rek. Lei., I 79, Secr. 84 f. 237v.).

rentebezit: * 27 feb. 1417 26 gouden Eng. nobel schuldbrief, 23 jan. 1418 afgeschat (RA. 5O f. 183).

* 9 s.pay. op een huis en erf te Leiden (brief van 16 okt. 1354), verm. 3 apr. 1415 (RA. 5O f. 144).

* 1 £.g.g. op een huis en erf aan de Rijn, afkomstig van zijn vader, 2O apr. 1395 verkocht aan St.Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 11).

familie: tr. Geertruud, ovl. op 11 sep. na 7 feb. 1436 (Ga. 559); zij bezat 1412-13 met hun dochter Zwanelt 1 nobel 12 groten lijfrente t.l.v.

de stad (Secr. 513 21v.).

 

 

(DIRK) FOIJTGEN JACOB(SZ.) (FOIJTGENSZ.Z.).

ovl. 3O okt. 1451, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 92v.).

functie: schepen 14O2-O3, O6-O7, O7-O8, 18-19, 19-2O; kerkmr. Van St.Pancras 1417-18.

beroep: drapenier (14OO-O2, GvH. 1478 f. 37-41), korenkoper (14OO-O5, GvH. 1478 f. 44, 148O f. 36v.); kalkbrander (14O2-11; Ke. 323 (5) f. 26v, GvH. 1485 f. 52v.); steenbakker (1411-12, GvH. 1486 f. 49).

woonhuis: in het bon Nicolaasgracht, verm. ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, I 325); later aan de Rijn, strekkend tot het erf van St.Catharina-gasthuis, voor de 1/2 24 mei 1413 aan het gasthuis verkocht. Dit is vermoedelijk het huis en erf dat eerder behoorde aan Reiner Jansz. De viskoper en Simon Reinersz. (Ga. 455 f. 11, 11v. en 84).

huisbezit: een huis en erf in de Lombardensteeg, verm. 5 juni 1413 (Ke. 2O3 f. 22v.).

landbezit: * 3 morgen land te Leiderdorp, samen met Pieter Buijtewech Dirksz. en Gerrit die Bruun Dirksz. bezeten en door hen 22 jan. 14O4

verkocht (Klo. 673).

* land te Zoeterwoude nabij Meerburger watering, verm. 7 mei 14O5 (Ga. 456 p. 188).

* 4 hond land, gemene voor met 2O hond die Dirk van den Bosch aan zijn kapelanie vermaakte (28 mei 14O6; Ke. 322 f. 23).

* 1 morgen land te Voorschoten, 3 feb. 1412 verkocht aan St.Catharinagasthuis voor 43 £.pay. (Ga. 334 (16) f. 26v, 455 f. 8Ov.).

rentebezit: * 25 juli 14O1 schuldbrief van 52 £.pay. op een huis en erf van Claas Jansz. Vos; na panding:

* 18 feb. 14O4 6 £ 7 s. 6 p. Holl. pay. (Secr. 5O f. 138v.).

* 3 dec. 14O7 3 nobel op een huis en erf te Leiden, 14O9 afgeschat (toen was de helft voldaan; RA. 5O f. 85).

Pandbrieven op een huis en erf van Claas Jansz. Vos:

* 27 apr. 14O8 31 s. 1 p.pay.

* 3O aug. 1411 3 £ 6 s. 7 p.pay.

* 18 jan. 1413 23 s. 8 p. 1 hallinc pay.

* 3 okt. 1413 33 s. 8 p. 1 hallinc pay. (RA. 5O f. 138v.).

* een pandrente van 27 s. 4 p.pay., afkomstig van Philips Andriesz. (zie ald.), op een huis en erf te Leiden, voor memoriediensten overgedragen aan St.Pancraskapittel 3 sep. 1432 (Ke. 416 f. 83v.-84).

* 3O s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht, door hem 8 mrt. 1436 overgedragen aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 416 f. 92v.-93).

* 18 nov. 1418 4 s.g.g. met 1/2 houde op een huis en erf aan de Maarsmansteeg, 3 sep. 1432 overgedragen aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 57O, 416 f. 83v.-84).

borgstelling: * 22 juli 14O3 Kerstant Willemsz. (Secr. 2O f. 14).

* 1O nov. 1412 Gerrit van der Aer (Secr. 2O f. 44v.).

* 14 nov. 1413 Herman IJsbrandsz. (Secr. 2O f. 47).

* 29 nov. 1413 Gijsbrecht Pietersz. (Secr. 2O f. 47).

varia: pachter van de tiende van Zoeterwoude 14O3 (GvH. 148O f. 1O), van die van Kerkwerve en Oestgeest 14O8 (GvH. 1484 f. 11).

familie: zoon van Jacob Foijtgensz. (Ke. 2O3 f. 22v., Blok, Hollandsche stad, I 325 en 396). Deze zal een broer zijn geweest van Ave Foijtgensdr., weduwe van Philips Andriesz. Dirk was haar erfgenaam (zie Philips Andriesz. c.s. en Ke. 416 f. 83v.-84 en 92-93). tr. Aleid, ovl. 13 nov. 1435, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 92v.). Kinderen (Ke 418 f. 116):

1. Jacob

2. Dirk

3. Femeins

4. Geertruud

5. Ave, tr. Gerrit die Bruun Jacobsz. (Ke. 418 f. 121v., zie Die Bruun IV).

6. Margriet

7. Hillegond.

 

 

PIETER JACOB(SZ.: vgl. patronym van zijn zoon en dat van zijn broer)

functie: schepen 141O-11.

woonhuis: woonde 25 aug. 1439 te Sibculo bij Deventer, in het cistercienzerklooster ald. (Klo. 1469 f. 5O).

molen: een 1/2 molen aan de Vliet te Leiden, Palensteijns leen (vgl. het bezit van zijn schoonvader Simon Bort en dat van zijn vermoedelijke kleinzoon, Simon Bort Jacobsz.; Kleijntjens, 'Een molen op den Vliet', 1-3).

landbezit: * 15 1/2 morgen land aan Rijnegommer watering onder Zoeterwoude, Palensteijns leen, vestigde hierop 14 dec. 1423 t.b.v. het klooster Marienhaven te Warmond - omwille van zijn zoon Aarnd, zeer wrsch. broeder ald. -, 5 Wilhelmus gouden schilden (met instemming van de leenheer); inmiddels was de rente door Pieters broer Huge Jacobsz., burger van Deventer, reeds 15 apr. 1423 overgedragen. Ontving het leen 13 mrt. 1427 ten eigen en verkocht het 22 mrt. 1427 aan het klooster Marienhaven (1 mrt. 1429 deed zijn echtgenote afstand van dit land en beloofde het klooster vrijwaring van Pieters schulden; Klo. 1469 f. 25v., 27, 29v., 3O en 32).

* land aan Rijnegommer wetering met huis, te Zoeterwoude, 1 aug. 1439 door zijn zoon Aarnd overgedragen aan het klooster Marienhaven te Warmond (Klo. 1469 f. 49v.).

familie: zijn broer Huge noemde IJsbrand van der Laen 15 apr. 1423 neef (Klo. 1469 f. 25v., zie Willem Luutgardenz. c.s.); tr. Bartraad, bast.dr. van Simon Bort (zie ald.). Zoon:

1. Aarnd Pieter Jacobsz.z., broeder, aanvankelijk wrsch. bij de cistercienzers te Warmond, 1-25 aug. 1439 verm. te Sibculo (Klo. 1469 f. 49v.5O).

Een kleinzoon van Pieter Jacob en Bartraad Simon Bortsdr. was hoogstwrsch.

Simon Bort Jacobsz., verm. 1467 (Kleijntjens, 'Molen op den Vliet', 3).

 

 

EVERARD JANSZ.

ovl. 3 apr. 1367, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 4v.).

rentebezit: * 4 feb. 1356 3 £.g.g. op de Peelgrijmszate te Alkemade, door schoonzoon Matthijs Matthijsz. 28 juli 1374 aan St.Pancraskapittel overgedragen voor memoriediensten en ter completering van de prebende door Everard Jansz.'s echtgenote gesticht (Ke. 493 f. 47v.-48; Ke. 415 f. 3Ov.).

* 1 apr. 1361 1O s.g.g. op een huis en erf te Leiden, door zijn weduwe 27 mrt. 1368 overgedragen aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten ingevolge haar mans testament (Ke. 493 f. 47 en v.; Ke. 415 f. 4v.).

* 6 jan. 1367 22 s.pay. pandrente op een huis en erf aan de Breestraat, door zijn schoonzoon Matthijs Matthijsz. ingevolge testament van Everards echtgenote overgedragen voor memoriediensten aan St.Pancraskapittel (12 juni 1374; Ke. 415 f. 19 em v., 493 f. 47v.; 415 f. 19).

borgstelling: * 16 aug. 1364 Everard Dirksz. (Secr. 19 f. 1v.).

* 3 mei 1365 Geerland Pietersz. (Secr. 19 f. 3).

* 8 aug. 1365 Jacob Tul, van Koudekerk (Secr. 19 f. 4).

* 18 juli 1366 Erkenraad, weduwe van Screvel die Bruun en kinderen (Secr. 19 f. 7v.).

* 22 aug. 1366 Gerrit en Jan Louwen zwaghersz. (Secr. 19 f. 8v.).

familie: zoon van Jan Louwen swagher (verm. 1 febr. 1338) en Geertruud (was 12 mei 1347 weduwe), broer van Gerrit, Jan, Everard, Louwe, Beli, Femeijnse en Erkenraad (Ke. 493 f. 47v.; W. 1 f. 9v.; zie ook hoger de laatste drie borgstellingen). tr. Diedewi; zij stichtte 1369 St.Jan Evangelistprebende in St.Pancraskerk (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 83);

eerste bedienaar werd heer Willem Simonsz. (zie Willem Luutgardenz. c.s.);

ovl. 17 juli 1369, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 19). Claas Jansz. Vos verkocht haar 17 jan. 1368 2 1/2 morgen land te Leiderdorp, tussen Zijl en Mare (Ke. 493 f. 65). Kinderen:

1. Katrijn tr. Matthijs Matthijsz. (Ke. 493 f. 48, 416 f. 33, zie

Matthijsz.).

2. Heer Willem Vlaminck Everardsz. (Ke. 415 f. 3Ov.).

ovl. 16 jan. 137O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 415 f. 3Ov.).

functie: priester, kanunnik van St.Pancraskapittel (Ke. 416 f. 33).

rentebezit: 1 £.g.g. op land te Alkemade, nagelaten aan St.-Pancraskapittel (Ke. 415 f. 3Ov.).

 

GERRIT JANSZ.

functies: gasthuismr. 1353-54, 61-62, geestmr. 1354-55, 55-56. 

 

HUGE JANSZ.

functies: schepen 1363-64, 68-69, 69-7O; geestmr. 1366-67.

varia: zegel: een andrieskruis met een ster in het schildhoofd (Ke. 668, 26

okt. 1369).

 

 JAN VAN LEIJDEN CLAAS JANSZ.Z.

functie: burgemr. 1389-9O, 9O-91.

 

 CLAAS JANSZ.

functies: schepen 1353-54, 61-62; geestmr. 1356-57 (sinds juli-aug.); gasthuismr. 1363-64, 64-65.

varia: deze Claas Jansz. kan dezelfde zijn als Claas Jansz. van Berkenrijs (ovl. voor 8 aug. 138O, RA. 2a f. 48v.; Ga. 455 f. 67 en v.), maar evengoed kan Claas Jansz. staan voor Claas Jan Vockenz. (zie Jan Voc c.s.).

familie: was Heijn Huge zoon van deze Claas Jansz.? (zie ald.).

 

COEN JANSZ.

functie: schepen 1413-14.

 

 

REINER JANSZ.

beroep: indien dezelfde: viskoper (3 okt. 1373, toen erkende hij Dirk Jacobsz. 1 £.g.g. met houde schuldig te zijn op een huis aan de Rijn naast St.Catharinagasthuis en van deze gekocht, Ga. 455 f. 11).

landbezit: * land te Zoeterwoude, gemene voor met dat van Willem Jan Willemsz. gelegen, verm. 3O sep. 1389 (Ke. 322 f. 12).

* land te Hazerswoude, gemene voor met Willem Jan Willemsz. gelegen, verm. 3O sep. 1389 (ibidem).

borgstelling: (wrsch. hij) 5 juli 14O2 Hildebrand Beunenz. (Secr. 2O f. 1Ov.).

familie: tr. Geertruud Jan Willemsz.dr., ovl. tussen 18 feb. 144O en 5 juli 1446 (Ga. 44O f. 27v., Klo. 6O3, Ke. 416 f. 49, Secr. 19O1; zie Willem Jan Willemsz.z.). Kinderen:

1. mr. Jan Reinersz.

functie: priester (Ga. 44O f. 27v.), 1e bedienaar van St.Pietersvicarie in St.Pieterskerk, 1389 gesticht door zijn grootouders (Ke. 322 f. 12,

zie Willem Jan Willemsz.z.); medicus van de graaf, verm. 6 juni 1397 (GvH. 228 f. 244); 27 aug.-21 okt. 1412 procurator van de Anglicaanse

natie te Parijs en een der regenten sedert 24 sep. 1412 (Denifle, Auctarium, II 124, 37, 39; 126, 23-27; 13O, 6-17; 127, 9-1O e.v.); proost van

Zinnik (Soignies), verm. 16 mrt. en 6 juli 1413 (Rek. Lei., I 239, 241).

varia: kreeg van de graaf om dienst wille voor het leven 6O Holl. schilden uit de tol te Geervliet (GvH. 228 f. 244).

2. Heer Willem Reiniersz.; priester, broeder van de Duitse Orde (Ga. 44O f. 27v.).

3. Jonge mr. Jan Reinersz.; kanunnik te Middelburg (Ga. 44O f. 27v.); is hij de Jan Reinersz. die 12 sep. 1412 kanunnik was van de Hofkapel en optrad als sub-executor van de pauselijke tienden? (Rijnsburg 163).

4. Dirk Reinersz. (Ga. 44O f. 27v.)

ovl. voor 2O mrt. 1427 (Secr. 157O).

functie: kerkmr. van St.Pieter 1399-14OO.

woonhuis: aan St.Pietersnieuwsteeg (Secr. 157O)

landbezit: 2O okt. 14OO 2 maal 1O morgen land met huizen daarop, te Voorburg, grfl. leen, gekocht van de graaf; opnieuw beleend 12 apr. 14O5 (GvH. 228 f. 398v. en 23O f. 6).

familie: tr. Baarte (Secr. 157O). Kinderen:

a. Dirk Poes en:

b. Alijd, zij deelden 2O mrt. 1427 de ouderlijke nalatenschap (Secr. 157O en 19O1); Alijd tr. Huge van Houte (Secr. 19O1).

5. Claas Reinersz. (Secr. 19O1); zijn kinderen Jacob, Bertelmeeus en Jan worden 5 juli 1446 verm.(Secr. 19O1).

6. Lijsbeth tr. Wouter Hermansz. (Ga. 44O f. 27v.).

 

WALICH JANSZ.

beroep: won turf (De Boer, Graaf en Grafiek, 256).

woonhuis: aan de Nieuwe Rijn (althans, 12 juli 14O9 woonhuis van zijn weduwe ald., zij vestigde hier toen 1 1/2 nobel rente op t.b.v. mr. Gerrit Pieter Dirksz.z.; Ga. 456 p. 45). Verkoop van dit huis door zijn zoons Willem en Rutger 19 jan. 1414 (Ke. 1O32).

huisbezit: aan de Breestraat, hierop had de H.Geest 12 s. 11 p.g.g. rente, verm. 138O (W. I 31 f. 6v.).

landbezit: * (1O jan. 139O) 6 morgen land te Leiderdorp, eertijds gekocht van de graaf, afkomstig van wijlen zijn schoonvader Gerrit van Oestgeest; later in 139O beleend met ledige hand (GvH. 7O9 f. 8v. en 7O8 f. 5).

* 8 morgen 2 hond 2O gaard land te Zoeterwoude, voor 23 feb. 1382 verkocht aan Philips van Leijden; afkomstig van zijn schoonzuster Elsbina en zwager Aarnd Jacobsz. (Ke. 896).

rentebezit: 19 juli 137O 1 £.pay. op een huis en erf aan de Hooigracht (Ke. 416 f. 47).

familie: zoon van Jan Walichsz. en Elisabeth; kleinzoon van Walicht Dijaertsz. en Gertrudis (Ke. 416 f. 46v.). tr. Kerstine van Oegstgeest (zie Gerrit van Oestgeest Rutgersz. c.s.). Kinderen:

1. Adriaan Walichsz. ovl. 1412-13, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (9) f. 13).

functie: schepen 14O5-O6.

huisbezit: 14O1-O2 een huis en erf te Leiden; kocht de voorhuur af van St.Pieterskerk voor 5 s. 3 p.pay. (Ke. 323 (4) f. 12v.).

rentebezit: 12 aug. 1414 32 groten op de stove aan de Mare (RA. 5O f. 132).

varia: pachter van de gruit te Leiden 14O8 (GvH. 1484 f. 12v.); pachter van de smaltiende van Waddinxveen 14O8, van Hazerswoude 14O9, van Nieuwenbroek 1411 (GvH. 1484 f. 12; 1485 f. 15; 1487 f. 15v.).

2. Heer Willem Bort Walichsz. ovl. 13 juni 143O, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 6Ov.).

functie: priester (o.m. Ke. 416 f. 97).

3. Rutger van Oestgeest Walichsz.

functie: priester (o.m. Ke. 1O32).

huisbezit: * 13 nov. 142O een huis en erf aan de Vollersgracht (Ke. 1O35).

* een huis en erf aan het zuideinde van de Breestraat, verkocht 4 mei 1417 tegen 12 s. 1 p.g.g. rente en een voorhuur van 3O s. (Ke. 1O21).

landbezit: 13 nov. 1419-2O 3 1/2 morgen land te Gelderswoude (Ke. 1O35).

rentebezit: * 1 £.pay. op een huis en erf aan de Hooigracht, afkomstig van zijn vader, 23 sep. 141O aan St.Pancraskerk geschonken voor

memoriediensten (Ke. 416 f. 46v.-47).

* 9 aug. 1418 3 s.g.g. met houde op een huis en erf aan St.Pancraskerkgracht en:

* 9 aug. 1418 het recht van de houde op 5 huizen en erven aan de Middelweg, gekocht (Ke. 1O24).

* 13 nov. 142O renten op huizen en erven te Marendorp (Ke. 1O35; specificatie: zie Blijfhier).

4. Margaretha (Ke. 416 f. 46v.).

 

WILLEM JANSZ.

functie: geestmr. 1362-63.

Is hij dezelfde als Willem Jansz. van der Gheest?

 

 

WILLEM JANSZ.

functie: kerkmr. van St.-Pieter 1412-13.

 

 

PIETER JOSEPHSZ. C.S.

 

PIETER JOSEPHSZ.

ovl. na 21 nov. 1417 (Secr. 15O9).

functies: kerkmr. van O.L.V.kerk 1386, schepen 14OO-O1; homan van Overmare 1392 (Secr. 84 f. 272).

beroep: houtkoper (ca. 14OO, Ga. 444 f. 1Ov.-11).

woonhuis: in de Camp, te Marendorp, aan de straat bij de bruggen. Hierop rustte 42 s. 4 p.pay. rente, sinds 18 jan. 1382 in handen van St.Pancras- kapittel, kocht daarvan toen 27 s. 4 p.pay. af zodat 1O s.g.g. resteerde, deze erkende hij 3O apr. 1384 schuldig te zijn (Ke. 493 f. 71 en 75v., Rek. Lei., I 369).

huisbezit: * 19 juni 14O1 een huis en erf met steeg te Leiden, gekocht voor 44 £ (1 nobel voor 4 £ gerekend; RA. 5O f. 34v.).

* 9 feb. 14O4 een huis en erf te Leiden, waar hij reeds 2 renten op bezat (zie hierna; RA. 5O f. 43).

molen: bij de vest, verm. 1419 (Rek. Lei., I 354).

landbezit: * 14 nov. 14O2 1 morgen land aan de weg te Oegstgeest (Ke. 1423 f. 14).

* land te Oegstgeest, verm. 5 apr. 1416 (Ke. 322 f. 27).

* 8 hond 7 1/2 gaard land te Leider Mersch, Oegstgeest, in erfhuur gehouden van het klooster Leeuwenhorst, verm. 1414 (Lhorst. 2O f. 11).

rentebezit: * 14 mei 14O3 3O s.g.g. op en huis en erf te Leiden en:

* 17 dec. 14O3 31 s. 1O p. 1 hallinc g.g. op hetzelfde huis, dit huis kocht hij 9 feb. 14O4 (zie hoger; RA. 5O f. 43v.-44).

borgstelling: * 14 feb. 1381 Hendrik Jacob Odsiersz.z. (Secr. 19 f. 51v.).

* 22 jan. 1392 Jacob Willem Josephsz. (Secr. 19 f. 89v.).

* 24 dec. 14O3 Claas Goelofsz. (Secr. 2O f. 15v.).

* 12 nov. 14O7 Huge Dirksz., van Noordwijkerhout (Secr. 2O f. 26v.).

* 16 nov. 1414 Robrecht Jacobsz. (Secr. 2O f. 5O).

varia: Leids poorter 5 nov. 137O, met 25 £, borg stond Robbrecht IJsbrandsz., zijn oom (Secr. 19 f. 25).

familie: tr. Sophie (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 8v.). Zijn oom, vermoedelijk van moederszijde, was Robbrecht IJsbrandsz. (van der Mersche), deze werd 23 sep. 137O Leids poorter, samen met Jacob Jan Hobbenz.z. van der Mersche, borg stond Simon Bort; hij verkocht 1O mei 1375 8 1/2 hond land onder Oegstgeest (Ke. 4OO, Oegstgeest 752, Secr. 19 f. 24v. en Ke. 757). Verm. van Pieter en zijn broer Philips 15 nov. 139O (RA. 2b p. 4).

Pieters ouders waren wrsch. eveneens te Overmare woonachtig (Ke. 4OO, Amb. hrlhl. Oegstgeest 752). Kinderen:

1. Geertruud (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 8v.).

2. Joseph Pietersz., volgt II.

3. Hildegond, tr. Hendrik die Bruun (zie ald. en NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 12v. en 42v.).

 

II. JOSEPH PIETERSZ.

ovl. voor 15 feb. 1429 (Ke. 1423 f. 14v.).

functies: schepen 14O7-O8, burgemr. 1411-12, kerkmr. van O.L.V.kerk 1411- 12; tijdelijk baljuw van Rijnland 14O8, baljuwsklerk 14O9 (zie hfdst. 6).

woonhuis: gezien zijn functie als kerkmr.: te Marendorp, evenals zijn ouders.

huisbezit: * een huis en erf aan de Middelste gracht (St.Joostgracht) verm. 3 sep. 14O9 (Ga. 456 p. 52).

* 1/4 van 1/2 huis en erf te Marendorp aan de straat, 21 nov. 1417 verkocht (Secr. 15O9).

landbezit: 8 hond 71 1/2 gaard land te Oegstgeest, samen met Hendrik die Bruun gehuurd van het klooster Leeuwenhorst (Lhorst. 2O f. 11 (1414) en volgende rek.; Secr. 1696).

rentebezit: * 2 1/2 nobel lijfrente, samen met zijn zoon Jan, t.l.v. de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 22).

* 2 1/2 nobel lijfrente als boven, samen met zijn dochter Geertruud (Secr. 513 f. 22).

borgstelling: * 26 juni 14O7 Claas Willemsz. van der Speck (Secr. 2O f. 26v.).

* 7 sep. 141O Jan Duker (Secr. 2O f. 38v.).

varia: zegel: een dwarsbalk over het midden van het schild, daar overheen een schuinbalk van rechtsboven naar linksonder (Klo. 1542, 11 mei 14O8); pachter van de Leidse hop en gruit 1413 (GvH. 1489 f. 14v.).

familie: tr. Alijd (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 38), ovl. na 15 feb. 1429 (Ke. 1423 f. 14v.). Kinderen (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 38):

1. Jacob, bezat met zijn moeder 1412-13 2 1/2 nobel lijfrente t.l.v. stad (Secr. 513 f. 22).

2. Jan, bezat 1412-13 met zijn vader 2 1/2 nobel lijfrente t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 22).

3. Philips

4. Geertruud, bezat met haar vader 1412-13 2 1/2 nobel lijfrente t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 22).

5. Ermgard, had met haar moeder 2 1/2 nobel lijfrente t.l.v. de stad (Secr 513 f. 22).

N.B. Samen bezaten zij land te Zoeterwoude 2 nov. 1413 (Nass. Dom. 6461 (44) f. 336).

 

 WILLEM UTEN CAMPE

functie: schepen 1321-22.

varia: zegel: 3 harten (2:1) met een sleutel in het schildhoofd (24 sep. 1321, Ke. 821).

familie: zijn kinderen zullen zijn:

1. Rutger Willemsz. uten Campe, bezat 2 nov. 134O 4 s.g.g. op een huis en erf aan de Oude Rijn, 16 mei 1347 overgedragen aan O.L.V.kerk (W. 1 f. 14v.).

2. Alijd Willemsdr. uten Campe, verm. als weduwe 7 mrt. 1372 (Ke. 894). tr. Wildijc. Zij schonken 28 jan. 1349 het St.Catharinagasthuis 15 s.g.g. rente op hun woonhuis en erf aan de Breestraat t.b.v. memoriediensten en behielden het vruchtgebruik daarvan. De H.Geest vermaakten zij op een huis en erf te Leiden 3O s.g.g. (W. 2 f. 18 en tafel). Een zoon van dit echtpaar was Claas Rogghenbroit Wildikenz. (vgl. voor deze en zijn nageslacht W. 1. f. 49v.); een dochter tr. Pieter Woutersz. (zie ald.).

 

Tot Willems nageslacht behoorde mogelijk:

 

WILLEM UTEN CAMPE

functie: burgemr. 1385-86, 86-87.

beroep: korenkoper (1382-83; Huffer, Bronnen, II 744).

landbezit: 8 hond 15 1/2 gaard land, die Gheer, te Oegstgeest bij Podikenpoel en 1 morgen 11 gaard, Aelwijns Venekijn, ald.; 18 mrt. 1387 aan de H.Geest verkocht (W. 1 f. 6Ov.).

  

VAN CATWIJCK

Voor de familiebanden met het geslacht Van Brabant zie ald. De hierna te noemen Hendrik Diddeboeij en Dirk Diddeboeij worden nogal eens evenals hun vader 'Diddeboeij' zonder meer worden genoemd, terwijl bovendien de schepen Dirk Diddeboeij gedurende zijn tweede ambtstermijn in 1369-7O, voorkomt als Hendrik Diddeboeij (het kan zijn broer Hendrik niet betreffen, die werd pas in mei 1369 poorter en zou dan kort nadien reeds een plaats in de schepen- bank hebben verkregen). We hebben gepoogd de gegevens bij de juiste perso-

nen te plaatsen, volledige zekerheid daarover valt echter niet te geven.

 

I. (HENDRIK) DIDDEBOEIJ(SZ.) (FLORISZ.) VAN CATWIJCK (GvH. 244 f. 4Ov. en Nass. Dom. 44 (6461) f. 346).

ovl. tussen 2 nov. 1365 en 18 nov. 1366 (W. 1 f. 5O en RA. 2a f. 28 d.i. Blok, Rechtsbronnen, 1O).

woonhuis: aan de Diefsteeg, vermaakte de H.Geest hierop 1 £.g.g. voor memoriediensten (W. I 31 f. 9v.; Kam, 'Memorieboek', 167). Katrine

Hendriksdr., zuster van Huge van Schoorl, had op zijn huis 5 s.g.g. rente (Ke. 493 f. 39; of op dat van zijn zoon Dirk?).

familie: door Katrine, weduwe van Gerrit Emmenz. 26 jan. 1355 neef genoemd (Ke 493 f. 31v.). tr. Badeloge, wrsch. dr. van burggraaf Philips van Wassenaer (Hoek, 'Wassenaar', 567; W. 1 f. 5O; Kam, 'Memorieboek', 167 en 197). 18 nov. 1366 kwam voor het Leidse gerecht een scheiding tot stand van haar mans nalatenschap tussen haar en haar kinderen (RA. 2a f. 28 d.i. Blok, Rechtsbronnen, 1O).

Kinderen:

1. Hendrik Diddeboeijsz. van Catwijck

functie: schout van Noordwijkerhout 22 april 136O (Lhorst. 1 f. 48v.), van Katwijk verm. 6 apr. 1361 - 26 nov. 1369, van Valkenburg 1368-69

(Rijnsburg 337, Lhorst. 1 f. 84, GvH. 1862 f. 2, Secr. 17O8); heemraad van Rijnland verm. 1375 (Hhr. Rijnl. 95O8 f. 14v.).

woonhuis: woonde 1375 te Leiden (ibidem).

landbezit: * 3 morgen land te Maasland (Anneboeijsweer), na 15 mrt. 1366 verworven, in leen gehouden van de burggraaf (Hoek, 'Wassenaar', 567).

* 28 juni 1369 9 1/2 morgen land (Het Rijnlant) te Oegstgeest, na betaling van 1OO £ beleend door de burggraaf. Er rustte 15 £ rente op

t.b.v. Badeloge, zr. van Dirk van Wassenaar en wrsch. zijn moeder (Hoek, 'Wassenaar', 567).

* land te Noordwijk, leen van de hofstad Liesveld, kreeg 2O jan. 1428 toestemming van zijn zoon Jan tot verkoop van dit land (Klo. 1OO6).

varia: verm. als knaap 13 aug. 1365 (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 16).

Leids poorter 16 mei 1369, met 2OO £ en Jacob Gerritsz. (wrsch. Emmenz.)

als borg (Secr. 19 f. 19). Zegel: 2 handen, een dwarsbalk, daaronder een hamer (26 nov. 1369, Secr. 17O8).

familie: zoon:

a. Jan Hendriksz., verm. 2O jan. 1428; noemde Floris Kercmansz. zijn oom (Klo. 1OO6).

2. (Dirk) Diddeboeij(sz.) van Catwijck

functie: schepen 1368-69 en 69-7O.

woonhuis: zijn huis verm. 3 okt. 1368 als belendend aan de Hogewoerd, achter: de Rijn (Ke. 415 f. 15v.; of betrof dit huis van wijlen zijn

vader?)

borgstelling: * 1 juni 1366 Jonge Pouwels en Willem Pouwels (Secr. 19 f. 7).

* 2 nov. 1368 Philips Dirksz. van den Veen (Secr. 19 f. 17).

* 24 nov. 1368 Dirk Hugenz. van Voorhout (Secr. 1O f. 17).

* 23 feb. 1371 Gijsbrecht Jacobsz. van Catwijc (Secr. 19 f. 26v.).

varia: zegel: 2 handen, een dwarsbalk, daaronder een hamer (8 nov. 1368, Ke. 517).

3. Pieter, stond 16 mei 1394 borg toen Jan Woijtkiin van Randerode poorter werd (Secr. 19 f. 1OOv.).

4. Beatrijs, verm. 3O sep. 1389; tr. Bartout (Gael) van Haesbroeck (Ke. 322 f. 11v.-12). Hij hield Haesbroeck in leen van de graaf sinds 8 nov. 1364, na ovl. van zijn vader Jan Gael (Thierry de Bye Dolleman, 'Gael',

46); ovl. in of na 1379 (W. I. 31 f. 2v.). Beatrijs tr. vermoedelijk 2e

Herman Willemsz. (zie Willem Luutgardenz. c.s.) en is wrsch. de Beatrijs van Haesbroeck die 14 sep. 1386 Leids poorteres werd met Jan Bartout van Brabant als borg (Secr. 19 f. 74v.).

Bastaarden: bij Beatrijs Jan Gisenz.dr.:

4. Jan, verm. 1353 (GvH. 244 f. 4Ov.).

bij Haaskijn Lou Vinkenzr.:

5. Katrijn, tr. Floris Maerlant verm. als wonende te Rijnsburg 9 nov. 1376 (Rijnsburg 128 f. 49).

 

MR. THOMAS COENRAADSZ. VAN KERSKEN (ook wel: VAN VOIR)

ovl. 23 sep. 14O9, begr. St.Pieterskerk (Ke. 416 f. 42, 323 (8) f. 13v.).

functie: priester, notaris, verm. als zodanig sedert 23 dec. 1367 (Rijnsburg 557), erekanunnik van St.Pancras verm. 1389-9O en 96;

ingeschreven aan de universiteit te Keulen (als docent) 1396, verm. Als magister in de artes ald. 1398 (Van Riemsdijk, Tresorie, 418; Keussen, Matrikel Koln, I 3O A, 1).

woonhuis: aan de Vollersgracht, bij St.Pieterskerk, verm. 2 sep. 1388 (Ga. 455 f. 14), achter belendend aan een huis en erf aan de Diefsteeg (6 dec. 1382, W. 2 f. 166).

landbezit: * 4 morgen land te Voorschoten, te Wadding aan de Rijndijk, leen van de Binckhorst, beleend door de graaf 1 juni 1353, vervolgens door de heer van de Binckhorst 1 juni 1355 (GvH. 7O7 f. 5v., Hoek, 'Rept. Binckhorst', 299).

* 3 morgen land aan een wetering te Waddingerbroek, Voorschoten, 8 aug. 14O7 t.b.v. zijn memorie overgedragen aan St.Pancraskapittel (Ke. 416 f. 42).

rentebezit: * 15 £.pay. lijfrente t.l.v. St.Pieterskerk, verm. sinds 1398-99 (Ke. 323 (1) f. 14v. en volgende rek.).

* 26 mei 14O2 5 Eng. nobel lijfrente t.l.v. de stad, gekocht voor 33 1/3 nobel.

varia: 17 mei 1374 betrokken bij een arbitraire uitspraak tussen de pastoors van Noordwijk en Rijnsburg en de abdis van Rijnsburg (Rijnsburg 558). Hertog Albrecht verzocht voor hem bij de paus om een beneficie, al dan niet met zielzorg, staande ter begeving van het kapittel van St.-Jan te Utrecht (Van Riemsdijk, Tresorie, 418).

familie: zoon van Coenraad Claasz. van Kersken (wrsch. ovl. voor 1 juni

1353 (GvH. 7O7 f. 5v.) en Eemse (Ga. 44O f. 31v.); zijn zr. was Remburg,

tr. Michiel (Ga. 44O f. 29).  

 

PHILIPS KERSTANTSZ.

functies: geestmr. 1355-56; gasthuismr. 1356-57.

 

WERMBOUD KERSTANTSZ.

functies: gasthuismr. 1418-19, 1419-2O, 142O-21; procurator van O.L.V.

Broederschap (29 aug. 1414, Rijnsburg 32O).

beroep: korenkoper (1418-2O, Ga. 334 (27) f. 24, 334 (28) f. 22v.).

woonhuis: voor 14O7-O8 in het wanthuisbon (Ke. 323 (7) f. 48v.).

rentebezit: 7 nov. 1415 25 £ licht geld op Philips Andriesz.'s huis en erf (1417 afgeschat; RA. 5O f. 173v.).

borgstelling: 8 dec. 14O7 Gillis Pouwelsz. (Secr. 2O f. 28v.).

familie: was hij een zoon van Kerstant Codde? (zie ald.)

 

FRANK CLAASZ.

functie: geestmr. 1395-96.

varia: wrsch. was hij 1397-98 pachter van de Leidse hopaccijns met Willem Bort Poesz. (Ga. 334 (4) f. 1O).

  

GOZEWIJN CLAAS(Z.)(HILLENZ.Z.)

functies: schepen 1387-88, 9O-91, 91-92; burgemr. 14O2-O3, 12-13; gasthuismr. 1389-9O, 9O, 92-93, 93-94, geestmr. 1394-95; kerkmr. van

St.Pieter 1398-99, 11 nov. 14O1-O2, O2, O7-O8, O8-O9 (tot 25 juli; werd hij vervolgens schepen?), O9-1O.

beroep: houtkoper (1394-14O4; Ga. 334 (2) f. 13v., 334 (5) f. 15v., 334 (6) f. 17, 334 (8) f. 2O, Ga. 444 f. 11, GvH. 147O f. 66v.-67, 1471 f. 65v.,

1472 f. 58v.). Had de beschikking over een bark, verm. 14O8 (Rek. Lei., I 2O8).

woonhuis: aan de Nieuwe Rijn bij de Wanthuisbrug (naar hem Goeswyn Claesz. brug genoemd) (Hamaker, Keurboeken 51 en 3O3; Van Oerle, Leiden, I 321).

huisbezit: 1394-95 een huis en erf, met voorhuur voor St.Catharinagasthuis, gekocht van Bertelmeeus van Zwieten (Ga. 334 (2) f. 8v.).

landbezit: * 14O1-O2 een uiterdijk (met daarop een rente voor St.Pieters-kerk (Ke. 323 (4) f. 12v.).

* 14O2-O3 een uiterdijk buiten Zijlpoorthuis, waarop een rente voor St.Pieterskerk (Ke. 323 (5) f. 17v.).

* 6 percelen land te Esselikerwoude en Oudshoorn, verkocht 29 feb. 1416 samen met Wermboud Marksz., Jacob Marksz. en Jan Claas Hendriksz.z. met wie hij het bezat (Secr. 1647).

* 1412-13 een erf in St.Pietershoeve, tussen Molengracht en Nieuwe Vollers gracht, 1413-14 in andere handen (Ke. 323 (9) f. 1O en 323 (1O) f. 9v.).

varia: zegel: de Leidse sleutels met een ster in het schildhoofd (Ke. 9OO, 2O feb. 1392); pachter van de Leidse wijnaccijns 1419 (Rek. Lei., I 323).

familie: zoon van Claas Hillenz. en Geertruud. Zijn broer was Allard, geh. m. Clare (Ke. 7 f. 59). Tr. 1e Jutte (Ke. 7 f. 1O; Ga. 44O f. 13v.); tr. 2e Katrijn, zij kocht evenals haar man 14O3-O4 een kerkstoel in St.Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 14v.).

Vollersgracht, 1413-14 in andere handen (Ke. 323 (9) f. 1O en 323 (1O) f. 9v.).

varia: zegel: de Leidse sleutels met een ster in het schildhoofd (Ke. 9OO, 2O feb. 1392); pachter van de Leidse wijnaccijns 1419 (Rek. Lei., I 323).

familie: zoon van Claas Hillenz. en Geertruud. Zijn broer was Allard, Clare (Ke. 7 f. 59). tr. 1e Jutte (Ke. 7 f. 1O; Ga. 44O f. 13v.); tr. 2e Katrijn, zij kocht evenals haar man 14O3-O4 een kerkstoel in St.Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 14v.).

  

JACOB CLAASZ.

functie: gasthuismr. 1369-7O, 1371-72.

Of is hij dezelfde als Jacob van der Hant Claasz.? (zie Van der Hant III).

 

LOUWERIS CLAASZ.(VAN DER BEKE, Ke. 896).

functie: gasthuismr. 25 juli 14O6-O7; homan van het Gasthuisvierendeel vanaf 1392 en opnieuw sinds 14O4 (Secr. 84 f. 27Ov. en 272v.).

beroep: houtkoper (14O5-14; Ga. 334 (13) f. 17, 334 (16) f. 26, 334 (17) f. 23, 334 (19) f. 23v., 334 (21) f. 23v.).

woonhuis: in het Gasthuisvierendeel (Secr. 84 f. 27Ov.).

landbezit: * 3 1/2 morgen 9 gaard land in Coenencamp, Oegstgeest, waarvan 1 1/2 morgen in Ghibencamp, het laatse perceel verwierf hij door huwelijk.

Ontving 3 okt. 1379 toestemming van de abt van Egmond tot verkoop van de 2 morgen, tot dan leenland. Verkocht e.e.a. 13 mei 138O aan Philips van Leijden (Ke. 493 f. 2Ov.-21).

rentebezit: * 1 £.g.g. rente, 14 apr. 1388 samen met Jan Dirk Nuweveensz. en Lijsbeth Jacobsdr., allen erfgenamen van Jacob Florisz., verkocht (W. 1 f. 63v.).

* 31 mrt. 1396 1 £.pay. op en huis en erf in Gerrit Alewijnsz.steeg (d.i. 1513: O.L.V.steeg), met zijn zoon Jacob 23 sep. 1418 aan St.Catharinagast-huis overgedragen (Ga. 456 p. 14-15).

varia: werd 27 dec. 1373 Leids poorter met 26 £, afkomstig van Lisse, met Hendrik die Stigher als borg (Secr. 19 f. 37); opnieuw 19 apr. 1379 met 24 £ borg: Simon Rondiel en 25 apr. 1379 met 2 £ en dezelfde borg (Secr. 19 f. 47 en v.).

familie: missch. verwant met Claas van der Beke, gegoed te Velsen (GvH. 228 f. 391); deze of een andere Claas was 24 nov. 1384 overleden en had land bezeten in de Hoge Waard te Koudekerk a.d. Rijn (Hoek, 'Rept. Poelgeest', 175). tr. Catharina, dr. van Jacob Florisz. (zie land- en rentebezit). Zij kocht 14O3-O4 2 kerkstoelen in St.Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 14). Zoons:

1. Claas Louwerisz.

beroep: houtkoper (1414-2O, Ga. 334 (21) f. 23 en v., 334 (2) f. 2v., 334 (24) f. 26v., 334 (25) f. 3Ov., 334 (27) f. 28, 334 (3O) f. 6).

woonhuis: in St.Pietersparochie 14O6-O7 (Ke. 323 (7) f. 17).

familie: kinderen:

?a.Louweris Claasz., tr. Claar Jacobsdr., zij vermaakten elkaar 24 juli 1423 de lijftocht van een woning en 7 morgen aan de A te Alkemade (of betrof dit zijn grootvader in een 2e tr. ?).

?b.Ermgard Claas Louwerisz.dr.

woon(?)huis: aan de Diefsteeg, hierop bezat de H.Geest in 138O 1O s. pay. (W. I 31 f. 9v.); tr. wrsch. Claas Bazelisz. (zie ald. en Ke. 7 f. 73).

2. Jacob Louwerisz. (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 29).

functie: schepen 1415-16, 16-17.

beroep: houtkoper (1415-2O, Ga. 334 (23) f. 22v., 334 (25) f. 3Ov., 334 (27) f 28, 334 (2O) f. 26, 334 (3O) f. 6) en drapenier (vgl. raambezit).

huisbezit: een huis te Zevenhuijsen, Leiden bezeten met zijn zwager Jacob Willemsz., afkomstig van zijn echtgenote (DuO. 1978 f. 29v.).

landbezit: 17 mei 1419 land aan de Zijl, strekkend uit de Rijn, te Leiderdorp verkregen na scheiding met zijn zwager Jacob Willemsz. (zie

Blijfhier, Ke. 1O35).

* 1417-18 1 raamstede gehuurd van St.Pieterskerk tegen 16 s.pay. (Ke. 323 (11) f. 11v.).

rentebezit: * 9, 15 en 15 s.g.g. met houde op 3 huizen erven te Zevenhuijsen (Grisoord), samen met zijn zwager Jacob Willemsz. 25 sep.

1417 aan de St.Pieterskerk verkocht, door huwelijk verkregen (DuO. 1978 f. 29v., zie Blijfhier).

familie: tr. Ermtruud (NH. Kerkvoogdij B 1 2O32 f. 29), dr. van Jan Blijfhier (zie ald.), ovl. voor 17 mei 1419 (Ke. 1O35).

 

Tot dit geslacht behoorden vermoedelijk:

1. Katrijn Jacob Louwerisz.dr., die 14O3-O4 een kerkstoel kocht in St.Pieterskerk (Ke. 323 (5) f. 14v.) en :

2. Heer Louweris Claasz.

functie: priester, vicaris van een der kapelanieen gesticht door Trude, weduwe van Boudijn van Zwieten, verm. 1391-92 (in 1399-14OO heer Jacob Hongher in zijn plaats, Rek. Lei., I, 38, 126).

 

CODDE

 

I. KERSTANT CODDE

rentebezit: wrsch. van hem afkomstig: 1 £.pay. op een huis en erf aan Hogelandskerkgracht, door zijn zonen Willem en Gerrit 25 mei 1378 aan St.Pancraskapittel geschonken voor memoriediensten (Ke. 415 f. 56).

borgstelling: * 26 juli 1365 Bazelis Codde (Secr. 19 f. 4).

* 4 jan. 1368 Jan Dirksz., van Oudshoorn (Secr. 19 f. 13).

* 29 dec. 1371 Clemens Jansz., van Nieuwkoop (Secr. 19 f. 29).

familie: tr. Alijd, zr. van Stefanie, Gerrit Goedes echtgenote (Ke. 415 f. 56, 416 f. 5Ov., 418 f. 55v., zie Dammas Zegersz. c.s.). Kinderen:

1. Willem Kerstantsz., volgt IIa.

2. Reiner Kerstansz. (DuO. 1978 f. 61).

functies: grfl. klerk van de kost 1393-14O1 en O3-O4; mr. van het lardier sinds 14O1 (zie hfdst. 6); gasthuismr. 141O-11, 11-12, 15-16,

17-18; kerkmr. van St.Pieter 1412, 13-14, 14-15; burgemr. 1412-13.

woonhuis: in het Wanthuisvierendeel (14O7-O8, Ke 323 (7) f. 48v.).

landbezit: land aan Doedijnslaan te Wassenaar, samen bezeten met Zeger Dammasz., zijn neef (zie Dammas Zegersz. c.s.); beloofde vrijwaring toen Zeger zijn deel 23 sep. 1413 verkocht (DuO. 1978 f. 61).

rentebezit: * 16 jan. 1391 1 £.pay op een huis en erf aan de Oostgracht, 23 okt. 1393 aan St.Catharinagasthuis overgedragen (Ga. 455 f. 17).

* 26 okt. 14O1 1 hoet tarwe p.j. uit de renten van Noord-Holland, verkregen bij zijn aanstelling tot levenslang mr. van het lardier (Van

Riemsdijk, Tresorie, 181).

3. Willem Codde, zie IIb.

4. Heer Gerrit Codde

functies: priester, doceerde te Parijs de artes 9 mei 137O (Denifle, Auctarium, I 356, 22-24); pastoor van Alphen, verm. 27 jan. 1371 en 25

mei 1378 (Brom, Bullarium, II 183, Ke. 415 f. 56).

opleiding: studeerde te Parijs de artes, studie voltooid 1368, licentiaat 29 apr. 137O, (Denifle, Auctarium, I 327, 44-46; 354, 33-36;

magister in art., verm. 27 jan. 1371 (Brom, Bullarium, II 183).

woonhuis: aan de Hooigracht, verkocht hierop 7 apr. 1396 een rente van 1O s.pay. (Ga. 455 f. 47).

varia: voor hem werd 27 jan. 1371 een beneficie gereserveerd in de Paulusabdij te Utrecht (Brom, Bullarium, II 183).

5. Geertruud, ovl. 2 okt. 1411, begr. St.Pieterskerk; tr. Dammas Zegersz. (Ke. 416 f. 5Ov., zie ald.).

 

IIa. WILLEM KERSTANTSZ.

ovl. 14O1-O2, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (4) f. 13v.).

functies: geestmr. 1385-86, 86-87, 87-88, 88-89, 9O-91, 91-92, 92-93, 93-94, 96-97, 99-14OO, OO-O1; schepen 1397-98.

woonhuis: verm. als belender 14 mrt. 1396 aan de Roggenbroetsteeg (W. Afd.A pf. IV nr. 29); zijn weduwe woonde 1O juni 1416 aan de Nieuwe Rijn (Ke. 1O43).

rentebezit: * 6 juni 1368 1 £.pay. op 1/3 huis en erf aan de Hooigracht, 3 jan. 1369 overgedragen (W. 1. f. 31).

* 14 sep. 138O 14 s.pay. op een huis en erf aan St.Nicolaasgracht, 29 aug. 1399 overgedragen aan de H.Geest (W. 1 f. 85v.).

* 28 apr. 1385 4O s.pay. op een huis en erf aan de Breestraat, 21 apr. 1394 overgedragen aan de H.Geest (W. 1 f. 78v.).

* 1O dec. 1388 1 £.pay. op een huis en erf aan de Oostgracht en:

* 1 £.pay. op een huis en erf aan de Oostgracht, hoek Vledersteeg; deze beide renten droeg zijn zoon Jan Gode 26 jan. 14O3 over aan de H.Geest voor memoriediensten (W. 1 f. 95v.).

borgstelling: * 5 mei 1372 Gerrit Clemensz. en Willem Claassz. (Secr. 19 f. 3Ov.).

* 9 jan. 1385 Bertelmeeus Hermansz. (Secr. 19 f. 66).

* 8 okt. 139O Aarnd Dirksz. van Leeuwen (Secr. 19 f. 84).

* 16 apr. 1392 Bertelmeeus Dirksz. (Secr. 19 f. 9Ov.).

* 21 mrt. 1396 Walich Jansz. (Secr. 19 f. 1O8).

varia: zegel: de Leidse sleutels met ster in het schildhoofd (Ke. 653, 11 juni 1398).

familie: voor 11 okt. 1372 (Ke. 42O f. 33) Clemense (Femense), ovl. 1417-18, begr. St.Pieterskerk (Kam, 'Memorieboek', 16), Ga. 334 (25) f. 19v., Ke. 323 (11) f. 17); dr. van Zeger (zie Dammas Zegersz. c.s.). Zij kocht 14O3-O4 een kerkstoel in St.Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 14). Kinderen:

1. Alijd (Kam, 'Memorieboek', 16O), ovl. 1398-99, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (1) 1O).

2. Jan Gode Willem Kerstants.z.z. ovl. voor 29 mrt. 1436 (Voorne D f. 2O, zie Berwoud Willemsz.).

rentebezit: 1 Eng. nobel op een huis en erf in St.Pietershoeve, in de nieuwe vrijheid, afkomstig van zijn schoonvader; 21 mei 14O4 aan de H. Geest overgedragen (W. 1 f. 98).

familie: tr. Aagte, dr. van Berwout Willemsz. (zie ald.).

 

IIb. WILLEM CODDE

ovl. na 3 okt. 1416 (Secr. 1647).

landbezit: * 9 juli 1411 2O morgen land, te Oudshoorn, strekkend van de Nuwensloot tot de Swette, leen van de Binckhorst (Hoek, 'Rept. Binckhorst', 91).

* land te Oudshoorn, verm. 3 okt. 1416 (Secr. 1647).

borgstelling: * 12 jan. 1391 Aarnd Bostelmansz. (Secr. 19 f. 86).

* 8 mrt. 14O4 Frederik Willemsz. (Secr. 2O f. 16v.).

varia: beloofde 2 juli 1396 vrijwaring met en t.b.v. Gerrit Jan Dirksz. (Secr. 1466).

familie: kinderen:

1. Dochter tr. Gerrit; hun zoon Pieter Gerritsz., werd 9 sep. 1411 verm. (Hoek, 'Rept. Binckhorst', 91).

2. Dochter tr. Simon, hun dr. Machteld Simonsdr. tr. Huge Koenraadsz., verm. 24 okt. 144O (ibidem).

Bastaard:

3. Bazelis Codde, volgt IIIb.

 

IIIb. BAZELIS CODDE

ovl. na 9 sep. 1411 (ibidem).

beroep: veekoper (ca. 1388, Secr. 84 f. 4).

woonhuis: te Marendorp (1399-14OO, Rek. Lei., I 84; werd de Coddesteeg naar

zijn familie genoemd?).

varia: werd 26 juli 1365 Leids poorter met 16 £ en Kerstant Codde als borg

(Secr. 19 f. 4); opnieuw poorter 2 juni 1376 met 2O £ en Willem Reinersz.

als borg (Secr. 19 f. 42v.).

familie: tr. ? Aagte (Ke. 7 f. 73). Kinderen:

1. Claas Bazelisz.

landbezit: * 16 aug. 1388 een erf in de Herencamp, gekocht van de Duitse Orde, die er een rente op behield (DuO. 1978 f. 25).

* 1398 een erf in St.Pietershoeve tussen Hoeflaan en Vliet, gekocht van Jan Blijfhiers kinderen; hierop had St.Pieterskerk een rente met houde; 14O7-O8 in andere handen (Ke. 323 (4) f. 11v. en volgende rek.; 323 (7) f. 11v.).

familie: tr. wrsch. 1e Ermgard Claas Louwerisz.dr. (zie ald. en Ke. 7 f. 73); tr. 2e Duve (ibidem).

2. Thomas Bazelisz., priester (ibidem).

3. Gerrit Bazelisz. (ibidem).

4. Willem Bazelisz. (ibidem); tr. Alijd, verm. 29 mrt. 1416 (RA. 5O f. 164). Zoon:

a. Claas Willem Bazelisz.z., verm. 29 mrt. 1416 (RA. 5O f. 164).

 

PIETER COKENAEDSE

ovl. na 5 jan. 1337 (Ke. 493 f. 39v.).

functie: schepen 1322-23.

landbezit: * 29 apr. 1321 6 1/2 morgen land te Zoeterwoude, aan Rodenburger wetering en Rijndijk, samen met Huge van der Bregghe bezeten, door hen van Dirk van Zwieten gekocht en van de graaf ten eigen ontvangen (GvH. 242 f. 17v., Van Kan, 'Van Zwieten', I 48).

* een boomgaard te Leiden achter St.Pieterskerksteeg, verm. 21 okt. 133O (W.1 f. 6v.).

* land te Leiderdorp, voor 24 juli 1341 verkocht (Nass. Dom. 44 (6461) f. 322v. en 383).

rentebezit: * 9 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 2 s.g.g. als boven;

* 5 s.g.g., wrsch. op een huis en erf aan de Breestraat.

Deze renten verkocht hij 5 jan. 1337 (Ke. 493 f. 39v.).

familie: dochter:

1. Vocke, verm. 23 mrt. 1337 met een huis en erf aan de Breestraat of Vollersgracht (Ke. 493 f. 4Ov.).

 

 

COMAN PHILIPS

functie: geestmr. 1342-43, 47-48 en 48-49.

beroep: gezien zijn naam koopman.

woonhuis: aan de Vollersgracht (verm. 23 mrt. 1337, Ke 493 f. 4Ov.). Hierop vestigde hij een rente van 1O s.g.g. t.g.v. de H.Geest voor

memoriediensten; dit huis was 138O in handen van Floris Gijsbrechtsz. (W. I 31 f. 8v.; Kam, 'Memorieboek', 19O).

familie: verm. van zijn zwager of schoonzn. Pieter Claasz. 7 nov. 136O als belender met land aan een uiterdijk, wrsch. te Leiderdorp (Ga. 455 f. 13v.).

  

JAN COMAN

ovl. voor 17 jan. 1431, begr. St.Pieterskerk (Ke. 7 f. 94).

functie: kerkmr. van St.Pieter 1414-15, 17-18.

beroep: drapenier (14O4-O5, GvH. 1259 f. 22v.).

landbezit: 14O1-O2 1/2 raamstede, gehuurd van St.Pieterskerk (Ke. 323 (4) f. 8v. en volgende rek.).

rentebezit: 2 1/2 nobel 27 groten lijfrente t.l.v. de stad, samen met zijn vrouw, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19).

familie: zoon van Jacob Coman en Volkwijf (Ke. 416 f. 48v.); missch. verwant met heer Gerrit van Hilleghom, met wie hij gezamenlijk 24 mrt. 1411 een hoogtijd op Elfduizend Maagdendag besprak, alsmede memoriediensten (Ke. 7 f. 88v.). tr. Katrijn, ovl. na 17 jan. 1431 (Ke. 7 f. 94).

 

GERRIT COPPAARTSZ.

functie: geestmr. 1368-69.

missch. een zoon van Coppaart den Valkenair (zie ald.).

 

DANIEL COPPENZ.

ovl. tussen 17 feb. 1356 en 19 nov. 1358 (W. 1 f. 48 en Ga. 786, vgl. ook Hoek, 'Wassenaar', 1O3).

woonhuis: te Marendorp aan de straat, bij Donkersteeg en Mare, voor 9 feb. 136O door zijn neef Jan van Santen Aarnd Coppenz.z. verkocht aan Michiel van der Heijde; dit perceel omvatte 3 hofsteden. Hierop hield Gerrit Heinenz. Rottier 4O s. rente met houde in leen van de burggraaf (Hoek, 'Wassenaar', 1O3; Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 31; zie Van den Hove).

Belender te Marendorp 17 feb. 1356 (W. 1 f. 48).

landbezit: * de Groete Weijde en het Smalle Weer te Zoeterwoude, met Jan uter Wike bezeten en voor 1O feb. 1345 verkocht (Ga. 784).

* 5 morgen 1 hond land (d.i. 1/2 van de Niedel) en een uiterdijk daarbij, te Zoeterwoude, voor 1O feb. 1345 gekocht van Jan van Egmond uter Wike (Ga. 784).

* 16 hond land aan de Leidse vaart te Zoeterwoude, samen met Aarnd Coppenz., zijn broer, bezeten; dit land was 19 nov. 1358 in handen van Jan van Santen, zoon van de laatste, die het verkocht (Ga. 786).

* land te Heemskerk, gepacht van de abdij van Egmond, verm. 1344-45 (Egmond 763 f. 56).

varia: pachter van de grfl. visserij tussen Leiden en Haarlem 1333, samen met Jan van den Rine (Hamaker, Rek. Holl., I 171).

familie: broer van Aarnd Coppenz., deze verbeurde voor 22 feb. 1339 Arnd Tsgravenwere te Hazers- en Zoeterwoude (1 morgen land, GvH. 218 f. 23).

Diens zoon Jan van Santen bezat goederen afkomstig van Daniel (zie hoger) en droeg 15 jan. 1359 renten over, 3 s.g.g. op zijn woonhuis te Marendorp, 3 s.g.g. op een huis en erf aan de Oude Rijn, 12 p.g.g. op 2 huizen en erven ald. en 24 s.g.g. op een kamer aan de straat van Marendorp, alsmede 5 s.g.g. op een huis en erf ald.; alles met de houde (Ke. 573).

 CRAUWEL

 

I. WILLEM CRAUWEL (OUDE CRAUWEL)

ovl. 17 dec. 1411, begr. St.Pancraskerk (Ke. 416 f. 51).

beroep: drapenier (zie raambezit).

landbezit: * 1/2 raamstede in St.Pietershoeve, met rente met houde t.g.v. St.Pieterskerk, verm. sinds 1398-99, voor of in 14O9-1O verkocht (Ke. 323 (1) f. 5v. t/m (8) f. 7v.).

* 14O2-O3 1/2 raamstede ald, gehuurd als boven, 141O-11 verkocht (Ke. 323 (5) f. 11 t/m (9) f. 7).

* 14O2-O3 1/2 raamstede ald., als boven, 14O9-1O na verkoop in andere handen (Ke. 323 (5) f. 11 t/m (8) f 7v.).

* 14O2-O3 1/2 raamstede ald., als boven, 14O9-1O na verkoop in andere handen (Ke. 323 (5) f. 11 t/m (8) f 7v.).

* 14O9-1O 1/2 raamstede ald., als boven (Ke. 323 (8) f. 7v.).

rentebezit: 16 feb. 14O9 1 nobel 69 bot op een huis en erf te Leiden,

afgeschat 11 okt. 1411 (RA. 5O f. 12O).

borgstelling: 5 mei 14O7 Jan Claas Diedenz.z. (Secr. 2O f. 26).

varia: 28 feb. 1394 poorter met 32 £ en Claas die Monnic als borg (Secr. 19 f. 1OO).

familie: zoons:

1. Dirk Crauwel Willemsz., volgt II.

2. Jan Willem Crauwelsz.; drapenier blijkens het bezit van 1/2 raamstede na zijn vaders ovl., in St.Pietershoeve; verm. 1412-13 en 13-14 (Ke. 323 (9) f. 7 en (1O) f. 7v.).

 

II. DIRK CRAUWEL WILLEMSZ. (WILLEM CRAUWELSZ. of JONGE CRAUWEL)

functie: schepen 1416-17.

rentebezit: 3 nobel lijfrente, samen met zijn vrouw, t.l.v. de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 2Ov.).

borgstelling: * 6 jan. 1416 Pieter Dirk Hendriksz.z. (Secr. 2O f. 54v.).

* 1 nov. 1416 Gijsbrecht Jacob Willemsz.z. (Secr. 2O f. 54v.).

* 24 dec. 1416 IJsbrand Gerrit Engelbrechtsz.z. (Secr. 2O f. 55).

varia: pachter van de hop 14O8 (GvH. 1484 f. 12v.).

familie: tr. 1e Bartraad (Ke. 416 f. 71v.); 2e Lijsbeth Aarndsdr. (Secr. 513 f. 2Ov.).

Kinderen:

1. Willem Crauwel

ovl. 29 nov. 1423, begr. St.Pancraskerk (Ke 416 f. 71v.).

woonhuis: aan de Hooigracht, verm. 12 feb. 1412 (Ke. 493 f. 91v.).

schenking: 3 nobel aan St.Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 416 f. 71v.).

familie: tr. Ermgard, ovl. na 29 nov. 1423, dr. van Dirk Geerlofsz. En Elisabeth (ibidem, 418 f. 67v.).

2. Jan Crauwel Dirksz. (Ke. 416 f. 71v.).

 

 

VAN LEIJDEN

 

I. AARND SNIDER

ovl. voor 2 nov. 13OO (Egmond 597); tr. ver Machteld, zij kocht 2 nov. 13OO een pachtgoed te Boschuijsen van de abdij van Egmond (ibidem). Machteld werd op St.Pieterskerkhof begr., dit graf kwam later binnen de kerk te liggen (zie hierna, de stichtingen van haar zoon Pieter). Een broer van Aarnd of Machteld was Dirk, door heer Pieter van Leijden oom genoemd (Ke. 322 f. 36). Kinderen (zie hfdst. 2):

1. Heer Pieter van Leijden, volgt IIa.

2. Jan van Leijden Aarndsz., volgt IIb.

3. Trude

landbezit: zij ontving uit de opbrengst van de verkoop van leenland van haar broer Pieter 7O £, waarvoor zij goederen kocht die zij van de graaf in leen ontving (ca. 1326), te weten: * 1O morgen 4O roeden land te Rijswijk * 7 morgen land te Voorschoten * 6 morgen 1 hond land ald. * 4 morgen 5 roeden land ald. * 4 morgen 5 roeden land ald. * 2 1/2 morgen land ald. * 1/2 morgen land ald. * 1/2 morgen land ald. Zij diende nog voor 44 s. 4 1/2 p. in leen op te dragen (GvH. 243 f. 5 en v.).

familie: tr. Dirk veren Bavenz. (zie Hoogstraat).

4. Machteld ovl. voor 19 mrt. 1349 (Ke. 322 f. 2v.).

landbezit: zij ontving evenals haar zr. 7O £, de goederen die zij daarvoor kocht en in leen ontving waren: * 17 morgen land te Koudekerk

a.d. Rijn * 3O morgen land te Rijswijkerbroek * 4 morgen land aan de Zijl in Warmonderbroek onder Alkemade (GvH. 7O9 f. 5v.).

familie: tr. Gerrit Alewijnsz. (zie ald.).

5. Gerrit, ovl. voor 9 nov. 1316 (Ke. 322 f. 36).

 

IIa. HEER PIETER VAN LEIJDEN.

ovl. voor 16 aug. 1323 (G.A. 's-Gravenhage, Arch. H.Geest 2 f. 172-174

d.i. RAZH, Fam. arch. De Riemer 28 p. 2-4).

functies: priester, hoofd van de grfl. kanselarij sinds 1299 en opnieuw vanaf 1316, tevoren wrsch. reeds grfl. kapelaan, rentmeester van Zeeland 13O8-16 (zie hfdst. 6); kanunnik van St.Pieter te Utrecht en St.Pieter Noordmonster te Middelburg, pastoor van Zoeterwoude en Benschop (Ke. 322 f.

1, Kruisheer, Oorkonden en Kanselarij, II 494).

woonhuis: een stenen huis aan de Breestraat, hoek St.Pieterskerksteeg, achter belendend aan de Vollersgracht, aan St.Pieterskerk geschonken onder voorwaarde van behoud van het huis in erfpacht voor hem en zijn moeder (? zij zou reeds ovl. zijn, zie Ke. 322 f. 1v.) tegen 1O s. p.j. Na zijn dood zou het huis zijn voor zijn broer Jan dan wel diens nageslacht of diens zusters Trude of Machteld. Bij dit huis behoorden enige huizen tot aan de Vollersgracht (Ke. 322 f. 36).

huisbezit: * houten huisjes achter zijn stenen huis (Ke. 322 f. 36).

* een huis te Zoeterwoude, 9 nov. 1316 vermaakt aan het beneficie van de pastoor ald.

* het huis te Leiden waarin zijn neef Aarnd de Smit woonde, bij testament van 9 nov. 1316 aan deze nagelaten, op voorwaarde van een huwelijk in overleg met hem, zijn broers of zusters (Ke. 322 f. 36).

landbezit: * 16 mei 1315 11O gemeten bedijkt land te St.Maartensdijk,

Zeeland, grfl. leen; verkocht door zijn erfgenamen voor 21O £ (GvH. 243 f. 5 en v.).

De nu volgende complexen vermeld in de overdracht door zijn executeurs-test. aan zijn vicarie±n (13 dec. 1333), missch. pas na zijn dood

aangekocht (NH. Kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7v.): * 5 morgen land in heer Dammashoeve, te Zoeterwoude tussen de stad en Rodenburger wetering (Ke. 493 f. 87 en v.).

* 2 1/2 morgen land ald. * 8 morgen land in Heijnenoirt onder Zoeterwoude.

* 8 morgen 2 hond land in Gerrit Diddenz.'s land te Zoeterwoude.

* 7 morgen land, Natalienland te Zoeterwoude.

* 14 morgen land te Zoeterwoude.

* 8 morgen land aan de Zijl (Sconevelt onder Leiderdorp?).

* 7 morgen te 'Sande'.

* 22 morgen 1 1/2 hond land te Rijswijk; over dit land rees in 1354 een conflict tussen de kapelaans van heer Pieters kapelanieen en Jan die Smit (GvH. 244 f. 48).

rentenbezit (Ke. 322 f. 1 e.v.; NH. kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7v.).: * 16 s.

op het huis met hofstede van Jacob van der Hant aan St.Pancraskerkhof (verm. 13 dec. 1333).

* 1 £ op een huis en hofstad achter Jan Grietenz.'s huis aan de Breestraat.

* 4 s. op Willem Jans Mansz.z.'s huis en hofstad.

* 25 £ Holl. rente uit de lentebede van Hazerswoude, verm. 1317 (Hamaker, Rek. Holl., I 66).

stichtingen: 4 kapelanieen in St.Pieterskerk, gewijd aan God, de Drievuldigheid, O.L.V. en St.Pieter. De collatie zou zijn voor de bezitter van

zijn stenen huis (de eerste bedienaars zouden echter door zijn erfgenamen in onderling overleg worden aangewezen). Op zijn kosten diende een kleine uitbreiding van de kerk plaats te vinden, zodanig, dat ter plaatse een altaar kon staan en het graf van zijn moeder binnen de kerk kwam te liggen (Ke. 322 f. 1 e.v.) De vier kapelaans waren 13 dec. 1333 heer Jan Meijsenz., heer Jacob van der Hant, heer Gerrit Roggemostare en heer Gerrit Hoogstraat Pietersz. (NH. Kerkvoogdij B 1 2O31 f. 7v.).

varia: testeerde een eerste maal in Zeeland, een tweede maal 9 nov. 1316, hij wees toen tot executeurs-test. aan: heer Hendrik Spiker, heer Jan van Cloetingen, zijn neef, heer Jan Rutgersz., pastoor van de Westkerk van Wolfaartsdijk, Gerrit Alewijnsz. en Philips Heinenz., zijn neef (Ke. 322 f. 1 e.v.).

familie: Zie hiervoor onder zijn executeurs-test.; verder behoorden de bij zijn huisbezit genoemde Aarnd die Smit hiertoe evenals heer Hendrik Spiker (Ke. 322 f. 36).

 

IIb. JAN AARNDSZ. VAN LEIJDEN

ovl. dec. 1325 te Parijs (Smit, Rek. Holl. Inl., 132, 179).

functie: grfl. bottelier, verm. 13O6 en 1325 (zie hfdst. 6).

woonhuis: het stenen huis aan de Breestraat van zijn broer Pieter (zie ald. en vgl. zijn zoon Pieter).

huisbezit: 16 aug. 1323 11 huizen en erven te 's-Gravenhage, afkomstig van Dirk veren Bavenz., samen met Gerrit Alewijnsz. verkregen na panding i.v.m. een som gelds die Dirk veren Bavenz. heer Pieter van Leijden schuldig was en die Jan met Gerrit Alewijnsz. had vereffend; de huizen brachten 8 £ 18 s. Holl. p.j. op; er rustte een rente van 2O s. Holl. op t.b.v. Hendrik veren Bavenz. (RAZH, Fam. arch. De Riemer 28 p. 2-4 d.i. G.A. 's-Gravenhage, Arch. H.Geest 2 f. 172-174).

landbezit: * was in 1316 pachter van de grfl. hoeven te Leiden tegen 4 £ p.j. (Hamaker, Rek. Holl., I 78).

* 6 morgen 12 gaard land te Boschuijsen, in erfpacht gehouden van de abdij van Egmond, afkomstig van zijn moeder en na zijn dood in handen van zijn vrouw (zie hfdst. 2).

varia: 16 aug. 13O6 beleend door de graaf met een korentiende bij Leiden, na koop (GvH. 7O9 f. 12v.).

familie: tr. Alijd Heinendr. Rottier (zie ald.). Tot beider nageslacht behoorde Femense, tr. Frank Dirk Poesz. (Ga 44O f. 19; zie Rijswijc). Zij

bezat 1326-3O het volgende land: * 3 morgen 5 1/2 gaard aan de Leidse vaart te Zoeterwoude; * ten zuiden van de stad onder Zoeterwoude 5 morgen 7 1/2 gaard; * ten noorden van Rodenburger wetering 3 morgen 1 hond 1O gaard (in het voorgaande inbegrepen?); * bij de Heerweg tussen Leiden en Ter Wadding 3 morgen 6 gaard; * onder Boschuijsen 6 morgen 12 gaard (d.i. hoger genoemd pachtgoed van Egmond); * ten zuiden van Meerburger watering 3 morgen 4 1/2 gaard en * ten zuiden van de Zwiet 12 morgen 2O gaard (Ke. 493 f. 87-88).

Kinderen (o.m. Ke. 4O7 f. 111a, genealogie door Van Hout):

1. Pieter van Leijden, volgt III.

2. Hendrik Rottier Jansz..

ovl. 7 jan. 1376, begr. St.Pancraskerk (Van Kan, 'Van Zwieten', I 57).

functie: bottelier van Machteld van Voorne, verm. 7 feb. 1353 (Voorne 29 f. 75 en 71); kerkmr. 1367-68; burgemr. 1371-72.

woonhuis: aan St.Pieterskerkhof, naast de Begijnen. Dit huis was afkomstig van Trude weduwe van Boudijn van Zwieten en behoorde

oorspronkelijk voor de helft aan heer Huge van der Hant, diens aandeel kochten zij 2 feb. 1368 tegen 4O s.pay. rente (Ke. 9O2).

landbezit: * 3 jan. 1353 4 en 2 morgen land te Zoeterwoude, aan Rodenburger vliet, samen met Dirk van den Bosch, Dirk van der Dobbe en

Gerrit uten Hoflande gekocht (GvH. 244 f. 22).

* 4 jan. 1353 1/2 van 26 morgen land te Oudshoorn (GvH. 244 f. 21).

* 31 jan. 1353 2O morgen land te Koudekerk a.d. Rijn (GvH. 244 f. 28v.).

* 7 feb. 1353 7 morgen land te Koudekerk a.d. Rijn, Voorns leen (Voorne 29 f. 75 en 71).

borgstelling: 17 sep. 1364 Gijsbrecht Kevelair (Secr. 19 f. 1v.).

varia: trad 3 mei 137O op t.b.v. Dirk van de Werve en IJsbrand, kinderen

van zijn broer Pieter, vermoedelijk als voogd (Ke. 827).

familie: tr. na 3O mrt. 1359 Alijd Boudijnsdr. van Zwieten, die hij

tochtte aan zijn leengoed te Koudekerk a.d. Rijn (zie Van Zwieten).

3. Dirk Poes Jansz. van Leijden ovl. na 3 okt. 1388 (Secr. 19 f. 78v.).

functie: schepen 1348-49, 68-69, 7O-71, 72-73, 8O-81, 81-82, 82-83, 83-84, 84-85, 85-86; schout van Zoetermeer 1365 (Ke. 493 f. 69).

beroep: wijnkoper (1371-86, GvH. 1229 f. 74 en 126; 123O I f. 4O, 1231 I 84, 1234 I f. 69v., 1236 f. 75, 1237 I f. 67v., 1468 f. 34, 124O I f.

8Ov.); viskoper (1377-78, GvH. 1234 I f. 69v.).

woonhuis: bij het grfl. hof, 1 juli 1368 verkocht Bertelmeeus van der Bregghe een hierop gevestigde rente van 4 s.g.g. (Ke. 493 f. 44v.).

Verm. als belender in de Diefsteeg 31 dec. 1373 (W. 1 f. 132), bij de Troostbrug achter de grfl. boomgaard 1 jan. 1363 en 16 juni 137O (Ke.

415 f. 33v.).

huisbezit: een huis en erf aan St.Pieterskerkhof, hierop verkochten Jan van Meerburch en Dirk van der Graft 18 nov. 1371 een rente van 12 s.g.g. (Ke. 417 f. 151v.).

landbezit: * 31 jan. 1353 de helft van 3 weren land, totaal 4O morgen, in de Lage Waard te Koudekerk (GvH. 244 f. 28v.).

* 4 juli 1355 6 morgen land te Leiderdorp, grfl. leen (GvH. 244 f. 7Ov.).

* 2 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen, beleend na opdracht uit eigen 29 aug. 1367 (GvH. 226 f. 1OOv.).

* 1O morgen land te Stompwijk en de woning daarbij, door hem opgedragen t.b.v. zijn broer Jan (Nass. Dom. 44 (6461) f. 334v.-335).

* 16 aug. 1388 een erf in de Herencamp, gekocht van de Duitse Orde, die er een rente op behield (DuO. 1978 f. 25).

borgstelling: * 3 mrt. 137O Pieter Woutersz. (Secr. 19 f. 21).

* 26 apr. 137O Claas van de Werve (Secr. 19 f. 21v.).

* 5 mei 137O Aarnd Jansz. (Secr. 19 f. 23).

* 26 okt. 137O Philips Persoenresz. (Secr. 19 f. 27v.).

* 22 sep. 1371 Jan Dirksz., van Medemblik (Secr. 19 f. 28v.).

* 24 okt. 1372 Jan Femeijnsz. (d.i. Jan Stuijt Vos) en heer Jacob van der Woude (Secr. 19 f. 33v.).

* 9 nov. 1375 Wouter van Merensteijn (Secr. 19 f. 42).

* 15 aug. 1381 Claas Willemsz., van Zoetermeer (Secr. 19 f. 55).

* 4 mrt. 1382 Baarnd Claas Stevensz.z. (Secr. 19 f. 56v.).

* 19 sep. 1382 Colairt (Secr. 19 f. 59).

* 24 apr. 1383 Huge Screvelsz. (Secr. 19 f. 6O)

* 7 juli 1386 Jacob Dirksz., van Roelofarendsveen (Secr. 19 f. 74).

* 3 okt. 1388 Dirk Hendriksz. (Secr. 19 f. 78v.).

varia: 16 sep. 137O getuige bij het opmaken van de akte waarbij heer Floris van Alkemade en heer Philips Jansz. weigerden St.Pieterskerk over te geven aan de Duitse Orde (De Geer, DuO., 6O7).; 9 okt. 1385 schold hij zijn schoonzoon Jacob Ghisen alle verplichtingen kwijt die deze t.a.v. hem aangegaan was op land dat deze aan St.Pancraskerk verkocht en hij gaf toestemming tot de verkoop (Ke. 864).

familie: kinderen:

a. Jan Poes(z.) (Jansz.z.) (van Leijden).

woonhuis: in het Wolhuisvierendeel, verm. ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, I 324); op zijn huis en erf rustte 4 s.g.g. rente met houde t.b.v. Andries van der Burch, 1O s. 1 p.pay. pandrente t.b.v. heer Jan Hamer, een rente van 1 £ (sinds 16 nov. 1387), een pandrente van 15 s.pay. (van 21 jan. 1395) en een pandrente van 1O s. 1 p.pay. Dit huis werd door het gerecht 25 feb. 14O3 verkocht (RA. 5O f. 4Ov.). 3 jan. 1414 bezat hij een huis en erf aan de Oude Rijn, daarop rustte een rente van 5 s. g.g. met houde (Ke. 5O9).

rentebezit: 15 nov. 141O 3 Eng. nobel op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 115).

b. Machteld; zij kocht 14O3-O4 een kerkstoel in St.Pieterskerk, die werd betaald door haar nicht Machteld Pietersdr. van Leijden (Ke. 323 (6) f. 13). tr. voor 1375 tr. Jacob Ghisen; hij tochtte haar toen aan een hofstad in de Waalstraat (te Oegstgeest?) (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 55; Hoek, 'Wassenaar', 64O). Hij verkocht 27 mrt. 1383 1 1/2 morgen land (de Bredecamp) te Zoeterwoude; zegelde toen met een ankerkruis, rechtsboven een verkorte dwarsbalk met daarboven een onduidelijke figuur (Ke. 834).

 

III. PIETER VAN LEIJDEN.

ovl. tussen 4 feb. 1368 en 17 mrt. 137O (Ke. 322 f. 37v. en GvH. 226 f. 123v.).

functie: schepen 1359-6O, 6O-61; burgemr. 1364-65, 66-67.

beroep: wijnkoper? (indien hij identiek is met Pieter van Leijden, verm. 1349, RAGeld., Hert. Arch. 742 f. 14).

woonhuis: een stenen huis aan de Breestraat hoek St.Pieterskerksteeg, afkomstig van zijn vader; na zijn dood woonde zijn weduwe hier; hierop bezat St.Pieterskerk 1O s. rente (zie heer Pieter van Leijden; Ke. 322 f. 37 en GvH. 74O I NH. f. 46v.).

huisbezit: een huis en erf aan de Vollersgracht, 4 feb. 1368 in leen opgedragen aan St.Pieterskerk, te verheergewaden met 4 s. rente, dit omdat zijn stenen huis c.a. te weinig opbracht. Hij behoorde 1363 tot degenen die te Leiden hofstedehuur aan de graaf betaalden, voor welke hofstad is ons niet bekend (GvH. 19 f. 11v.).

landbezit: * ca. 9 morgen land te Koudekerk a.d. Rijn,

* 12 morgen 255 roeden land te Zwieten onder Zoeterwoude,

* 4 morgen land te Karsken onder Valkenburg,

* 5 morgen land wrsch. te Valkenburg, afkomstig van Nanne van Vorenbroek,

* 2 1/2 morgen land te Honselersdijk, gekocht van Dirk veren Bavenz. (met grfl. instemming 31 mei 1353 ten vrij eigen verkocht; GvH. 244 f. 37). Genoemde goederen ontving Pieter van de graaf in leen, zij waren gekocht met gelden verkregen uit zijn aandeel in de opbrengt uit de verkoop van land te St.Maartensdijk afkomstig van zijn oom Pieter van Leijden. Van zijn deel van 7O £ resteerde nog 34 s. 3 1/2 p. die hij met zijn moeder en de erfgenamen van zijn vader nog in leenland diende te beleggen (GvH. 243 f. 5).

* 6 morgen 12 gaard land te Boschuijsen onder Zoeterwoude, in pacht gehouden van de abdij van Egmond (zie hfdst. 6).

* 4 a 5 morgen land, de Cruijsmade aan Waddinger Vliet te Zoeterwoude, gekocht van Jan Gerrit Heinenz.z. (Rottier), in leen uitgegeven (Ke. 827); hij kocht missch. van deze ook de Oude Venne te Zoeterwoude (vgl. zijn zoon IJsbrand).

* 1O morgen land te Stompwijk en de woning daarbij, Polaans leen, na opdracht door zijn broer Dirk Poes (Nass. Dom. 44 (6461) f. 335).

* een kamp land op de Hogewoerd, bij de vesten, verm. 3O mei 136O; hij gaf hierin 11 apr. 1367 een hofstede uit tegen 22 s.pay. rente p.j., binnen een half jaar dienden hierop huizen te worden gebouwd waarop de rente zou worden gevestigd; zie ook rentebezit (Ke. 9O1 en 416 f. 8Ov.-81).

rentebezit: * 1 £.pay. op een huis en erf op de Hogewoerd in de camp, 16

jan. 1384 verm. in bezit van zijn erfgenamen (W. 1 f. 67).

* 1 apr. 1367 22 s.pay. ald. (zie landbezit).

varia: droeg 3O juli 1332 al zijn goed, eigen en leen, roerend en onroerend, op t.b.v. zijn ooms Gerrit Heinenz. Rottier en Gerrit Alewijnsz., om ze voor hem te beheren en ermee te handelen voor hem en zijn broer (Hendrik Rottier?), tot hij 2O jaar was (GvH. 243 f. 93); hij hield bij Leiden een korentiende in leen van de graaf, afkomstig van zijn vader (zie het leenbezit van zijn vader en zoon Jan).

familie: tr. Bartrade Hendriksdr. van Alkemade (zie ald.); hij tochtte haar 4 juli 1353 aan de mindere helft van zijn leengoed (GvH. 244 f. 4O); zij ovl. na 3O mei 1394 (Hoek, 'Rept. Hontshol', 249). Kinderen:

1. Jan van Leijden, volgt IVa.

2. Dirk van de Werve, volgt IVb.

3. IJsbrand van Leijden

ovl. na 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 42v.).

landbezit: * 3 mei 137O 4 a 5 morgen land, de Cruijsmade aan Waddinger Vliet, te Zoeterwoude, samen met zijn broer Dirk gekocht van Dirk van Hairlem Pietersz., die het van hun broer Jan in leen hield (ontvingen zij het ten vrij eigen of bleef het leenland? Ke. 827). Bezat wrsch. ook de Oude Venne te Zoeterwoude (zie landbezit van zijn dr. Sophie; dit land behoorde evenals de Cruijsmade oorspronkelijk aan Jan Gerrit Heinenz.z. (zie Rottier).

varia: was 137O wrsch. onmondig, toen zijn oom Hendrik Rottier voor hem optrad (Ke. 827).

familie: verm. als maag van vaderszijde van Floris van Rijsoorde 15 mei 1396 en 3 jan. 1397 (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.); tr. Alijd (Kam,

'Memorieboek', 214). Kinderen:

a. Sophie

ovl. voor 3 apr. 1428, begr. St.Pieterskerk (Ke. 416 f. 79, Kam, 'Memorieboek', 214).

landbezit: 1/3 van 6 morgen land (de Oude Venne) te Zoeterwoude, nagelaten aan haar tante Machteld (Ke. 416 f. 79).

familie: tr. Jan Hugenz. (Kam, 'Memorieboek', 214).

b. Pieter van Leijden (ibidem, 214).

4. Pieter van Leijden

landbezit: * 3 morgen 2 1/2 hond land te Oegstgeest, 19 juni 1382 verkocht aan de H.Geest, vrijwaring beloofden naast hem Jan van Leijden en Bertelmeeus van Zwieten (W. 1 f. 45v.).

* land te Zoeterwoude, verm. 9 okt. 1385 in een belending, samen met dat van Dirk van de Werve (Ke. 836).

borgstelling: 3 jan. 141O Claar Wouter Keijsersdr. (Secr. 2O f. 32).

5. Heer Gerrit Hoogstraat Pietersz.

ovl. 29 okt. 1388 tijdens studie te Heidelberg (Ke. 416 f. 11v.).

functie: priester, kanunnik van St.Pancraskapittel (Ke. 416 f. 11v.).

landbezit: * 2 1/2 morgen land te Zoeterwoude, samen met Jacob Ghisen bezeten en gemene voor gelegen met het land van de H. Kruis kapelanie te Alkmaar; door hen 9 okt. verkocht met consent van Dirk Poes Jansz. Van Leijden die Jacob Ghisen alle verband kwijt schold op voornoemd land (Ke. 836 en 864).

* land te Zoeterwoude, samen met Hendrik Rottier bezeten, belendend aan de Cruijsmade; verm. 3 mei 137O (Ke. 827).

schenking: het jaar van gratie van zijn prebende aan St.Pancraskapittel (Ke. 416 f. 11v.).

6. Hendrik Rottier

beroep: wijnkoper (14O9-1O, Ke. 323 (8) f. 22), drapenier (13O6-O9, Secr. 1381).

landbezit: land te Zoeterwoude, verm. 9 okt. 1385 samen met land van zijn broer Dirk in een belending (Ke. 836).

varia: was betrokken bij de moord op Jan Hellebreker (1392, Rek. Lei., I 15, Blok, Rechtsbronnen, 35).

familie: dochter:

a. Machteld, verm. 3 apr. 1428 in het testament van Machteld Pietersdr. van Leijden (Ga. 456 p. 19O).

7. Machteld, tr. Willem Foijtgen (Ga. 44O f. 19, zie Bort).

 

IVa. JAN VAN LEIJDEN

ovl. tussen 11 mei 1418 en 24 dec. 142O (Holl. Leenk. 384 f. 127; GvH. 712 f. 3v.).

functies: schepen 1379-8O, 93-94, 14O6-O7; burgemr. 1381-82; schout 1383;

gasthuismr. 1399-14OO, O1-O2, O2-O3, O3-O4, O4-O5, O5-O6, O6, O8-O9, O9-1O, 12-13, 14-15; kerkmr. van St.Pieterskerk 1397-98, 1413-14.

beroep: exploiteerde wrsch. een steenplaats (ca. 14OO, Ga. 444 f. 1Ov.);

won turf (zie landbezit).

woonhuis: het stenen huis aan de Breestraat, hoek St.Pieterskerksteeg, afkomstig van zijn vader (zie ald. en vergl. Lhorst. 1 f. 11Ov.); hierop had Pieter Jacobsz. 2O p. rente (Holl. Leenk. 384 f. 127).

huisbezit: een huis en erf aan St.Pieterskerkhof, verm. 2 apr. 1383-29 mei 14O5 (GvH. 67 f. 2; Ga. 455 f. 28 en 45v., 456 p. 41, laatste verm. betr. belending aan St.Pietersnieuwsteeg).

molen: Een 1/2 molen in St.Pietershoeve aan de Vliet, verm. 7 nov. 1398

(Kleijntjes, 'De molen op den Vliet', 1-2; Van Oerle, Leiden, I 192),

wrsch. gekocht van Simon Bort; voor het erf waarop de molen stond, ontving St.Pieterskerk een rente; dit erf en vermoedelijk de 1/2 molen, waren 1412/13 niet meer in zijn handen (Ke. 323 (1) f. 8 en volgende rek.; 323 (9)).

landbezit: * (wrsch. 17 mrt. 137O) 14 morgen land te Zwietersluis, Zoeterwoude, kreeg hiervan 26 dec. 1387 5 morgen ten vrij eigen en droeg in ruil op:

* 26 dec. 1387 5 morgen land te Groenendijk; gekocht van zijn broer Dirk van de Werve; beleend met ledige hand 139O (GvH. 226 f. 123v. en 268, Holl. Leenk. 7O8 f. 1O2bis).

* (wrsch. 17 mrt. 137O): 8 1/2 morgen land te Koudekerk,

* 5 en 2 1/2 morgen land te Valkenburg,

* 4 morgen 1 hond land te Katwijk en:

* 1 1/2 tot 2 morgen land aan de Leidse vaart te Zoeterwoude, alles in leen gehouden van de graaf, beleend met ledige hand 139O, verm. bovendien 13 mei 14OO (GvH. 226 f. 123v., 7O8 f. 6, 2OO f. 88v.).

* 22 aug. 137O 1O morgen land te Stompwijk en de woning daarop, Polaans leen, afkomstig van zijn vader (Nass. Dom. 44 (6461) f. 335).

* 6 morgen 12 gaard pachtland van de abdij van Egmond te Boschuijsen onder Zoeterwoude (zie hfdst. 3).

* 4 tot 5 morgen land, de Cruijsmade aan Waddinger Vliet te Zoeterwoude (in leen uitgegeven), afkomstig van zijn vader; gaf deze missch. 3 mei 137O ten eigen aan zijn broers Dirk en IJsbrand (Ke. 827).

* land op de Hogewoerd, afkomstig van zijn vader, verm. 8 dec. 139O (Secr. 84 f. 29Ov.).

* land te Oegstgeest op de Mersche, verm. 15 mei 1371 (Ke. 493 f. 63v.).

* 3 morgen 2 hond 8 roeden veenland tussen Zegwaard en Zevenhuizen samen met Hendrik Willemsz. voor 16 juli 1394 gekocht; erop rustte grfl. Erfpacht en lastgeld (GvH. 228 f. 133).

rentebezit: * een rente met houde op een huis en erf aan het einde van Huge Claasz.'s steeg van der Burch (van Floris Gijsbrechtsz., sinds 1O mei 1395 Claas Willemsz. Bort; GvH. 228 f. 169).

* 4O s.pay. met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 25 jan. 1395 (RA. 5O f. 8v.).

* 44 groten pay. op een huis en erf in het Nieuweland, verm. 26 feb. 1399 (Secr. 1529).

* 36 groten oude pacht op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 53).

* 12 p.g.g. op een huis en erf te Leiden, verm. 141O (RA. 5O f. 96).

* 32 groten met houde op een achterhuis te Leiden, verm. 14O9 (Secr. 84 f. 79 en v.).

* 22 s.pay. met houde, verm. 27 apr. 141O (is dit de rente op een huis en erf aan de Hogewoerd afkomstig van zijn vader en later in handen van zijn schoonzoon? RA. 5O f. 96v. en Ke. 416 f. 8Ov.-81).

* 9 okt. 141O 5 Eng. nobel (schuldbrief), afgeschat 1411 (RA. 5O f. 11O).

* 22 s.g.g. met houde, op Claas Jansz. Vos' huis en erf, 29 mrt. 1416 afgeschat (RA. 5O f. 137 en 139v.).

* 1 £.pay. met houde op een huis en erf, verm. 6 dec. 1416 (RA. 5O f. 156).

* 12 sep. 1415 3 s. 4 p.pay. pandrente op voornoemd huis en erf (RA. 5O f. 166).

* 1O sep. 1416 3 s. 4 p.pay. pandrente op voornoemd huis en erf (ibidem).

* 14 mei 1417 4 £.pay. op hoger genoemd huis en erf (ibidem).

borgstelling: 1 mrt. 1399 Gijsbrecht Dirksz. (Secr. 19 f. 111v.).

varia: zegel: 3 leeuwen (2:1), over het geheel een dwarsbalk met 3 sterren (Ke. 975, 24 jan. 138O); 17 mrt. 137O beleend met een tiende tussen Leiden en Rodenburgerlaan door de graaf; 139O beleend met ledige hand, verder verm. 13 mei 14OO; GvH. 226 f. 123v., 7O8 f. 6, 2OO f. 88v.); huurde de Leidse wijnkraan m.i.v. 2 feb. 1391 voor 2 jaar (Secr. 84 f. 326v. en 327).

Stond 18 apr. 1392 borg voor 1/3 voor Wolbrand Keijsersz. bij de verzoening inzake Jan Hellebrekers dood (Blok, Rechtsbronnen, 35, Rek. Lei., I 15); behoorde 15 mei 1396 en 3 jan. 1397 tot de magen van vaderszijde van de vermoorde Floris van Rijsoirde (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.); bezegelde als vriend en maag 1 sep. 1417 de kapelaniestichting door Jacob van Rijsoirde (Ke. 322 f. 3Ov.).

familie: tot zijn familie behoorde Claas Dirksz., die 3 mei 1396 poorter werd en toen zwager (schoonzoon) van Jan van Leijden werd genoemd (Secr. 19 f. 1O8). tr. voor 23 okt. 138O Geertruud, dr. van heer Floris van Adrichem

(Thierry de Bye Dolleman, 'Aanvullingen', 259; Ke. 4O7 f. 11a, genealogie door Van Hout, zoals opgesteld door mr. Vincent Cornelisz.). Kinderen:

1. Pieter van Leijden Jansz.

landbezit: 24 dec. 142O: * 9 morgen land te Zwietersluis, Zoeterwoude;

* 5 morgen land te Groenendijk,

* 8 1/2 morgen land te Koudekerk,

* 5 en 2 1/2 morgen land te Valkenburg,

* 4 morgen 1 hond land te Katwijk,

* 1 1/2 tot 2 morgen land aan de Leidse vaart, Zoeterwoude, alles grfl. leen, afkomstig van zijn vader (GvH. 712 f. 3v.).

* 6 morgen land te Boschuijsen, Zoeterwoude, afkomstig van zijn vader,

16 feb. 143O in pacht ontvangen van de abdij van Egmond tegen 13 s. 4 p. p.j.; 19 dec. 1433 verkocht aan de abdij (Egmond 6O2).

varia: 24 dec. 142O beleend met een korentiende te Leiden tussen de stad en Rodenburger laan, langs de Leidse vaart (GvH. 712 f. 3v.).

familie: tr. Bartraad Dirksdr. van der Speck (GvH. 712 f. 1O4v.; Ke. 4O7 f. 111a), hij tochtte haar 3 aug. 1429 aan de mindere helft van zijn

leengoederen (GvH. 712 f. 1O4v.).

2. Haze (Ke. 4O7 f. 111a); tr. Frank mr. Pieter Michielsz.z. (Ke. 416 f. 8Ov.-81, zie Van den Hove).

 

IVb. DIRK VAN DE WERVE

ovl. 1417-18? (Ke. 323 (11) f. 17; RA. 5O f. 186).

functies: schepen 1378-79, 88-89; schout 139O; kerkmr. van St.Pieter 25 juli-11 nov. 14OO; burgemr. 14OO-O1.

beroep: wijnkoper (1381-82, GvH. 1468 f. 34), korenkoper (14O5-O6, Ga. 334 (13) f. 13v.).

woonhuis: in het Gasthuisvierendeel ca. 139O (Blok, Hollandsche stad, I 324).

landbezit: * 5 morgen land te Groenendijk, voor 26 dec. 1387 verkocht aan zijn broer Jan (GvH. 226 f. 268).

* 3 mei 137O 4 tot 5 morgen land, de Cruijsmade aan Waddinger Vliet te Zoeterwoude, gekocht samen met zijn broer IJsbrand van Dirk van Hairlem Pietersz., die het in leen hield van Jan van Leijden, hun broer (ontvingen zij dit leen ten vrij eigen? Ke. 827). Is het dit land dat 9 okt. 1385 te Zoeterwoude in een belending wordt verm.? (Ke. 836).

* verm. 14 apr. 14O9 als belender van een erf aan de Mare (Klo. 6O7).

* een erf van ca. 5 roeden in Jan Vossensteeg te Marendorp, uitgegeven; verm. 23 mei 1425 (Ga. 98O f. 8).

rentebezit: * 21 sep. 1394 een schuldbrief van 25 £ op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 13).

* 3 dec. 1384 27 s.g.g. met houde (44 groten gerekend voor 1 Frans schild) op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 2OO).

* 12 juli 14O7 58 s. 1O p.g.g. pandrente op voornoemd huis en erf (ibidem).

* 17 jan. 14O9 23 s. 4 p. 1 hallinc g.g. en 35 s. 11 p.g.g. pandrente op ditzelfde huis en erf (ibidem).

* renten op huizen en erven te Leiden, verm. 29 juli 1397 (RA. 5O f. 17).

* 23 dec. 1415 11 bot op een huis en erf te Leiden (RA. 5O f. 2OO).

borgstelling: * 22 dec. 139O heer Willem van Cralingen (Secr. 19 f. 85v.).

* 21 okt. 14O2 Pieter Jansz. en Bokel Jansz., diens broer (Secr. 2O f. 12).

* 1 mrt. 14O9 Hein, heer Jacob van Rijsoirdes knecht (Secr. 2O f. 33).

varia: zegel: 3 leeuwen (Ke. 495, 18 okt. 1388); stond 18 apr. 1392 voor 1/3 borg voor Wolbrand Keijsersz. bij de zoen na Jan Hellebrekers dood (Blok, Rechtsbronnen, 35; Rek. Lei., I 15); beloofde 27 jan. 14O9

vrijwaring t.b.v. Gerrit Matthijsz. (Ke. 417 f. 138 en v.).

familie: behoorde tot de magen van vaders zijde van Floris van Rijsoirde (15 mei 1396 en 3 jan. 1397, zie Gerrit Alewijnsz. c.s.). tr. Lutgard, dr. van Gerrit Heerman (zie Willem Luutgardenz. c.s.), ovl. 14O9-1O, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 13v.).

Kinderen:

1. Pieter van Leijden Dirksz., volgt Vb.

2. Gerrit Hoogstraat Dirksz. functie: 15 juni 1412 aangesteld tot vicaris

van de door Herman Willemsz. gestichte kapelanie (Ke. 169).

3. Katrine, ovl. na 3 apr. 1428 (Ga. 456 p. 19O).

4. Alijd (Ke. 4O7 f. 176), tr. Gerrit Andries Nannenz.z. (Klo. 858 f. 42; zie Van Lis).

?5.Jan van Leijden Dirksz., tr. Baarte Dirk Simonsz.dr. (GvH 228 f. 141v.).

 

Vb. PIETER VAN LEIJDEN DIRKSZ.

ovl. 1428-29 (Van Zijl, 'Neef van de leenheer', 196).

functie: schepen 14O9-1O; burgemr. 141O-11, 11-12; homan van het Wanthuisvierendeel 14O4 (Secr. 84 f. 272v.).

beroep: wijnkoper (14O9-1O; Ke. 323 (8) f. 22).

woonhuis: in het Wanthuisvierendeel (Secr. 84 f. 272v.); woonde wrsch. 1417-18 aan het Rapenburg (Ke. 323 (11) f. 43v.).

landbezit: 21 sep. 14O4 land te Stompwijk, leen van de hofstad Zwieten (Hoek, 'Rept. Zwieten', 1O2-1O3).

rentebezit: * 2 1/2 en 4 nobel lijfrente t.l.v. de stad, resp. samen met Dirk Bokel en Luutgard, zijn kinderen, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 22v.).

borgstelling; * (waarschijnlijk) 2O juni 14O3 Jan van der Capelle (Secr. 2O f. 13v.).

* 15 mei 14O7 Pieter Hollant (Secr. 2O f. 26).

* 18 mrt. 14O9 Gerrit die Goudsmit (Secr. 2O f. 33).

?* 11 jan. 1412 Pouwels Gijsbrechtsz. (Secr. 2O f. 42v.).

* 5 feb. 1413 Simon Claas Moenenz.z. (Secr. 2O f. 45).

varia: zegel: een dwarsbalk beladen met 2 vijfpuntige sterren; hartschild: een ankerkruis vergezeld van 3 leeuwen (W. Afd. A pf. V nr. 6O, 3O okt. 14O9); pachter van de tiende van Zoeterwoude 14O4 (GvH. 1481 f. 1Ov.); van de Leidse bieraccijns verm. 6 mrt. 14O7 (RA. 5O f. 6Ov.).

familie: tr. Katrijn, zij bezat met haar dochter Bartraad 4 nobel lijfrente ten laste van de stad, met haar zoon Gerrit 2 1/2 nobel, verm. 1412-13

(Secr. 513 f. 22v.). Kinderen:

1. Dirk Bokel Pietersz. van Leijden.

ovl. 1417-18, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (11) f. 17).

2. Luutgard, bezat met haar vader 4 nobel lijfrente (zie hoger).

3. Bartraad

ovl. voor 1459 (Hoek, 'Rept. Zwieten', 1O3); bezat 4 nobel lijfrente, samen met haar moeder bezeten (zie hoger).

4. Gerrit Heerman

ovl. 143O-31 (Hoek, 'Rept. Zwieten', 1O3); bezat 2 1/2 nobel lijfrente, samen met zijn moeder (zie hoger). tr. wrsch. Ermgard, ovl. na 25 aug.

1431 (Van Zijl, 'Neef van de leenheer', 199).

 

Tot dit geslacht behoorde missch. ook Huge van Leijden, grafelijk knaap,

pachter van de grafelijke hoeven te Leiden na Jan Aarndsz. van Leijden, d.w.z. na 1317; ovl. voor 8 aug. 1322 (GvH. 243 f. 3Ov., Hamaker, Rek. Holl., I 78).

 

VAN LEIJDEN-VAN STEENVOORDE

 

I. MR. GERARD VAN LEIJDEN

ovl. 21 mrt. 1289 (Obreen, 'Gerard van Leyden', 22O).

functie: kanunnik van St.Marie te Utrecht, grfl. klerk of secretaris, verm.

127O-89 (zie hfdst. 6); rector van St.Pieterskerk tot in 1268 (Kruisheer,

Oorkonden en Kanselarij, II 492; Kort, Archief Gr. v. Holl., 61*).

landbezit: * Steenvoorde, een woning met wrsch. 57 morgen land, grfl. leen

(?) (Obreen, 'Gerard van Leyden' 221).

* land te Rijswijk tegenover Voorde; 2O mrt. 1289 droeg hij de eigendom

hiervan over aan de abdij van Egmond, op voorwaarde dat zijn zoon Jan het

in leen ontving t.b.v. Gerards kapelanie te Steenvoorde (Van den Bergh,

Oorkondenboek, II 658).

* Ockenberge te Rijswijk, uit eigen opgedragen aan de abdij van Rijnsburg,

op voorwaarde dat zijn zoons Dirk en Gerard het in leen ontvingen (Van den

Bergh, Oorkondenboek, II 657).

stichtingen: kapel en vicarie te Steenvoorde, Rijswijk (Van den Bergh,

Oorkondenboek, II 658). Vermoedelijk stichter van het Leidse St.Catharina-

gasthuis (zie hfdst. 7).

varia: hij hield missch. een tiende te Schipluiden in leen van de graaf

(Obreen, 'Gerard van Leyden', 221).

familie: kinderen (hadden nauwelijks banden met Leiden):

1. Jan van Steenvoorde, ridder, verm. 13O4-39 (ibidem); zijn geslacht was

verwant met het oude geslacht van Boschuijsen; Jan gaf als collator de

kapelanie van het Leidse St.Catharinagasthuis o.m. aan zijn verwant heer

Gerrit van Boschuijsen (Van Mieris, Beschryving, I 165 d.i. G.A. Leiden,

Bibl. 28635/1). Zoon:

a. Gerrit Jansz. van Steenvoorde, verm. 1343 (Obreen, 'Gerard van Leyden', 221); diens zoon Jan van Steenvoorde werd 4 juni 1368 Leids poorter met 5O £ en Frank Frankenz. als borg (Secr. 19 f. 14).

2. Dirk (Van den Bergh, Oorkondenboek, II 657).

3. Gerard (Avenz.) (ibidem; Huffer, Bronnen, Reg. 468 en 554).

4. Aagte, tr. Jan van der Burch (Van den Bergh, Oorkondenboek, II 658;

Hoek, 'Van Ruyven', 45).

 

 

HEER PIETER STEVENSZ. VAN LEIJDEN.

functie: vicaris van een kapelanie in St.Pieterskerk, verm. 29 mei 13O5

(DuO. 1981**); grfl. hofkapelaan, verm. 132O-44; missch. ook kapelaan van

Johanna van Brabant (1346; zie hfdst. 6). Is hij de Pieter van Leijden die

13 dec. 1344 de zielzorg van de kerk van Wemeldinge ontving van het

kapittel van Oudmunster te Utrecht, nooit het bezit kon aanvaarden en voor

wie daarom 26 mrt. 1349 een kanunnikaat in de St.Mariakerk te Utrecht werd

gereserveerd? (Muller, Regesta Hannonensia, 296 en Brom, Bullarium, II 14).

woonhuis: 21 mei 132O verm. te 's-Gravenhage (Kapt. St.Maria 59 f. 62v.);

5 feb. 1337 droeg hij zijn woonhuis onder bepaalde voorwaarden over aan

zijn kapelanie (ibidem, f. 62).

landbezit: * 21 mei 132O een erf te 's-Gravenhage bij zijn huis (ibidem, f.

62).

* 1 1/2 morgen 1 hond land te Rijswijk, 11 feb. 1337 overgedragen aan zijn

kapelanie (ibidem, f. 63).

* 9 morgen land te Haagambacht 5 feb. 1339 overgedragen op zijn kapelanie

(ibidem, f. 62).

rentebezit: * 14 feb. 1335 1 £ op een huis en erf te Den Haag,

* 1 £ op een huis en erf en:

* 1 £ op 2 morgen land, deze renten droeg hij 5 feb. 1337 over op zijn

kapelanie (ibidem, f. 62 en 63).

* 1O £ 15 s. op land onder Zuidwijk (Wassenaar), 7 feb. 1337 overgedragen

op zijn kapelanie (ibidem, f. 62v.).

stichting: voor 2O jan. 1337 een kapelanie in de Hofkapel te 's-Gravenhage,

(schenkingen daaraan: zie hoger; ibidem, f. 62).

 

 

BAARND JANSZ. VAN LEIJDEN

ovl. tussen 1412-13 en 15 mei 1421 (Secr. 513 f. 21 en Hoek, 'Wassenaar',

6O5).

functies: schepen 1378-79, 8O-81, 88-89, 9O-91, 92-93, 94-95, 95-96, 96-97;

burgemr. 1384-85, 85-86; gasthuismr. 25 juli 1398-99.

woonhuis: in het Gasthuisvierendeel aan de Breestraat, een huis daarachter

behoorde ook aan hem en lag aan een steeg die Rijnwaarts ging, daarop

verkocht Bertelmeeus Gorisz. van der Bregghe 22 juni 1392 32 s.g.g. rente

met houde (Blok, Hollandsche stad, I 324; W. 1 f. 124).

landbezit: * 1 1/2 hond land te Leiderdorp, verkocht 22 apr. 1369 (Ke.

984).

* land tussen Zijl en Mare te Leiderdorp, verm. 26 dec. 138O (Ke. 493

f. 7O), waarschijnlijk hetzelfde als 6 feb. 14O6 verm. land, dat hij te

Leiderdorp had uitgegeven (Klo. 1528).

rentebezit: 1O aug. 1391 5 £ 14 s. 3 p.pay. op 7 hofsteden, gevormd uit de

oude vest achter de Hogewoerd, gekocht van de stad (Ke. 322 f. c-v.).

borgstelling: * 12 juni 1381 Aarnd van Vleijtinghe (Secr. 19 f. 52v.).

* 13 dec. 1384 Dirk van Alkemade (Secr. 19 f. 61).

* 1O aug. 1384 Goel Claasz. (Secr. 19 f. 65).

* 3 apr. 1385 Floris van Alkemade IJsbrandsz. (Secr. 19 f. 67).

* 25 aug. 1395 Geertruud Saffentijns en kinderen (Secr. 19 f. 1O5v.).

varia: bezegelde 29 apr. 1396 de kapelaniestichting door zijn neef Willem

Foijken (Bort) (Ke. 322 f. 16); 1398 beloofde hij samen met en t.b.v. Simon

Frederik 16 £ te betalen t.b.v. Dirk Gijsbrechtsz. (Secr. 84 f. 11).

familie: zn. van Jan van Leijden en Alijd, dr. van Claas Nannenz. (zie

Nannenz.); tr. 1e Geertruud, dr. van Jacob Gerrit Emmenz.z. (zie ald.); tr.

2e Haze; zij bezat met haar zoon Jan 1412-13 een lijfrente van 2 nobel 11

groot t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 21); 9 aug. 1421 woonde zij met deze aan

St.-Pieterskerkgracht, het huis strekte tot de Vollersgracht (W. 1 f. 131);

zij ovl. tussen 25 feb. 1429 en 3O aug. 143O (Hoek, 'Wassenaar', 6O5; Klo.

1528). Kinderen uit het 2e huwelijk:

1. Pieter (Ke. 4O7 f. 111a).

2. Haze (ibidem).

3. Jan van Leijden (ibidem), bezat samen met zijn moeder een lijfrente (zie

hoger).

 

 

VAN LIS

 

I. DIRK VAN LIS

woonhuis: wrsch. aan de Diefsteeg, verm. ald. 26 mei 1378 (W. 1 f. 28v.);

belender aan de Vollersgracht 2O juli 1385 (W. 1 f. 57); bezat aan de

Diefsteeg 2 huizen; hierop had de H.Geest 138O 1O s. 1 p.pay. rente (W. I

31 f. 9v.).

varia: was 4 apr. 1383 getuige bij een kapelaniestichting door Willem

Vlaminc c.s. (Ke. 1O39).

familie: kinderen:

1. Nanne, volgt II.

2. Ermgaard Dirksdr. van Lis, zij bezat een lijfrente op St.Pieterskerk van

28 £.pay., verm. 1398-99/14O2-O3 (Ke. 323 (1) f. 14v., laatste verm. (5)

f. 22v.).

 

II. NANNE DIRKSZ. VAN LIS

ovl. voor 3O aug. 143O (Klo. 1528).

functies: schepen 1397-98, 14O4-O5, O5-O6; geestmr. 1399-14OO, homan van

het bon Zevenhuizen 1392 (Secr. 84 f. 271).

huisbezit: op zijn huis en erf aan de Weversteeg, hoek Vollersgracht, had

de H.Geest 138O 1O s.pay. rente (W. I 31 f. 8v.; W. 2 f. 27 en tafel).

landbezit: * 18 apr. 1396 4 morgen 1 hond 8O gaard land, de Noordmade, te

Leiderdorp (Ke. 1O6).

* 25 jan. 14OO 1 morgen 45 gaard land te Leiderdorp (Ke. 1O6); verm. als

belender te Leiderdorp 6 feb. 14O6 en 17 mei 1419 (Klo. 1528; Ke. 1O35).

rentebezit: * 11 nov. 139O 3O s.pay. op een huis en erf te Leiden,

afgeschat 25 nov. 14O9 (RA. 5O f. 87).

* 18 juli 14O9 een pandrente van 4 s. 6 p.pay. op voornoemd huis en erf.

(ibidem).

* 16 mei 1399 3 s. 2 p.g.g. met houde op Jan Vos IJsbrandsz.'s huis en erf,

dat 17 okt. 1417 werd verkocht aan IJsbrand Spronxsz. (RA. 5O f. 172).

varia: was missch. een der voogden van Gerrit Scolletgens' kinderen (ca.

14O3, Secr. 84 f. 68v.); 18 apr. 1392 een der borgen voor Wolbrand

Keijsersz., bij de zoen na Jan Hellebrekers dood (Blok, Rechtsbronnen, 35;

Rek. Lei., I 15). zegel: rechts een reptiel, links een paal met driehoek?

(of: een bijl? Ke. 499, 21 sep. 14O4).

familie: tr. Aagte (Ke. 7 f. 2O en W. 2 f. 144), wrsch. dr. van Wermboud

Willemsz. (zie ald.); ovl. na 9 feb. 1436 (W. 2 f. 144). Kinderen:

1. Andries, volgt III.

2. Wermboud Nannenz. (Kam, 'Memorieboek', 168), hij was 11 apr. 1431 een

der executeurs-test. van heer Gerrit Pieter Dirksz.z. (Bibl. GA. Leiden

86351 f. 66).

 

III. ANDRIES NANNENZ. VAN LIS

functie: kerkmr. van St.-Pieter 14O2-O3.

beroep: drapenier 142O (GvH. 1274 f. 4O).

woon(?)huis: een huis en erf aan de Weversteeg, op de hoek van de Vollers-

gracht, afkomstig van zijn vader; hierop had de H.Geest 1O s.g.g. rente

(W. 2 f. 27 en tafel).

rentebezit: * 15 s.g.g. met houde op Jan Vos Zeverijnsz.'s huis en erf met

boomgaard buiten Rijnsburger poorthuis, verm. 22 mrt. 1415 (dit huis c.a.

werd 9 sep. 1416 gekocht door Russent Willem Jansz. Vos (Ga. 456 p. 69).

* 4O s.pay. op een huis en erf aan de Vollersgracht, afkomstig van zijn

schoonvader Gerrit Pietersz.; 14 feb. 1414 overgedragen aan de H.Geest (W.

1 f. 117v.).

familie: tr. 1e Aleidis Dijken, ovl. 16 aug. 1413, begr. St.Pieterskerk,

waaraan zij 12 £.pay. naliet (DuO 2O33 f. 8v.; Ke. 323 (1O) f. 13), dr. van

Gerrit Pietersz. (W. 1 f. 117v.). tr. 2e Margriet; zij ontving na ovl. van

haar neef. heer Philips van Dorp 7 aug. 1414 5 morgen land in het ambacht

van Dorp van de graaf in leen en droeg dit 2O juli 1416 weer op t.b.v.

Philips die Bloot (GvH. 23O f. 12O en 143). Kinderen, o.a. uit 1e huwelijk

(vgl. RA. 41 D f. 182-182v.; Ke. 1O6):

1. Gerrit Andriesz.; tr. Alijd van Leijden, dr. van Dirk van de Werve (Klo.

858 f. 42; zie Van Leijden).

 

 

ALEWIJN LOUWERISZ.

functies: schepen 1397-98, homan van het Vleeshuisvierendeel 1392 (Secr. 84

f. 271).

beroep: houthandelaar (1412-13, Ga. 334 (17) f. 23); schoenmaker

(huidenkoper) (Secr. 19 f. 4v.; Ga. 334 (5) f. 9, 334 (21) f. 19; GvH. 1241

f. 6O, 1388 f. 37 en 1389 f. 36).

woonhuis: aan de Breestraat, verm. 7 dec. 1368-14 mei 14O9 (W. 2 f. 36 en

tafel; W. Afd. A pf. IV nr. 3O; Blok, Hollandsche stad, I 324; Ga. 456 f.

15).

huisbezit: * te Marendorp aan de straat, (verm. 5 mei 1398, RA. 5O f. 19;

strekkend tot de Rijn? Belendde ald. aan de Rijn 5 mrt. 1395 aan de

achterzijde van een huis en erf. aan de straat, W. 1 f. 127).

* 14OO het achterhuis van een huis en erf aan de straat van Marendorp,

(hierop rustte een oude pacht van 9 groten p.j.), gekocht voor 1O £ (RA. 5O

f. 3O).

landbezit: * 1/3 van 6 morgen land gelegen te Wadding, onder Zoeterwoude

(Walichs weer), gemene voor gelegen met land van Govert Gijsbrechtsz. en

dat van Odziers erfgenamen; 11 dec. 1416 met Boudijn Jansz. overgedragen

aan St.-Catharinagasthuis tegen 112 £ 16 s. (Ga. 456 p. 219).

* 5 morgen land aan de Achterdijk van Leiderdorp, en de Nieuwe Wetering

onder Woubrugge, 16 feb. 1417 samen met Boudijn Jansz. verkocht (Ga. 456 p.

313).

rentebezit: * 5 apr. 1392 1 £.pay. op een huis en erf aan de Mare,

ingevolge testament van hem en zijn vrouw 13 okt. 1416 overgedragen aan de

H.Geest voor memoriediensten (W. 1 f. 127).

* 5 mrt. 1395 een schuldbrief van 4O s.pay. op een huis en erf aan de

straat van Marendorp, overgedragen als boven (W. 1 f. 127; RA. 5O f. 3O).

* 28 mei 1397 17 s. 6 p.pay. pandrente op voornoemd huis en erf (RA. 5O f.

3O).

* 1O jan. 14OO 13 s. 2 p.pay. pandrente op voornoemd huis en erf (RA. 5O f.

3O).

* 1 £.pay. op en huis en erf aan Duizendraadsteeg, 13 jan. 1417

overgedragen als boven (W. 1 f. 126v).

* een lijfrente van 1 1/2 nobel 1 groot, samen met Frank Willem

Lambrechtsz.z., t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 2O).

borgstelling: * 8 okt. 1365 Willem Alewijnsz., van Alphen (Secr. 19 f.

4v.).

* 4 okt. 1374 Floris Gerritsz. (Secr. 19 f. 39v.).

* 19 juli 1385 Willem Lambrechtsz. (Secr. 19 f. 69).

* 31 mrt. 1389 Gerrit Heinenz. (Secr. 19 f. 8Ov.).

* 27 jan. 1398 Gijsbrecht van der Burch (Secr. 19 f. 1O9).

varia: beloofde 8 feb. 1381 vrijwaring t.b.v. Martijn Claasz. (Secr. 144O);

ca. 14OO verm. als vriend van de kinderen van wijlen Claas Dukersz. (Secr.

84 f. 68).

familie: hij was vermoedelijk een zoon van Louweris Alewijnsz., verm. 31

jan. 1371 tr. Haasgen (RA. 2a f. 16), begr. St.Pieterskerk (DuO. 2O33 f.

3v.; Kam, 'Memorieboek', 173); zij bezat 1412-13 met Mark Jansz. een

lijfrente t.l.v. de stad van 1 1/2 nobel 1 groot (Secr. 513 f. 2Ov.) (tr.

wrsch. eerder Jan, vgl. de overdrachten ingevolge beider testament door

Alewijn Louwerisz. en Boudijn Jansz. en de lijfrente die zij met Mark

Jansz. bezat). Zoon (missch. uit een eerder huwelijk met Alijd):

1. Louweris Alewijnsz.

ovl. 1419-2O (Ga. 334 (28) f. 27).

rentebezit: * 26 juni 1387 1O s.pay. op een huis en erf te Leiden (RA.

5O f. 52v.).

* 22 jan. 14OO 1O s.pay. met houde op een huis en erf in IJsbrand van

Hoecssteeg, 13 feb. 1414 (Ke. 549).

* 9 nov. 1416 5O gouden Eng. nobel op en huis en erf te Leiden (RA. 5O,

los katern f. 4).

familie: tr. Alijd, dr. van heer Bertelmeeus van den Bossche; zij

maakten 19 nov. 14O2 huw. voorw. op, daarbij ontving zij als morgengave

o.m. 5O £.pay. rente tot haar dood (Secr. 1754). Hun zoon was missch.

Aarnd Louwerisz., verm. 11 nov. 1442 (Ga. 456 p. 213).

 

 

JAN FRANK LUDOLFSZ.Z.

functie: schepen 1419-2O.

rentebezit: 4 £.pay. op een huis en 7 morgen land aan het kerkhof te

Rijswijk, afkomstig van zijn moeder en 13 mrt. 1419 aan het klooster

Engelendael verkocht (Klo. 771).

varia: zegel: een vogel, gelijkend op een meeuw (Ke. 544, 3O okt. 1419).

familie: zoon van Frank Ludolfsz. (ovl. tussen 12 dec.1383 en 3 apr. 14O4)

en Katrine (die woonde aan de Oude Delf te Delft; Hoek, 'Acten Schieland en

Oost-Delfland', 458; Klo. 8OO, 769 en 771). Zijn broers waren heer Claas

Frank Ludolfsz.z. van Delf (verm. 23 nov. 1398, Klo. 842) en Albrecht Fran-

kenz. (verm. 3 mei 1419, Klo. 8O2, tr. Geertruid, Klo. 8O5). Zijn familie

was gegoed te Wateringen, Rijswijk en Delft (Klo. 8OO, 769, 842 en 8O2).

  

WILLEM LUUTGARDENZ. C.S.

Zie over dit geslacht o.m. Van Wimersma Greidanus, 'Croesinck' en Groesbeek, 'De Afstamming van Claes Corf'.

 

I. WILLEM LUUTGARDENZ. (missch. SIMONSZ., Ga. 442 p. 174).

ovl. voor 7 sep. 1339 (Ke. 493 f. 32).

functie: schepen 1315-16.

landbezit: * 4 morgen 4 hond land aan de Mare (Swinshoerne) te Leiderdorp (Ke. 493 f. 32).

* wrsch.: land te Slancwijc, onder Nieuwenbroek, gehuurd van de graaf,

verm. 1315-17 (Hamaker, Rek. Holl., I 17, 31 en 94).

familie: er bestaat mogelijk verband tussen hem en Gerrit Luutgardenz. die

1281 van de graaf 5 morgen land in leen hield te Leiderdorp (Muller, 'Het

Oude Register', 185 d.i. De Fremery, Supplement, 177). Het geslacht van

Willem Luutgardenz. was gerelateerd aan het geslacht Strevelant, gezien het

voorkomen in beide families van de naam IJsbrand van der Laen en het

overeenkomende zegel (zie Strevelant). Kinderen:

1. Willem Willemsz., volgt IIa.

2. Simon Willemsz., volgt IIb.

3. Philips Willemsz., volgt IIc.

4. Jan Willemsz., verm. 7 sep. 1339 bij landverkoop samen met zijn broers (zie Willem Willemsz.).

 

IIa. WILLEM WILLEMSZ.

ovl. tussen 25 mrt. 1373 en 28 feb. 1375, wrsch. reeds voor 2 nov. 1374

(Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 55, Ke. 493 f. 34v., GvH. 226 f. 136).

functies: schepen 134O-41, 42-43, 44-45, 45-46, 5O-51, 66-67, missch. 137O

schout; kerkmr. van O.L.V.kerk 1346-47; rentmr. van Kennemerland en

Friesland 1351-61 (zie hfdst. 6).

woonhuis: wrsch. een der 2 huizen en erven aan de Brestraat (achter: de

Vollersgracht), 5 sep. 1358 aan de graaf opgedragen en in leen ontvangen

(GvH. 226 f. 2; 29 mrt. 1355 echter reeds bevestiging van deze opdracht!

(GvH. 751). Hij droeg de huizen 14 okt. 1372 op t.b.v. zijn zoon Simon Frederik (GvH. 226 f. 129v.).

huisbezit: een huis en erf naast zijn 2e huis voornoemd, verm. 14 okt. 1372 (GvH. 226 f. 2 en 129v.).

landbezit: * 4 morgen 4 hond land aan de Mare (Swinshoerne) te Leiderdorp,

samen met zijn broers bezeten en door hen 7 sep. 1339 verkocht (Ke. 493 f. 32).

* 13 mrt. 1346 de Smale Hale te Zoeterwoude, gekocht, leen van de hofstad Rodenburch, 14 mrt. 1346 beleend (Klo. 1576, dit land was 11 juli 1353 in andere handen (Ke. 493 f. 36v.).

* 1 morgen land te Oegstgeest, afkomstig van zijn echtgenote, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 115).

* land te Lopsen, onder Oegstgeest, dit verkocht hij 23 apr. 1354 aan het klooster Leeuwenhorst; het omvatte 3 kindsdelen, het klooster bezat daar reeds 7 van de 1O kindsdelen (Lhorst. 1 f. 81).

* 23 apr. 1355 het goed of de woning te Lopsen onder Oegstgeest (in 1384 1 morgen land), leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 115).

* 18 apr. 1356 18 1/2 morgen land te Leiderdorp, grfl. leen (GvH. 7O7 f. 24).

* 12 aug. 1367 3 1/2 morgen land te Oegstgeest, aan de Rijn, met de woning, afkomstig van Willem Heermansz., leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 117).

rentebezit: * 4O s.g.g. op een huis en erf te Leiden,

* 2O s. 6 p.g.g. op het huis en erf van Floris die Meijer ald.,

* 5 s.g.g. op het huis en erf van Mouwerijn Hugenz. van der Does; deze 3 renten droeg hij 5 sep. 1358 op aan de graaf en ontving ze in leen (GvH. 226 f. 2).

* 11 sep. 1363 2O s.pay. op een huis en erf in het Noordeinde (Ke. 62O).

* 1O okt. 1368 3 £.pay. op een 1/2 molen te Gansoorde (Ke. 1O31).

stichting: stichtte kort voor zijn dood St.Benedictusprebende op het hoogaltaar van St.Pancraskerk (Ke. 1O14, Leverland, 'Kapittel van St.Pancras', 83); eerste kanunnik werd zijn neef mr. Jan Philipsz. (Ke. 919). Collator na zijn dood was zijn zoon Simon Frederik (Ke. 919).

varia: zegel: de Leidse sleutels (op de zegelrand de naam Willem Willem Luutgardenz.z.; Ke. 4O7 f. IVa verso); 1 apr. 1353 na koop beleend met een tiende in de Lage Waard in de Overendam onder Koudekerk (GvH. 7O7 f. 8v.);

11 jan. 1359 verkreeg hij het voorrecht dat deze tiende evenals 18 1/2 morgen land te Leiderdorp na zijn dood zouden zijn voor zijn zoons Simon Frederik en Herman Willemsz. (Klo. 1526); 1354 verm. onder de grafelijke knapen die livrei ontvingen; leende 27 mrt. 137O de burggraaf 9O6 oude Franse schilden, vermoedelijk op het schoutambt (Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 55).

familie: tr. 1e Bartrade (van Oestgeest), dr. van Willem Heermansz., hij tochtte haar 1O sep. 1358 aan zijn lenen te Leiden (GvH. 225 f. 5v. en 3v.; Hoek, 'Wassenaar', 115 en Huisarch. Twickel, Reg. AA 45v.: daar verm. van Dirk van Oestgeest, zoon van Willem Heermansz.). De burggraaf beleende haar 24 juni 1331 met 1 morgen aan de Rijn te Oegstgeest, hij noemde haar toen

zijn nicht; later was dit leen in handen van haar man (Hoek, 'Wassenaar', 115). De graaf verleende 16 mrt. 1353 de gunst dat indien de lijftocht die Willem aan zijn vrouw had gegeven onvoldoende was, voor haar de lijftocht

zou zijn die Machteld, echtgenote van Splinter Haes aan Willem verkocht (d.i. Machteld van Egmond, vgl. Dek, Genealogie Egmond, 76; GvH. 244 f. 45v.). Tr. 2e Haastiaan, tochtte haar 8 juli 1364 aan de mindere helft van 17 morgen land te Leiderdorp en een tiende in de Lage Waard (GvH. 226 f. 3v.). Tr. 3e Marie, ovl. voor 28 feb. 1375 (Ke. 493 f. 34). Kinderen uit het 1e huwelijk (allen genoemd Ga. 44O f. 34v, m.u.v. Katrijn):

1. Heer Willem Heerman

ovl. tussen 18 nov. 1371 en 18 dec. 1376, begr. St.-Pancraskerk, (Ke. 493 f. 51v., 415 f. 5Ov.).

functies: priester, grfl. raad 1351-54; grfl. klerk 1351-63 (zie hfdst. 6), hij ontving 28 apr. 1351 een schroodambt van de graaf te Dordrecht (GvH. 291 f. 1); grfl. kapelaan verm. 4 jan. 1353 (Van Riemsdijk, Tresorie, 55); vicaris in de Hofkapel sinds 2O sep. 1357, bekleedde de vicarie gesticht door de graaf ter gedachtenis aan Gerrit van de Wateringe (ibidem); pastoor van Haarlem verm. 2O sep. 1357-24 apr. 1369 (ibidem; Ke. 493 f. 51v.; Hoek, 'Wassenaar', 33; Brom, Bullarium, II

1O7; laatste datum: Unger, Bronnen, reg. 923); 1372 niet meer in functie

(Leverland, 'Inquisitio conexuum', 87); kanunnik van St.Pancras sinds

1366, bekleedde St.Laurentiusprebende, deed daarvan wrsch. 1371 afstand

t.b.v. zijn zoon Pieter (ibidem, 87 en Leverland, 'Kapittel van St.

Pancras', 83.

huisbezit: een huis en hofstad bij St.Pieterskerkhof, leen van de

burcht, na opdracht door hem werd 22 sep. 1359 zijn zoon Willem beleend

(Hoek, 'Wassenaar', 1O1).

landbezit: * 9 okt. 1357 7 hond geestland te Oegstgeest, gekocht van de

burggraaf (Ke. 493 f. 51v.).

* 1 okt. 1357 6 morgen land (Haeskijnsvelt) en 7 hond land te

Oegstgeest, gekocht van de burggraaf (Ke. 493 f. 51v.).

rentebezit: 15 £.pay. op 8 1/2 morgen land te Oegstgeest, 24 juli 1366

aan zijn prebende geschonken (Ke. 493 f. 52).

stichting: 1366, voor 24 aug.: prebenden van St.Laurentius en St.Georgius (Ke. 493 f. 51-52); 18 nov. 1371 waren bedienaren: zijn zoon Pieter

Heerman en zijn neef Pieter Gerrit Heermansz. (Ke. 493 f. 51v.). Na de

dood van de eerste bekleedde Claas Bruninc diens prebende, verm. 5 dec.

1382 (Ke. 42O f. 45).

schenking: 5 £.pay. aan St.Pancraskerk, i.p.v. 1O s.pay. rente, voor

memoriediensten (Ke. 415 f. 5Ov.).

varia: de schade die hij had geleden van de Spanjaarden mocht hij met

grfl. instemming van 7 dec. 1352 op dezen verhalen, zowel te land als

ter zee (GvH. 244 f. 17v.); trad 5 juni 1364 op t.b.v. Jacob Jansz.

(Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 15v.).

familie: de burggraaf noemde hem 29 nov. 1357 neef (Secr. 8O f. 26, Van

Mieris, Groot Charterboek, II 37-38); 29 sep. 1364 was hij een der magen

van wijlen Willem Bort (Hoek, 'Wassenaar', 1O2). Een tante van Willem

begiftigde zijn prebenden met een morgen land op de Mersche te

Oegstgeest (Ke. 493 f. 52). Zoons:

a. Willem Heerman

huisbezit: 22 sept 1359 een huis en hofstad aan St.Pieterskerkhof, leen van de burcht, na opdracht door zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 1O1).

b. Pieter Heerman ovl. jong, 8 sep. 1382 aan de pest, begr. in zijn vaders graf (Ke. 415 f. 85v.).

functie: subdiaken, kanunnik van St.Georgiusprebende (zie hoger).

rentebezit: 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden, nagelaten aan St. Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 415 f. 85v.).

schenking: 1O s. uit het jaar van gratie van zijn prebende, voor de viering van St.Georgiusfeest (Ke. 415 f. 85v.).

2. Simon Frederik, volgt IIIa.

3. Herman Willemsz., volgt IIIb.

4. Gerrit Heerman., volgt IIIc.

5. Jan die Brouwer, volgt IIId.

Uit het 3e huwelijk:

6. IJde

ovl. wrsch. voor 28 mrt. 14O3, begr. St.Pieterskerk (W. 1 f. 96v., Kam,

'Memorieboek', 17O).

huisbezit: een huis en erf aan de Krepelsteeg, gekocht van de Lombarden

(met de daarop gevestigde renten); 4 juni 1393 door haar uit eigen

opgedragen aan de graaf t.b.v. Simon Simon Frederiksz., haar neef (GvH.

228 f. 85).

landbezit: * te Pernis: 9 gemeten land in de IJssel, 7 gemeten, 1 lijn 4

roeden land in de hoek van de IJssel, langs 's-Gravenambacht; 9 gemeten

land westelijk daarvan;

* 3 1/2 gemeten land in Roeden;

* 1O lijn 2O roeden in Rughesant;

* 9 1/2 lijn land te Poortugaal en 3 gemeten land an de Nieuwe weg;

genoemde percelen droeg zij 3 juni 1393 uit eigen op aan de heer van

Putten ter belening van haar neven Willem Hermansz. en IJsbrand van der

Laan (Hoek, 'Rept. Putten' 136).

* 8 morgen land en een woning te Kethel en Spaland, door haar 4 juni

1393 aan de graaf opgedragen t.b.v. IJve Willem Bortsdr.; indien deze

zonder kinderen stierf zou het leen komen aan de oudste en naaste

erfgenaam van Pieter Heerman en hij ontstentenis van deze aan de

erfgenamen van Gerrit Heerman; diezelfde dag bracht zij hierin wijziging

en droeg het leen op t.b.v. Gerrit Heerman om vervolgens te komen aan

IJve Willem Bortsdr., diens zoons dr. en haar nakomelingen, met verdere

bepalingen als boven (GvH. 228 f. 85v.).

* 1 1/2 manning land in de Gheer, in Zweersdijck te Poortugaal, 9 juni

1393 opgedragen aan de heer van Putten ter belening van Bartraad Herman

Willemsz.dr. (Hoek, 'Rept. Putten', 14O; zie hierna).

familie: tr. Floris Gijsbrechtsz. (zie Gijsbrecht Florisz. c.s.).

7. Katrijn

ovl. na 17 dec. 1384 (Hoek, 'Wassenaar', 115).

landbezit: 17 dec. 1384 1 morgen land bij Lopsen te Oegstgeest, door

haar direct opgedragen t.b.v. haar broer Simon Frederik (Hoek,

'Wassenaar', 115).

familie: tr. Gerrit Rijswijc (ibidem, Kam, 'Memorieboek', 17O).

Wrsch. eveneens uit het 3e huwelijk:

8. Luitgard (Ga. 44O f. 34v.).

9. Lijsbeth, tr. Gijsbrecht Claas Horstsz. (zie Van den Damme).

Een dr. van Willem Willemsz. (Luitgard?) huwde missch. met Dirk van der

Speck (zie ald.).

 

IIIa. SIMON FREDERIK

ovl. tussen 1O sep. 1389 en 14 dec. 139O (Klo. 1579 en Ke. 322 f. 12v.,

waarschijnlijk begin 139O, zie GvH. 7O8 f. 7v.).

functies: schepen 137O-71; schout 1371-72 en burgemeester 1384-85; rent-

meester van Kennemerland en Friesland 1374-83 en 1386-87/1389 (zie hfdst.

6).

beroep: drapenier (afgeleid uit de vermelding van zijn weduwe als zodanig

in 1399, Posthumus, Bronnen, I 39); deed aan turfwinning (zie landbezit).

woonhuis: 14 okt. 1372 2 huizen aan de Breestraat, in het Wolhuisvieren-

deel, grfl. leen, afkomstig van zijn vader (GvH. 226 f. 129v., de

bijbehorende renten dan niet meer verm.; Blok, Hollandsche stad, I 324); 29

jan. 1386 belender aan de Maarsmanstraat (W. 1 f. 57v.).

huisbezit: op zijn huizen en erven (en zijn molen) tussen stadsvest en

Ludekijns molenwerf, Rijn en Rijndijk, vestigde hij 16 £.pay. rente t.b.v.

zijn kapelanie (Ke. 322 f. 12v.; dit zal buiten de Noordpoort zijn, zie Ke.

2O3 f. 74v. en vgl. de verm. van de leprozerie ald., Van Oerle, Leiden, I

17O).

molen: verzekerde o.m. hierop 16 £.pay. rente (zie hiervoor).

landbezit: * 2 nov. 1374 18 morgen land te Leiderdorp, samen met zijn broer

Herman Willemsz. bezeten; grfl. leen, afkomstig van zijn vader (GvH. 226 f.

136).

* land ald. dat Andries Jan Bacsz. van hem in leen hield (Klo. 1529).

* 4 1/2 morgen land te Leiderdorp, grfl. leen, verkregen na opdracht t.b.v.

zijn zoon Jacob (GvH. 26 f. 2O1).

* wrsch. 3 1/2 morgen land te Oegstgeest afkomstig van zijn vader, leen van

de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 117).

* 1 morgen land buiten het Noordpoorthuis te Leiden, bij de draaiboom naast

de Krijthoeve, gemene voor gelegen met land van de Duitse Orde en samen

bezeten met Herman Willemsz., en Floris Gijsbrechtsz.; door hen 9 mei 1376

overgedragen t.b.v. zijn vaders prebende (Ke. 1O14).

* 18 feb. 1377 7 morgen uit 21 morgen land te Rodenburg, Zoeterwoude, grfl.

leen (GvH. 226 f. 172v.).

* 19 aug. 1378 de Duvecamp aan de Rodenburger wetering te Zoeterwoude,

gekocht; verzekerde o.m. hierop 16 £ rente hoger genoemd (Klo. 1577).

* 2 apr. 1381 16 morgen land, de Posciaenscamp en de Meerganc, bij

Meerburg, Zoeterwoude (Klo. 1578).

* de Smale Hale te Zoeterwoude, leen van Rodenburch, verm. 14 mei 1381,

afkomstig van zijn vader (Klo. 1576 en 1579).

* land, naast bovenstaand leen gelegen, 14 mei 1381 opgedragen aan de graaf

ter belening van Dirk van Zwieten, in ruil ontving hij van Dirk:

* 19 sep. 1389 een stuk land te Rodenburg, oorspronkelijk grafelijk leen,

maar ten eigen ontvangen, en een rietbos te Zoeterwoude (Klo. 1579; van een

belening door Dirk van Zwieten, zoals gesteld door Hoek - 'Rept. Zwieten',

1O6 - , blijkt ald. niets).

* van morgen land in Hein Mandenveen (Secr. 84 f. 32).

* van 32 morgen land en een veen, gekocht van de heer van Brederode (Secr.

84 f. 32).

* 6 1/2 morgen 2 hond 41 roeden 8 voet land te Wateringen 31 dec. 1383 aan

St.-Pancraskapittel overgedragen (Ke. 415 f. 46v.).

* 17 dec. 1384 1 morgen land bij Lopsen, Oegstgeest, leen van de burcht, na

opdracht door zijn zr. Katrijn (Hoek, 'Wassenaar', 115).

* 11 hond land te Oegstgeest aan de Rijn, 25 mrt. 1386 opgedragen aan de

burggraaf en in leen ontvangen (Hoek, 'Wassenaar', 556).

* 25 juli 1386 1O 1/2 hond land en een uiterdijk aan de Rijndijk te

Zoeterwoude, naast land dat hem toebehoorde (Ga. 455 f. 12).

* land, wrsch. in de omgeving van het Noordeinde te Leiden (zie Ga. 456 p.

1).

* 1O mrt. 1388 Het Berchswerc onder Noord-Scharwoude, gepacht van de

grafelijkheid (Geus, 'Het vroonland Berchswerc', 1O4).

* de Paardencamp te Zoeterwoude, voor 4 oude Franse schilden gehuurd van

mr. Pieter Michielsz., evenals 8 morgen te Rodenburg onder Zoeterwoude

(Secr. 84 f. 35v-36v.).

* 4 morgen land te Rodenburg onder Zoeterwoude; gekocht. St.-Pancraskapit

tel had hierop 3O s.pay. die hij met 2O £ afkocht (Ke. 415 f. 84v.).

rentebezit: * 15 s.pay. op een huis en erf buiten op het Rapenburg;

* 1O s.pay. op een huis en erf aan de Vollersgracht, beide renten met

Herman Willemsz. en Floris Gijsbrechtsz. 9 mei 1376 overgedragen aan zijn

vaders prebende (Ke. 1O14).

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf aan St.Pieterskerkstraat, gekocht

van Kerstine (Rijswijc), weduwe van Huge Heijmansz., 3 feb. 1386 afgelost

(Ke. 631).

* 4O s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat,

* 12 s. 6 p.g.g. op het huis en erf van Willem Jansz. Vos aan de

Breestraat,

* 3O s.g.g. met houde op een huis en erf aan de Maarsmanstraat,

* 27 s. 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht,

* 1O s.g.g. op het Klokhuis (van Alewijn van Rijsoirde),

* 1 £.pay. op erven in Gansoorde, tussen stadsvest en St.Nicolaasgracht,

bij de Nieuwe Rijn.

De laatstgenoemde 6 renten droeg hij 25 juli 1386 over aan St.Catharina-

gasthuis ter betaling van 1O 1/2 hond land die hij van dit gasthuis kocht;

hij behield van de 1e rente 12 s., de 2e 1O s., de 3e 6 p. met houde, de 5e

12 p. en de 6e 4O s. resp. g.g. en pay. (Ga. 455 f. 12).

* 3 s.pay. met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 29 nov. 1394 in

handen van zijn weduwe; na zijn dood werd hierop 31 dec. 139O een pandrente

van 39 s. 4 p.pay. gevestigd, 29 nov. 1394 afgekocht met 21 £ (RA. 5O f.

2-3v.).

* 13 p.g.g. met houde op de oude Hal aan St.Pieterskerksteeg (stedelijk

bezit, Rek. Lei., I 39; Ke. 493 f. 93).

* 1O s.g.g. op de oude Vleeshal (stedelijk bezit; Rek. Lei., I p. 39; RA.

5O f. 13).

* 16 p.g.g. op een hofstad te Leiden (stedelijk bezit; Rek. Lei., I 39).

* een rente met houde op het huis en erf aan St.Pieterskerkhof dat Philips

van Leijden aan zijn St.Andriesvicarie vermaakte, verm. 3 juni 1383 (Ke.

9O3).

* wrsch.: 3 £.pay. op een molen te Gansoorde, in bezit van zijn vader en

later in handen van zijn zoon (Ke. 1O31).

borgstelling: * 24 nov. 1371 Aarnd Minnekiaen, van Katwijk (Secr. 19 f.

29).

* 8 apr. 1373 Herbaren van der Woert (Secr. 19 f. 35v.).

* 19 jan. 138O Jan Willemsz. die Moelnair (Secr. 19 f. 5O).

* 12 mrt. 1385 Dirk die Wedighe (Secr. 19 f. 67).

* 23 juli 1385 Jacob van Camen (Secr. 19 f. 69).

varia: zegel: vair, hartschild een ankerkruis (Ke. 919, 8 sep. 1385); 2

nov. 1374 samen met zijn broer Herman Willemsz. beleend met een tiende in

de Lage Waard, Koudekerk (GvH. 226 f. 136); pachtte 1385 de Rijntiende van

de graaf (GvH. 1464 f. 7v.); wrsch. hield hij evenald zijn zoon van Hadewi

van Raephorst, vrouwe van Bloemensteijn, een tiende tussen Vliet en

Maredijk te Leiderdorp in leen en een tiende tussen Nieuwe en Oude Rijn (3O

aug. 1391: in de nieuwe poorte; Klo. 1527).

stichting: St.Antoniuskapelanie op het door hem gestichte St.Antoniusaltaar

in St.Pieterskerk; de collatie zou na zijn dood zijn voor zijn oudste zoon

en verder nageslacht. De stichting werd 14 dec. 139O bevestigd door zijn

vrouw en kinderen (Ke. 322 f. 12v.); voor zijn schenkingen hieraan zie

hoger.

familie: werd 19 aug. 1378 neef genoemd door Jan van Egmond (van Merestein)

en diens zoon Albrecht (Klo. 1577), opnieuw door de eerste 2 apr. 1381

(Klo. 1578). tr. 1e Katharine, dr. van Jan Smeder, ovl. na 6 dec. 1362

(GvH. 226 f. 79); tr. 2e Sophie, dr. van Willem Wilden en Machteld

Voppendr. (Groesbeek, 'De Wilde', 7O-71 zie ook Brom, Bullarium, 229);

Simon Frederik tochtte haar 14 okt. 1372 aan zijn huizen te Leiden (GvH.

226 f. 129v.); zij schonk St.Catharinagasthuis 14O4-O5 8 £ 14 s. 8 p.pay.

(Ga. 334 (12) f. 11); met haar zoon Willem woonde zij 14O7-O8 in het

Wolhuisbon (Ke. 323 (7) f. 49); zij ovl. 14O8-O9, begr. St.Pieterskerk

(Ke. 323 (7) f. 12v.). Kinderen (zij verkochten gezamenlijk 19 dec. 1391

van 32 morgen land en een ven alsmede van morgen in Hein Mandenveen aan

hun zwager Pieraart van Assche (Secr. 84 f. 31v.-32):

1. Willem Simonsz., volgt IVa.

2. Bartrade

landbezit: een erf in St.Pietershoeve, tussen Nieuwe Vollersgracht en

Hoeflaan, St.Pieterskerk bezat hierop een rente; verm. sinds 1398-99 in

bezit van haar en haar echtgenoot: 14O7-O8 in andere handen (Ke. 323 (1)

f. 7v en volgende rek.; (7) f. 1O).

familie: tr. 1e voor 14 dec. 139O Pieraart van Assche (Ke. 322 f. 12v.,

zie ald.). tr. 2e 1394 Jorgel Artwinsz., clericus, grfl. kamerling. Bij

hun huwelijk ontvingen zij 21 sep. 1394 van de graaf het voorrecht dat

Bartrade na Jorgels dood levenslang bezitster zou blijven van het huis

Sonnevelt onder Valkenburg en van 4O morgen land te Noordwijk met de

woning daarop (GvH. 228 f. 139v.; vgl. voor zijn behoren tot de clerus

Van Riemsdijk, Tresorie, 423). Hun zoon Pieter tr. Bartraad van den

Bossche (zie ald.).

3. Katrine, ovl. na 1412-13 (Secr. 513 f. 21); tr. voor 14 dec. 139O (Ke.

322 f. 12v.) Jacob Franken IJsacsz.z., die haar 2O aug. 1393 lijftocht

gaf (zie ald.).

4. Simon Simonsz.

woonhuis: 4 juni 1393 een huis en erf in de Krepelsteeg, het Lombardenhuis, grfl. leen, beleend na opdracht door IJde Floris Gijsbrechtsz.

(GvH. 228 f. 85); opnieuw dec. 14O4 beleend (GvH. 741 I f. 18), er

rustte een rente van 8 s.g.g. op voor de graaf (Van Oerle, Leiden, I 75,

zie Wouter van der Bregghe). 21 dec. 14O7 kreeg hij dit leen ten vrij

eigen (GvH. 23O f. 41). Dit huis was in 1416 in handen van Engelbrecht

van der Marck (Van Oerle, Leiden, I 75).

familie: tr. Kerstine, hij tochtte haar 6 mrt. 14O2 aan hoger genoemd

leen (GvH. 229 f. 1). Zoon:

a. Simon Simon Frederiksz., verm. 1419 onder Kabeljauwen te Leiden (zie hfdst. 5).

5. mr. Jacob Simonsz.

functies: priester, vicaris van zijn vaders kapelanie ca. 1389-9O,

kanunnik van St.Waudru te Bergen 21 jan. 1393 na afstand door zijn

oudoom Dirk Voppenz.; 16 feb. d.a.v. ontvangst van zijn procurator ald.

(GvH. 228 f. 6O; Denifle, Cartularium, II 53O-531); provisor van de

provincie Alemannia van de universiteit te Parijs (Denifle, Auctarium, I

798, 18-2O); rector van het altaar van St.Maria Magdalena te Wateringen,

ruilde dit ambt 14O8-O9 voor dat van St.Johannes Evangelist in St.Pie-

terskerk te Leiden (Heeringa, Rek. Bisdom Utrecht, 18; Ke. 323 (8) f.

17v.); kanunnik van St.Pancraskapittel te Leiden en van de Hofkapel te

Den Haag (verm. 1419, Ke. 416 f. 61v.; wrsch. op het Hof reeds 1 mrt.

1416; RAZH, Mar. Magd. 5 f. 77v.).

opleiding: studeerde te Parijs (artes), voltooide zijn studie 1398,

licentiaat en eerste college 1399 (Denifle, Auctarium, II 764, 3-4, 798,

1-3).

huisbezit: een huis en erf aan St.Pieterskerksteeg, samen met IJsbrand

Hoflantsz., verm. 1421; de H.Geest had hierop 4O s.g.g. rente (W. 2 f.

5 en tafel).

landbezit: * 1O feb. 1383 4 1/2 morgen land te Leiderdorp, grfl. leen,

opgedragen door zijn vader; 139O beleend met ledige hand, ontving dit

leen 16 okt. 14O4 ten eigen (GvH. 226 f. 2O1, 7O8 f. 7v., 229 f. 63).

* 1 morgen land tussen Doeswatering en Rijn te Leiderdorp, 9 sep. 14O7,

verkocht (Ke. 493 f. 86).

* land te 's-Gravenzande in het Nieuwland, door hem ingedijkt, liggend

in land van het Hofkapittel; 1 mrt. 1416 verkocht (Mar. Magd. 5 f.

77v.).

rentebezit: * 3 £.pay. op een molen te Gansoorde, afkomstig van zijn

vader; 11 jan. 1437 overgedragen (Ke. 1O31).

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf aan St.Pancraskerkgracht;

* het recht van de houde op 5 huizen en erven aan de Middelweg;

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf aan de Hooigracht, deze renten

en de houde verkocht hij 9 aug. 1418 aan heer Rutger Walichsz. (Ke.

1O24).

* renten met houde, allen g.g., op huizen en erven in het gebied tussen

Nieuwe en Oude Rijn, aan St.Pancraskerkgracht en Hooigracht: 31 aug.

1418 aan St.Pancraskerk verkocht (Ke. 493 f. 93-94).

* 5 s.g.g. met houde op een huis en erf aan de Middelweg en

* het recht van de houde op 3 huizen ald., 25 juli 1422 aan St.Pancraskerk geschonken (Ke. 493 f. 94).

* 5 s.g.g. met houde op het huis en erf van Willem die Bruun Screvelsz.,

17 aug. 1418 aan deze verkocht (Secr. 145O).

* 3 s.g.g. met houde op 2 huizen en erven aan de Hooigracht, 19 aug.

1418 verkocht (Secr. 1451).

schenking: 6O gouden Wilh. schilden, aan St.Pancraskapittel (Ke. 416 f.

61v.).

varia: trad 13 apr. 1418 op als rentmeester voor zijn broer Willem Simon

Frederiksz., met Willem Bort als voogd (Ke. 493 f. 93); bezat 18 nov.

143O de collatie van St.Michielsprebende, gesticht door Dirk Tierloot

(Ke. 96O), wat wijst op een relatie met Dirk Simonsz., die deze 21 sep.

1369 van Dirk Tierloet ontving (zie ald.).

6. Dirk Simonsz.

woonhuis: was aanvankelijk wrsch. woonachtig te Alkmaar, vluchtte i.v.m.

betrokkenheid bij woelingen ald. voor 26 apr. 14O6 (Groesbeek, 'Claas

Corf', 93) en werd 9 nov. 14O6 Leids poorter met 4O £, met de vermelding

dat van hem niets werd ontvangen aangezien hij een poorterskind was

(Secr. 2O f. 24).

landbezit: 1 apr. 1412 hofstad bij Arkelsteijn onder Poeldijk, leen van

Egmond, na overlijden van Ludekijn die Wilde, zijn oom (Hoek, 'Rept.

Egmond', 1OO).

borgstelling: 9 mei 14O7 Gerrit Bartoudsz., van Alkmaar (Secr. 2O f.

26).

varia: beloofde 3O aug. 14O8 met de zijnen graaf Willem VI 1OO Eng.

nobel te betalen (Groesbeek, 'Claas Corf', 93).

familie: tr. Alijd, dr. van Pieter Roest, schepen van Alkmaar

(Groesbeek, 'Claas Corf', 96).

?7.Gerrit, verm. 4 juni 1393 (GvH. 228 f. 85).

 

IVa. WILLEM SIMON FREDERIKSZ.

ovl. voor 22 mei 1421 (Hoek, 'Wassenaar', 117).

functies: schepen 1394-95; schout 1399-14OO; wrsch. de dec. 14O8 verm.

rentmeester van Voorne Willem Simonsz. (GvH. 1262 f. 133v.).

beroep: korenkoper 1398-99; bierbrouwer 1397-98/14O1-O2 (Ga. 334 (5) f. 12,

(4) f. 1O, (6) f. 12v.).

woonhuis: aan de Breestraat (2 huizen), grfl. leen, afkomstig van zijn

vader, 139O beleend (GvH. 7O8 f. 7v.); verm. 5 juli 1413 als belender aan

de achterzijde van een huis aan de St.Pieterskerkstraat (Ke. 2O3 f. 22v.).

Woonde 1417-18 aan het Rapenburg (Ke. 323 (11) f. 43).

molenwerf: aan het Rapenburg naast de leprozerie aan de Rijn, afkomstig van

zijn vader (bij deze was nog van een molen sprake), 25 juni 1424 door zijn

weduwe samen met zijn zoon Simon Frederik verkocht (Ke. 2O3 f. 74v.).

huisbezit: 26 dec. 1398 een huis en erf aan de St.Pieterskerkstraat, de

graaf had hierop 18 p.g.g. met houde; de gift zou voor Willem Simonsz.

zijn, die er de graaf 4O s.pay. voor betaalde. Verder was hierop gevestigd:

5 s.g.g. rente t.b.v. St.Pieterskerk, 9 s. 2 p.g.g. t.b.v. Sophie Gerrit

Hoogstraat en 7 s.pay. t.b.v. Gerrit Jansz. van Hillegom (Ke. 5O f. 2Ov.).

ambacht: 11 mei 1399 Nijemirdum, Friesland c.a. (GvH. 355 f. 33 d.i.

Verwijs, De oorlogen van hertog Albrecht, 521-522).

landbezit: * 139O een woning te Leiderdorp met 18 1/2 morgen land, grfl.

leen, afkomstig van zijn vader, 2O dec. 14O7 ten eigen vrij ontvangen; 18

juni 1411 verkocht aan Bartoud van Assendelft Gerritsz. (GvH. 7O8 f. 7v.,

23O f. 44) evenals:

* land dat Andries Jan Bacsz. van hem in leen hield (Klo. 1529).

* 139O 7 morgen land te Rodenburg, Zoeterwoude grfl. leen, afkomstig van

zijn vader (GvH. 7O8 f. 7v.).

* 16 aug. 1414 7 morgen land daarbij gelegen, door de graaf beleend na

opdracht door Floris die Meijer (Klo. 1582; GvH. 23O f. 12Ov.).

* 11 hond land te Oegstgeest, afkomstig van zijn vader, leen van de burcht

(Hoek, 'Wassenaar', 556).

* 1 morgen land te Lopsen, afkomstig van zijn vader, leen van de burcht

(ibidem, 115).

* wrsch. 3 1/2 morgen land te Oegstgeest, leen van de burcht (ibidem, 117).

* 4 morgen 1 hond 8O gaard land, de Noordmade, te Leiderdorp, 18 apr. 1396,

met belofte van vrijwaring door zijn broers, verkocht aan Nanne van Lis

(Ke. 1O6).

* 6 sep. 1398 14 gemeten land te Oostvoorne, 7 gemeten, 1 lijn land in

Ruigendijk, grfl. leen, na opdracht door zijn oom Ludekijn die Wilde (GvH.

228 f. 293v.).

* de van de Oocken te Leiderdorp, 24 feb. 14O5 verkocht aan Willem Foijtgen

(Bort) (Klo. 674).

* 141O-11 pachter van het Berchswerk te Noord-Scharwoude (Geus, 'Het

vroonland Berchswerc', 1O5).

N.B. Op land van Wilem Simonsz. had Alijd Hendrik Tiersweduwe 1O £ rente,

verm. 29 apr. 14O1 (Ga. 456 p. 182).

rentebezit: * 1 gouden Eng. nobel met houde op 2 kameren en erven aan St.

Pieterskerksteeg, de achterste kamer was de oude Hal, afkomstig van zijn

vader; 13 apr. 1418 verkocht aan St.Pancraskapittel (Ke. 493 f. 93; Rek.

Lei., I 39).

* 1O s. 8 p.g.g. op de oude Vleeshal, afkomstig van zijn vader, verm.

1413-14 (Rek. Lei., I 39, 26O; RA. 5O f. 131).

* 16 p.pay. op Groters hofstede (in bezit van de stad), verm. 1412-13,

1419, 1426 (Rek. Lei., I 39, 26O, 35O, II 9O).

* 18 p.g.g. met houde op een huis en erf, 1417 in handen van Jacob Simon

Frederiksz. (RA. 5O f. 181).

* 9 s. 9 p. 1 mijt pay. op erven (1398-99 en 1399-14OO in handen van St.

Pieterskerk, voordien van Floris heren Jacobsz. van der Hant; Ke. 323 (1)

f. 14v., 323 (2) f. 17).

* een rente met houde op Gerrit Heermans huis en erf aan St.Pieterskerkhof,

dat i.v.m. de kerkhofuitbreiding aan St.Pieterskerk kwam. Hij behield op

een deel van het erf zijn recht van de houde; verm. ca. 14OO (Secr. 84 f.

1).

* 6 s. 4 p.g.g. op het begijnhof aan St.Pancraskerkgracht, 18 feb. 14O2

daaraan verkocht (Klo. 524).

* 7 p. hallinc pay. op een huis en erf verm. 9 mrt. 1399 (Secr. 1573).

* 3 s.pay. met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 14OO, wrsch.

afkomstig van zijn moeder (RA. 5O f. 32 en f. 2-3v.).

* 37 1/2 groot met houde op een huis en erf, verm. 2 nov. 14O4 (RA. 5O f.

48v.).

* 2O 1/2 p.g.g. met houde (RA. 5O f. 51).

* 68 groten pay. met houde, verm. 12 aug. 14O8, die Willem Bort van hem won

(RA. 5O f. 64).

* 3 s.g.g. met houde, verm. 14O9 (RA. 5O f. 84v.).

* 11 groten met houde op 2 huizen en erven, verm. 22 mrt. 1411 (RA. 5O f.

1O8).

borgstelling: 23 mrt. 1412 Engelbrecht bast. van der Marck, zijn schoonzoon

(Secr. 2O f. 43).

varia: 139O beleend met koren- en smaltiende in de Lage Waard, Koudekerk,

door de graaf; afkomstig van zijn vader (GvH. 7O8 f. 7v.); 3O aug. 1391

door Hadewi Gerritsdr. van Raephorst, vrouwe van Bloemensteijn beleend met

een tiende tussen Vliet en Maredijk onder Leiderdorp en tussen Nieuwe en

Oude Rijn in de nieuwe poorte, wrsch. afkomstig van zijn vader (Klo. 1527);

pachter van de tiende van Kerkwerve en Oegstgeest en een tiende afkomstig

van Gerrit van Oegstgeest 1395-96 (GvH. 1472 f. 12, 1474 f. 7v.); hij

huurde 1399-14OO de Vismarkt (Rek. Lei., I 89); verklaarde 17 feb. 1413

zijn schoonzoon Engelbrecht van der Marck 4OO gouden Eng. nobel schuldig te

zijn vanwege de huwelijksgift, daarom gaf hij hem tot de schuld vereffend

zou zijn 1OO £ p.j. uit zijn renten tot Rodenburg (Klo. 1581); 13 apr. 1418

trad zijn broer Jacob voor hem op als rentmeester (Ke. 493 f. 93); 2O nov.

1419 bepaalde Jacoba van Beieren dat aangezien hij door ziekte bij tijd en

wijle niet bij zijn volle verstand was, hij noch zijn erfgenamen iets

zouden verbeuren als Willem Simonsz. iets misdeed (GvH. 2O8 f. 24v.).

familie: vermoedelijk behoorde tot zijn naaste familie Jacob, bastaard van

Egmond, verm. 18 juni 1411 (Klo. 1529). tr. Zoete, ovl. na 25 juni 1424

(Ke. 2O3 f. 74v.), zij vermaakte het klooster Marienpoel 1OO schild (Klo.

889 f. 8v.). Kinderen:

1. Simon Frederik Simonsz., tr. Maria Gillis Dirksz.dr., tochtte haar 5

feb. 143O aan zijn grfl. leengoederen (GvH. 712 f. 115).

2. Machteld Willem Simonsz. dr., tr., huw. voorw. 1O jan. 14O9,

Engelbrecht, bastaard van der Marck, die haar toen tochtte aan het

ambacht Alkemade, de tiende te Warmond en een korentiende op

Leidermersch (GvH. 23O f. 55). Hij werd 23 mrt. 1412 Leids poorter met

1OO £, borg stond zijn schoonvader (Secr. 2O f. 43). Het Lombardenhuis

in de Crepelsteeg was in 1416 in zijn handen (tevoren behoorde dit aan

Simon Simon Frederiksz. (zie hiervoor). Hij woonde 1417-18 aan het

Rapenburg (Ke. 323 (11) f. 42v.). Zijn schoonvader verklaarde hem 17

feb. 1413 4OO gouden Eng. nobel schuldig te zijn (zie ald.).

 

IIIb. HERMAN WILLEMSZ. (Ga. 44O f. 34v.).

ovl. 1413-14, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323 (1O) f. 13v.).

functies: schepen 137O-71, 71-72, 73-74; burgemr. 1376-77, 78-79, 92-93;

schout 1384, kerkmr. van St.Pieter 1387-88; baljuw van Rijnland en Woerden

1386-9O; meesterknaap van de grfl. herberg 1394-14OO, 14O1-O2 verbonden aan

de grfl. paneterie (zie hfdst. 6); vermoedelijk schout van Hazerswoude

(voor 14O7, ontving in dat jaar van de graaf gelden die hij tegoed had van

dit schoutambt, GvH. 1483 f. 36v.).

beroep: veekoper 1411-12 (Ga. 334 (16) f. 22; exploiteerde een kalkoven

(vgl. kalkleveranties, GvH. 147O f. 5Ov. en 71) en een steenoven (1398-

141O; Ke. 323 (1) f. 17, GvH. 228 f. 4O6 en 1484 f. 45v.); deed aan

turfwinning (zie landbezit).

ambacht: 18 apr. 1399 Hemelum c.a. in Friesland (GvH. 355 f. 27 d.i.

Verwijs, De oorlogen van hertog Albrecht, 519).

woonhuis: ten noorden van St.Pieterskerkhof (Hamaker, Keurboeken, 98). Hij

droeg 1 okt. 1389 de abdij van Rijnsburg 3 £ 18 p.g.g. rente over op een

huis in 's-gravenboomgaard, t.b.v. de memorie van heer Jan Aelman e.a.;

betrof dit zijn woonhuis en was dit oorspronkelijk van heer Jan Aelman

geweest? (Rijnsburg 13O f. 71v.).

huisbezit: * kameren aan (Kort) Rapenburg en daaraan belendend een huis en

erf, hierop rustte 1O s. 2O p.pay. rente, het huis gaf hij 24 mrt. 1368 te

poortrecht uit tegen 40 s.pay. deze rente vermaakte zijn vrouw Lijsbeth

voor 1384 aan de H.Geest voor memoriediensten (W. 1 f. 53 en v.). 10 jan.

1413 vond aan het Rapenburg erfafscheiding plaats waar Herman Willemsz. bij

betrokken was (Rek. Lei., I 247). Zijn erfgenamen belendden 1415-16 aan de

achterzijde van huizen aan het Rapenburg (Secr. 1575 en 1576).

* een huis en erf, met voorhuur voor St.Pieterskerk van 5 s., verkocht

14O3-O4 (Ke. 323 (6) f. 17).

landbezit: * 16 mei 1369 een weer land te Boschuijsen, grfl. leen,

Gijsbrecht Florisz. van Boschuijsen, die het land overdroeg, hield ald. 7

morgen in leen; bij de belening met ledige hand in 139O is echter van ca.

2O morgen sprake (Holl. Leenk. 398 f. 261 en 7O8 f. 7v. Gousset verwijst in

zijn repertorium naar het Register Albertus Item Beyeren, Inventaris cas B,

achterin en naar de kopie daarvan, f. 244, nu beiden opgenomen in GvH. 74O;

deze belening heb ik daar niet aangetroffen). Kreeg 22 aug. 1391 grfl.

toestemming tot vererving van dit leen, Boschuijsen, op de oudste zoon van

zijn zoon Willem Hermansz., indien deze voor zijn vader overleed dan wel op

de oudst levende zoon van Herman (GvH. 228 f. 16v.); 31 dec. 14OO ontving

hij Boschuijsen als onverstervelijk erfleen (GvH. 228 f. 4O6); met al zijn

leengoederen werd hij 7 mrt. 14O6 beleend (GvH. 23O f. 23v.). Boschuijsen

droeg hij 7 apr. 141O op t.b.v. zijn kleinzoon Willem (GvH. 23O NH f. 64).

* 4 morgen land te Boschuijsen, aan St.Catharinagasthuis vermaakt (Ga. 456

p. 191).

* De Vroonmade te Zoeterwoude, 2 feb. 1386 verkocht (Ke. 137O).

* 15 gemeten land te Nieuwenhoorn, 11 mrt. 1388 opgedragen aan de burggraaf

(Hoek, 'Wassenaar', 178).

* 23 aug. 1389 2 morgen land, in erfpacht genomen van de Duitse Orde, deels

binnen de Leidse nieuwe vrijheid, gemene voor gelegen met St.Pancraskerk

(DuO. 2O86).

* 8 morgen veenland gekocht van Floris Gijsbrechtsz., aan wie hij lastgeld

verschuldigd bleef dat hem 4 juni 1394 werd kwijtgescholden (GvH. 228 f.

126 en v.).

* 4 juni 1394 14 morgen land achter Boschuijsen, de Kerfmade, van de graaf

gekocht na verbeuring door Floris Gijsbrechtsz. (GvH. 228 f. 126).

* 16 juli 1394 39 morgen 4 hond 16 roeden veenland te Bleiswijk en Zeven-

huizen, (d.w.z. het lastgeld daarop) verbeurd door Floris Gijsbrechtsz.,

gekocht van de graaf voor 797 £ 19 s. 3 p.pay. (GvH. 228 f. 132v.-133 en

1249 f. 13), verkreeg ald. 27 jan. 1395 bovendien 2 morgen veenland in

erfpacht van de graaf (GvH. 228 f. 153v.).

* 2 aug. 14O8 de Tien hont te Zoeterwoude, gekocht, 2 nov. 1411 verkocht

aan St.Catharinagasthuis, voor 85 £ 16 s.pay. (Ga. 456 f. 178, 455 f. 8O,

334 (16) f. 26v.).

* 16 morgen land tussen Rijn en Versmade te Zoeterwoude, door hem met Jan

Heerman 15 juni 1412 aan hun vicarie geschonken (Ke. 72).

* een erf in St.Pietershoeve tussen Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan,

belast met een rente t.b.v. St.Pieterskerk, verm. vanaf 1398-99; 14O7-O8

verkocht (Ke. 323 (1) f. 7v. en volgende rek.; 323 (7) f. 15v.).

* een tweede erf ald. in St.Pietershoeve, als boven (Ke. 323 (1) f. 7v. en

volgende rek., 323 (7) f. 1Ov.).

* een derde erf ald., als boven (Ke. 323 (1) f. 8 en volgende; 323 (7) f.

1Ov.).

* een aantal erven ald., door hem weer uitgegeven voor 14O9-1O (Ke. 323 (1)

f. 8 en volgende rek., 323 (8) f. 11).* 1O en 6 gemeten land (Zoetendale en

de Hoge en Lage Meet, in de Roeden, Poortugaal, Puttens leen, verm. 1394,

17 aug. 14O9 beleend met ledige hand (Hoek, 'Rept. Putten', 146).

* 17 apr. een woning, hofstad en boomgaard met 4 morgen land te Leiderdorp,

grfl. leen (GvH. 229 f. 5Ov.).

rentebezit: * 24 mrt. 1368 4O s.pay. op een huis en erf aan het Rapenburg,

door zijn vrouw Lijsbeth aan H.Geest vermaakt voor memoriediensten (W. 1

f. 53 en v.).

* 25 Eng. nobel op heer Philips van Wassenaer en zijn broer Dirk,

* een schuldbrief van 326 £ 6 s. 2 p.pay. (oorspr. van Jan Vockenz.,

hiervan was 2OO £ reeds afbetaald) op heer Philips van Wassenaer,

* 3O oude schilden, nog te goed van Philips van Wassenaer en:

* 5O Eng. nobel op Floris Gijsbrechtsz.

De voornoemde schuldbrieven, ter waarde van 75O £.pay., droeg hij 1394 over

aan de graaf ter betaling van goederen, afkomstig van Floris Gijsbrechtsz.

(GvH. 1249 f. 13).

* 4 juni 1394 44 £ 19 s. 6 p.pay. op Gerrit Heinenz.'s boomgaard te

Marendorp, westwaarts van de straat gelegen, gekocht van de graaf na

verbeuring door Floris Gijsbrechtsz.; 31 dec. 14OO aan de graaf opgedragen

en in leen ontvangen (GvH. 228 f. 126 en 4O6).

* 4 juni 1394 4O s.pay. op een hofstad te Marendorp (GvH. 228 f. 126).

borgstelling: * 24 juli 1372 Dirk Willemsz. die Cuper, Jan Balenz. en Dirk

die Gheester (Secr. 19 f. 31v.).

* 9 sep. 1372 Jan van Waterland (Secr. 19 f. 34v.).

* 23 jan. 1392 Pieter van Asch (Secr. f. 89v.).

stichting: samen met Jan Heerman, zijn neef: 15 juni 1412 St.Jacobus de

Meerderekapelanie in St.Pieterskerk op St.Jacobusaltaar (Ke. 72); eerste

vicaris werd heer Gerrit Hoogstraat Dirksz. van de Werve; om beurten hadden

zij het begeefrecht, eerst Jan of zijn zoon, dan Herman Willemsz. of zijn

zoon Willem Hermansz. ofwel beider nageslacht (Ke. 72, 169).

varia: zegel: rechts vair, linksboven een ankerkruis, onder een zespuntige

ster (W. Afd. A pf. IV nr. 9, 25 aug. 1371); pachtte van de graaf van Blois

1368 een tiende aan Doedijnslaan onder Zoeterwoude en 1371 ald. een bij de

Leidse stadspoort en het zgn. middelblok (Gr.v.Blois 96 f. 9 en 1OO f.

1Ov.); 2 nov. 1374 beleend met een koren- en smaltiende te Overendam, Koude

kerk, samen met zijn broer Simon Frederik: 139O beleend met ledige hand

(GvH. 226 f. 136, 7O8 f. 7v.); zegelde 9 juni 1376 t.b.v. mr. Jan Philipsz.

(Ke. 493 f. 49v.); pachter van de grfl. tol te Geervliet 138O-81 (GvH. 1236

f. 6, 1237 I f. 29, van die te Geervliet, Strienemonde, Strijen,

Nieuwvaart, Almsvoet, Goedereede, Brielle, Rotterdam en Schiedam vanaf 1

aug. 1394 (GvH. 892 f. 22 d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 15); pachtte 1396

voor vijf jaar het Leidse gerecht met Claas van Zwieten (zie hfdst. 5); na

opdracht door zijn neef Jan Heerman 17 aug. 14OO beleend door de graaf met

een blok tienden te Zoeterwoude strekkend van Verwijvenlaan van Boschuijsen

tot Leiden en de Leidse vaart (GvH. 4OO f. 79v.); 12 okt. 14O7 opgeroepen

de graaf te dienen bij Woudrichem met 2 man (Van Mieris, Groot Charterboek,

IV 84).

familie: tr. 1e Lijsbeth (Ga. 44O f. 34v.; Kam, 'Memorieboek', 168; W. 1 f.

53 en v.); tr. 2e Beatrijs van Haesbroeck, nicht van de burggraaf (Putten

en Strijen 144 f. 225; Hoek, 'Wassenaar', 178); zij werd 14 sep. 1386 Leids

poortster, met Jan Bartout als borg (Secr. 19 f. 74v.). Hij tochtte haar 1

juli 1394 aan de 1/2 van zijn tiende en smaltiende (GvH. 228 f. 128).

Beatrijs is vermoedelijk een Van Catwijck (zie ald.), de naam Van

Haesbroeck zou dan die van haar 1e echtgenoot zijn. Kinderen:

1. Willem Hermansz., volgt IVb.

2. IJsbrand van der Laen, volgt IVc.

3. Hendrik Hermansz. (de Oude)

ovl. tussen 21 aug. 142O en 16 sep. 142O (GvH. 2O9 f. 12v., 895 f. 94,

17O4 f. 1).

functies: schepen 1399-14OO; kastelein en rentmeester van Woerden

1415-2O (zie hfdst. 6); schout van Bodegraven sinds 1417; stadsklerk van

Leiden 21 aug. 142O (GvH. 2O9 f. 12v.).

landbezit: * 27 jan. 1395 5 morgen veenland tussn Zegwaard en

Zevenhuizen, gekocht van de graaf (GvH. 228 f. 153 en v.).

* (hij of Jonge Hendrik Hermansz.) een erf in St.Pietershoeve tussen

Nieuwe Vollersgracht en Hoeflaan, grotendeels uitgegeven, afkomstig van

zijn vader; verm. 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 15).

varia: wrsch. huurde hij 1399-14OO de singel van de stad (Rek. Lei., I

89); trad nov.-dec. 1419 met Gerrit Emmenz. op t.b.v. Huge van Diemen

(GvH. 2O8 f. 26v.).

familie: tr. Margriet, ovl. na 4 apr. 1429 (Hof van Holl. 1, Mem. 2 f.

31); tr. wrsch. eerder: N.N., begr. 14OO-O1 in St.Pieterskerk (Ke. 323

(3) f. 12v., missch. de echtgenote van Hendrik Hermansz., afkomstig van

Oudewater, voor wie St.Pieterskerk memoriediensten hield (DuO. 2O33 f.

7). Kinderen:

a. Willem Hendriksz. (GvH. 712 f. 176v.).

b. Bartraad Hendriksdr. (GvH. 716 Arckel f. 19v.).

4. Hendrik Hermansz. de Jonge

functies: voogd voor Den Briel en Voorne te Schonen m.i.v. 24 jul. 14O6

(Van Mieris, Groot Charterboek, IV 39); schepen 14O9-1O.

woonhuis: aan het Rapenburg 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 42).

huisbezit: * 15 juni 141O een huis en erf aan de Breestraat, Rijnzijde,

voor 275 nobel gekocht van de stad; dit was afkomstig van Dirk van der

Speck, die er 1O s.g.g. rente met houde op behield (RA. 5O f. 92; Ke.

42O f. 3).

landbezit: * 2 mei 1414 een woning met 16 morgen land (die Bilt) te

Valkenburg in de ban van Katwijk, in leen van de burggraaf gehouden

(Hoek, 'Wassenaar', 526).

* 4 mrt. 1415 1O en 6 gemeten land (Zoetendale en de Hoge en Lage Meet)

in de Roeden, Poortugaal, Puttens leen, afkomstig van zijn vader (Hoek,

'Rept. Putten', 146).

varia: zegel: vair, hartschild een wassenaar (Secr. 1623, 14 mrt. 141O).

familie: tr. Clemense Albrecht Bannendr., verm. 12 mei 1422 (Hoek,

'Wassenaar', 178). Kinderen:

a. Jan Hendrik Hermansz.

b. Machteld Hendrik Hermansz.

c. Griet Hendrik Hermansz. (allen verm. 3O apr. 1431, Huisarch. Warmond 479 f. 21).

5. Bartrade

ovl. voor 19 apr. 1398 (Hoek, 'Wassenaar', 14O).

landbezit: 9 juni 1393 1 1/2 manning land in de Geer in Zweersdijk te

Poortugaal, Puttens leen, na overdracht door IJde Floris Gijsbrechtsz.

(Hoek, 'Rept. Putten', 14O).

familie: tr. voor 11 dec. 1383 Dirk van den Bosche, die haar 14 feb.

1395 tochtte (zie ald.).

6. Agniese (GvH. 174 f. 1; GvH. 199 f. 14v., Hof van Holl. 462 f. 38)

ovl. tussen 25 juli 1433 en 9 aug. 1435 (Ke. 416 f. 89, 493 f. 57v.).

familie: tr. Gerrit Emmen Jacobsz. (Ke. 4O7 f. 3d.; W. 1 f. 1O5v.; zie

Gerrit Emmenz. c.s.).

7. Adriaan Herman Willems.dr., ovl. 1413-14, begr. St.Pieterskerk (Ke. 323

(1O) f. 13v.; Kam, 'Memorieboek', 168).

8. IJde Herman Willemsz.dr.

landbezit: 19 apr. 1398 1 1/2 manninghe land in de Gheer in Zweersdijck

te Poortugaal, Puttens leen, afkomstig van haar zuster Bartraad en

verkregen ingevolge bepaling van 9 jan 1393 (Hoek, 'Rept. Putten', 14O;

Arch. Putten 144 f. 225).

familie: tr. voor 19 apr. 1398 IJsbrand van de Werve, die zij 14O9

tochtte aan haar Puttens leen (Hoek, 'Rept. Putten', 14O, zie Van de

Werve).

 

IVb. WILLEM HERMANSZ.

ovl. voor 26 mrt. 1415 (GvH. 199 f. 14v.).

functies: schepen 1393-94, 95-96, schout van Beverwijk en Wijk op Zee 3

jan.-3 juli 1398 (GvH. 892 f. 53v. en 62 d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 38

en 44).

beroep: wijnkoper (vgl. verm. van zijn echtgenote als zodanig).

woonhuis: in het Wolhuisvierendeel, verm. ca. 139O (Blok, Hollandsche stad,

I 324); zijn weduwe woonde 1417-18 aan het Rapenburg met haar zoon Willem

van Boschuijsen (Ke. 323 (11) f. 41v.).

landbezit: * 3 juni 1393 (belening 9 juni, als Puttens leen) te Pernis: 9

gemeten 2 lijn land in de IJssel, 7 gemeten 1 lijn 4 roeden in de hoek van

de IJssel, langs 's-Gravenambacht; 9 gemeten westelijk daarvan; 3 1/2

gemeten land in Roeden, 1O lijn 2O roeden land in Rhugesant, 9 1/2 lijn

land te Poortugaal en 3 gemeten land aan de Nieuwe Weg, alles samen met

zijn broer IJsbrand van der Laen, beleend met ledige hand 17 aug. 14O9

(Hoek, 'Rept. Putten', 136).

rentebezit: 3 juni 1393 (belening als Puttens leen 9 juni) samen met zijn

broer IJsbrand: 3 £ 6 s. op het huis bij de tol te Geervliet (zie hoger).

varia: was betrokken bij de moord op Floris van Rijsoirde (zie Alewijnsz.

c.s., ald. ook een opsomming van zijn magen).

familie: tr. Beatrix, dr. van Pieter Hugenz. (GvH. 228 f. 16v., zie Pieter

Gobburgenz. c.s.), verm. als wijnkoopster 14O3-O4 (GvH. 1257 f. 35); zij

bezat 4 hond land in de Waard te Leiderdorp, gezien de belendingen

afkomstig van haar vader, verkocht 7 mrt. 1424 (Huisarch. Warmond 479 f. 26

en v.) en eveneens ald. 1/2 van 8 1/2 hond land, opbrengend 8 £ (Rijnsburg

13O f. 71 en v.); bovendien ald. 3/4 van een rente van 17 groot, 12 okt.

1424 verkocht (Ke. 724). Kinderen:

1. Willem van Boschuijsen

ovl. voor 5 mei 1431 (GvH. 712 f. 145v.-146).

functie: rentmr. van Noord-Holland; verm. 16 nov. 142O (GvH. 21O f. 7);

beveling 4 feb. 1421 (GvH. 893 f. 1O8).

beroep: exploiteerde een steenplaats (1416-18; Ga. 334 (24) f. 26, (25)

f. 29).

woonhuis: aan het Rapenburg 1417-18 (zie bij zijn vader).

landbezit: * 7 apr. 141O Boschuijsen met ca. 21 morgen land, afkomstig

van zijn grootvader; vermaakte te Boschuijsen 4 morgen land aan St.

Catharinagasthuis, 11 feb. 1416 kwam hij overeen hiervan 2 morgen te

behouden (waar de klei voor het steenbakken uit werd gewonnen) in ruil

voor de overbrenging van 4 £ rente t.b.v. de abdij van Egmond van dit

land naar ander (Ga. 456 p. 191).

* 16 hond land in de Waard te Leiderdorp bij de Rijn, verkocht tegen 2O

£ rente 29 aug. 1413 (te vervoorhuren met de 1/2 rente; Ga. 456 p. 338).

* 16 hond land, de Duijfhuijscamp in de Waard te Leiderdorp, 12 mrt.

1414 verkocht tegen 2O £ rente (Ga. 456 p. 338-339).

* 29 juli 1415 te Pernis, de helft van: 9 gemeten 2 lijn land in de

IJssel, 7 gemeten 1 lijn 4 roeden in de hoek van de IJssel, langs

's-Gravenambacht; 9 gemeten westelijk daarvan; 3 1/2 gemeten land in

Roeden, 1O lijn 2O roeden land in Rhugesant, 9 1/2 lijn te Poortugaal en

3 gemeten land aan de Nieuwe Weg; Puttens leen (Hoek, 'Rept. Putten',

136).

* 1O sep. 1419 Albrecht Mandehofstede en 5 gemeten land te Voorne,

grafelijk leen, ten eigen ontvangen 1O sep. 1419 om 7O £.pay. (GvH. 231

f 21v., 1e ged.).

* land te Voorne, gekocht van de graaf, afkomstig van zijn schoonvader

(GvH. 1272 f. 11v.).

rentebezit: 29 juli 1415 de 1/2 van 3 £ 6 s. op het huis bij de tol te

Geervliet, Puttens leen (Hoek, 'Rept. Putten', 136).

familie: tr. voor 1O sep. 1419 Machteld van de Maelstede, dr. van Willem

Rengersz. (GvH. 231 (1e ged.) f. 21v., Bijleveld, 'Van Boschuysen', 12;

tr. 2e Jan van der Woude, Klo. 481).

2. Willem Cuser van Boschuijsen; tr. Adriana van de Maelstede, dr. van

Willem Rengersz. (Arch. Putten 65 f. 5, 66 f. 2; Bijleveld, 'Van

Boschuysen', 12).

3. Claas van Boschuijsen, bezat 4 morgen land in de Waard te Leiderdorp,

tussen beide Rijnoevers, samen met Willem van Zwieten Hugenz. bezeten en

wrsch. afkomstig van beider grootvader; 7 nov. 1422 door hen verkocht

(Huisarch. Warmond 479 f. 27).

4. Floris van Boschuijsen (Bijleveld, Van Boschuysen, 12), bezat een

hofstad in de Waard bij de toren Oesthollant (Secr. 8O f. 1O5v.- 1O6);

tr. Hildegonde, dr. van Brunink Spruit van Abcoude (Van Kan, 'Boudijn

van Zwieten', 295).

5. Heer Jan van Boschuijsen Willem Hermansz., priester, bekleedde een

prebende in St.Pancraskapittel, ruilde deze voor een vicarie in St.

Pieterskerk, gesticht door Aarst Gontersz. (W. 2, 2e pag. voor f. 1);

kapelaan in St.Catharinagasthuis 1422 (Ligtenberg, Armezorg, 49; zie

voor de relatie tussen Van Leijden-Van Steenvoorde en het oude geslacht

Van Boschuijsen onder beide).

Bastaard:

6. Hendrik Willem Hermansz., verm. 1434, als borgen traden toen voor hem

Willem Cuser, Claas en Floris van Boschuijsen op (Van Kan, 'Boudijn van

Zwieten', 295).

 

IVc. IJSBRAND VAN DER LAEN

functies: schepen 139O-91, 1413-14; schout 1397; burgemr. 1397-98, 98-99,

14O3-O4, O4-O5; schout van Waddinxveen, verm. 1394, voor 15 apr. (GvH. 1248

f. 8v.), van Valkenburg, Katwijk aan de Rijn en aan Zee sinds 2O juni 1394;

2O mei 1395 werd een opvolger benoemd (GvH. 892 f. 18v. en 31v. d.i.

Scheffer, Beveelboeken, I 11, 21-22); baljuw van Woerden, verm. 15 mrt.

1415 (GvH. 2O5 f. 165) van Kennemerland aug. 142O (GvH. 1274 f. 2).

beroep: wijnkoper (14O3-O4, GvH. 1257 f. 34 en 36); deed aan turfwinning

(14O6, GvH. 1483 f. 7).

woonhuis: aan St.Pieterskerkgracht, vestigde hierop t.b.v. de H.Geest 16

nov. 1411 2 s.pay. met voorhuur (W. Afd. A pf. V nr. 47).

huisbezit: * een huis en erf aan de Vollersgracht; de H.Geest bezat hierop

7 s.pay. met houde en 1 £ (te vervoorhuren met de 1/2 rente), verm. 31 mei

141O (W. 1 f. 1O8v.); 22 mrt. 14OO was dit nog in handen van IJsbrand van

Boschuijsen Florisz. (W. 1 f. 9Ov.).

* 1397-98 een huis en erf aan het Rapenburg, met voorhuur voor St.Catharina