TOER VAN SCHAYK


 

 Toer werd in 1936 te Amsterdam geboren. Zijn moeder kwam uit Indonesie, waar zijn grootouders aandelen in een suikerplantage hadden. Hij hield er een affiniteit met het Indonesische volk aan over.

Zijn jeugd stond in het teken van de oorlog en de angst dat hij ooit nog een oorlog zou moeten meemaken is volgens hem in veel van zijn balletten terug te vinden.

Via zijn moeder, die erg van ballet en schilderkunst hield, kwam hij in contact met wat hij wilde. Door het vele tekenen verwaarloosde hij echter het Gymnasium in Den Haag, waar hij inmiddels woonde. Hij maakte de school ook niet af en ging naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten.

 


 

Het eerste ballet wat Toer zag was van het Ballet de Marquis de Cuevas, waarna hij naar alle buitenlandse gezelschappen ging. Hoewel zijn vader niet achter deze interesse stond, ging hij als zestienjarige naar de balletschool van Irail Gadeskov. Anderhalf jaar later, in 1955 kwam hij als danser bij het Nederlands Ballet, dat geleid werd door Sonia Gaskell. Ze ontving hem met open armen, vooral omdat er dringend mannelijke dansers nodig waren. Hij bleef twee jaar aspirant, maar ondanks zijn promotie daarna, besloot hij te stoppen. Vooral het feit dat er vele ruzies waren door haar autoritaire gedrag, vond hij er geen prettige atmosfeer om te werken.

Drie jaar later ging hij terug naar de Academie om zijn studie als beeldhouwer weer op te nemen. Hij studeerde cum laude af en kreeg vervolgens een studiebeurs van de Belgie, zodat hij verder kon studeren aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hierna studeerde hij nog in Griekenland, waar hij in 1964 op het eiland Paros was gaan wonen, in zijn ogen een primitief paradijs.


 

 

Hij had nog wel enig contact met de dans via Rudi van Dantzig, met wie hij inmiddels een relatie had gekregen. Hij ontwierp de decors voor zijn choreografiën. Af en toe volgde hij een les bij Koert Stuyf. Eenmaal trad hij zelfs op in een ballet van zijn vriend: Disgenoten.

In 1965 kwam hij als solist terug bij het inmiddels in Het Nationaal Ballet herdoopte dansgezelschap. Hij had met Rudi gewerkt aan decors en de choreografie van Monument voor een gestorven jongen. Toen de eerste en pal daarop de tweede bezetting van de hoofdrol uitviel, nam Toer die rol op zich.

"Vanaf dat moment wilde ik danser worden."

 

 

Monument werd voor hem het ballet dat hem het meest dierbaar was, maar niet om het thema, (een onschuldige jongen die zijn homoseksualiteit ontdekt in een vijandige wereld) biografisch zou zijn.

Zijn vertolkingen kregen altijd aandacht door de diepte en indringendheid, die hij erin wist te leggen.

Vanaf 1971 kreeg ook choreografie zijn aandacht, nadat hij op aanraden van Van Dantzig trachtte een ballet te maken. Het werd het fraaie Onvoltooid verleden tijd.

 

Hij blijft echter tevens werkzaam als schilder, beeldhouwer en decorontwerper, het laatste voornamelijk voor Rudi van Dantzig.

De relatie met Van Dantzig werd verbroken, wellicht mede omdat beiden het moeilijk vonden om over intieme zaken te praten. Zo sprak Van Dantzig bijvoorbeeld ook nooit over zijn jeugd en 'de verloren soldaat', terwijl hij in die tijd veel nachtmerries had.

Beiden bleven wel zeer goede vrienden.

Zijn balletten, inmiddels meer dan dertig, werden ook door buitenlandse gezelschappen uitgevoerd. Naar eigen zeggen maakt hij zijn choreografieën niet voor het publiek , dat gelukkig in het donker zit en na afloopt geen commentaar heeft, maar voor de dansers, die hem het best begrijpen.

 

 


 

Vooral Clint Farha was zijn inspiratiebron.

Toer: Clint is uit verlegenheid op toneel gekomen. Dansen is voor hem de enige manier om zich te uiten. (...) Maar op toneel zoekt hij sterk het contact met anderen. Wanhopig, omdat zij zo met zichzelf bezig zijn. Ja, in hem herken ik veel van mezelf.

De bewondering is overigens wederzijds.

Clint: Hij is degene die er echt boven staat. Zijn dansen zijn alsof hij zelf zijn eigen taal maakt. Misschien komt het omdat hij ook schilder is, hij heeft een volkomen eigen, originele stijl."

De scrutineuze manier van werken blijkt ook uit hoe hij werkte, bijna alle passen van een ballet werden tot in de puntjes met tekeningen voorbereid, een immens werk.

 

In 1987 kreeg hij van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties de Choreografieprijs voor de Zevende Symfonie.

Toer: "Als ik heel eerlijk ben, denk ik: de muziek van Beethoven klinkt lekker, de dans is vlot. En pats, daar krijgt ik de prijs. Toch nog, na al die jaren. Maar Zevende Symfonie is niet mijn beste stuk." (Volkskrant)

Toer beschouwt Voor, tijdens en na het feest (1972) liever als zodanig.

In 1991 nam Van Dantzig als artistiek leider afscheid van het Nationaal ballet. Daarna voelde Toer zich niet langer meer thuis bij het gezelschap. Dansers waarmee hij bevriend was, verlieten het NB en de sfeer werd zoveel professioneler dat Toer de romantiek van het vak begon te missen. Ook waren er altijd zoveel verschillende projecten bezig dat Toer voor zijn gevoel te weinig repetitie-uren kreeg, waardoor hij tijd miste voor verdieping.

 

 

 

Daarom besloot hij in september 2001 om een eind te maken aan een lange, vruchtbare periode met als aanleiding het feit dat hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte.

Het liefste was hij onopvallend vertrokken, dat lukte niet; dus werd er een groots afscheidsfeest afhouden.

Toer van Schayk nam afscheid met de laatste opvoering van zijn choreografie Echo´s, waarbij hij acht jonge mensen de kans gaf eruit te springen op de fraaie muziek van Bach.

Toer: Dans is voor jonge mensen die zich nog verbazen kunnen. Ik heb het gevoel dat ik het allemaal al eens eerder heb gezien en ben dus echt aan stoppen toe. Genoeg is genoeg.

Hij zal zich voortaan vooral bezighouden met schilderen en beeldhouwen.

Over Toer verscheen in november 1998 het boek TOER VAN SCHAYK door Van Dantzig bij de Noord Nederlandse Boekhandel.


 Bronnen:

Diverse krantenartikels.

Vrienden van het Nationaal Ballet

Libelle

 

Klik hier als u geen frames ziet